Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Publicaties ›
  3. Toespraken vice-president ›
  4. Toespraak bij de herdenking gevallenen en slachtoffers voormalig Nederlands-Indië in het gebouw van de Tweede Kamer op 14 augustus 2025

Toespraak bij de herdenking gevallenen en slachtoffers voormalig Nederlands-Indië in het gebouw van de Tweede Kamer op 14 augustus 2025


Toespraak van mr. Thom de Graaf, voorzitter Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945, bij de herdenkingsbijeenkomst in de Tweede Kamer, Den Haag, 14 augustus 2025

Meneer de voorzitter van de Tweede Kamer, meneer de voorzitter van de Eerste Kamer, dames en heren,

‘Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.’

Deze beroemde regels sluiten het gedicht Vrede af. De dichter, Leo Vroman, was op 14 mei 1940  met een zeilboot uit Holland ontkomen en reisde van Engeland naar Nederlands-Indië waar de oorlog hem begin 1942 inhaalde. Zijn joodse moeder kwam in Theresienstadt terecht. Leo Vroman in Japanse krijgsgevangenkampen. In een brief aan de schrijver Jan Greshoff, kort na de oorlog, somt  Vroman op wat hem zelf is overkomen, gortdroog:

‘Ik heb gewerkt in de loodsen van Tjilatjap, de slangencollectie van Tjimahi, de droogdokken van Osaka en de carbidfabriek Nagaoka, dagelijks verhongerd, geslagen, gekleed in scheuren en luizen; geslapen op planken met wantsen op Java en vlooien in Japan; in januari kreeg ik longontsteking, werd naar een ziekenzaaltje gebracht “omdat hij daar beter kon sterven”, zei de dokter, genas, kreeg middenoorontsteking in februari, en weer longontsteking in maart. Nu ben ik volkomen beter, en zwaarder dan voor de oorlog.’

In het omvangrijke poëtische oeuvre van Leo Vroman is geen gedicht te vinden over die jaren als gevangene en dwangarbeider; wel over de oorlog als fenomeen, maar geen persoonlijke herinneringen, geen door woede, wraak of zelfmedelijden aangedreven woorden. Misschien was dat bescheidenheid. Of een deel van het Indische zwijgen, dat zovelen er na de oorlogsjaren van weerhield om zich te uiten over wat er was gebeurd, wat hen was overkomen, hoe het werkelijk was geweest, hoeveel er was geleden. Maar er lag meer onder. De schrijver Jan Brokken vroeg het ooit aan Vroman, die antwoordde dat hij geen misbruik wilde maken van een toeval. Nog wezenlijker was wat hij daarna zei:

‘Ik zou als ik over mijn oorlogservaringen zou schrijven hoe dan ook de indruk wekken dat Japanners slecht zijn, en dat is niet zo. Japanners zijn niet beter of slechter dan andere mensen. Een oorlog is – helaas – niets uitzonderlijks.’[1]

Het inzicht van Leo Vroman wil ik vanochtend hier graag met u delen, want alles wat hij zei, is belangrijk. Voor gewone mensen is oorlog vaak onmenselijk toeval. En inderdaad helaas niet uitzonderlijk. Elke dag is er ergens oorlog op de wereld, niet alleen meer dan tachtig jaar geleden, maar ook hier en nu. En ja, ondanks de absolute wreedheid van het militaristische systeem en van veel kampbewakers, soldaten en opzichters, zijn Japanners niet slechter dan andere mensen, ook niet beter overigens. Het wordt tijd dat wij ons dat realiseren als wij het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Pacific herdenken en de slachtoffers die daar zijn gevallen. Schuldigen zijn er genoeg aan te wijzen, maar dat geldt niet voor hele volkeren. Toen niet en nu ook niet.

Morgen is het tachtig jaar geleden dat de Japanse keizer de capitulatie van zijn troepen voor de radio bekend maakte, hoewel zelfs na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki de week daarvoor er kwade krachten waren die dat tot op het laatste moment probeerden te verhinderen.

Inmiddels waren er in en rond voormalig Nederlands-Indië, nu Indonesië, miljoenen mensen omgekomen als gevolg van de Japanse aanval en bezetting. Allemaal onderdanen van het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. De grootste aantallen slachtoffers vielen onder de bevolking op onder meer Java waar bewust gecreëerde voedseltekorten en dus hongersnoden heersten. Honderdduizenden jonge Indonesiërs, de romusha’s, werden als slavenarbeiders afgevoerd en velen kwamen bij het transport of onder de vreselijke werkomstandigheden om. Europese Nederlanders en andere geallieerden kwamen in interneringskampen terecht, Indische Nederlanders deels ook, afhankelijk van hoe de Japanse bezetter hen raciaal indeelde. Anderen bleven buiten de kampen maar moesten daar ook de knoet van de bezetter ondergaan. Ook bij hen vielen veel doden te betreuren. Datzelfde gold voor Molukkers, Chinezen en Papoea’s op Nieuw Guinea. Militairen en reservisten van de KNIL en de Koninklijke Marine werden afgevoerd naar krijgsgevangenenkampen en in veel gevallen gedwongen tewerkgesteld. Duizenden van hen overleefden de onmenselijke omstandigheden niet. En nog eens duizenden kwamen om in de burgerkampen als gevolg van ziektes, ondervoeding, uitputting en sadistisch geweld.

Wij herdenken hen vandaag, en morgen tijdens de Nationale Herdenking in aanwezigheid van de Koning, allemaal. En wij eren allen die deze vreselijke jaren hebben meegemaakt en overleefd, vaak ten koste van hun fysieke en geestelijke gezondheid.

Ik mocht na de herdenking van 2020 aantreden als voorzitter van het bestuur van de Nationale Herdenking en mijn termijn eindigt na de Herdenking van dit jaar, elke vijf jaar een wisseling van de wacht. In deze vijf jaren heb ik ondervonden hoe het herdenken van 15 augustus 1945 zich steeds verder ontwikkelt. De Nationale Herdenking is van de Indische gemeenschap in ons land, maar ook van de meer dan twee miljoen inwoners die een verhaal van de oorlog in Nederlands-Indië in hun familie hebben, zoals dat van mijn eigen vader en moeder en oudste broer en zus die de kampen en onderduik overleefden en na de oorlog een nieuw bestaan opbouwden in Nederland. En daarachter van ons allemaal omdat 15 augustus 1945 de datum is waarop een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Niet op vijf of op acht mei, maar pas ruim drie maanden later.

Steeds meer groepen voelen zich verbonden met de Nationale Herdenking. Wij ondersteunen tientallen lokale herdenkingen in grote en kleine gemeenten, honderden vrijwilligers en nieuwe leeftijdsgroepen die actief betrokken willen zijn, zoals de jonge mensen in Jong1508 die generatietafels organiseren. Er kwam bij de herdenkingen meer aandacht voor andere slachtoffers dan alleen de Europees-Nederlandse en Indisch-Nederlandse. En de achtergrond van de bezettingsjaren in Nederlands-Indië kreeg meer diepte: het feit dat veel Indonesiërs de bezetting niet alleen zagen als Japanse overheersing maar ook als het einde – of in ieder geval als het begin van het einde – van het Nederlands koloniaal bestuur. De bevrijding van de Japanse bezetting viel samen met de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd die moeizame onderhandelingen, militaire strijd en veel slachtoffers zou vergen. Wij herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog en de doden die in die oorlog zijn gevallen, maar sluiten onze ogen niet voor de historische context van toen. Zoals we ook niet kunnen ontkomen aan de paralellen met oorlogen en onmenselijkheid van vandaag, op en dichtbij ons eigen continent. Herdenken is niet, is nooit waardenvrij.

Dat de Nationale Herdenking van 15 augustus al die jaren werd voorafgegaan door een bijzondere bijeenkomst in de Tweede Kamer, eerst aan het Binnenhof, nu in deze hal, toont de betrokkenheid van onze volksvertegenwoordiging aan, niet alleen de Tweede, maar ook de Eerste Kamer. Daar ben ik als scheidend voorzitter de beide Kamers in de persoon van de beide voorzitters zeer erkentelijk voor.

[1] Jan Brokken, Liefde is een fluisterstem, in: De weemoed van de reiziger, Amsterdam/Antwerpen: 2005, p. 132-133


Thom_de_Graaf_staand_2023Klik voor een vergroting (afbeelding: thom_de_graaf_staand_2023_1.jpg)

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon