Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.607
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202200761/1/A3

[appellanten] hebben, naar aanleiding van nieuwe bebording en handelsreclame aan het pand aan de [locatie] te Roermond, op 11 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen een eventueel nieuw verleende vergunning. Vervolgens hebben zij op 8 en 15 april 2020 de burgemeester van Roermond in gebreke gesteld omdat nog geen besluit was genomen op het bezwaarschrift. Vervolgens hebben zij, wegens het uitblijven van een besluit op het bezwaar, beroep ingesteld bij de rechtbank. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook had de rechtbank moeten vaststellen dat de burgemeester een dwangsom aan hen moet betalen. Daarnaast verzoeken zij de Afdeling om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook verzoeken zij om vergoeding van andere schade, omdat zij kosten hebben moeten maken voor het voeren van deze procedures.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1299
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200761/1/A3

202200762/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 9 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de inrichting gevestigd aan [locatie] in Roermond afgewezen. Bij afzonderlijke besluiten van 23 juli 2020 hebben het college en de burgemeester van Roermond, ieder voor zover bevoegd, beslist op de bezwaren van [appellant A] en [appellant B]. De burgemeester heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Het college heeft de bezwaren gegrond verklaard, maar is na heroverweging en nadere onderbouwing van de beslissing bij afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven. [appellant A] en [appellant B] hebben in 2018 ieder voor zich het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft die verzoeken afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Het college en de burgemeester zijn, ieder voor zover bevoegd, bij de afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven in hun beslissingen op bezwaar. [appellant A] en [appellant B] hebben daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1300
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200762/1/A3

202200769/1/A3

Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester van Roermond en het college van Roermond een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de exploitatie van een horecazaak in het pand van de [locatie] te Roermond afgewezen. Bij brief van 19 juli 2018 heeft [appellante] verzocht om handhaving ten aanzien van het pand [locatie] en [café]. Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester en het college dit verzoek afgewezen omdat geen overtredingen zijn geconstateerd. Het daartegen gemaakte bezwaar hebben de burgemeester en het college bij besluit van 10 augustus 2020 ongegrond verklaard. [appellante] heeft haar standpunt uitgebreid uiteengezet. De Afdeling wijst erop dat uit de artikelen 8:69 en 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet volgt dat de Afdeling in haar uitspraak op alle aangevoerde argumenten afzonderlijk moet ingaan. Hoewel de Afdeling alle argumenten heeft bezien, zal zij zich hierna beperken tot de kern van de door [appellante] naar voren gebrachte gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1301
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200769/1/A3

202200775/1/A3

[appellant A] en [appellant B] hebben de rechtbank Limburg verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 4 september 2020 en vergoeding van de door hen geleden schade. Voor de overzichtelijkheid van deze uitspraak zet de Afdeling eerst in stappen uiteen wat er in deze procedure is gebeurd. Vervolgens zal de Afdeling het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2021 beoordelen. [appellant A] en [appellant B] hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft dat verzoek afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Zij hebben vervolgens bij de rechtbank beroep ingesteld omdat het college volgens hen niet op tijd een besluit op hun bezwaar heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1302
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200775/1/A3

202200776/1/A3

[appellanten] hebben de rechtbank Limburg verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 juni 2019 en vergoeding van de door hen geleden schade. [appellanten] hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan de [locatie] in Roermond. Het college heeft dat verzoek afgewezen. [appellanten] hebben daar bezwaar tegen gemaakt en het college verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep. Het college heeft daarmee ingestemd. [appellanten] betogen dat de rechtbank het verzoek om herziening had moeten toewijzen. Als reden daarvoor hebben zij gewezen op de lange doorlooptijd van de besluitvorming en rechtspraak. Daarnaast hebben zij verzocht om vergoeding van geleden immateriële schade en geleden en nog te lijden materiële schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1303
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200776/1/A3

202201051/2/R1

Bij tussenuitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3477, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Gemert-Bakel opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat onder 6.2, 7.1 en 8.1 is overwogen, het besluit van 11 november 2021 te herstellen. Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak de bestemmingsplannen "Reparatie Gemert-Bakel Buitengebied 2021" en "Reparatie Gemert-Bakel Buitengebied december 2018" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1399
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202201051/2/R1

202201976/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [appellant] onder oplegging van dwangsom gelast de uitbreiding van de werktuigenberging, de veestalling en de hooiopslag, zoals deze in het rood zijn aangegeven op de bijlage bij het besluit, voor 1 september 2020 te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] heeft op 26 september 2017 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een werktuigberging en een veestalling en het bouwen van een hooiopslag op zijn perceel ingediend. Het college heeft die aanvraag afgewezen. De afwijzing van de aanvraag is met de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1114, in stand gebleven. [appellant] is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1407
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201976/1/R3

202202054/1/R3

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo aan Beter Wonen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 woningen op de percelen aan de Bavinkstraat 1a t/m 1a9 en Grotestraat 170 te Almelo. Het college heeft bij besluit van 27 mei 2019 aan Beter Wonen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 woningen op het perceel. Deze omgevingsvergunning heeft het college bij besluit van 31 augustus 2020 gewijzigd. De wijzigingen betreffen het smaller maken van twee woningen en wijzigingen in de gevelkozijnen van de vergunde woningen. Op 25 september 2020 heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Op 9 oktober 2020 heeft hij zijn bezwaar aangevuld. Het college heeft bij besluit van 1 maart 2021 zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee kan [appellant] zich niet verenigen en hij heeft daarom beroep ingesteld. In de uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het college het bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2019 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens de rechtbank kan [appellant] de overschrijding van de bezwaartermijn worden aangerekend. [appellant] kan zich daarmee niet verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1406
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202054/1/R3

202202512/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren gereageerd op een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij brief van 2 februari 2018 heeft [verzoeker] onder verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur bij het college informatie opgevraagd over integriteit van gemeentelijk personeel, in het bijzonder van [partij]. Onder de documenten die het college heeft aangetroffen bevinden zich documenten die betrekking hebben op de Stichting Reclame Commissie Echter Kermis. De RCEK is in 2009 opgericht en is een maatschappelijk initiatief. Zij bestaat uit onder meer kermisexploitanten en plaatselijke ondernemers ter promotie en sponsoring van de kermis in de gemeente Echt-Susteren. De voorzitter van de RCEK was destijds de wethouder in de gemeente Echt-Susteren die kermisactiviteiten in zijn portefeuille had. [partij] was de penningmeester van de RCEK. Hij was de marktmeester en ambtenaar voor kermiszaken in de gemeente Echt-Susteren. Op 9 juni 2016 is de RCEK in een stichting omgezet, waarbij een controle heeft plaatsgevonden van haar financiën.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1404
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202202512/1/A3

202202739/1/R1

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de functie van stalling/garage naar creatieve industrie van de loods op de locatie [locatie] in Amsterdam. Het project voorziet in wijziging van het gebruik van een bedrijfsruimte op een binnenterrein aan de [locatie] ten behoeve van creatieve industrie. De bedrijfsruimte was in gebruik als parkeergarage en het is de bedoeling om deze te transformeren naar een bedrijfsverzamelgebouw voor verschillende creatieve bedrijven. De bedrijfsruimte is alleen toegankelijk vanaf de Middenweg. Ter plaatse van het voorste gedeelte van de bedrijfsruimte, aan de zijde Middenweg, geldt de bestemming "Gemengd-1". [partij A] en anderen en [partij B] en anderen wonen in de directe nabijheid van de loods waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. De achterkant van hun woningen grenst aan het binnenterrein. Zij verzetten zich tegen de vergunde functiewijziging van het bedrijfspand, omdat zij vrezen dat dit hun woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1410
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202739/1/R1
vorige pagina1...1.2731.2741.275...12.561volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon