Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205496/2/R2

Bij tussenuitspraak van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4429, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Goirle opgedragen om binnen 8 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 7.7 is overwogen, het besluit van 30 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.7 geoordeeld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit op bezwaar van 30 april 2021 niet op een deugdelijke onderbouwing en motivering berust. De Afdeling heeft daartoe overwogen dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de "Nota parkeernormen en uitvoeringsregels" van de gemeente Goirle van augustus 2011, wat betreft de wijze van verrekening, geen betekenis meer toekomt, niet inzichtelijk heeft gemaakt of in het licht van paragraaf 3.2.5 van de parkeernota de parkeerbehoefte van de sportschool mocht worden verrekend met de parkeerbehoefte van de fietsenwinkel, en onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen dan wel 1 parkeerplaats in de openbare ruimte in de directe omgeving van de sportschool kan worden opgevangen op een wijze waarbij sprake is van een aanvaardbare parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:601
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205496/2/R2

202205612/1/R1

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor de legalisatie van een overstek en doorlopende luifel op het adres [locatie A] in Zaandam. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [appellanten], dat aan de orde is in de uitspraak van heden in zaak nr. 202306246/1 (ECLI:NL:RVS:2026:526), zijn overtredingen op het perceel geconstateerd die meer omvatten dan waar het handhavingsverzoek op ziet, waaronder de in deze uitspraak aan de orde zijnde overstek aan de voorzijde van de woning [locatie A] en de doorlopende luifel tussen [locatie A] en [locatie B]. [belanghebbende] heeft op 22 april 2021 een aanvraag gedaan om de overstek en de doorlopende luifel te legaliseren. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn en heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor de overstek en de doorlopende luifel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:643
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205612/1/R1

202207125/1/A3

Het publieke belang van openbaarmaking van overheidsinformatie waaruit blijkt dat levende dieren aan een destructiebedrijf worden aangeboden is een zwaarwegend belang, omdat deze informatie inzicht geeft hoe wordt omgegaan met de voedselveiligheid en dierenwelzijn. Daarom mochten bedrijfsgegevens van desbetreffende veehouderijen openbaar worden gemaakt. Stichting Animal Rights had de toenmalige minister van LNV gevraagd om informatie openbaar te maken over destructiebedrijf Rendac. Het verzoek heeft onder andere betrekking op meldingen over welzijn en verwaarlozing van landbouwhuisdieren, meldingen van derden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over levende dieren tussen de kadavers en afschriften van waarschuwingen, boetes, boeterapporten en inspecties. Enkele veehouderijen verzetten zich daartegen. Zij vinden dat de minister hun bedrijfsgegevens, zoals het vestigingsadres, de bedrijfsnaam en het KvK-nummer, niet openbaar mag maken, omdat het om persoonsgegevens zou gaan. Zij vrezen voor sabotage en dierenrechtenactivisme. De informatie waar Animal Rights om heeft verzocht, heeft betrekking op de toezichthoudende taak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op voedselveiligheid en misstanden in de voedselketen. Het openbaar maken van informatie over de wijze waarop een toezichthouder toezicht houdt op bedrijven dient het publieke belang van een ‘goede en democratische bestuursvoering’. Openbaarmaking van deze informatie draagt bij aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. De gevraagde bedrijfsgegevens zijn milieu-informatie. Informatie over het aanbieden van levende dieren voor destructie zegt namelijk iets over de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens en de verontreiniging van de voedselketen. Hoewel de bedrijfsgegevens op zichzelf geen informatie bevatten over de toestand van elementen van het milieu, zijn ze in dit geval wel onlosmakelijk verbonden met de informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren. Dat is milieu-informatie. Openbaarmaking van zulke misstanden is weinig effectief als deze niet gerelateerd kunnen worden aan de bedrijfsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:607
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207125/1/A3

202207491/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Kust Westland" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op het strand van Molenslag in Monster en voorziet verschillende paviljoens van de mogelijkheid tot ondersteunende of ondergeschikte functiemenging. Het voorheen geldende bestemmingsplan maakte een strikte scheiding tussen strandpaviljoens met een horeca bestemming en een recreatiebedrijf zonder horeca. Met dit bestemmingsplan wordt van die strikte scheiding afgestapt. Westbeach Events B.V. is een kitesurfschool in het plangebied en kan zich niet met het plan verenigen, omdat zij vindt dat de horecamogelijkheden die het plan haar biedt te beperkt zijn, terwijl het plan wel ruimere recreatiemogelijkheden creëert voor de omliggende strandpaviljoens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:609
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207491/1/R3

202303567/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 8 van het destijds geldende Besluit versterking gebouwen Groningen besloten dat de woning van [appellant] op het adres [locatie] in Siddeburen voldoet aan de veiligheidsnorm. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Siddeburen, een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied. De NCG heeft op basis van enkele onderzoeken geconcludeerd dat dit het geval is. De staatssecretaris heeft daarom met zijn besluiten van 25 mei 2023 en 22 mei 2024 bepaald dat de woning van [appellant] niet voor versterking in aanmerking komt. [appellant] stelt dat de onderzoeken waarop de besluiten berusten onvoldoende aannemelijk maken dat zijn woning geen versterking behoeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:599
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303567/1/R1

202303828/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid beslist op een verzoek van de maatschap om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en enkele documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. In een brief van 29 november 2020 heeft de maatschap op grond van de Wob verzocht om "openbaarmaking van de namen van alle ondernemingen die met haar concurreren en staatssteun in de vorm van schaarse verhandelbare rechten hebben verkregen." De minister heeft dit opgevat als een verzoek om de openbaarmaking van alle besluiten waarbij hij op basis van de peildatum 2 juli 2015 ambtshalve fosfaatrechten heeft toegekend aan melkveebedrijven. De minister heeft uit de ongeveer 30.000 fosfaatbeschikkingen een selectie van zestien beschikkingen openbaar gemaakt, met uitzondering van in deze beschikkingen genoemde persoonsgegevens, relatie- en beschikkingsnummers en nummers van de Kamer van Koophandel. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is in te zien waarom de relatienummers van de geadresseerden van de fosfaatbeschikkingen en de beschikkingsnummers van de fosfaatbeschikkingen uit de openbaarheid moeten blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:600
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303828/1/A3

202306246/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellanten] van 20 augustus 2020 om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan het adres [locatie B] te Zaandam. In 2018 heeft de eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Zaandam (de woning), aan de zijde waar de woning aan het perceel van [appellanten] grenst, een dakopbouw geplaatst. [appellanten] hebben het college verzocht om tot handhaving over te gaan. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college hun brief van 20 augustus 2020 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om handhaving. Met deze brief is het college verzocht uitvoering te geven aan de last onder dwangsom van 13 november 2018. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college opnieuw op het bezwaar diende te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:526
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306246/1/R1

202306360/1/R3

Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] om de bij besluit van 20 mei 2021 opgelegde lasten onder dwangsom vanwege verschillende overtredingen op het perceel [locatie] in Reutum (kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, nummer 2010 en 2011; hierna percelen Q2010 en 2011) (gedeeltelijk) in te trekken, afgewezen. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek hebben op 1 en 3 december 2020 controles op het perceel plaatsgevonden. Daarbij hebben toezichthouders van de gemeente verschillende overtredingen geconstateerd. [appellant] heeft aangevoerd dat hij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij schade heeft geleden. Hij wijst daarbij op de kosten die hij heeft gemaakt om de overtredingen op zijn perceel te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:644
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306360/1/R3

202307145/1/R2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van Meierijstad de aanvraag van [appellante] om het bestemmingsplan "Veghel West, Deelgebied Eikelkamp-Hoogeind" voor het perceel [locatie 1] (hierna: perceel) in Veghel te wijzigen afgewezen. [appellante] was samen met haar echtgenoot eigenaar van het perceel [locatie 2] en van het perceel met daarop een voormalige garage, die behoorde bij [locatie 2]. In 1989 is onder bepaalde voorwaarden toestemming gegeven tot gebruik van die garage voor tijdelijke bewoning door de ouders van [appellante]. [appellante] is in 2013 gescheiden. Zij heeft toen haar echtgenoot uitgekocht, waarbij zij de volle eigendom verkreeg van [locatie 2]. Zij was in de veronderstelling dat zij daarmee ook de eigendom had verkregen van het perceel. De percelen bleken echter kadastraal te zijn gesplitst, als gevolg waarvan het perceel niet is genoemd in de eigendomsakte en niet in haar eigendom is overgegaan. Haar ex-echtgenoot is nog steeds mede-eigenaar van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:611
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307145/1/R2

202400523/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:605
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400523/1/A3
vorige pagina1...101102103...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon