Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 525
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500792/2/R3 en 202503460/2/R3

Bij brief, ingekomen op 16 april 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J. Gundelach als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van de zaken met nummers 202500792/1/R3 en 202503460/2/R3 (hoofdzaken). Bij brief van 6 februari 2026 is [verzoeker] uitgenodigd voor een zitting op 17 april 2026 voor de behandeling van de hoofdzaken. Omdat hij in Duitsland woont, heeft hij bij brief van 5 april 2026 verzocht om digitaal deel te nemen. Dit verzoek is bij brief van 9 april 2026, door [verzoeker] per post ontvangen op 15 april 2026, afgewezen gelet op de voorgeschiedenis van deze procedures. De Afdeling deelt niet het standpunt van [verzoeker] dat de staatsraad vooringenomen en partijdig is, of de schijn daarvan heeft gewekt. De afwijzingen van de verzoeken om de zitting (deels) digitaal te laten plaatsvinden, uit te stellen of achterwege te laten, zijn processuele beslissingen. Dit geldt ook voor de overige handelingen en beslissingen waar [verzoeker] over klaagt, waaronder de mogelijkheid om omvangrijke en technisch ingewikkelde stukken buiten beschouwing te laten, de al dan niet voldoende duidelijk geboden termijn om gronden aan te voeren en de keuze om via post te corresponderen. De vraag of deze beslissingen juist zijn en deugdelijk zijn gemotiveerd, staat niet ter discussie in de wrakingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2523
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Wraking
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202500792/2/R3 en 202503460/2/R3

202501711/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het berekeningsjaar 2021 herzien en definitief vastgesteld op nihil, waarbij het betaalde voorschot van € 3.924,00 (inclusief € 225,00 aan rente) is teruggevorderd. [appellant] heeft over 2021 een bedrag van € 3.699,00 aan voorschotten huurtoeslag ontvangen. Deze voorschotten zijn toegekend op basis van een geschat jaarinkomen van € 0,00. De Dienst Toeslagen heeft vervolgens een melding uit de Basisregistratie Inkomen (BRI) gekregen dat [appellant] over 2021 een rendementsgrondslag had van € 51.281,00. [appellant] heeft in 2019 een uitkering ontvangen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een deel van deze uitkering betreft een schadevergoeding voor advocaatkosten. De uitkering zou oorspronkelijk periodiek worden uitbetaald in de vorm van inkomen in box 1 van 2014 tot en met maart 2020, maar is voor de terugliggende periode in één keer uitbetaald en daardoor door de Dienst Toeslagen aangemerkt als vermogen in box 3. Omdat daardoor het vermogen van [appellant] op 1 januari 2021 de vermogensgrens van € 31.340.00 overschreed, heeft de Dienst Toeslagen het recht op huurtoeslag over 2021 definitief vastgesteld op nihil. De betaalde voorschotten van € 3.924,00 (inclusief € 225,00 aan rente) zijn teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2587
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501711/1/A2

202501800/1/A3

Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk ingewilligd. Bij brief van 15 september 2023 heeft [appellant] met een beroep op artikel 5.5 van de Woo het college verzocht om verstrekking van hem betreffende documenten. Het college heeft dit verzoek deels ingewilligd, en verder de verstrekking geweigerd voor zover de documenten al openbaar zijn of al aan hem zijn verstrekt. Het college heeft bij besluit van 16 april 2024 het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de weigering van de verstrekking onvoldoende heeft gemotiveerd door enkel te verwijzen naar een eerder besluit op een inzageverzoek van [appellant] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De rechtbank heeft het besluit daarom vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ter zitting deze motivering alsnog gegeven door toe te lichten dat de stukken waar [appellant] om heeft verzocht voor een deel overeenkomen met de stukken in het AVG-verzoek, en dat die onder de Woo op dezelfde wijze aan [appellant] zouden worden verstrekt als onder de AVG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2568
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501800/1/A3

202502789/1/R3

Bij besluit van 16 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda de door Douglas aangevraagde omgevingsvergunning voor het samenvoegen en herindelen van twee winkelpanden gelegen aan [locatie 1] in Gouda geweigerd. [appellante] is eigenaar van het winkelpand aan de [locatie 1] in Gouda. In dit winkelpand is in 1996 op de begane grond een binnenwand geplaatst, waardoor twee ruimtes ontstonden: het winkelpand [locatie 2] en het winkelpand [locatie 3]. Het winkelpand [locatie 2] werd verhuurd aan Douglas. Het winkelpand [locatie 3] werd verhuurd aan een andere winkel. Nadat de huurder van het winkelpand [locatie 3] de huur had beëindigd, heeft Douglas de binnenwand verwijderd om één winkelruimte te creëren. Douglas heeft op 24 oktober 2018 een omgevingsvergunning voor het samenvoegen en herindelen van twee winkelpanden aangevraagd. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd, omdat het bouwplan volgens het college in strijd is met de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad Oost".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2571
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502789/1/R3

202502790/1/R3

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda de door [wederpartij] aangevraagde omgevingsvergunning voor het legaliseren van de verwijdering van de binnenwand tussen twee winkelpanden op de percelen aan de [locatie 1]-[locatie 2] in Gouda geweigerd. [wederpartij] is eigenaar van het winkelpand aan de [locatie 1]-[locatie 2] in Gouda. In dit winkelpand is in 1996 op de begane grond een binnenwand geplaatst, waardoor twee ruimtes ontstonden: het winkelpand [locatie 1]-[locatie 3] en het winkelpand [locatie 2]. Het winkelpand [locatie 1]-[locatie 3] werd verhuurd aan Parfumerie Douglas Nederland B.V. Het winkelpand [locatie 2] werd verhuurd aan een andere winkel. Nadat de huurder van het winkelpand [locatie 2] de huur had beëindigd, is de binnenwand verwijderd om één winkelruimte te creëren. [wederpartij] heeft op 22 februari 2023 een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de al verwijderde binnenwand aangevraagd. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd, omdat het bouwplan volgens het college in strijd is met de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad Oost".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2567
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502790/1/R3

202503336/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een boete van € 12.570,00 opgelegd aan [appellante] wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen van omwonenden hebben toezichthouders van de gemeente op 1 november 2022 de woning bezocht en daarvan een rapport van bevindingen op ambtsbelofte opgemaakt. Daarin is geconstateerd dat het appartement is omgezet in drie onzelfstandige woonruimten, die zijn (onder)verhuurd aan drie bewoners, zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. [appellante] heeft een huurcontract gesloten met twee bewoners. De derde bewoner is niet vermeld in het huurcontract. Het college heeft geconcludeerd dat uit het rapport van bevindingen en het beeldverslag volgt dat er drie slaapkamers zijn en de drie bewoners (internationale) studenten zijn. Zij hebben verklaard dat zij de woning via een advertentie op Kamernet hebben gevonden en dat [appellante] wist dat de woning door drie personen werd betrokken. [appellante] voert aan dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat sprake is van het omzetten van een woning in een studentenhuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2593
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202503336/1/A2

202503349/1/A2

Bij besluiten van 15 november 2023, 22 november 2023 en 13 december 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om private schulden van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om besluiten die zijn genomen op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire en heeft daarvoor een schadevergoeding ontvangen. Daarnaast heeft zij een aantal aanvragen ingediend voor overname van private schulden. Het gaat om een schuld die in België via een schuldbemiddelingsregeling is afbetaald van € 15.711,00 en om vier andere schulden van respectievelijk € 1.355,00, € 360,17, € 169,49 en € 780,00. De minister heeft geweigerd deze schulden over te nemen, omdat de schulden uit de Belgische bemiddelingsregeling al zijn voldaan, er bij een andere schuld geen sprake is van een (dreigende) opeisbare hoofdsom en voor de overige schulden geen omstandigheden zijn aangevoerd, die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De minister heeft de afwijzing van deze aanvragen in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2592
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503349/1/A2

202503369/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan [vleesveehouderij] een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor de uitbreiding en exploitatie van een melkrundveehouderij aan de [locatie 1] in Zoeterwoude. [vleesveehouderij] exploiteert een melkrundveehouderij. Het bedrijf is gevestigd op twee locaties: aan de [locatie 1] in Zoeterwoude en aan de [locatie 2] in Zoetermeer. [vleesveehouderij] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de uitbreiding van de veehouderij aan de [locatie 1]. Die uitbreiding leidt na intern salderen met de eerder verleende natuurvergunning van 15 juni 2018 voor deze locatie tot een toename van stikstofdepositie in zes Natura 2000-gebieden. In de aanvraag is aangegeven dat die toename wordt gemitigeerd door inzet van extern salderen met de gehele milieutoestemming van de locatie aan de [locatie 2] in Zoetermeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2584
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202503369/1/R2

202503537/1/A2

Bij besluit van 17 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel de aanvraag van [appellante] om ruimhartige compensatie afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend in het kader van de Beleidsregels ‘ruimhartig compenseren’ Krimpen aan den IJssel 2022. Deze compensatieregeling geeft uitvoering aan artikel 2.21, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Op grond van die bepaling kan het college gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire brede ondersteuning bieden op de leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Deze ondersteuning wordt verleend op basis van een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak dat is gericht op het maken van een nieuwe start. De aanvraag is afgewezen omdat het volgens het college een tweede aanvraag betrof die op grond van de toen geldende beleidsregels niet opnieuw werd beoordeeld. Bij het besluit op bezwaar heeft het college alsnog een vergoeding van € 7.610,00 aan [appellante] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2591
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503537/1/A2

202503539/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] om huurtoeslag voor de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022 afgewezen. Deze uitspraak gaat over de vraag of Dienst Toeslagen terecht geen huurtoeslag heeft toegekend aan [appellant] voor de periode van 1 september 2022 tot en met 31 december 2022. Daarbij gaat het in het bijzonder om de vraag of geen recht op huurtoeslag bestaat, omdat de woning op het adres [locatie] te Wergea, een woonboot, geen onroerende zaak is. [appellant] heeft per 1 september 2023 huurtoeslag aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het recht op huurtoeslag is vereist dat de woning kwalificeert als onroerende zaak. De woonboot is niet duurzaam met de grond verenigd en daarom geen onroerende zaak zoals bedoeld in artikel 3:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [appellant] wordt daarbij gelijk behandeld als andere aanvragers van huurtoeslag die op een woonboot wonen. Een woning die kwalificeert als onroerende zaak is daarbij geen gelijk geval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2582
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503539/1/A2
vorige pagina1...141516...53volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon