Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 416
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500064/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. In het besluit heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:616
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500064/1/A2

202500377/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 24 januari 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de verzoeken van [dochter A], [dochter B] en [dochter C] (de dochters) om hun geslachtsnaam te wijzigen in [naam], de geslachtsnaam van hun moeder [moeder], toegewezen. De dochters van [appellant] hebben op 22 augustus 2022, toen zij alle drie meerderjarig waren, ieder afzonderlijk de minister verzocht om hun geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] naar de naam van hun moeder. De dochters hebben in hun verzoek toegelicht dat zij geen contact meer hebben met hun vader en dat het dragen van zijn achternaam een negatief gevoel geeft. De minister heeft de verzoeken van de drie dochters van [appellant] op 24 januari 2023 in drie afzonderlijke besluiten toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is er sprake van ouderverstoting en dat had de minister in de beoordeling van de verzoeken om geslachtsnaamwijziging moeten meewegen. [appellant] stelt dat de minister en ook de rechter te weinig kennis hebben over ouderverstoting en de effecten daarvan op slachtoffers, zodat zij wat hij hierover heeft aangevoerd niet juist hebben beoordeeld bij de beslissing op de verzoeken en zijn beroep daartegen. Ook betoogt hij dat de dochters de verzoeken niet uit vrije wil hebben gedaan, maar dat ze door hun moeder hiertoe zijn aangezet en dat de verzoeken daarom een uiting zijn van ouderverstoting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:638
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500377/1/A3

202500424/1/A2

Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het weggedeelte na Bouvignedreef 1 tot aan de Bouvignelaan in Breda afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod ingesteld voor de Huisdreef, de Stouwdreef en een gedeelte van de Bouvignedreef in Breda. Hotel Mastbosch en grand café Heeren van Oranje zijn gelegen aan de rand van het Mastbos aan de Burgemeester Kerstenslaan 20 te Breda. Old Brook Corner exploiteert het hotel. Het college, Staatsbosbeheer en Old Brook Corner zijn het erover eens dat de verkeersveiligheid, de natuur en het woon- en leefklimaat in dit gedeelde van het Mastbos onder druk staat door de hoge bezoekersaantallen. Staatsbosbeheer heeft het college verzocht gemotoriseerd verkeer door het bos te beperken en het parkeren in de bermen en op de rijbaan te voorkomen. Naar aanleiding daarvan heeft het college het verkeersbesluit genomen. Old Brook Corner kan zich niet vinden in het verkeersbesluit en heeft aangevoerd dat er onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel overblijven om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:602
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500424/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500424/1/A2

202500432/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 18 april 2007 eigenaar van het perceel met bebouwing aan de [locatie A] in Baarle-Nassau. [appellant] heeft het college op 18 februari 2021 verzocht om tegemoetkoming in planschade. Volgens [appellant] is hij in een nadeliger positie komen te verkeren als gevolg van het intrekkingsbesluit van 20 februari 2013, het bestemmingsplan "Dorpen", het bestemmingsplan "Dorpen 1e (correctieve) herziening" en het bestemmingsplan "Dorpen, 2e correctieve herziening" en lijdt hij ten gevolge daarvan schade in de vorm van waardevermindering van het perceel en inkomensderving. Ook is hij in een nadeliger positie komen te verkeren door de uitgebreide (bouw)mogelijkheden op het nabij gelegen perceel van de Albert Heijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade op goede gronden heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:627
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500432/1/A2

202500461/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning om de woning op de [locatie] te Den Haag te verbouwen tot twee zelfstandige woonruimten afgewezen. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2023 de aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning geweigerd, omdat de woning is gelegen in Rustenburg en Oostbroek, een gebied waar volgens artikel 5:6, zevende lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en Bijlage III van die verordening een verbod op woningvorming geldt vanwege negatieve gevolgen door woningvorming op de kwaliteit van de woonruimtevoorraad of voor het karakter, dan wel leefbaarheid in het gebied. Er bestaat daarbij volgens het college geen reden om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft vooropgesteld dat vóór 1 november 2015 in Den Haag geen woningvormingsvergunning nodig was voor het bouwkundig splitsen van woonruimten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zijn woning al vóór 2015 bouwkundig was gesplitst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:628
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500461/1/A2

202500478/1/A2

Bij besluiten van 11 april 2023 heeft de RDW de keuringsbevoegdheid van [appellant sub 1] en de erkenning van APK Station Nijmegen voor de categorie voertuigen tot en met 3.500 kg voor de duur van vier weken ingetrokken (de sanctie). [appellant sub 1] is keuringsmeester bij APK Station Nijmegen. Op 17 februari 2023 heeft een steekproefcontroleur van de RDW een steekproef gehouden bij APK Station Nijmegen. Hierbij viel het voertuig met kenteken [...] in de steekproef, nadat het voertuig voor de APK was afgemeld. Bij aankomst van de steekproefcontroleur werd nog aan het voertuig gesleuteld. Wanneer een auto is afgemeld en in de steekproef valt, is het niet toegestaan om in een periode van 90 minuten na de afmelding, de zogenoemde quarantainetijd, aan het voertuig te sleutelen. De RDW heeft aan de besluiten van 11 april 2023 ten grondslag gelegd dat in quarantainetijd is gesleuteld. Dit is een overtreding van artikel 87, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:641
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500478/1/A2

202500578/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist de Huis ter Heideweg in Zeist, ter hoogte van het viaduct over de A28, afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van lijnbussen. Huis ter Heide is een dorp in de gemeente Zeist. De gemeente wil hier, in een gebied tussen de A28 en de N237, twee woningbouwlocaties ontwikkelen. Ten behoeve van de ontsluiting van deze locaties via de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg wordt de Blanckenhagenweg vanaf de N238 verder in de richting van deze locaties doorgetrokken. In de huidige situatie wordt de Prins Alexanderweg ook gebruikt voor doorgaand verkeer van en naar het centrum van Zeist, via de Huis ter Heideweg, die door middel van een viaduct over de A28 doorloopt ten zuiden van de A28. Het college vindt dit onwenselijk in de nieuwe situatie. Het college heeft daarom het verkeersbesluit genomen om te bewerkstelligen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van de Amersfoortseweg en de N238. De fysieke afsluiting wordt vormgegeven als bussluis. Volgens de rechtbank zijn het onderzoek naar en de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:647
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500578/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500578/1/A2

202500626/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat zij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. Met de brief van 19 februari 2018 heeft de staatssecretaris aan [appellant] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 15 januari 2018 is gestart. De staatssecretaris heeft daarna de inburgeringstermijn een aantal keer verlengd. [appellant] moest uiterlijk op 28 juli 2023 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellant] niet op tijd aan deze plicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris haar een boete van € 1.250,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit terecht is en dat er geen reden is om de boete te matigen. Inmiddels is [appellant] alsnog ingeburgerd. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte de zitting niet heeft uitgesteld en uitspraak heeft gedaan op haar beroep. Zij had de rechtbank namelijk meegedeeld dat zij niet bij de zitting aanwezig kon zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:619
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500626/1/V6

202501637/1/A3

Bij besluit van 24 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland de nummering [A] en [B] ingetrokken van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen en voor het pand het nummer [A] vastgesteld. [appellant] is eigenaar van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen. Dit pand bestaat uit twee verhuurbare gebruiksdelen. Vanwege de inwerkingtreding van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen op 1 juli 2009 heeft het college bij formaliseringsbesluit van 23 juni 2009 voor het pand de nummering [A] en [B] toegekend. Het college heeft nummer [B] evenwel niet opgenomen in de BAG-registratie. In 2013 en 2021 heeft [appellant] het college erop gewezen dat de nummers [A] en [B] wel geregistreerd stonden in het kadaster. [appellant] heeft de beheerder van het kadaster verzocht om dit aan te passen in de BAG-registratie, maar het college bleek hiertoe bevoegd te zijn. Naar aanleiding van een onderzoek ter plaatse op 21 april 2021 heeft het college vastgesteld dat er maar sprake is van één verblijfobject als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder m, van de Wet BAG. Maar bij besluit van 28 december 2021, heeft het college alsnog, naast nummer [A] nummer [B] toegekend. Volgens een medewerker van de afdeling BAG zou naar aanleiding van een inpandige opname en controle van het archief blijken dat er toch twee verblijfsobjecten waren op basis van een tekening uit 1980.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:623
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501637/1/A3

202501783/1/A3

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de burgemeester van Barneveld aan Genot van Garderen B.V. een exploitatievergunning verleend. [appellant] woont op plusminus 12 tot 15 meter van brasserie en restaurant het Genot van Garderen aan de [locatie] in Garderen. De burgemeester heeft voor de horeca inrichting een exploitatievergunning verleend. [appellant] is het hiermee niet eens, omdat hij van mening is dat de verlening in strijd is met het ter plaatse van de horeca inrichting geldende bestemmingsplan "Garderen", vastgesteld door de raad van Barneveld op 12 november 2013 en hij geluids- en parkeeroverlast vreest. De burgemeester heeft hangende beroep een nieuwe exploitatievergunning verleend omdat een groter terras is aangevraagd. De vraag is of de burgemeester de beide exploitatievergunningen op goede gronden heeft verleend. Volgens de rechtbank is de verlening van de exploitatievergunning niet in strijd met het bestemmingsplan, omdat het Genot van Garderen, hoewel in de aanvraag café-restaurant staat, alles overziend geen avondhorecabedrijf is. De onderneming opent al om 10:00 uur, is niet na 00:00 uur ‘s nachts open en de hoofdactiviteit is de restaurant/brasseriefunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:622
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501783/1/A3
vorige pagina1...567...42volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon