Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307480/1/V3 en 202307480/2/V3

Bij besluit van 29 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4680
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307480/1/V3 en 202307480/2/V3

202307592/1/V2 en 202307592/2/V2

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4679
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307592/1/V2 en 202307592/2/V2

201909074/1/R3 en 202107528/1/R3

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" vastgesteld. Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020". Met Veegplan 2019, Veegplan 2020 en Veegplan 2021 wordt het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente", vastgesteld op 16 december 2014, en gewijzigd op 9 december 2015, gedeeltelijk herzien. De plangebieden van de veegplannen zijn gelijk en de veegplannen bevatten definities en regels voor alle bestemmingen, waarbij de wijzigingen ten opzichte van de voorgaande veegplannen geel zijn gemarkeerd. Uit artikel A van de regels van de veegplannen blijkt dat, als op de verbeelding geen bestemming is opgenomen, de bestemming op de verbeelding van het plan ervoor geldt, met de aangepaste regels van het meest recente veegplan. Als op de verbeelding geen bestemming is opgenomen en er een partiële bestemmingsplanherziening is geweest, blijven de regels van de betreffende partiële bestemmingsplanherziening van toepassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4617
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201909074/1/R3 en 202107528/1/R3

202001948/1/A2

Bij besluit van 17 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie 1] in Nijmegen in drie onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door drie personen. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] en [locatie 1] in Nijmegen. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van de zelfstandige woning aan de [locatie 1] in Nijmegen in drie onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal drie personen. Het college heeft de gevraagde omzettingsvergunning geweigerd. Het heeft aan deze weigering in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat de aanvraag niet voldoet aan de criteria voor toepassing van het overgangsrecht, zoals neergelegd in artikel 9 van de ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Nijmegen 2018 B’. Het college heeft de aanvraag daarom, conform artikel 9, vijfde lid, van de Beleidsregels 2018B, inhoudelijk getoetst. Volgens het college doorstaat de aanvraag artikel 3, onder g, van de Beleidsregels 2018B niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4611
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001948/1/A2

202002023/1/A2

Bij besluit van 24 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [wederpartij] een vergunning verleend voor het gedeeltelijk omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal drie onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal drie personen. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in vier onzelfstandige wooneenheden. Het college gaat er op basis van gesprekken en een bezoek van een toezichthouder van uit dat [wederpartij] drie kamers in het souterrain aan studenten verhuurt. De rest van de woning wordt volgens het college door het gezin en familie bewoond. Het college heeft daarom een vergunning verleend voor het omzetten van een deel van de woning, het souterrain, in drie onzelfstandige wooneenheden. [wederpartij] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het college heeft het bezwaar bij besluit van 9 januari 2019 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4613
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002023/1/A2

202002044/1/A2

Bij besluit van 23 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. Het college heeft de aanvraag geweigerd, omdat het verlenen van de vergunning volgens het college zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het pand. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4612
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002044/1/A2

202003240/1/A2

Bij besluit van 7 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [wederpartij] meegedeeld dat van rechtswege een vergunning is ontstaan voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning om deze zelfstandige woning om te zetten in vier onzelfstandige wooneenheden. Het college heeft de omzettingsvergunning in eerste instantie geweigerd bij besluit van 13 september 2018. [wederpartij] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en aangevoerd dat het college de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat de omzettingsvergunning daarom van rechtswege is ontstaan. Bij het besluit van 7 december 2018 heeft het college aan [wederpartij] meegedeeld dat op 29 juli 2018 van rechtswege een omzettingsvergunning is ontstaan. Tegen dat besluit hebben omwonenden bezwaar gemaakt. Het college heeft de bezwaren op grond van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4616
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202003240/1/A2

202006777/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal negen onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal negen personen. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in negen onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal negen personen. Het college heeft de aanvraag geweigerd, omdat het verlenen van de vergunning volgens het college zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het pand. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gericht tegen het besluit van 17 december 2019 onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4614
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202006777/1/A2

202102327/1/V1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. De Afdeling staat voor de vraag of zij ook bij een verkorte motivering, op grond van artikel 267, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelezen in het licht van artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, verplicht is te motiveren waarom zij geen prejudiciële vragen aan het Hof stelt. De Afdeling meent dat het verkort motiveren voldoet aan de motiveringseisen van het Unierecht en aan de vereisten voor een eerlijk proces zoals deze voortvloeien uit het EVRM. In deze zaak heeft [appellant] een beroep gedaan op Unierecht en zowel de rechtbank als de Afdeling verzocht daarover prejudiciële vragen te stellen. De Afdeling is van oordeel dat sprake is van een “acte éclairé” en wil in deze zaak een verkort gemotiveerde uitspraak doen op het hoger beroep van [de vreemdeling] (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). [appellant] maakt daar bezwaar tegen onder verwijzing naar het arrest Consorzio.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4632
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Verwijzingsuitspraak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102327/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202102327/1/V1

202103843/1/A3

Bij besluit van 1 april 2019 heeft de SVB een verzoek op grond van artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van [appellant sub 1] voor zijn dochter afgewezen. Het verzoek houdt in het startbericht, waarmee de SVB gegevens van de dochter van [appellant sub 1] aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft verstrekt, te verwijderen. De dochter van [appellant sub 1] is geboren in 2016. Op 19 januari 2016 heeft de SVB haar persoonsgegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekt, met een zogenoemd startbericht. Een startbericht is een digitale melding waarin staat dat voor een kind vanaf een bepaalde datum recht op kinderbijslag bestaat. In het startbericht staan de burgerservicenummers van het kind en de ouders, en de geboortedatum en het woonland van het kind. Op basis van het startbericht beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of er een recht op kindgebonden budget bestaat. [appellant sub 1] heeft de SVB verzocht het startbericht over zijn dochter te verwijderen. In beroep heeft hij de rechtbank verzocht de SVB te veroordelen tot vergoeding van de schade die is geleden door het verstrekken van het startbericht aan de Belastingdienst/Toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4630
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202103843/1/A3
vorige pagina1...1.4761.4771.478...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon