Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 53
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202601423/2/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam op het verzoek van [appellant] om zijn verzoek om termijnverlenging van zijn diploma. [appellant] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. [appellant] wil mede met deze stukken aantonen dat hij wegens een mantelzorgtaak voor zijn vader studievertraging heeft opgelopen. In de stukken is medische, privacygevoelige informatie opgenomen. Hij wil niet dat het CvB daarvan kennisneemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5124
Datum uitspraak
3 september 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601423/2/A2

202202020/1/A3

Uitspraak over een ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Utrecht al in 2020 verleende aan Faunabeheereenheid Utrecht voor het doden van vossen in weidevogelgebieden en bij biologische kippenbedrijven in de provincie Utrecht. Stichtingen de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights waren het niet eens met deze ontheffing en kwamen daartegen in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank oordeelde in 2022 dat het college onvoldoende had onderbouwd dat het doden van vossen noodzakelijk is om weidevogelgebieden en pluimvee te beschermen en dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan. De rechtbank droeg het college op om een nieuw besluit te nemen. Het college is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. En met succes, zo blijkt uit de uitspraak van vandaag. Het is namelijk geen eis voor het college van gedeputeerde staten dat het 𝒂𝒂𝒏𝒕𝒐𝒐𝒏𝒕 wat “het precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is.” Het college moet voldoende 𝒂𝒂𝒏𝒏𝒆𝒎𝒆𝒍𝒊𝒋𝒌 maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels. Het hoger beroep van het college is dan ook gegrond. Na de uitspraak van de rechtbank heeft het college in 2023 een nieuw besluit genomen en de ontheffing voor het doden van vossen in stand gelaten. De bezwaren van de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights hebben ook betrekking op dit nieuwe besluit. Maar volgens de Afdeling bestuursrechtspraak hebben de stichtingen in dit geval geen belang meer bij een rechterlijke uitspraak. De ontheffing is namelijk niet meer van kracht en de Wet natuurbescherming waarop de ontheffing is gebaseerd is inmiddels ingetrokken. En ook het Faunabeheerplan 2019-2025 dat aan de ontheffing ten grondslag lag, geldt niet meer. Het antwoord op de vraag of het in dit geval aannemelijk is dat het doden van de vos noodzakelijk is om de weidevogels te beschermen, zal niet in relevante mate van betekenis zijn voor toekomstige gevallen, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5173
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202202020/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202202020/1/A3

202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Arnhem de aanvraag van Zorgwonen Bronbeek om een bestemmingsplan vast te stellen voor de wijziging van de bestemming "Maatschappelijk" van het perceel Bronbeeklaan 66 naar de bestemming "Wonen" afgewezen. De gemeente Arnhem is eigenaar van het perceel Bronbeeklaan 66. Dit perceel is, met ingangsdatum 17 augustus 1964, in erfpacht uitgegeven. De einddatum is 17 augustus 2039. Het erfpachtrecht is tot een gebruik als ‘bejaardentehuis’ beperkt. Zorgwonen Bronbeek is sinds 31 augustus 2018 erfpachter. Op de locatie was tot in 2017 een zorgcomplex voor senioren (de Paasbergflat) operationeel. Het gebouw staat nu zo goed als leeg. Zorgwonen Bronbeek heeft om vaststelling van een bestemmingsplan voor de locatie verzocht om hier maximaal 59 zelfstandige wooneenheden en vijf onzelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. De bouw daarvan paste niet binnen het toentertijd geldende bestemmingsplan "Velperweg e.o.". De raad heeft in bezwaar vastgehouden aan de afwijzing van deze aanvraag omdat deze volgens hem strijdig is met een goede ruimtelijke ordening en de erfpachtakte een evidente privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van een dergelijke bestemming oplevert. Na het besluit op bezwaar heeft de raad voor de locatie een bestemmingsplan vastgesteld. Dit voorziet in 54 zelfstandige woningen. De raad heeft ook een exploitatieplan vastgesteld omdat het erfpachtcontract niet voorziet in publiekrechtelijk kostenverhaal en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5143
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4

202304520/1/R4

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal [appellant] een omgevingsvergunning eerste fase verleend om haar melkveehouderij aan de [locatie A] in Wamel deels om te zetten in een varkenshouderij. [appellant] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie A] in Wamel. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd omdat zij een bestaande stal wil slopen en twee nieuwe stallen wil bouwen. Daarin wil zij, in plaats van 160 stuks melk- en kalfkoeien en 151 stuks vrouwelijk jongvee nog slechts 140 zoogkoeien houden, met daarnaast 2.880 vleesvarkens en 2.880 gespeende biggen. Verder wil zij een mestscheidingsinstallatie en een mestbassin bouwen. De omgevingsvergunning eerste fase die in dit geding voorligt, is alleen verleend voor het wijzigen van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. De bouw van de bouwwerken zal aan de orde komen bij de tweede fase. [persoon B] en [persoon A] wonen aan de [locatie B], [locatie C] en [locatie D] in de directe omgeving van de inrichting van [appellant]. Zij vrezen overlast door de voorgenomen verandering van een volledige melkveehouderij naar een gedeeltelijke varkenshouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5166
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202304520/1/R4

202305140/1/R2

Bij afzonderlijke besluiten van 13 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast om voor 1 oktober 2020 de zonder omgevingsvergunning op de percelen [locatie A] en [locatie B] in Helmond gerealiseerde erfafscheidingen te verwijderen, te verlagen tot 1 m, of te verplaatsen tot achter de voorgevelrooilijn. [appellanten] zijn eigenaren van respectievelijk de percelen [locatie A] en [locatie B] in Helmond. In september 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat aan de voorzijde van deze percelen zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen zijn geplaatst. Het college heeft hen in verband daarmee bij brieven van 15 januari 2020 een voornemen tot handhaving toegestuurd. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een overtreding en het college bevoegd was om handhavend op te treden. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het door het college gevoerde handhavingsbeleid zoals neergelegd in de "Beleidsregel handhaving particuliere bouwwerken Helmond 2013" in algemene zin onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5186
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305140/1/R2

202305735/1/R1

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het bestemmingsplan ‘Hotel Corfwater’ van de gemeente Schagen vernietigd. Ook de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders verleend voor de bouw van het nieuwe hotelcomplex is vernietigd. De gemeente wilde met het bestemmingsplan een nieuw hotelcomplex mogelijk maken dat ruimte biedt aan 240 hotelkamers, horeca, wellness en vergader- en congresfaciliteiten. Het voormalige hotel ‘Huis ter Duin’ dat in het gebied ligt, wordt gerenoveerd en krijgt horeca-, vergader- en congresfaciliteiten en ook ruimte voor kantoren. Het gebied grenst aan het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Het Zijper Landschap en Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Alkmaar-Den Helder en enkele inwoners van Petten zijn het niet eens met het bestemmingsplan en zijn daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij voerden onder meer aan dat het stikstofonderzoek waarop de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft gebaseerd, niet deugt. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert onder meer dat het onderzoek naar de stikstofgevolgen van het plan meerdere gebreken bevat. Zo omvat dat onderzoek ook de naastgelegen camping, maar die maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft op de rechtszitting in juli van dit jaar erkend dat er een afzonderlijke stikstofberekening voor het hotel had moeten worden gemaakt. Ook is in de zogenoemde referentiesituatie rekening gehouden met de stikstofuitstoot van een manege die tot 2012 in het gebied aanwezig was. Er staat echter niet vast dat die manege uitsluitend is gestopt vanwege de beoogde bouw van het hotel. De gemeenteraad heeft op de rechtszitting erkend dat de manege niet had mogen worden meegenomen in de referentiesituatie. Ook is onduidelijk of in het stikstofonderzoek is uitgegaan van de juiste hoeveelheid verkeer die het hotelcomplex zal aantrekken. Tot slot ontbreekt een toets aan het additionaliteitsvereiste.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4966
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305735/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305735/1/R1

202307677/1/R1

Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk aan [appellant] en anderen medegedeeld dat een door hen ingediende ingebrekestelling ten aanzien van het niet tijdig beslissen op hun handhavingsverzoek prematuur is en daarom niet in behandeling zal worden genomen. Bij besluit van 10 december 2020 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellant] en anderen met betrekking tot de aanleg van een verharding en een aarden wal met een kunststofbuis op het perceel aan de [locatie A] in Beverwijk afgewezen. Op het perceel aan de [locatie A] werd voorheen een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. [partij A] en [partij B] zijn eigenaar van dit perceel. [appellant] en anderen wonen aan de Creutzberglaan in Beverwijk aan de oostzijde van het perceel. [partij A] en [partij B] hebben ter hoogte van de percelen van [appellant] en anderen een verharding, een aarden wal en een kunststof buis aangelegd en bomen en coniferen aangeplant. [appellant] en anderen zijn het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5169
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307677/1/R1

202403433/1/A3

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de burgemeester van Hellevoetsluis (nu: Voorne aan Zee) een evenementenvergunning verleend voor de landelijke Sinterklaasintocht. Op 12 juli 2022 heeft de burgemeester een aanvraag ontvangen voor een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht in Hellevoetsluis in 2022. De stichting en [appellant] hebben op 12 oktober 2022 bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning, die op dat moment nog niet was verleend. De stichting en [appellant] willen dat Zwarte Piet deelneemt aan de intocht en hierover wordt niets in de evenementenvergunning bepaald. Hiermee wordt er volgens de stichting en [appellant] genocide gepleegd. Bij het bezwaar hebben de stichting en [appellant] vier verzoeken ingediend die samenhangen met de landelijke Sinterklaasintocht. Het college heeft, nadat de evenementenvergunning op 3 november 2022 was verleend, geoordeeld dat de stichting en [appellant] geen belanghebbenden zijn bij het besluit om de evenementenvergunning te verlenen. Daarnaast heeft het college de vier verzoeken van de stichting en [appellant] niet aangemerkt als aanvragen waarop een besluit moet worden genomen, omdat die verzoeken geen aanvragen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5142
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403433/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403433/1/A3

202404202/1/R3

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw op het perceel [locatie A] in Groningen. De omgevingsvergunning is ter legalisatie van de al gerealiseerde aanbouw verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [appellante] woont op het naastgelegen adres aan de [locatie B] en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar de afwijkingen van het bestemmingsplan onvoldoende zijn gemotiveerd en haar woon- en leefklimaat door de aanbouw onevenredig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5182
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404202/1/R3

202404480/1/R3

In het besluit van 22 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gouda het bestemmingsplan "Partiële herziening binnenstad" vastgesteld. In de binnenstad van Gouda gelden onder andere de bestemmingsplannen "Binnenstad West" en "Binnenstad Oost". Deze herziening voorziet in een actualisatie van deze bestemmingsplannen naar aanleiding van verschillende veranderingen in beleid die na vaststelling van deze twee bestemmingsplannen hebben plaatsgevonden. Ook worden bij deze herziening grote buitenplanse afwijkingen die voor de vaststelling van het bestemmingsplan zijn vergund, verwerkt in het bestemmingsplan. [appellante] bezit drie aaneensluitende panden in de binnenstad van Gouda. Deze panden zijn met een huisnummerbesluit samengevoegd tot één huisnummer en staan bekend als [locatie]. Zij is het niet eens met het bestemmingsplan. Zij vindt dat zij als gevolg daarvan in haar gebruik van de drie panden als één pand benadeeld wordt, omdat daarin wordt voorzien in het gezamenlijk geschikt maken van maar maximaal twee naast elkaar gelegen gebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5144
Datum uitspraak
2 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404480/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404480/1/R3
12...6volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon