Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 566
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403922/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 7 oktober 2022, kenmerk 1013.75.268.T.SC.22.2, heeft de Belastingdienst/Toeslagen (thans: de Dienst Toeslagen) het kindgebonden budget van [appellant] over 2019 herzien naar € 1.150,00 en € 3.728,00 aan uitgekeerde voorschotten teruggevorderd. Deze zaak gaat over het kindgebonden budget dat [appellant] ontving voor twee van zijn kinderen. Een voorwaarde voor toekenning van het kindgebonden budget is dat [appellant] kinderbijslag ontvangt van de Sociale Verzekeringsbank. De SVB heeft bij besluit van 14 september 2022 de kinderbijslag van [appellant] met ingang van 31 maart 2019 vastgesteld op nihil. [appellant] heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen de besluiten van de SVB.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202404373/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluiten van 15 februari 2022 heeft de burgemeester van Venlo lasten onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] en [appellant B]. Volgens een bestuurlijke rapportage van de politie worden [appellant A] en [appellant B] verdacht van drugshandel op straat. Daarop heeft de burgemeester hun beiden een last onder dwangsom opgelegd om zich te onthouden van handelen in strijd met artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: de Apv). Ingevolge dit artikel is het onder meer verboden je op straat te begeven met het kennelijke doel drugs te verhandelen. Als ze de last overtreden verbeuren ze een dwangsom van € 5.000,- per overtreding met een maximum van € 20.000,-.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202404555/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft het college aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om de overtredingen op de percelen naast [locatie] in Hazerswoude-Dorp te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van percelen naast het adres [locatie]. Hij woont daar in een tot woning verbouwde boogkas. Op de percelen staat ook een zeecontainer en zijn bedrijfsmaterialen voor een stratenmakersbedrijf opgeslagen. Omdat er geen omgevingsvergunning voor het verbouwen van de boogkas is verleend en het gebruik van de percelen plaatsvindt in strijd met de beheersverordening "Buitengebied Rijnwoude 2015" heeft het college bij besluit van 28 juni 2022 een last onder bestuursdwang opgelegd tot het beëindigen van het strijdige gebruik en het verwijderen van de woonruimte, de zeecontainer en de opgeslagen bedrijfsmaterialen. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang op [appellant] zullen worden verhaald. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en daarna beroep ingesteld tegen het besluit van 23 november 2022 waarin het bezwaar ongegrond is verklaard.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404555/1/R3

202404629/1/V2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant is geboren op [geboortedatum] 2003 en heeft de Turkse nationaliteit. Zij heeft vóór de mislukte couppoging van 15 juli 2016, waarvoor de Turkse autoriteiten de Gülenbeweging verantwoordelijk houden, in Turkije onderwijs gevolgd aan verschillende aan die beweging verbonden scholen. Ook heeft zij religieuze bijeenkomsten van de Gülenbeweging, genaamd ‘sohbets’, bijgewoond. In 2021 is appellant met een studievisum van Turkije naar Peru gereisd, waar zij ruim een jaar en vier maanden heeft verbleven en vrijwilligerswerk in naam van de Gülenbeweging heeft verricht. Volgens appellant hebben de Turkse autoriteiten daar foto’s van haar genomen en hebben zij vervolgens in Turkije een foto van haar getoond aan de moeder van een vriendin. In 2022 is appellant naar Nederland vertrokken, waar zij inmiddels als vrijwilliger actief is voor de aan de Gülenbeweging verbonden stichting Animo. Verder is de vader van appellant in augustus 2016 in Turkije veroordeeld wegens betrokkenheid bij de Gülenbeweging en in maart 2023 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Appellant heeft over hem verklaard dat hij vóór de mislukte coup algemeen directeur was van een aantal aan de Gülenbeweging verbonden internaten en dat hij binnen die beweging de functie van ‘abi’, oftewel studentenleider, bekleedde.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404629/1/V2

202404797/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluiten van 15 april en 20 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging met betrekking tot de personele kosten voor de 222 schoolbesturen van basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs over de maanden augustus tot en met december 2022 (de overgangsperiode) vastgesteld. Deze procedure gaat over de vraag of de staatssecretaris in de Overgangsregeling het juiste bekostigingspercentage voor de overgangsperiode augustus-december 2022 heeft gehanteerd. Volgens de schoolbesturen had de staatssecretaris hen voor die overgangsperiode voor een evenredig deel, dus voor 41,67% (8,33% x 5 maanden), moeten toekennen. De overgangsperiode zou derhalve als afzonderlijke periode moeten worden bekostigd. Volgens de staatssecretaris hadden de schoolbesturen over de overgangsperiode evenwel slechts aanspraak op 34,55% aan bekostiging. Over de eerste zeven maanden van kalenderjaar 2022 hadden zij immers al 65,45% aan bekostiging ontvangen, zodat tezamen met de 34,55% over augustus-december 2022 volledige bekostiging over 2022 had plaatsgevonden.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404797/1/A2

202404909/1/V3

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 26 januari 2024 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak en de tussenuitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1632
Datum uitspraak
23 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404909/1/V3

202405234/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante een boete van € 900,- opgelegd vanwege overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De minister heeft aan [appellante] een boete van € 900,- opgelegd omdat is geconstateerd dat bij een asbestsanering is gewerkt met een werkbak zonder dat daarvoor een afzonderlijke melding via het daarvoor bestemde portaal was gedaan. Volgens de minister is dit een overtreding van het bepaalde in artikel 7.23d, vierde lid, van het Arbobesluit. Het geschil dat partijen verdeeld houdt is dat [appellante] meent dat hij niet gehouden is een afzonderlijke melding te doen en dat voldoende is dat hij het werken met de werkbak meldt via hetzelfde formulier als de melding voor het verwijderen van asbest.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete

202405371/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Het college van gedeputeerde staten van Fryslân heeft met het besluit van 1 februari 2005 op grond van de toen geldende Flora- en faunawet besloten dat verwilderde katten bejaagd mogen worden ter voorkoming van schade aan de fauna. Op 21 januari 2022 heeft de Stichting het college verzocht om deze opdracht in te trekken. Volgens de Stichting is de opdracht namelijk in strijd met meerdere uitgangspunten van de Nota Faunabeleid Fryslân van 26 mei 2021. Als een van de uitgangspunten geldt dat in het wild levende dieren slechts worden gedood of gevangen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt. Volgens de Stichting bestaat er een alternatief voor het bejagen van verwilderde katten, namelijk vangen, castreren, op een andere plaats terugzetten en chippen. Verder is het bejagen van verwilderde katten niet proportioneel, omdat niet bekend is hoeveel verwilderde katten er in Fryslân zijn en welke schade zij aanrichten. Tot slot stelt de Stichting dat er steeds minder maatschappelijk draagvlak is voor het afschieten van dieren. Het college heeft het verzoek van de Stichting om de opdracht in te trekken afgewezen, omdat deze opdracht uit 2005 onherroepelijk is en er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wnb. Volgens het college is er namelijk met het vaststellen van de Nota geen inhoudelijke wijziging van het beleid over het verjagen van verwilderde katten ingezet.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405371/1/A3

202405403/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Brakel-West" en het exploitatieplan "Brakel-West" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van maximaal 270 woningen mogelijk. Het plangebied is gesitueerd in de gemeente Zaltbommel, ten westen van het dorp Brakel. Het plangebied wordt begrensd door de Appelweg, tuinen van de woningen langs de Molensteeg, de Groenesteeg, de Weitjesweg en de Engsteeg. Binnen het plangebied zijn momenteel nog bedrijven gevestigd. In het bestreden plan zijn de bedrijfsactiviteiten wegbestemd en zijn de bedrijfswoningen bestemd als gewone woningen. Daarnaast is er onder meer ten noorden van het plangebied een bedrijf gevestigd.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland

202405731/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder geweigerd het bestemmingsplan "Landelijk gebied, [locatie] te Kraggenburg" vast te stellen. Op 31 augustus 2022 heeft [appellante B] een aanvraag ingediend voor wijziging van de agrarische bestemming op het perceel [locatie] in Kraggenburg voor de huisvesting van maximaal 150 arbeidsmigranten. [appellante C] is eigenaar van het perceel en [appellante A] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van [appellante B] en [appellante C] Naar aanleiding van de aanvraag heeft het college een ontwerpbestemmingsplan ten behoeve van de huisvesting van maximaal 144 arbeidsmigranten ter inzage gelegd. De raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen. [appellante A] en anderen voeren onder meer aan dat dit besluit onvoldoende is gemotiveerd.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Flevoland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405731/1/R1
vorige pagina12345...57volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon