Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Publicaties ›
  3. Toespraken vice-president ›
  4. Opening Week van de Rechtsstaat 2026

Opening Week van de Rechtsstaat 2026


Toespraak van de waarnemend vice-president van de Raad van State Guus Heerma van Voss ter gelegenheid van de opening van de Week van de Rechtsstaat op 8 september 2026.

Ook namens de Raad van State heet ik u van harte welkom in onze Gotische zaal voor de opening van de Week van de rechtsstaat. De week waarin de instellingen die in het hart van de rechtsstaat staan hun deuren openen. Iedereen die dat wil, kan deze week binnenkijken bij instellingen waar je gewoonlijk zelden komt.

U mocht verwachten nu de eerste openbare toespraak te horen van onze nieuwe vice-president, Sybrand van Haersma Buma, maar zult het moeten doen met mij als zijn vervanger. Maar ik zal u wel deelgenoot maken van wat hij u wilde vertellen, al zal ik daar zelf nog wat persoonlijks aan toevoegen.

De meeste instellingen die meedoen met deze week zijn oud. De Raad van State, waar we nu zijn, werd 495 jaar geleden ingesteld. Veel instellingen die van rond 1815 dateren zijn voortzettingen van oudere voorgangers. Tot de jongere behoren de Nationale ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens, maar ook deze instellingen zijn inmiddels helemaal ingeburgerd.

Deze instituties doen hun werk in een steeds veranderende samenleving. Verandering is van alle tijden, maar op dit moment zijn wij getuige van schokgolven die lang niet zo groot geweest zijn. Na de val van de Muur dachten we met Francis Fukuyama dat het einde van de geschiedenis was bereikt: de liberale democratie naar westers model zou de overhand krijgen. Het westen trok de wereld door om overal democratie te brengen. Hoe anders ziet de wereld eruit anno 2026. Niet vrije rechtsstaten, maar onvrije machtsstaten veroveren de wereld. Tot in Europa aan toe.

Samenlevingen zijn wereldwijd 80 jaar na de oorlog als tektonische platen aan het schuiven: de beweging gaat, vaak zonder dat we het merken, totdat met schokgolven duidelijk wordt wat de jaren daarvoor ondergronds al is verschoven. Dit heeft ook betekenis voor de rechtsstaat. Want de rechtsstaat staat niet op zichzelf, maar is een resultante van wat door mensen in hun verhouding tot elkaar en tot de overheid belangrijk wordt gevonden. Anders gezegd: als de rechtsstaat ons fundament is, dan is de samenleving de ondergrond waarop het fundament rust. Als die ondergrond beweegt, schudt de rechtsstaat mee. En ook de Nederlandse rechtsstaat is geen rustig bezit meer. De instellingen die de rechtsstaat dragen liggen onder een vergrootglas. Toch is de paradox dat Nederland als rechtsstaat op de wereldschaal nog steeds in de top 10 staat. We hebben objectief gezien nog steeds een heel sterke rechtsstaat, met vrije verkiezingen, grondrechten, checks and balances en onafhankelijke rechtspraak. Maar het wordt vaak niet zo gevoeld en de richting waarin de rechtsstaat zich begeeft, is onzeker.

Het is daarom juist nú belangrijk mensen de gelegenheid te geven om een kijkje te nemen in keuken van de rechtsstaat.

Onze vice-president werkte de afgelopen jaren als burgemeester in Leeuwarden. Het was meebouwen aan de rechtsstaat van onderop. Toch viel het woord rechtsstaat zelden of nooit. Hij denkt ook niet dat er veel Leeuwarders ’s ochtends wakker werden met de vraag: hoe zou het vandaag met de rechtsstaat gaan? Ze gaan naar werk, school of vragen zich af hoe ze de dag moeten doorkomen. Maar de rechtsstaat? Dit staat in schril contrast met hoe vaak dit woord in zijn nieuwe wereld hier in Den Haag voorbijkomt. Dat hoeft op zichzelf natuurlijk helemaal geen probleem te zijn. Dat wordt anders als er ook heel verschillend wordt aangekeken tegen wat een goed werkende rechtsstaat is. In Den Haag maakt men zich zorgen over de grillige en soms weinig rechtsstatelijke opvattingen in politiek en samenleving. Daarbuiten begrijpt men niet waar men bij de overheidsinstellingen in Den Haag mee bezig is. Men heeft heel andere zorgen.

De Staatscommissie Rechtsstaat peilde twee jaar geleden wat burgers de grootste bedreiging van de rechtsstaat vonden: 17 procent antwoordde: asielzoekers, 11 procent criminelen en terroristen. Wellicht geschrokken van het antwoord, stelde de commissie de vraag nog een keer: toen noemde 7 % asielzoekers, 5 % criminelen en terroristen en 10 % de overheid. Hoe dan ook is er een groot verschil tussen hoe de burgers denken over de problemen in de rechtsstaat en hoe de instituties daarover denken.

Bas Heijne publiceerde alweer 16 jaar geleden een essay onder de titel: ‘Moeten wij van elkaar houden?’ Hij schrijft daarin dat tegenover de concreet beleefde problemen van burgers vooral abstracte begrippen worden ingezet als gelijkheid, tolerantie en solidariteit. Bas Heijne schreef het scherp op, en ik zal hem in die scherpte citeren:

‘Tegen die onwerkelijke abstracties van de ‘progressieve elite’ keert het populisme zich nu juist, daarom is het zo weinig effectief dergelijke abstracties aan te roepen ter bestrijding ervan. De rechtsstaat is voor de meeste mensen geen argument meer, in hun ogen wordt dat woord alleen maar gebruikt om problemen te kunnen negeren. Wie in zijn omgeving een toename van het aantal hoofddoekjes signaleert, zal eerder geneigd zijn te vallen voor de retoriek van Wilders (…), dan dat hij zich spontaan het gelijkheidsbeginsel voor de geest haalt.’

De principes waarop onze rechtsstaat is gebaseerd, zijn ontleend aan de democratiseringsbewegingen aan het eind van de 18e eeuw. Burgers kregen individuele rechten tegenover de overheid die in grondrechten werden vastgelegd. In de herziene Grondwet van 1983 kregen ook de naoorlogse sociale grondrechten een plek. De overheid moest niet alleen iets laten, de overheid moest ook en vooral iets doen!

Onze Grondwet opent met de belangrijke algemene bepaling dat de Grondwet de grondrechten en de democratische rechtsstaat waarborgt. Daarna volgt meteen artikel 1 met als kernprincipes de gelijkheid voor de wet en het discriminatieverbod. Maar de huidige rechtsstaat voelt voor veel mensen helemaal niet als een vervolmaking van het gelijkheidstreven. Sterker, de rechtsstaat lijkt een nieuwe tweedeling in zich te dragen. De een reist de hele wereld over, en schakelt vlot tussen allerlei culturen, de ander voelt zich verweesd in zijn eigen verkleurde wijk. Terwijl de een speelt met belastingaftrekposten, verdwaalt de ander in het doolhof van belastingtoeslagen en sociale regelingen. Beiden leven in dezelfde rechtsstaat met dezelfde regels. De eerste groep speelt met die regels en heeft er profijt van, de tweede overkomt die regels en ondervindt daarvan te vaak de nadelen. Gelukkig is er in de Nederlandse politiek en samenleving een breed besef dat de ongelijkheid moet worden aangepakt én dat de overheid daar een rol in heeft.

Hier bij de Raad van State komen burgers binnen die het gevoel hebben vermalen te zijn in de raderen van de overheid. Er is geen verplichte procesvertegenwoordiging, dus zij mogen zelf het woord doen. Hier ontmoet de leefwereld van de gewone Nederlander met zijn praktische problemen de wereld van het recht met zijn lange procedures en onbegrijpelijke jargon. Dit is de wereld waar gewone burgers in appellanten veranderen en ambtenaren in verweerders.

Als kennismaking met de Afdeling bestuursrechtspraak woonde onze vice-president vorige maand een aantal zittingen bij. Hij kende deze Afdeling alleen van lang geleden toen hij er ooit zelf werkte. Toen geneerde hij zich wel eens als staatsraden het geduld met juridische leken in de zaal verloren. Nu zag hij een andere wereld. De staatsraden hielpen de appellanten hun onzeker geformuleerde bezwaar bruikbaar te maken in het juridische geschil. Een beeldscherm maakte het conflict voor iedereen zichtbaar. En na afloop konden appellanten via het scannen van een QR-code aangeven op de hoogte te willen worden gehouden van het vervolg. Deze verandering was al langere tijd gaande, maar deze ontwikkeling is natuurlijk vooral na de toeslagenaffaire voor het bredere publiek duidelijk geworden. Je kunt het gerust een cultuuromslag noemen. De Raad van State is de afgelopen jaren ook inhoudelijk de kant van de rechtzoekende opgekomen door toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De bestuursrechter is actiever geworden.

Op haar beurt heeft de Afdeling advisering in haar vernieuwde beoordelingskader het burgerperspectief en het doenvermogen van de burger als criteria voor de beoordeling van wetten een uitdrukkelijke plaats gegeven.

De positie van de burger is dus meer het uitgangspunt geworden. En hoewel we er nog lang niet zijn, is de trend onomkeerbaar. Maar er is nog meer gebeurd. Want waar aan de ene kant de burger meer centraal is gesteld, heeft aan de andere kant de overheid zichzelf aangepakt. Er is een breed gevoelen dat de uitvoering beter moet om nieuwe drama’s te voorkomen. Maar de wetgever heeft een beproefd middel ingezet: nieuwe regels en meer controle om de overheid en met name de uitvoering meer te kunnen sturen. Als burgemeester van Leeuwarden merkte onze vice-president dat dit niet altijd een verandering ten goede is.

Medewerkers van gemeenten zijn over het algemeen praktisch ingesteld en gericht op het zo effectief mogelijk helpen van de inwoners. Maar hij zag hoe het apparaat meer en meer zuchtte onder steeds meer en strakkere regels. Zijn overleggen gingen veel vaker over de vraag hoe we toch binnen de steeds strakkere lijntjes konden kleuren dan om het concreet helpen van mensen. Niet het resultaat, maar het volgen van de juiste procedure werd bepalend. Want het missen van een procedureregel leidde meteen weer tot dat dodelijke stempel van een falende overheid.

Zo dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan: door het gevoelde falen van de overheid legt de wetgever aan de uitvoerders extra regels op, waardoor de kans op falen door die uitvoerders alleen maar groter is geworden. Dit verklaart ook voor een belangrijk deel de steeds uitdijende overheid. De overheid doet niet steeds meer, het kost steeds meer mensen om hetzelfde te bereiken.

In onze rechtsstaat hebben burgers recht op adequate rechtsbescherming. Tegelijkertijd hebben ze recht op een overheid die er voor hen is. Met andere woorden: een slagvaardiger en realistischer overheid. Dit dreigen twee uit elkaar lopende doelen te worden. Die moeten weer worden samengebracht.

De discussie over de rechtsstaat is de afgelopen tijd primair gevoerd met de kindertoeslagaffaire in het achterhoofd en werd dus gericht op de positie van de individuele burger die slachtoffer is van onrechtvaardig overheidsbeleid. Dat was ook noodzakelijk. maar nu zien we wel dat daardoor het debat over de rechtsstaat op één aspect is gefocust: de bescherming van de burger tegen de overheid. Deze focus blijkt in de praktijk te leiden tot meer ambtenaren om binnen de smalle marges van de wet te blijven, maar ook op minder zichtbaar resultaat op straat. In een rechtsstaat in balans heeft de burger niet alleen recht op effectieve bescherming tegen de overheid maar ook op effectieve bescherming door de overheid.

Tot zover baseerde ik mij op de door onze vice-president voorbereide beschouwing. Ik wil er tot besluit graag nog enkele gedachten van mijzelf aan toevoegen.

Wij verschaffen deze week veel burgers toegang tot de gebouwen van de rechtsstaat. Niet alleen hier in het Paleis op de Kneuterdijk, maar ook in de Paleizen van Justitie in tal van steden. Zij worden rondgeleid en toegesproken en mogen zeker ook vragen stellen. Zo komen zij te weten hoe de rechtsstaat werkt en wat je er aan kunt hebben als burger. Maar dat leidt nog niet tot een levendig debat over de problemen van de rechtsstaat in een veranderende samenleving.

Ik herinner mij dat ik direct na afloop van mijn rechtenstudie in 1982 een reis door de Verenigde Staten maakte en in San Francisco was toen daar een doodstraf werd uitgevoerd. Ik luisterde die avond naar een radiodebat in de uren voorafgaande aan de executie. Burgers konden inbellen en hun mening geven over de wenselijkheid van die straf onder leiding van een moderator. Dat debat ging over wezenlijke waarden van het samenleven:

  • Hoe absoluut is het recht op leven?
  • Welk recht heeft de samenleving om mensen ter dood te brengen, hoe misdadig ook?
  • Is de gevoerde procedure rechtvaardig en
  • Treft deze straf verschillende bevolkingsgroepen wel op evenredige wijze?

En de inbellers werden ook kritisch bevraagd op inconsequenties in hun stellingname. Hoe konden zij voor de doodstraf zijn en tegelijktijdig abortus willen verbieden en omgekeerd?

Kortom, het was een spannend debat over fundamentele vragen van constitutionele aard. Zo’n constitutionele debatcultuur draagt bij aan de betrokkenheid van burgers bij hun grondwet en de fundamentele waarden van hun samenleving.

Mij bekroop de vraag: waarom hebben wij dat niet in Nederland?

Nu kunt u misschien zeggen: ja, maar dat ging ook over zoiets zwaars als de doodsstraf, die hebben wij hier in Europa gelukkig allang afgeschaft.

Maar ook bij ons liggen de constitutionele vragen voor het oprapen. Ik noteerde de afgelopen week de volgende:

  • Hoe wordt onze rechtsstaat ondermijnd door drugsgeweld als er 32 personen moeten worden gearresteerd voor een moord op dit gebied in Overasselt?
  • Is het normaal dat psychiaters een brief schrijven aan het OM waarin zij vragen om strafrechtelijk onderzoek naar de ouders van een meisje wier leven na ondragelijk lijden door euthanasie is beëindigd, zonder dat die psychiaters daarbij betrokken waren?
  • Hoe ver gaat het demonstratierecht als daarbij wegen worden geblokkeerd of gebouwen worden bezet en de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting omslaat in intimidatie en eigenrichting?
  • Hoe ver mag een publieke omroep gaan in het verheerlijken van dictators?
  • Hoe wordt in het kader van de parlementaire enquête naar het beleid in de coronaperiode de afweging beoordeeld die in die periode is gemaakt tussen de verschillende aan de orde zijnde grondrechten?

Wij hebben tegenwoordig ook wel een debat over zulke onderwerpen waaraan de bevolking actief deelneemt op de sociale media. Maar dat debat wordt niet gemodereerd en ontaardt daardoor in scheldpartijen en extreme stellingnames.

Hoe krijgen wij hierover wel een fatsoenlijke discussie op gang?

De huidige regering heeft een voorstel in voorbereiding om toetsing aan de Grondwet door rechters mogelijk te maken. Dat kan een kleine bijdrage leveren aan het bevorderen van het maatschappelijke constitutionele debat. Ik verwacht nog een discussie over de vraag of je daarbij een zinvolle scheiding kunt aanbrengen tussen klassieke en sociale grondrechten.

Het zijn wat vragen die ik u ter overweging en discussie deze week wil meegeven. Geen antwoorden, want zoals Freek de Jonge eens zei: die hebben al zo veel oorlogen veroorzaakt.

Laten we er eerst eens met elkaar over praten.


Week van de Rechtsstaat 2026-II

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon