Dinsdag 16 januari 2018

10.00 uur

Bestemmingsplan voor verplaatsing Albert Heijn naar Smitdraadterrein in Nijmegen
Zitting over het bestemmingsplan 'Nijmegen Midden 2015-3 (AH/voormalig Smitdraadterrein)' dat de gemeenteraad van Nijmegen heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de verplaatsing mogelijk van een Albert Heijn-supermarkt van de Groenestraat naar een andere locatie op het zogenoemde Smitdraadterrein even verderop. Het gaat om een gecoördineerd project waarbij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen ook een omgevingsvergunning heeft verleend voor de bouw van de supermarkt. Omwonenden komen tegen het bestemmingsplan in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij vrezen dat de ontsluiting op de Groenestraat in het gedrang komt. Daardoor zouden ook verkeersonveilige situaties ontstaan. Ook komen twee Coöp-supermarkten in Nijmegen in beroep. Zij zijn bang dat er ook op de bestaande locatie aan de Groenestraat een supermarkt kan komen. Daarnaast denken zij dat er parkeerproblemen zullen ontstaan. (zaaknummer 201703050/1)

10.00 uur

Dwangsommen voor afvalbedrijf in Staphorst
Zitting over de dwangsom die het college van gedeputeerde staten van Overijssel heeft opgelegd aan een afvalbedrijf in Staphorst. Volgens het provinciebestuur heeft het bedrijf afval gestort, terwijl het daar geen vergunning voor had. De gemeente Staphorst heeft in 2015 over een deel van het terrein van het afvalbedrijf de Westparallelweg doorgetrokken tot aan de Burgemeester Janssenstraat. In ruil daarvoor heeft het bedrijf er aan de zuidzijde een stuk grond bijgekregen. Om daar afval te kunnen storten, moest het bedrijf nieuwe vergunningen aanvragen. Tussen het afvalbedrijf en de gemeente ontstond vervolgens discussie over de inspanningen die nodig waren voor die nieuwe vergunningen. In de tussentijd nam het afvalbedrijf het nieuwe terrein alvast in gebruik en stortte daar afval. Het provinciebestuur legde het afvalbedrijf hiervoor een dwangsom op. Het bedrijf vindt dat hem niet kan worden verweten dat het geen vergunningen had voor het nieuwe deel van het terrein. Bovendien zou de provincie toezeggingen hebben gedaan dat het bedrijf het nieuwe deel van het terrein mocht gebruiken en dat de vergunningen voor hem zouden worden aangevraagd. Het bedrijf kwam tegen de dwangsom van het provinciebestuur eerder in beroep bij de rechtbank Overijssel. Die verklaarde het beroep in januari 2017 echter ongegrond. Het bedrijf laat het er niet bij zitten en komt tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. (zaaknummer 201701689/1)
De zitting gaat ook over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Staphorst aan het bedrijf heeft opgelegd. Nadat het provinciebestuur ingreep voor het nieuwe deel van het terrein, ging het bedrijf over tot het storten van afval op dat deel van de Westparallelweg dat eerder bij zijn bedrijfsterrein hoorde, maar dat het inmiddels aan de gemeente had afgestaan. Ook het gemeentebestuur besloot daarop in te grijpen. Omdat het bedrijf het afval niet op tijd had opgeruimd, besloot het gemeentebestuur de kosten van het verwijderen van het afval op het bedrijf te verhalen. Het gaat om drie afzonderlijke besluiten. Ook tegen deze drie besluiten kwam het bedrijf eerder in beroep bij de rechtbank Overijssel. Die verklaarde twee van de drie beroepen in januari 2017 ongegrond. Tegen de twee uitspraken waarin zijn beroep ongegrond is verklaard, komt het bedrijf nu in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het gemeentebestuur komt in hoger beroep tegen de uitspraak waarin de rechtbank het beroep van het bedrijf gegrond heeft verklaard. (zaaknummers 201701504/1, 201701680/1 en 201701687/1)

13.15 uur

Schadevergoeding voor bouwstoffenhandel Papendrecht
Zitting over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht om een schadevergoeding toe te kennen aan een bouwstoffenhandel aan de Noordhoek. Het bedrijf had daarom verzocht, omdat het schade zou hebben geleden door een wijziging van het bestemmingsplan. Tegen het besluit van het gemeentebestuur kwam het bedrijf eerder in beroep bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf in september 2016 gegrond en kende het bedrijf een vergoeding van ruim € 1,1 miljoen toe. Zowel het gemeentebestuur als het bedrijf komen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Het gemeentebestuur vindt dat de rechtbank de schade niet goed heeft bepaald. Ook het bedrijf voert aan dat de rechtbank de schade niet goed heeft ingeschat, en wil een hoger bedrag toegekend krijgen. (zaaknummer 201608461/1)