Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 566
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501248/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren" vastgesteld. [appellant] heeft agrarische percelen nabij [locatie] in Susteren. [appellant] kan zich niet vinden in de toekenning van een bouwvlak op het perceel [locatie]. [appellant] vreest voor een beperking in zijn bedrijfsvoering, aangezien hij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Op 4 juni 2024 is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning aan de [locatie] waar eveneens door [appellant] tegen is opgekomen en die tot op heden nog niet onherroepelijk is. [maatschap] is gevestigd op het perceel en tevens vergunninghouder van de omgevingsvergunning van 4 juni 2024. Zowel de raad als [maatschap] voeren aan dat [appellant] niet-ontvankelijk is in het beroep aangezien hij zijn beroepschrift te laat heeft ingediend. Volgens de raad is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding, omdat de vergunning expliciet is benoemd in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen en [appellant] het vastgestelde plan had moeten raadplegen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg

202501259/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij drie afzonderlijke besluiten van 14 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant sub 2] drie boetes opgelegd van elk € 20.000,00 voor het in gebruik geven van drie woningen aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikten. [appellant sub 2] is eigenaar en verhuurder van de woningen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 8 november 2022 geconstateerd dat deze woningen in gebruik zijn gegeven zonder dat een huisvestingsvergunning aan de huurders was verleend. Volgens het college was een huisvestingsvergunning vereist omdat de woningen elk minder dan 185 huurpunten hebben. Op basis van de resultaten van de inspectie van de Haagse Pandbrigade heeft het college geconcludeerd dat [appellant sub 2] de woningen in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 (Hw) en artikel 2.2 van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hv 2019) aan personen in gebruik heeft gegeven zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete

202501500/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 30 januari 2024 (de Afdeling leest: 2025) heeft de burgemeester van Amsterdam opnieuw een besluit genomen op het bezwaar van [appellant]. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand aan de [locatie 1]-[locatie 2] in Amsterdam. Daarnaast was [appellant] bestuurder en enig aandeelhouder van Schoonmaak- en Uitzendorganisatie HBS B.V. (HBS) die in het bedrijfspand was gevestigd. Op 14 augustus 2018 is vanaf de openbare weg met een op een AK47 gelijkend automatisch vuurwapen enige tientallen keren op het bedrijfspand geschoten. Op dezelfde dag heeft de politie bij onderzoek aan de achterzijde van het bedrijfspand, eveneens aan de openbare weg, een op scherp staande handgranaat aangetroffen. De burgemeester heeft naar aanleiding hiervan het bedrijfspand bij besluit van 15 augustus 2018 vanaf 14 augustus 2018 voor onbepaalde tijd gesloten op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. Bij besluit van 20 december 2018 heeft de burgemeester het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding

202501555/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [appellante] is tussen 1990 en 1994 slachtoffer geworden van huiselijk geweld, bestaande uit mishandelingen, seksueel misbruik en bedreigingen met geweld, gepleegd door haar ex-partner. Daarvoor heeft zij verzocht om een uitkering uit het Schadefonds. De CSG heeft, ter uitvoering van de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1385, bij besluit van 1 oktober 2021 op grond van letselcategorie 4 een uitkering van € 10.000,00 toegekend. [appellante] heeft de CSG verzocht om een aanvullende uitkering uit het Schadefonds, te weten een uitkering behorende bij letselcategorie 5. Zij stelt dat haar psychische klachten sinds 1 oktober 2021 zijn verergerd.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

202501574/1/V2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Turkse nationaliteit. Hij was vóór de mislukte couppoging van 15 juli 2016, waarvoor de Turkse autoriteiten de Gülenbeweging verantwoordelijk houden, in Turkije actief voor die beweging. Om die reden is hij in 2019 gearresteerd en strafrechtelijk vervolgd. Appellant is in 2021 vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Nadat appellant had vernomen dat tijdens een verhoor van een vriend door de Turkse autoriteiten zijn naam ter sprake was gekomen, heeft hij in mei 2023 Turkije verlaten en op 18 mei 2023 in Nederland een asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij vreest dat hij bij terugkeer naar Turkije opnieuw zal worden gearresteerd en strafrechtelijk zal worden vervolgd. Tijdens zijn verblijf in Nederland is appellant erachter gekomen dat ook tijdens het verhoor van een andere vriend zijn naam is genoemd. De minister heeft geloofwaardig geacht dat appellant in Turkije strafrechtelijk is vervolgd wegens zijn betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Appellant valt daarmee onder de groep "(toegedichte) Gülenaanhangers" waarvoor een risicoprofiel geldt. De minister heeft zich echter op het standpunt gesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije opnieuw zal worden vervolgd.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501574/1/V2

202501753/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een schuld aan [schuldeiser] (schuldeiser en thans haar echtgenoot) van € 95.000,00. De minister heeft geweigerd deze schuld over te nemen, omdat sprake is van een informele schuld en niet aan de voorwaarden voor overname daarvan is voldaan. De afwijzing van deze aanvraag is in bezwaar gehandhaafd, omdat de informele schuld aan de schuldeiser niet is vastgelegd in een notariële akte of blijkt uit een rechterlijke uitspraak, zodat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 4.1, derde lid onder b, van de Wht. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat volgens de minister de huwelijkse voorwaarden van 2020 prevaleren boven de geldleningsovereenkomst van 2018, omdat deze later zijn opgesteld.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202501758/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 9 april 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] is sinds 20 juli 1994 voor 100% eigenaar van de woning aan [locatie] in Annerveenschekanaal (postcodegebied [...]). Op 5 maart 2023 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling ontvangen. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen, omdat de woning valt buiten het gebied waarvan is vastgesteld dat de waardedaling door gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg wordt veroorzaakt. Dit besluit van 9 april 2023 is gehandhaafd bij besluit van 19 maart 2024. De rechtbank is van oordeel dat de keuze van het Instituut voor het op abstracte (modelmatige) wijze berekenen van waardedaling van woningen in het aardbevingsgebied en de daarmee samenhangende bepaling van de omvang van het waardedalingsgebied volgens de methode van Atlas redelijk en aanvaardbaar is.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

202501829/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 8 januari 2022 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekening van de zorg- en huurtoeslag over 2019 vastgesteld op € 976,00 aan zorgtoeslag voor [appellant B] en € 3.168,00 aan huurtoeslag voor [appellant A] en [appellant B], en daarbij € 209,00 aan te veel ontvangen zorgtoeslag en € 356,00 aan te veel ontvangen huurtoeslag teruggevorderd. De zaak gaat over de definitieve berekening van de zorg- en huurtoeslag van [appellant A] en [appellant B] over 2019 en de terugvordering van in totaal € 565,00 aan te veel ontvangen toeslagen. [appellant A] en [appellant B] ontvangen een Wajong-uitkering, aangevuld met toeslagen en een bijstandsaanvulling tot het niveau van een echtpaar. Naar aanleiding van wijzigingen in de aangifte inkomstenbelasting heeft de Dienst Toeslagen meerdere malen, uiteindelijk vier keer, besluiten genomen over de hoogte van de zorg- en huurtoeslag over 2019. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de terugvorderingen waar deze zaak over gaat. De Dienst Toeslagen heeft de toeslagen herzien naar aanleiding van het definitief hoger vastgestelde gezamenlijke toetsingsinkomen van [appellant A] en [appellant B].

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202501843/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] voor het jaar 2023 een voorschot zorgtoeslag € 777,00, een voorschot kindgebonden budget van € 4.988,00 en een voorschot huurtoeslag van € 310,00 toegekend. Daarbij heeft de Dienst Toeslagen € 1.301,00, € 818,00 en € 371,00 aan te veel uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] ontving toeslagen ter aanvulling op haar inkomen. Naar aanleiding van wijzigingen in het vastgestelde toetsingsinkomen heeft de Dienst Toeslagen de eerder toegekende voorschotten herzien, wat heeft geleid tot terugvorderingen. De zaak gaat over de vraag of de Dienst Toeslagen de voorschotten zorg- en huurtoeslag en kindgebonden budget 2023 op goede gronden heeft herzien naar € 777,00 respectievelijk € 4.988,00 en € 310,00 en het te veel aan betaalde voorschotten heeft teruggevorderd.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202502082/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] tot overname van haar private schulden afgewezen. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de schuld bij de vader een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Daardoor kan niet worden vastgesteld of de schuld (nog) bestaat en wat daarvan de betalingsafspraken zijn. De door [appellante] overgelegde stukken zijn daartoe onvoldoende. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan kan worden afgeweken van het vereiste dat een informele schuld in een notariële akte moet zijn vastgelegd. [appellante] betoogt dat het tegenwerpen van het ontbreken van een notariële akte in strijd is met het doel van het herstelproces. Daarnaast heeft [appellante] wel een onderhandse akte overgelegd waaruit de schuld blijkt. Op grond van artikel 157, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is dit dwingend bewijs.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
vorige pagina1...567...57volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon