Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 513
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501388/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek van [appellant] om handhaving tegen een overtreding van artikel 4.3, onder d, van de Keur voor waterschap Hollandse Delta afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [woonplaats]. Hij heeft op 6 april 2020 een verzoek gedaan om handhavend op te treden tegen een heg op het perceel aan de [locatie 2] in [plaats]. In het besluit van 6 oktober 2020 heeft het college het verzoek afgewezen omdat er geen overtreding was. Volgens het college stond de heg niet in de obstakelvrije zone en was de heg teruggesnoeid tot de toegestane hoogte van 75 centimeter. Het college heeft op 10 februari 2025 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Daarin staat dat het college overleg heeft gehad met de bewoners van het perceel. Naar aanleiding van dat overleg is een vergunning voor de heg aangevraagd. Op 7 november 2024 heeft het college die vergunning verleend en daaraan voorschriften verbonden. Het gaat om een heg tot maximaal 2 m hoog, die bij de uitweg maximaal 0,75 m hoog is over een afstand van 5 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5004
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202501388/1/R1

202501390/1/R1

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [woonplaats]. Hij heeft op 29 juli 2018 een verzoek gedaan om handhaving vanwege negen overtredingen van artikel 4.3 van de Keur voor Waterschap Hollandse Delta 2014. [appellant] betoogt terecht dat het college ten onrechte heeft nagelaten gelijktijdig een handhavingsbesluit te nemen over de heg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5001
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Zuid-Holland
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202501390/1/R1

202501511/1/R2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena geweigerd om een omgevingsvergunning te verlenen voor het renoveren van een gebouw op het perceel Keizersveer ongenummerd (kadastraal bekend gemeente Dussen, sectie R, nr. 2738). [appellante] is eigenaar van het perceel Keizersveer ongenummerd in Hank, kadastraal bekend als gemeente Dussen, sectie R, nummer 2738. Op het perceel rust op grond van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Natuur", de aanduiding "Waterstaat - Waterstaatkundige functie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - zeekleilandschap - eerste aanwaspolders". Ter plaatse is geen bebouwing toegestaan. Op het perceel staat sinds de jaren ’70 een bouwwerk, waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Op 17 juli 2023 is door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat ter plaatse zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden werden verricht. [appellante] heeft vervolgens een omgevingsvergunning aangevraagd voor het renoveren van het gebouw. Het bouwplan is met het bestemmingsplan in strijd, omdat ter plaatse uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4837
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501511/1/R2

202501824/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de uitvoering van werkzaamheden aan de Geldelozeweg in Hoorn. De gemeente heeft zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uitgevoerd aan de Geldelozeweg. De werkzaamheden bestaan, voor zover relevant, uit het verbreden en ophogen van de weg en het vervangen van het asfalt door beton. Voor legalisering van deze werkzaamheden heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "aanleggen" als bedoeld in van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. [appellant] en anderen wonen aan de Geldelozeweg en hebben bezwaar tegen de omgevingsvergunning. Volgens hen is de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan, omdat door de uitgevoerde werkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4910
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501824/1/R1

202502117/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van zijn woning aan de [locatie] in Kaatsheuvel. [partij] heeft werkzaamheden verricht om zijn woning te voorzien van een aanbouw en een dakopbouw. [appellant] woont daarnaast en heeft het college gevraagd de werkzaamheden aan de woning van [partij] te stoppen, omdat [partij] geen omgevingsvergunning heeft. Volgens [appellant] wordt de woning te groot en maakt dat inbreuk op zijn privacy. Een toezichthouder van de gemeente heeft geconstateerd dat een omgevingsvergunning vereist is voor de werkzaamheden. [partij] heeft deze vergunning vervolgens aangevraagd en het college heeft deze verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5025
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502117/1/R2

202502454/1/A3

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de burgemeester van Twenterand het pand en de bijbehorende schuren aan de [locatie] per 9 oktober 2023 voor zes maanden gesloten. Op 6 juni 2023 is de Sociale Recherche Twente onder leiding van een rechter-commissaris binnengetreden in de woning aan de [locatie] in Vroomshoop in het kader van een onderzoek naar uitkeringsfraude. [appellant] woonde toen in deze woning. Tijdens de huiszoeking is [appellant] gefouilleerd en is in zijn broekzak een zakje met een grotere hoeveelheid dan gebruikershoeveelheid witkleurige substantie, te weten 35,23 gram amfetamine, aangetroffen. Op de bar in de schuur van [appellant] zijn daarnaast een gripzakje met 2,56 gram amfetamine, twee weegschaaltjes en een grote hoeveelheid gripzakjes aangetroffen. Ook is er een kleine revolver met scherpe patronen in de schuur aangetroffen. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de woning van [appellant] gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De burgemeester heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat voldoende vaststaat dat hij, zijn gemachtigde en zijn bewindvoerder op de hoogte zijn geraakt van het besluit van 25 september 2023 en dat het besluit daarmee bekend is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5014
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502454/1/A3

202502786/1/R3

In het besluit van 13 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en beëindigd te houden door zijn ponton met (recreatie)woning, gelegen in de Alde Feanen, te verwijderen en verwijderd te houden uit het gehele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf '[naam] - Alde Feanen Boten'. Naast reparatie en onderhoud heeft [wederpartij] sinds 2019 een ponton met daarop een opbouw afgemeerd in het water. [wederpartij] verhuurt deze als recreatiewoning. Het gaat in deze zaak om de vraag of de ponton met opbouw een bouwwerk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4995
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502786/1/R3

202502847/4/A3

De gemeente Weert mag 1.105 e-mails van een oud-burgemeester openbaar maken. Dagblad De Limburger had op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van de e-mails van de voormalig burgemeester gevraagd, maar die verzette zich daartegen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zijn bezwaren ongegrond. In december 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak al een tussenuitspraak in deze zaak. Daarin oordeelde zij dat er in het oorspronkelijke besluit een bevoegdheidsgebrek zat. Voor zover het Woo-verzoek van De Limburger is gericht op e-mails die alleen aangelegenheden van de burgemeester betreffen, is niet het college van B&W, maar de huidige burgemeester bevoegd om te beslissen op het verzoek. Het college van B&W moest het verzoek daarom doorsturen aan de huidige burgemeester. Die besloot, mede namens het college van B&W, dat de e-mails openbaar gemaakt konden worden. Tegen dat besluit kwam de oud-burgemeester in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens hem heeft de huidige burgemeester de opdracht in de tussenuitspraak niet goed uitgevoerd en heeft hij geen gelegenheid gekregen om zijn veiligheidssituatie toe te lichten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt nu in de einduitspraak dat aan de opdracht in de tussenuitspraak is voldaan. Het college van B&W heeft het verzoek aan de huidige burgemeester doorgezonden. De huidige burgemeester heeft kennisgenomen van alle e-mails en heeft daar vervolgens, mede namens het college van B&W, een besluit over genomen. Daarmee is het bevoegdheidsgebrek hersteld. Ook heeft de burgemeester zijn voorganger voldoende gelegenheid geboden om zijn zorgen naar voren te brengen over zijn veiligheid. Zo is de oud-burgemeester door zowel het college van B&W als de huidige burgemeester apart 'gehoord' over de voorgenomen openbaarmaking van de e-mails. Ook is hij tijdens de hele procedure een aantal keer in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt over zijn veiligheid toe te lichten, maar daarvan heeft de oud-burgemeester geen gebruikgemaakt. Hij heeft daarbij alleen verwezen naar enkele e-mails, maar heeft niet uitgelegd waarom openbaarmaking van deze e-mails tot veiligheidsrisico's zou leiden. De inhoudelijke bezwaren van de oud-burgemeester tegen het openbaar maken van zijn oude e-mails slagen dus niet. De e-mails mogen daarom openbaar worden gemaakt. Op één punt krijgt de oud-burgemeester wel gelijk. Hij heeft recht op een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt in de bezwaarfase.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4988
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502847/4/A3

202502959/1/R1

Bij besluit van 22 november 2022 is het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer overgegaan tot invordering bij [appellant] van € 31.000,00 aan verbeurde dwangsommen. Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college [appellant] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het adres [locatie] in Badhoevedorp uiterlijk op 1 december 2021 te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 15.500,00 per overtreding, dus een maximum van € 31.000,00. Het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar is bij besluit van 17 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen door [appellant] ingestelde beroep is bij uitspraak van 2 juni 2023 ongegrond verklaard. Op 23 maart 2022 is door een toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat de aanbouw door de neef van [appellant] en zijn vriendin wordt bewoond. Op 14 oktober 2022 is door deze toezichthouder vastgesteld dat de aanbouw er nog ongewijzigd staat, het appartement volledig is ingericht met een woonkamer, een slaapkamer, een keuken en badkamer/toilet en dat dit door de neef van [appellant] en zijn vriendin wordt bewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5019
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502959/1/R1

202503631/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden het verzoek van [appellant] en anderen op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. [appellant] en anderen hebben bij het college een verzoek gedaan op grond van de Woo. Het verzoek ziet op een schouwrapport van 2023 ten aanzien van de Bezembinderssloot in Bunnik. In het verzoek staat ook dat als er geen schouw is uitgevoerd, er wordt verzocht om toezending van de laatste schouw ten aanzien van deze sloot. Het college heeft geen schouwrapport overgelegd. Dit rapport bestaat volgens het college niet omdat een schouw alleen wordt gedaan bij watervoerende sloten en Bezembinderssloot geen watervoerende sloot is. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Het besluit van 12 januari 2024 was onzorgvuldig genomen omdat daarbij niet de informatie openbaar gemaakt was waar [appellant] en anderen om hadden verzocht. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten, omdat zij het aannemelijk acht dat het gevraagde schouwrapport niet onder het college berust. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het aannemelijk is dat het schouwrapport niet (meer) onder het college berust.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4999
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503631/1/A3
vorige pagina1...282930...52volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon