Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.102
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500326/1/A3

Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een klacht van [appellante] over de reconstructie van de grenzen van het perceel aan [locatie] in Barneveld afgewezen. [appellante] is op 12 juni 2020 eigenaar geworden van het perceel aan [locatie] in Barneveld, dat sinds 1926 in eigendom is van haar familie. [appellante] heeft op 11 januari 2022 om een grensreconstructie verzocht, omdat zij een schutting wil plaatsen op het perceel en het haar niet duidelijk is waar de perceelgrenzen precies lopen. Op 15 februari 2022 heeft de gevraagde grensreconstructie plaatsgevonden. Tijdens deze grensreconstructie is vastgesteld dat de noord- en westgrens van het perceel niet correct zijn weergegeven op de kadastrale kaart en dat deze daarom moet worden herzien. Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder [appellante] te kennen gegeven dat de grenscorrectie goed is uitgevoerd en heeft hij de klacht van [appellante] over de grenscorrectie afgewezen. [appellante] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:497
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500326/1/A3

202502474/1/A2

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. appellant] is dakloos geworden nadat hij in 2023 is gescheiden van zijn ex-partner. Hij heeft tijdelijke opvang gekregen in de noodopvang, maar deze plek is volgens hem niet passend gelet op zijn medische problematiek. Hij heeft daarom een urgentieverklaring aangevraagd om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:466
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502474/1/A2

202502764/1/A2

Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 4 februari 2021 heeft [partij] namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij aanvraag van 25 september 2023 heeft [partij] de raad verzocht om vergoeding van de door haar verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 30.000,00. Bij brief van 21 november 2023 heeft de raad [appellante] geïnformeerd over het voornemen om de toevoeging in te trekken. Hierop heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht. Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de toevoeging ingetrokken. De raad heeft het daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij de beslissing om de toevoeging in te trekken is volgens de raad leidend dat [appellante] een vordering met betrekking tot een geldsom heeft die boven het drempelbedrag ligt. In de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden heeft de raad geen zwaarwegende omstandigheden gezien die zich verzetten tegen de vordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:476
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502764/1/A2

202502811/1/A3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de burgemeester van Hillegom de woning aan de [locatie] in Hillegom voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] huurde een woning aan de [locatie] in Hillegom. De burgemeester heeft [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023. De sluiting is ingegaan op 27 juni 2024 om 10:00 uur. Met het besluit van 24 september 2024 heeft de burgemeester de sluitingsduur teruggebracht naar drie maanden, waardoor de sluiting is geëindigd op 27 september 2024 om 11:00 uur en [appellante] weer terug kon naar haar woning. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:475
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502811/1/A3

202503035/1/A2

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [partij] verleende toevoeging ingetrokken. Op 26 augustus 2019 heeft [appellant] namens [partij] bij de raad een aanvraag ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een arbeidsgeschil van [partij]. Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij vonnis van 12 januari 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant [partij] in het gelijk gesteld en, voor zover hier van belang, de voormalige werkgever van [partij] veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon en de proceskosten van [partij]. De raad heeft bij het besluit van 4 oktober 2022 het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 13 april 2022 herroepen en de aan [partij] verstrekte toevoeging in stand gelaten. De raad heeft vastgesteld dat [partij] naar aanleiding van de gevoerde procedure een geldbedrag van € 16.370,27 heeft gekregen. Dit bedrag ligt boven het drempelbedrag van € 15.873,50 en dit zou in beginsel betekenen dat op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb, de toevoeging wordt ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:472
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202503035/1/A2

202503326/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Staphorst. Op 31 mei 2023 heeft [appellante] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens haar is de woning door een op 3 oktober 2019 verleende en op 27 november 2019 in werking getreden omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan in waarde verminderd. De vergunning is verleend voor het windpark Staphorst en maakt de realisatie van drie windturbines mogelijk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de planologische ontwikkeling voor [appellante] voorzienbaar was. Volgens haar volgt uit de conceptnotitie, opgesteld door WDS, dat er een plan is om 3 tot 4 windturbines in een nog te bepalen opstelling te realiseren in het aangewezen gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:457
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503326/1/A2

202504991/1/A2

Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft de examencommissie van het Talland College aan [appellante] het cijfer voor het Centraal Examen vmbo wiskunde, eerste tijdvak, vastgesteld en bekend gemaakt. [appellante] heeft in het schooljaar 2024-2025 een vmbo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan het Talland College Alkmaar gevolgd. Zij heeft in 2025 het centraal examen wiskunde, eerste tijdvak, afgelegd. Op 12 juni 2025 heeft de examencommissie haar bericht dat zij het vak niet heeft gehaald. [appellante] is tegen de vaststelling van het cijfer opgekomen. De examencommissie heeft op 3 juli 2025 besloten dat er geen herbeoordeling plaatsvindt. Bij e-mail van 7 juli 2025 heeft de examencommissie laten weten dat zij de mogelijkheden voor een herbeoordeling heeft verkend. De conclusie is dat er geen aanleiding is voor een herbeoordeling door een andere corrector. De Handreiking hoe te handelen inzake een geschil bij of na vaststelling van de score voor het Centraal Examen biedt daarvoor geen ruimte. Wel heeft de eerste examinator opnieuw naar de antwoorden gekeken en geen aanleiding gezien over te gaan tot aanpassing van de puntenscore.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:485
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504991/1/A2

202505552/1/A2

Bij beslissing van 2 juni 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het cijfer 0,0 toegekend aan een door [appellante] gemaakte opdracht en een waarschuwing gegeven wegens fraude. [appellante] volgt de bachelor Artificial Intelligence aan de VU. Voor het vak Computational Intelligence heeft zij vijf opdrachten moeten maken. Bij de examinator van het vak is het vermoeden gerezen dat zij bij opdracht 3 gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie, terwijl dit niet was toegestaan. Aan dit vermoeden heeft de examinator ten grondslag gelegd dat in de door [appellante] gegeven antwoorden de termen "Thought for 4 seconds", "Thought for 5 seconds" en "Thought for 7 seconds" staan, terwijl dit, gelet op de vraagstelling, niet passend is en deze termen mogelijk duiden op de tijd, waarbinnen de antwoorden door kunstmatige intelligentie zijn gegenereerd. De examinator heeft daarom op 29 april 2024 melding van een vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:459
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505552/1/A2

202505839/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [appellant] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Het tentamen waarvoor bij beslissing van 2 juli 2025 een onvoldoende beoordeling is gegeven, betreft de presentatie van [appellant] als onderdeel van het vak Smart Solutions Semester. De examinatoren hebben aan deze beslissing onder meer ten grondslag gelegd dat de uitvoering en vorm van de presentatie niet aan de vereisten voldoen. Het CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de onderwijs- en examenregeling (OER) geen verplichting bevat voor het opnemen van de presentatie. Tijdens de presentatie waren twee door de examencommissie aangewezen examinatoren aanwezig. Daarmee acht het CBE dat de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van de beoordeling is gewaarborgd. Tot slot komt het door de examencommissie gedane schikkingsvoorstel overeen met wat [appellant] zelf heeft voorgesteld. Het CBE acht het onder deze omstandigheden moeilijk te begrijpen dat [appellant] niet met het voorstel van de examencommissie heeft ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:405
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/1/A2

202505839/2/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [verzoeker] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Bij beslissing van 19 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Saxion Hogeschool zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door [verzoeker] daartegen ingestelde administratief beroep, voor zover dat de inhoudelijke beoordeling van het tentamen betreft, en voor het overige dat beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:406
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/2/A2
vorige pagina1...140141142...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon