Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 566
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202600451/1/R3 en 202600451/2/R3

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht aan Stichting Rhiant (Rhiant) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor zorgappartementen (de zorgappartementen) op de Gerard Alewijnsstraat 19A-1 t/m 19A-11, 19B-1 t/m 19B-12 en 19C-1 t/m 19C-10 in Hendrik-Ido-Ambacht. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een gebouw met zorgappartementen mogelijk. Op het terrein waar het gebouw is voorzien stond in het verleden een school. De school is ongeveer 10 jaar geleden gesloopt. Sindsdien is het terrein onbebouwd. Het vergunde gebouw wijkt op een aantal punten af van de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Centrum". Er wordt namelijk voor een deel gebouwd buiten het bouwvlak. Met de omgevingsvergunning worden deze afwijkingen van het bestemmingsplan vergund. [verzoeker] woont op de [locatie 1] in Hendrik-Ido-Ambacht. Het perceel van deze woning ligt op minder dan 10 m van het terrein waarop het gebouw mogelijk wordt gemaakt. [verzoeker] is daarnaast eigenaar van de garage op de [locatie 2]. Deze ligt op ongeveer 7 m van de parkeerplaatsen die bij het gebouw voor de zorgappartementen zijn voorzien. Zij kan zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning omdat zij onder meer vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat. Daarnaast kan zij zich niet vinden in de manier waarop het college is omgegaan met een brief die door een buurtcomité aan het college is verzonden in reactie op de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1652
Datum uitspraak
24 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600451/1/R3 en 202600451/2/R3

202002101/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch de aanvraag van de maatschap om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt afgewezen. De zaak gaat over een afgewezen aanvraag van de maatschap van 28 november 2017 om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt aan de [locatie] in ’s-Hertogenbosch. De maatschap wil de bouwmarkt uitbreiden van 4.400 m² winkelvloer oppervlakte (wvo) naar ongeveer 8.000 m² wvo en vernieuwen met een ruimer aanbod, waaronder een tuincentrum, een drive-in en een ruimte voor doe-het-zelf masterclasses. Deze uitbreiding past zowel wat betreft de oppervlakte als het voorgenomen gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan "Orthenpoort", gezien de omvang van het bouwvlak, het vlak met de functieaanduiding "detailhandel volumineus" en het maximum bebouwingspercentage op de verbeelding. Volgens de maatschap is er marktruimte voor die uitbreiding en had het college de omgevingsvergunning redelijkerwijs moeten verlenen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202002101/1/R2

202201957/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de raad van de gemeente West Betuwe het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" vastgesteld. De raad van de voormalige gemeente Geldermalsen heeft met het oog op de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet ervoor gekozen om het planologisch regime te vernieuwen voor het hele buitengebied, mede omdat een groot deel van het plangebied nog viel onder een bestemmingsplan uit 2006. Ook moet onder andere het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland in het plan worden vertaald. In het plan is voornamelijk de bestaande situatie vastgelegd, maar het plan biedt ook de mogelijkheid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen via afwijkingsbevoegdheden in de planregels. Ook zijn nieuwe initiatieven die kenbaar zijn gemaakt en reeds voldoende concreet waren en ruimtelijk aanvaardbaar, meegenomen bij de vaststelling van het plan.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202201957/1/R4

202203114/1/A3, 202300412/1/A3, 202301224/1/A3, 202306765/1/A3, 202306766/1/A3 en 202405435/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij zes afzonderlijke besluiten van 6 november 2020, 15 januari 2021, 6 november 2020, 14 mei 2021, 15 januari 2021 en 26 februari 2021 heeft de minister aan onderscheidenlijk [bedrijf A], [appellante sub 2], [appellante sub 3], [appellante sub 4], [appellante sub 5] en [bedrijf B] (hierna tezamen: de online verkopers) bestuurlijke boetes opgelegd voor overtreding van artikel 40, tweede lid, en artikel 84, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De online verkopers verkopen verschillende producten, die volgens hen moeten worden aangemerkt als voedingssupplementen. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit hebben geconstateerd dat de online verkopers de Gnw hebben overtreden, omdat zij de producten op hun websites hebben gepresenteerd als geneesmiddel zonder de daarvoor benodigde handelsvergunning. Ook zouden de online verkopers hebben gehandeld in strijd met het verbod in de Gnw om reclame te maken voor geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt. De minister heeft daarom aan de online verkopers boetes opgelegd voor overtreding van artikel 40, tweede lid, en artikel 84, eerste lid, van de Gnw. De totale boetes in de zes zaken varieerden van € 7.500 tot € 255.000.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202203114/1/A3, 202300412/1/A3, 202301224/1/A3, 202306765/1/A3, 202306766/1/A3 en 202405435/1/A3

202204708/2/A2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast. Bij dertien afzonderlijke besluiten van 22 april 2021 en bij besluit van 29 december 2021 heeft het college beslist op de daartegen gemaakte bezwaren van [verzoeker A], [verzoeker B], [verzoeker C], [verzoeker D], [verzoeker E], [verzoeker F], [verzoeker G], [verzoeker H], [verzoeker I, [verzoeker J, [verzoeker K], [verzoeker L] en [verzoeker M], respectievelijk van [verzoeker N]. Bij uitspraak van 17 juni 2022 heeft de rechtbank de daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak hebben de exploitanten gezamenlijk hoger beroep ingesteld (zaaknummer 202204708/1/A2). Daarbij hebben de exploitanten verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling heeft bij uitspraak van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1389, het hoger beroep van de exploitanten ongegrond verklaard. In deze uitspraak beslist de Afdeling op het bovengenoemde verzoek om schadevergoeding.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

202205411/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 5 oktober 2021, op schrift gesteld op 8 oktober 2021, heeft de burgemeester van Gorinchem de woning van [appellant sub 2] met toepassing van spoedeisende bestuursdwang voor twee weken gesloten. B[appellant sub 2] woonde samen met zijn inmiddels overleden vrouw en zijn zoon, [zoon], in de woning aan de [locatie] in Gorinchem. Op 5 oktober 2021 is de woning van [appellant sub 2] doorzocht op grond van de Wet wapens en munitie. Van de doorzoeking is op 11 oktober 2021 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In de slaapkamer van [appellant sub 2] zijn 0,9 gram cocaïne, verpakt in twee zogenoemde ‘ponypacks’, en tien lege wikkels, waarvan ambtshalve bekend is dat deze gebruikt worden voor het verpakken van verdovende middelen, aangetroffen. Op de zolderkamer, waar de zoon van [appellant sub 2] sliep, is 4,1 gram MDMA aangetroffen, verpakt in twee zakjes met elk vijf pillen. Ook zijn een alarmpistool met knalpatronen en € 4.400,00 aan contanten op de zolderkamer aangetroffen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs

202205473/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluiten van 28 februari 2005 en 10 maart 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode (tegenwoordig: het college) aan [appellant sub 1] respectievelijk aan [appellant sub 2] aanlegvergunningen verleend voor het dempen en aanleggen van diverse sloten/watergangen en het egaliseren en draineren van diverse percelen gelegen nabij het Morgenstraatje en de Slophoosweg in Sint-Oedenrode. De rechtsvoorganger van het college heeft in 2005 aan [appellant sub 1] een aanlegvergunning verleend voor het dempen van diverse sloten en/of watergangen en het egaliseren en draineren van diverse percelen gelegen nabij het Morgenstraatje in Sint-Oedenrode. Verder heeft de rechtsvoorganger van het college in 2005 aan [appellant sub 2] een aanlegvergunning verleend voor het aanleggen en dempen van diverse sloten en/of watergangen ter plaatse van de percelen gelegen nabij de Slophoosweg in Sint-Oedenrode. Tegen deze vergunningen hebben BMF en Het Groene Hart diverse procedures gevoerd. Voor zover nu van belang, hebben deze procedures ertoe geleid dat de rechtbank de besluiten van 16 december 2021 heeft vernietigd en het college heeft opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202207121/1/V6(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 3 januari 2020 (het overschrijdingsbesluit) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 500,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij brief van 20 mei 2016 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is en dat zijn inburgeringstermijn start op 4 maart 2016. [appellant] had tot en met 15 september 2019 de tijd om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. In het overschrijdingsbesluit heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij niet op tijd is ingeburgerd en hij daarom een boete krijgt van € 500,00. De minister heeft daarnaast bepaald dat hij de lening die [appellant] bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten niet zal kwijtschelden en [appellant] het geleende geld dus zal moeten terugbetalen. In het terugbetalingsbesluit heeft de minister [appellant] vervolgens meegedeeld dat zijn schuld € 6.590,00 bedraagt en hij maandelijks € 54,92 moet betalen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete

202207489/2/R2(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij tussenuitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3232, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Weert opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen, de daarin onder 15.3, 16.4 en 17.3 omschreven gebreken in het besluit van 16 november 2022, waarbij het bestemmingsplan "Zevensprong" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 15.3 geoordeeld dat de raad het standpunt dat het bestemmingsplan niet zal leiden tot onevenredige verkeershinder onvoldoende heeft onderbouwd. Daarbij achtte de Afdeling van belang dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat de omliggende wegen de toename van de verkeersbewegingen als gevolg van het plan aankunnen. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 1] en anderen hebben in hun zienswijzen te kennen gegeven dat zij zich niet met herstelbesluit kunnen verenigen. Het is onduidelijk hoe de raad de capaciteit van de omliggende wegen heeft ingeschat. Ook is de verkeersgeneratie van het plan mogelijk onderschat.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202207489/2/R2

202300717/2/V1(uitspraak wordt op woensdag 25 maart 10:15 uur gepubliceerd)

Bij verwijzingsuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, (verwijzingsuitspraak) heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de door haar gestelde vragen over het verlengen van de beslistermijn voor verzoeken om internationale bescherming in het licht van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn. Dit artikelonderdeel is geïmplementeerd in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Laatstgenoemd artikelonderdeel geeft de minister de mogelijkheid om de beslistermijn van zes maanden uit artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000, met hoogstens negen maanden te verlengen. De minister mag de beslistermijn verlengen als een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt (asielverzoek), waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is om de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. De minister heeft de beslistermijn met het Wijzigingsbesluit Vc 2000 van 21 september 2022, geldend vanaf 27 september 2022 (WBV 2022/22), met negen maanden verlengd. Dit besluit geldt voor alle asielverzoeken waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022 en die zijn ingediend tot 1 januari 2023. In deze einduitspraak beantwoordt de Afdeling met inachtneming van het arrest Zimir de vraag of de minister met WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielzaken van zes maanden met negen maanden mocht verlengen.

Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202300717/2/V1
12...57volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon