Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202302028/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk het handhavingsverzoek van [appellante] met betrekking tot de door haar gehuurde woning aan de [locatie] in Hoevelaken gedeeltelijk toegewezen. Bij brief van 4 mei 2020 heeft [appellante] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de Alliantie vanwege de bouwkundige staat van de woning aan de [locatie] in Hoevelaken. [appellante] diende het verzoek met name in vanwege problemen met het binnenklimaat van de woning. Ten tijde van het handhavingsverzoek huurde [appellante] de woning van de Alliantie. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het onderzoek van De Keurder zorgvuldig is en dat het college daar zijn besluit van 12 januari 2021 op mocht baseren. Op basis van het onderzoek van De Keurder kan niet worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan artikel 3.26 van het Bouwbesluit 2012. Zo ontbreken de gehanteerde meetmethodes en meetresultaten in het rapport. Het college heeft het besluit van 12 januari 2021 in zoverre onzorgvuldig voorbereid, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:488
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302028/1/R4

202302754/1/R3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen aan KPN B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de vervanging van een telecommast op de Van Limburg Stirumweg 8 in Oranjewoud. De omgevingsvergunning staat toe dat op het perceel een telecommast wordt gebouwd met daaromheen een hekwerk van 2,2 m hoog. Deze telecommast zal een bestaande telecommast op het perceel vervangen. De positie van de telecommast verplaatst daarbij naar het westen van het perceel. Door de vergunde telecommast te bouwen op deze nieuwe locatie voldoet deze niet aan de bouwregels uit het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Beschermd Dorpsgezicht Het Oranjewoud" (hierna: het bestemmingsplan). Het hekwerk is daarnaast hoger dan in het bestemmingsplan is toegestaan. De omgevingsvergunning staat deze afwijkingen van het bestemmingsplan toe. [appellant] heeft bezwaren tegen de verplaatsing van de telecommast omdat deze dichter bij zijn woning komt. Dit leidt volgens hem tot een hoger risico op gezondheidsschade en een vermindering van zijn uitzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:486
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302754/1/R3

202303217/1/A3

Bij besluit van 7 april 2020 heeft de burgemeester van Nijmegen een vergunning op grond van de Drank- en horecawet voor een horeca-inrichting geweigerd, de op 22 juli 2014 verleende vergunning ingetrokken en aan [appellanten sub 2] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant sub 2A] is sinds 2014 eigenaar en exploitant van [bedrijf] aan de [locatie] in Nijmegen. Op 22 juli 2014 heeft de burgemeester aan [appellant sub 2A] een vergunning op grond van de DHW verleend. Vanaf 1 juli 2018 vormen [appellanten sub 2] een vennootschap onder firma (geregistreerd op 30 augustus 2018). De vennootschap onder firma heeft op 21 november 2019 een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de DHW. Op 22 november 2019 heeft een controle in het café plaatsgevonden, waarvan de toezichthouder op 29 november 2019 een proces-verbaal heeft opgesteld. Mede op basis van dit proces-verbaal heeft de burgemeester de vergunning van 2014 ingetrokken, de gevraagde vergunning geweigerd en een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat het café per 1 mei 2020 moet sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:482
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303217/1/A3

202303749/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet van Tata Steel Packaging (Tata Steel) gewijzigd. Tata Steel heeft op 17 september 2021 een aanvraag ingediend om wijziging van de aan haar op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet. Aanleiding voor deze aanvraag is dat het vergunde additief RONASTAN, dat Tata Steel gebruikt in het productieproces, niet langer beschikbaar is. Zij wil in plaats daarvan het alternatieve additief QUAKERTIN toepassen. Dit alternatieve additief wordt op dezelfde wijze als het vergunde additief toegepast. De minister heeft bij besluit van 23 september 2021 positief beslist op de aanvraag van Tata Steel. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Tata Steel met het nieuwe additief voldoet aan de best beschikbare technieken (BBT) conclusies. Met het alternatieve additief zal de aard van de chemische gevolgen volgens de minister niet veranderen en daarmee ook niet de ecologische effecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:487
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202303749/1/R1

202303801/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen met betrekking tot, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] in Gendt. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Gendt. Haar perceel grenst aan dat van [partij] aan de [locatie 1]. [appellante] heeft het college verzocht handhavend op te treden wegens, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1]. Het college heeft het verzoek van [appellante] opgevat als een verzoek om handhavend op te treden wegens het storten van grond in strijd met het Bbk en wegens gebruik van gronden in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan de in het besluit van 22 februari 2022 neergelegde afwijzing ten grondslag gelegd dat het aanvoeren van grond op 31 december 2021 is gemeld bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De hoeveelheid gestorte grond is in overeenstemming met deze melding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:463
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303801/1/R1

202303815/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de burgemeester van Echt-Susteren een last onder bestuursdwang aan THT-Group opgelegd, strekkende tot sluiting van de bedrijfsruimten met bijhorende percelen aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Echt, voor de duur van twaalf maanden. THT-Group is actief in het uitvoeren van sloopprojecten en asbestsaneringen en huurder van de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] in Echt. Op 29 juli 2021 hebben medewerkers van de politie een onderzoek verricht in de bedrijfsruimten aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Van dit onderzoek is een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In deze bestuurlijke rapportage is te lezen dat in de bedrijfsruimten aan de [locatie 1] en [locatie 2] gezamenlijk een nettogewicht van 211.615,4 gram hennep en 13.479 gram hasj, groeimiddelen voor planten, materialen die worden gebruikt voor de opbouw van hennepplantages, goederen voor het verpakken van hennep en promotiemateriaal voor een coffeeshop zijn aangetroffen. Ook is tussen de bedrijfsruimte [locatie 2] en [locatie 3] een doorgang in de vorm van een gat in de muur gevonden. In de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] zijn geen drugs of daaraan gerelateerde goederen aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:484
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202303815/1/A3

202304226/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellant] om corrigerende maatregelen te treffen afgewezen. De gemeente Wageningen hanteert voor het innen van de parkeerbelasting op de parkeerterreinen Olympiaplein en Stadsbrink een systeem van kentekenparkeren. Dit houdt in dat een parkeerder via de parkeerautomaat of mobiele telefoon het kenteken van zijn auto registreert. Voor het eerste uur parkeren hoeft geen parkeerbelasting betaald te worden. Als een parkeerder aangeeft langer dan een uur te gaan parkeren, dan moet hij vooraf de parkeerbelasting voldoen. De controle op betaling van parkeerbelasting vindt plaats met gebruik van zogenoemde ‘handhelds’ door handhavers van de gemeente die kentekens van geparkeerde voertuigen invoeren. Als geen parkeerbelasting is verschuldigd, of als de parkeerbelasting van een gecontroleerd voertuig is betaald, worden de ingevoerde kentekengegevens na 48 uur verwijderd. Als de verschuldigde parkeerbelasting niet is betaald, dan worden de gegevens van de kentekenhouder opgevraagd voor het opleggen van een naheffingsaanslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:490
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304226/1/A3

202304734/2/R3

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2066, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "[locatie] te Leek" te herstellen, met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.4, geoordeeld dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad van de gemeente Westerkwartier het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid, omdat in het akoestisch onderzoek dat aan het plan ten grondslag lag ten onrechte niet is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad ervoor gekozen om met de nadere motivering van 3 september 2025 te onderbouwen waarom het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting ter plaatse van de woning, en dus niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat, van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:492
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202304734/2/R3

202304782/1/R4

Met het bestemmingsplan ‘Pavijen I-IV (ged.), herzien milieucategorieën’ wil de gemeente Culemborg de ‘zware bedrijvigheid’ verminderen op een deel van het bestaande bedrijventerrein Pavijen. De gemeenteraad heeft deze aanpassing doorgevoerd vooruitlopend op het plan om van het gebied rond het station van Culemborg een woon- en werkomgeving te maken. Enkele bedrijven die nu op die locatie zitten zijn het niet eens met dit bestemmingsplan en kwamen hiertegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De verlaging van de zogenoemde milieucategorie is volgens hen uitsluitend ingegeven door nog onzekere en onvoldoende concrete plannen voor woningbouw in en rondom het stationsgebied. Legaal bestaand gebruik wordt in beginsel in het bestemmingsplan bestemd. Als nieuwe planologische inzichten daarvoor aanleiding geven en het belang bij de nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien. In dat geval kan het bestaande legale gebruik onder het overgangsrecht worden gebracht als de gemeenteraad aannemelijk maakt dat dit gebruik op termijn zal worden beëindigd. Met het overgangsrecht wordt namelijk beoogd een tijdelijke situatie te overbruggen. In de uitspraak constateert de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeente nog geen bestemmingsplan heeft vastgesteld of omgevingsvergunning heeft verleend om de woningbouw rondom het stationsgebied planologisch mogelijk te maken. Er is dus geen concreet planologisch besluit op grond waarvan aannemelijk is dat de bestaande bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk op termijn zullen worden beëindigd. De gemeenteraad heeft toegelicht dat om praktische redenen is gekozen om dit bestemmingsplan vast te stellen vooruitlopend op de woningbouw, in de verwachting dat op korte termijn een omgevingsplan zou worden vastgesteld voor het stationsgebied. Maar praktische overwegingen zijn geen toereikende motivering om bestaand legaal gebruik weg te bestemmen en onder het overgangsrecht te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:493
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304782/1/R4

202305380/1/A3

De minister van Justitie en Veiligheid ging te ver met het stellen van twee beperkende voorschriften aan een re-enactment evenement tijdens het jaarlijkse Bevrijdingsfestival in Brielle. De uitspraak gaat over de toestemming die de korpschef van politie verleende voor een zogenoemd re-eanctment evenement tijdens het Bevrijdingsfestival in Brielle. Onderdeel daarvan is een 'Mock-battle' over de oorlogsjaren in Brielle in 1940-1945. Tijdens dit evenement wordt militaire gebeurtenissen uit die tijd zo historisch mogelijk nagespeeld. Stichting Bevrijdingsfestival Brielle vroeg op grond van de Wet wapens en munitie toestemming om acteurs in burgerkleding wapens te laten dragen tijdens de Mock-battle en daarbij ook Nazi-attributen te tonen. De korpschef, en later de minister, stelde daaraan enkele voorschriften, maar die beperken volgens de organisatie te veel. Doel van de Wet wapens en munitie is om de openbare orde en veiligheid te waarborgen door illegaal wapenbezit te bestrijden en legaal wapenbezit zo veel mogelijk te beheersen. Dat betekent dat de minister ook alleen met dat doel voor ogen voorschriften mag stellen. Het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is dat de minister bij twee voorschriften daarbij te ver ging. Zo stelde de minister beperkingen aan het tonen van Nazi-attributen omdat hij ongeregeldheden en gevoelens van angst en onrust bij het publiek wilde voorkomen. Maar dat is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een algemeen belang van openbare orde en legt geen verband met het specifieke doel dat de Wet wapens en munitie wil beschermen. De stichting krijgt op dit punt dus gelijk. In een ander voorschrift verbood de minister het dragen van wapens door acteurs in burgerkleding uit de jaren '40 en '45 tijdens de Mock-battle. Op de rechtszitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak in oktober jongstleden heeft de minister laten weten dat dit voorschrift te ver gaat en dat hij daartegen geen bezwaar meer heeft als de wapens direct na afloop van de Mock-battle worden ingenomen en acteurs met wapens zich niet mengen met publiek. Ook op dit punt krijgt de stichting gelijk. Een laatste voorschrift waartegen de stichting zich verzette blijft wel in stand. Dat voorschrift eist dat het evenement moet plaatsvinden volgens het reglement van het Landelijk Platform Levende Geschiedenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:461
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202305380/1/A3
vorige pagina1...122123124...12.396volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon