Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 39
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202000558/3/R2

Bij besluit van 26 september 2017 heeft de raad van de gemeente Leudal het bestemmingsplan "Vergroting bouwvlak Karreveld 10, Heibloem" gewijzigd vastgesteld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.1 overwogen dat de raad heeft beoogd een bouwvlak toe te kennen, maar dat niet kenbaar is dat de raad elektronisch een plan heeft vastgesteld waarin het bouwvlak is opgenomen, en dit bouwvlak niet op de verbeelding van het elektronisch beschikbaar gestelde bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl is opgenomen. Daarom is het plan in zoverre onzorgvuldig voorbereid en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht tot stand gekomen. De Afdeling heeft onder 11.3 en 14.2 van de tussenuitspraak overwogen dat uit de plantoelichting volgt dat met de uitbreiding van het bouwvlak niet wordt beoogd een uitbreiding van het aantal dieren mogelijk te maken. In verband hiermee is op de verbeelding aan de gronden die zijn beoogd voor de uitbreiding met de werktuigenloods en de mestsilo’s de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - geen dieren" toegekend. Maar in de planregels is hierover geen regel opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6219
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202000558/3/R2

202300108/3/R4

Bij einduitspraak tevens tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2677, heeft de Afdeling provinciale staten en het college van GS onder andere opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in de besluiten van 16 november 2022 (inpassingsplan "Windpark IJsselwind Zutphen", hierna: PIP) en 23 november 2022 (twee omgevingsvergunningen voor de windturbines) te herstellen. Onder 99.3 van de tussenuitspraak is vastgesteld dat artikel 16.2 van de planregels niet in overeenstemming is met artikel 9e, eerste lid, laatste volzin, van de Elektriciteitswet 1998, voor zover het onder b regelt dat de gemeenteraad onder voorwaarden eerder dan na een termijn van tien jaren na vaststelling van het PIP bevoegd is voor de gronden waarop het PIP betrekking heeft een bestemmingsplan vast te stellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak hebben provinciale staten bij besluit van 24 september 2025 het PIP gewijzigd. Artikel 16.2 van de planregels is geschrapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6217
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202300108/3/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300108/3/R4

202301795/1/R1

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het bestemmingsplan "Bebouwde kom Colijnsplaat 2022" vastgesteld. Het plan is grotendeels conserverend van aard en voorziet in een actualisering van het juridisch-planologische kader voor de kern Colijnsplaat in de gemeente Noord-Beveland. Het plan voorziet daarnaast in enkele nieuwe ontwikkelingen binnen die kern, waaronder een nieuwe woning op het perceel [locatie 4]-[locatie 5] en een uitbreiding van het bedrijventerrein aan de [locatie 9]. [appellanten sub 2] wonen aan de [locatie 1]. [appellant sub 3] woont aan de [locatie 2]. [appellant sub 4] woont aan de [locatie 3] en exploiteert daar ook een agrarisch bedrijf. Zij vrezen allen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat door de woning die het plan mogelijk maakt op het perceel [locatie 4]-[locatie 5]. [appellant sub 4] vreest daarnaast ook dat het plan leidt tot beperkingen voor zijn bedrijfsvoering. [partij] is eigenaar van het perceel leefklimaat door de woning die het plan mogelijk maakt op het perceel [locatie 4]-[locatie 5] en initiatiefnemer van de voorziene ontwikkeling. [appellant sub 1] woont aan [locatie 6]. [appellant sub 5] en anderen wonen aan de [locatie 7] en [locatie 8]. Zij zijn het niet eens met de uitbreiding van de bedrijfslocatie van [bedrijf] aan de [locatie 9], waar het plan in voorziet. Zij vrezen vooral voor geluidhinder door de activiteiten van het bedrijf op dat perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6228
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202301795/1/R1

202302428/1/R4

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een verzoek van Stichting IJmondig en andere om handhavend op te treden tegen Tata Steel IJmuiden B.V., afgewezen. Aan Tata Steel is op 16 januari 2007 een revisievergunning verleend. In voorschrift 0.1.13 van die revisievergunning staat dat Tata Steel "dient te beschikken over een gecertificeerd milieuzorgsysteem dat voldoet aan ISO 14001 of een door gedeputeerde staten als gelijkwaardig goedgekeurde norm." In plaats van de term ‘milieuzorgsysteem’ wordt inmiddels gewoonlijk ‘milieumanagementsysteem’ gebruikt, maar de Afdeling houdt de terminologie van de revisievergunning aan. Stichting IJmondig en andere menen dat Tata Steel niet voldoet aan het genoemde voorschrift omdat volgens hen niet alle bedrijfsonderdelen onder de ISO-certificering vallen. Zij hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen Tata Steel. Het college heeft dat verzoek afgewezen, omdat Tata Steel volgens het college wel aan het voorschrift voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6212
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302428/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202302428/1/R4

202303829/1/A2

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bijlage 1 en 2 bij de Regeling zorgverzekering gewijzigd. Recordati is de registratiehouder van het geneesmiddel osilodrostat (merknaam Isturisa®, Isturisa). Op 30 oktober 2020 heeft Recordati een aanvraag ingediend tot plaatsing van Isturisa in onderdeel B van bijlage 1 (bijlage 1B) bij de Rzv. Het Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut) heeft in zijn advies van 1 juni 2021 onder meer geadviseerd om Isturisa in onderdeel A van bijlage 1 (bijlage 1A) bij de Rzv te plaatsen, omdat Isturisa onderling vervangbaar is met twee middelen die al in die bijlage zijn opgenomen. Op 31 januari 2022 heeft de minister Recordati in kennis gesteld van zijn voornemen om Isturisa bij de wijziging van de Rzv die op 1 maart 2022 van kracht wordt, op te nemen in bijlage 1A bij de Rzv. Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister bijlage 1 en 2 bij de Rzv gewijzigd in verband met de maandelijkse wijziging van de aanspraak op geregistreerde geneesmiddelen. Hierbij heeft de minister Isturisa opgenomen in bijlage 1A bij de Rzv en de standaarddosis en de vergoedingslimiet voor dit middel vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6134
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Uitspraak na conclusie
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202303829/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303829/1/A2

202304545/1/R3

Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen zonder omgevingsvergunning opgerichte bouwwerken voor het houden van paarden aan de [locatie 1] in Rockanje (het perceel) gedeeltelijk toegewezen. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1] in Rockanje. Zij houden op dit perceel paarden aan huis en daarvoor hebben zij een paardenstal, een paardenbak met een uitloopbak en mestbak gerealiseerd. [appellant sub 2] woont naast het perceel aan de [locatie 2]. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze bouwwerken. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de paardenstal zonder omgevingsvergunning mocht worden opgericht, zodat dit geen overtreding oplevert waartegen het college handhavend kan optreden. Voor de oprichting van de paardenbak met uitloopbak en de mestbak was wel een omgevingsvergunning nodig, die niet was aangevraagd en verleend. Het college heeft [appellanten sub 1] in de gelegenheid gesteld om die omgevingsvergunning alsnog aan te vragen. [appellanten sub 1] hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt en het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6229
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304545/1/R3

202401261/1/R1

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de minister de door Hajé gevraagde vergunning voor het realiseren van een aanvullende voorziening voor elektrisch laden bij haar wegrestaurant op verzorgingsplaats "De Lepelaar" aan de rijksweg A6 in de gemeente Lelystad, geweigerd. Op verzorgingsplaats "De Lepelaar" is een benzinestation van Shell aanwezig en daarbij heeft Shell een aanvullende voorziening voor elektrisch laden. Fastned heeft op de verzorgingsplaats een basisvoorziening elektrisch laden. Hajé exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away. Verder zijn achter het wegrestaurant parkeerplaatsen voor personenauto’s en parkeerplaatsen voor vrachtauto’s aanwezig. Tussen de parkeerplaatsen voor personenauto’s en parkeerplaatsen voor vrachtauto’s ligt een groenstrook.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6030
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Infrastructuur
  • uitspraakin de zaak202401261/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401261/1/R1

202401575/1/R1

Bij besluit van 15 november 2019, zoals gewijzigd bij besluit van 26 oktober 2021, heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Shell vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als aanvullende voorziening bij het motorbrandstoffenverkooppunt op [verzorgingsplaats] aan de [locatie 1]. Op [verzorgingsplaats] is een motorbrandstofverkooppunt (benzinestation) van Shell aanwezig. Shell heeft op 17 juni 2019 vergunning aangevraagd voor het realiseren van een energielaadpunt met 2 laadplekken onder de luifel van het benzinestation als aanvullende voorziening bij haar benzinestation. Bij besluit van 15 november 2019 heeft de minister de gevraagde vergunning verleend. Op 21 december 2020 heeft Shell de minister gevraagd deze vergunning te wijzigen. Shell wil 4 laadplekken als aanvullende voorziening realiseren op het voor het benzinestation gelegen terrein. Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de minister de gevraagde wijziging vergund. Fastned is het met de vergunningverlening niet eens en heeft tegen de vergunning van 15 november 2019 en de wijziging daarvan bezwaar gemaakt. Bij het besluit op bezwaar van 31 juli 2023 heeft de minister de vergunning van 15 november 2019, zoals gewijzigd bij besluit van 26 oktober 2021, herroepen en de gevraagde vergunning alsnog geweigerd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat het elektrisch laadpunt geen aanvullende voorziening is. Volgens de minister wordt in strijd met de beleidscriteria nieuwe infrastructuur aangelegd. Ook doet de aanvullende voorziening functioneel afbreuk aan de basisvoorziening benzinestation en gaat de voorziening ten koste van de verkeersveiligheid op de verzorgingsplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6032
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202401575/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401575/1/R1

202402723/1/R4

Bij besluit van 2 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk aan [persoon] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken van een woning en voor een uitweg op het perceel [locatie] in Nijkerk (het perceel). [persoon] heeft op 23 december 2021 een aanvraag ingediend voor het bouwen van een woning met uitweg op het perceel. Het perceel waarop de woning is voorzien heeft in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nijkerkerveen en Holkerveen" (het bestemmingsplan) de bestemming "Wonen" en dubbelbestemming "Archeologie". De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op het deel van het perceel waarop de woning is voorzien geen bouwvlak aanwezig is. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel. Bij uitspraak van 21 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen tegen het besluit van 2 november 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] en anderen kunnen zich niet met de uitspraak verenigen en hebben daartegen hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6226
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402723/1/R4

202402760/1/A2

Bij brief van 27 maart 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Gilead te kennen gegeven het geneesmiddel sacituzumab govitecan (merknaam Trodelvy®, Trodelvy) niet op te nemen in het basispakket. Op grond van artikel 2.4a, eerste, lid van het Bzv kan een geneesmiddel door de minister in de sluis worden geplaatst door dat middel op bijlage 0 bij de Regeling zorgverzekering te plaatsen. Het rechtsgevolg van het plaatsen van een geneesmiddel in de sluis is dat het niet wordt opgenomen in het basispakket en dus niet wordt vergoed. Op grond van artikel 2.4a, vijfde lid, van het Bzv kan de sluisplaatsing geheel dan wel onder voorwaarden of voor een bepaalde periode worden opgeheven. Dit gebeurt door de vermelding van een geneesmiddel op bijlage 0 hetzij helemaal te schrappen, hetzij weliswaar te handhaven op bijlage 0, maar daarbij te vermelden onder welke voorwaarden de opheffing geldt. Hierdoor stroomt een geneesmiddel (onder voorwaarden) weer in in het basispakket. De minister kan ook beslissen om de sluisplaatsing niet op te heffen en een geneesmiddel dus niet in het basispakket op te nemen. De leverancier, belangenorganisaties en de Tweede Kamer worden daarvan op de hoogte gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6227
Datum uitspraak
21 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202402760/1/A2
1234volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon