Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.199
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303190/1/V6

Bij brieven van 9 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen van [appellant A] en [appellant B] voor een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap, afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn broers en wonen beiden in het Verenigd Koninkrijk sinds hun geboorte op onderscheidenlijk [geboortedatum] 1970 en [geboortedatum] 1972. Omdat hun vader sinds 1966 door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit bezat, hebben zij bij hun geboorte van rechtswege de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ook zijn zij vanaf hun geboorte Brits staatsburger. [appellant A] en [appellant B] hebben ieder afzonderlijk in augustus 2021 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap. De minister heeft in brieven van 9 december 2021 aangegeven dat hij de verklaring niet kan afgeven, omdat [appellant A] en [appellant B] beiden het Nederlanderschap van rechtswege hebben verloren ingevolge artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die bepaling luidde tussen 1 januari 1985 en 1 april 2003 (hierna: artikel 15, aanhef en onder c, van de RWN (oud)).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2214
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303190/1/V6

202304896/1/A2

Bij beslissing van 16 februari 2023 heeft de examencommissie van het Instituut voor Bewegingsstudies van de Hogeschool Utrecht, namens het instellingsbestuur, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Fysiotherapie. Bij beslissing van 13 juni 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool Utrecht het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is op 1 februari 2021 gestart met de deeltijd bacheloropleiding Fysiotherapie aan de Hogeschool Utrecht. Op 16 februari 2023 heeft zij een BNSA gekregen, omdat zij niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van vijftig nieuwe studiepunten. [appellante] heeft vijf nieuwe studiepunten behaald en daarnaast een vrijstelling ontvangen voor dertig studiepunten. Aan de beslissing van 13 juni 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellante] vijf nieuwe studiepunten van het propedeutische jaar heeft behaald, terwijl de studievoortgangsnorm vijftig studiepunten bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2176
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304896/1/A2

202305841/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een verzoek van [appellant] om herziening van een besluit van 3 december 2021 afgewezen. Deze zaak gaat over de vraag of de CSG het verzoek om herziening terecht heeft afgewezen en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. De CSG heeft de aanvraag van 16 maart 2021 bij besluit van 23 september 2021 afgewezen, omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 3 december 2021 ongegrond verklaard. De CSG heeft in haar besluiten meerdere processen-verbaal van de politie over het gestelde geweldsmisdrijf betrokken. [appellant] heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen het besluit van 3 december 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2233
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305841/1/A2

202306657/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellant sub 2] een tegemoetkoming in planschade van € 9.500,00 toegekend. [appellant sub 2] is sinds 16 januari 2001 eigenaar van de woning met bijbehorend kantoorpand op de percelen aan de [locatie] te Angerlo. Op 12 maart 2019 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het provinciale inpassingsplan Windplan Bijvanck. Het inpassingsplan is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark van vier windturbines met een maximale tiphoogte van 185 m op een kortste afstand van 610 m in het ten zuiden en oosten van de onroerende zaak gelegen plangebied. Pure Energie heeft met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden om eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het inpassingsplan voor haar rekening te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2228
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306657/1/A2

202306808/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen.[appellante] heeft op 21 april 2021 een uitkering uit het fonds aangevraagd vanwege seksueel misbruik en mishandeling door haar broer tussen 1978 en 1992. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] geen aangifte heeft gedaan en ook geen andere objectieve aanwijzingen voor een geweldsmisdrijf heeft gegeven. De informatie van de huisarts en de sociaalpedagogisch hulpverlener zijn volgens de CSG geen objectieve aanwijzingen. Bij besluit van 23 december 2021 heeft de CSG de afwijzing gehandhaafd en zich op het standpunt gesteld dat ook het intakebericht van de psychologen van [appellante] geen objectieve informatie bevat over het geweldsmisdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2234
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306808/1/A2

202306851/1/A2

Bij brief van 20 oktober 2023 heeft [appellant] bij de Afdeling Bestuursrechtspraak een verzoek ingediend om de examencommissie van de Graduate School of Humanities van de Faculteit der Geesteswetenschappen te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden door een onrechtmatige beslissing van 24 mei 2022. [appellant] is in het studiejaar 2021-2022 gestart met de masteropleiding Philosophy aan de Universiteit van Amsterdam. In het eerste semester heeft hij de vakken History and Philosophy of the Humanities, Ethics and Politics of Surveillance and Privacy, Ontology: Historical Perspectives, Colloquium Philosophy, Theories of Justice en Threats to Autonomy: Manipulation, Nudging and Coercion afgerond. [appellant] heeft aan zijn verzoek om schadevergoeding ten grondslag gelegd dat hij door de onrechtmatige beslissing van 24 mei 2022 ten onrechte tot 1 november 2022 was uitgesloten van het afleggen van tentamens en het volgen van onderwijs. Niettemin heeft hij collegegeld betaald over de periode van 24 mei 2022 tot en met 31 augustus 2022. Daarnaast heeft hij een jaar studievertraging opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2222
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306851/1/A2

202306948/2/R3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 september 2023 in zaak nr. 22/3635. Het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2184
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306948/2/R3

202307035/1/A2

Bij beslissing van 24 januari 2023 heeft een examinator van de bacheloropleiding Fysiotherapie van de Hogeschool Utrecht aan het door [appellante] afgelegde toetsonderdeel ‘Pitch’ van de cursus ‘Beweegzorg in de Wijk’ een onvoldoende toegekend. Bij beslissing van 7 maart 2023 heeft de examencommissie het verzoek van [appellante] om de toets opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijke examinator niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is op 1 februari 2021 gestart met de deeltijd bacheloropleiding Fysiotherapie aan de Hogeschool Utrecht. Onderdeel van de propedeuse is de cursus ‘Beweegzorg in de Wijk’. Deze cursus bestaat uit een kennistoets, een verslag en een pitch die ieder afzonderlijk worden beoordeeld. [appellante] heeft de kennistoets en het verslag met voldoende resultaat afgelegd, maar de herkansing op 24 januari 2023 van haar pitch is door de examinator beoordeeld met een 5. Op 21 februari 2023 heeft [appellante] de examencommissie verzocht om haar pitch opnieuw te beoordelen omdat omstandigheden voorafgaand en tijdens de pitch een negatief effect hebben gehad op haar beoordeling. De examencommissie heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2175
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307035/1/A2

202307043/1/A2

Bij beslissing van 28 november 2022 heeft de examencommissie het verzoek van [appellante] voor een extra toetskans voor drie verschillende toetsen afgewezen. Het verzoek van [appellante] zag op de kennistoets EZ Musculoskeletale problematiek, de kennistoets Extramuraal CNA/RCA/ONCO en de kennistoets IZ Zorginstellingen. [appellante] heeft op 14 november 2022 de examencommissie verzocht om een extra toetskans voor de kennistoetsen EZ Musculoskeletale problematiek, Extramuraal CNA/RCA/ONCO en IZ Zorginstellingen uit het tweede studiejaar. Door privéomstandigheden en technische problemen heeft zij de toetsen niet optimaal kunnen maken. Vanwege een aandoening aan haar oog maakt [appellante] gebruik van de software Claroread. Voor een van de toetsen beschikte [appellante] niet over haar eigen computer. Voor de andere twee toetsen ondervond zij problemen met het gebruik van Claroread. Zij heeft daarom gebruik moeten maken van de aanwezige computer van de instelling in het calamiteitenlokaal. Claroread werkte volgens [appellante] niet goed op die computer. De examencommissie heeft het verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2177
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307043/1/A2

202307163/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 (hierna: het besluit) heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 19 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). Volgens de minister valt [appellant] namelijk niet onder de groep medewerkers en hun kerngezinsleden van een ten laste van de begroting van de minister van Buitenlandse Zaken of de begroting van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2243
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307163/1/V6
vorige pagina1...1.0571.0581.059...12.420volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon