Presentatie van het Jaarboek parlementaire geschiedenis 2023


Toespraak van mr. Thom de Graaf, voorzitter van de Stichting Parlementaire Geschiedenis, bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis in Den Haag op 21 november 2023

Dames en heren,

U kent ongetwijfeld allemaal de beroemde vraag van Augustinus in zijn Belijdenissen: "Wat is nu de tijd? Zolang niemand me het vraagt, weet ik het wel. Maar als ik op deze vraag antwoord moet geven, weet ik het niet meer". Augustinus vervolgt: "Toch durf ik te zeggen dat er geen verleden tijd zou zijn, als niets voorbijging, en dat er geen toekomstige tijd zou zijn als er niets naar ons toekwam, en dat er geen tegenwoordige tijd was als er niets was."

En zo zit het ook met politici: ze zullen het worden, ze zijn het nu even en daarna zijn ze het geweest. Politiek is bij uitstek een tijdverdrijf, een serieus tijdverdrijf met serieuze gevolgen. Daarbij past, zou je zeggen, enige bescheidenheid en zeker voorzichtigheid omdat je, hoe je het ook wendt of keert, als politicus altijd je opvolgers voor de voeten loopt, zelfs al weet je nog niet wie dat zullen zijn. Bescheidenheid en voorzichtigheid. Het zijn twee deugden waar de politiek niet van overloopt en dat is wellicht ook wel begrijpelijk. Want een politicus wil wat bereiken, dat wil zeggen meestal, want soms wil hij alleen maar iets tegenhouden. En de tijd die hem daarvoor gegeven is, is per definitie ongewis en meestal te kort. Voordat de minister of het Kamerlid het beseft, is hij alweer passé. Er zijn uitzonderingen, zoals een premier van meer dan dertien jaren en een Kamerlid dat pas na ruim vijfentwintig jaar afzwaait, maar voor velen geldt toch dat hen slechts een kort Haags leven beschoren is. Vroeger was dat anders, vroeger was het ongetwijfeld beter, maar ja, vroeger is verleden tijd.

In de hal van het gymnasium waar ik school ging, hing een grote klok waar ik altijd van onder de indruk was. De klok had een afbeelding van Vadertje Tijd, Chronos, met de woorden: ecce tenet et te. Kijk, hij houdt ook jou vast. Allemaal in de greep van de tijd, maar zonder tijd geen leven. De politiek heeft met Chronos te maken, de tijd als dwingende meester, tijd die verglijdt. Maar in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2023 noemen Anne Bos, Carla Hoetink en Amanda de Lannoy ook de Kairos, het momentum, het moment waarop je de tijd naar je hand zet. Dat zal elke politicus herkennen.

Een politieke loopbaan is vaak een combinatie van talent, toeval en tijd. Een zeker talent hebben is een redelijke voorwaarde. Het toeval wilde dat je net op de goede plek was, of dat er op dat moment niet iemand beter gekwalificeerd beschikbaar was en jij wel. En de tijd was rijp voor een nieuwe partij, een nieuwe partijleider, een nieuwe al dan niet frisse blik, voor het moment dat alles samenvalt, precies op tijd.

Het Jaarboek behandelt dit jaar dus de factor tijd in de politiek. Uit de inhoud blijkt al dat tijd een allesbepalend en altijd actueel begrip is. Niet alleen voor het politieke leven van parlementariërs en bewindslieden, maar voor het gehele politiek-democratisch stelsel. Tijd is in de politiek een argument, een norm, een handelingskader en een instrument, schrijft Remieg Aerts in zijn bijdrage over de ‘nationale tijd’. Het parlementaire jaar is verankerd in tijd: vaste momenten, met najaars- en voorjaarsnota’s, adviestermijnen, spreektijdverdeling, tweeminuten-debatjes. In de negentiende en twintigste eeuw als debatten uitliepen of de totstandkoming van wetgeving te traag verliep, sprak men wel over de nationale tijd die in het geding was, een collectief goed dat niet mag worden verspild.
Eigenlijk jammer dat die term niet meer gebruikt wordt.

In uiterst boeiende bijdragen worden wij in het Jaarboek met alle aspecten van de politieke tijd geconfronteerd. Het tijdsverloop waardoor een verandering van perspectief ontstaat en ooggetuigen niet langer de autoriteit zijn om vast te stellen wat er is gebeurd, zoals Chiel van de Akker het omschrijft. De politieke vaardigheid om van het momentum in de tijd gebruik te maken en de bijzondere aantrekkingskracht van het nachtelijke politieke uur, waar Bos, Hoetink en De Lannoy over schrijven. De tijdpaden van beleid die Ruben Ros onderzocht. Het verschil tussen de politieke tijd van de jaren negentig en die van nu, waarover ‘veteraan’ Paul Rosenmöller is geïnterviewd. De betrekkelijk korte tijd die volksvertegenwoordigers tegenwoordig nog in het parlement doorbrengen, waar Bert van der Braak zich over heeft gebogen; niet alleen veroorzaakt door de volatiliteit van de kiezersgunst en de neiging om steeds nieuwe mensen op de lijsten te zetten, maar ook door tussentijds vertrek om heel verschillende redenen, waaronder een toegenomen werkdruk. Ervaring wordt geschraagd door de tijd. Dat is voor de politieke jongerenorganisaties juist weer minder belangrijk, zo blijkt uit het artikel van Charlotte van Roon, Simon Otjes, Ingrid van Biezen en Tom Louwerse. Die jongeren piepen juist luider als de partij-arrivés niet hard genoeg zingen, maar het is het meest effectief als ze op de maat van de partij meezingen.

Ook het Jaarboek zelf ontkomt overigens niet aan de overheersende werking van de tijd. Niet alleen door de discipline van het productieproces, - moet altijd op tijd klaar zijn - maar ook door de vluchtigheid van de actualiteit. In het jaarboek wordt het spraakmakend debat na de Statenverkiezingen van maart beschreven; de grote winst van BBB, die volgens de oppositie niet zonder gevolgen voor het kabinet kon blijven. En ook is er een interview opgenomen met de politieke leidsvrouwe van BBB, die op het moment van het gesprek zich nog mocht verheugen in peilingen van boven de twintig zetels en zelfs een premierskandidaat in de strijd wierp. Tempus ruit, de tijd snelt voort…

Dames en heren,

Zoals elk jaar biedt het Jaarboek ook nu weer een keur aan andere bijdragen buiten het gekozen thema: de memoires van de laatste koloniaal Welter, het taalgebruik in het parlement, de kroniek van het parlementaire jaar, recensies van monografieën, biografieën en grondwetcommentaren. En herinneringen aan oud-politici die uit de tijd gegleden zijn, waaronder Bram Peper, Adri Duivesteijn, Pieter ter Veer, Hans Grosheide, Harry Nootenboom en Olga Scheltema-de Nie.

Een lustrumeditie, het is al gezegd. Het is natuurlijk te hopen dat er ten minste vijfentwintig edities bij komen. Het momentum is er, zou ik zeggen, Kairos!
Ik wil de redactie van dit jaar, Wilma Borgman, Rowin Jansen, Alexander van Kessel, Ronald Kroese, Jan Ramakers, Diederik Smit en Lennart Steenbergen, van harte gelukwensen met weer een prachtboek en bedanken voor hun eigen kostbare tijd die zij ten dienste van óns collectief belang hebben gegeven.

Opnieuw mag ik het Jaarboek aanbieden aan de voorzitters van beide Kamers. Voor het laatst aan Vera Bergkamp als Tweede Kamervoorzitter. Dank je wel voor jouw belangstelling en steun voor het werk van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in de afgelopen jaren. Het is ook voor mij de laatste keer want ik ben, om in de geest van het Jaarboek te blijven, volstrekt uit de tijd gelopen. Na meer dan zestien jaar voorzitterschap van de Stichting Parlementaire Geschiedenis die al meer dan veertig jaar samen met de Radboud Universiteit het Centrum exploiteert, draag ik aan het eind van dit jaar de hamer graag over aan Ingrid van Engelshoven. Het werd, zou ik willen zeggen, ook wel eens tijd.