Samenvatting advies over wijziging Wmo 2015 vanwege het abonnementstarief

Datum publicatie: dinsdag 27 november 2018 - Datum advies: vrijdag 26 oktober 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel over de Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 vanwege de introductie van een abonnementstarief. Het wetsvoorstel is op 27 november 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel en bijbehorend ontwerpbesluit

Het wetsvoorstel regelt de (volledige) invoering van een abonnementstarief voor cliënten die gebruik maken van maatschappelijke ondersteuning op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit abonnementstarief wordt vormgegeven door invoering van een vaste maximum eigen bijdrage. Het inkomen wordt als gevolg hiervan voortaan niet meer betrokken bij het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten (pgb’s) en bepaalde algemene voorzieningen.

Voor de invoering van dit abonnementstarief is een wetswijziging nodig die pas per 1 januari 2020 in werking kan treden. Om de stapeling van eigen betalingen al voor 2019 te beperken, is al voor de indiening van het wetsvoorstel bij de Afdeling advisering ook een ontwerpbesluit ingediend dat onder meer het Uitvoeringsbesluit WMO wil wijzigen. Dat besluit maakt per 1 januari 2019 een vast tarief mogelijk voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s. Deze aanpassingen zullen, bij wijze van tussenvorm, gelden tot de inwerkingtreding van de wetswijziging op 1 januari 2020.

Vanwege de nauwe inhoudelijke samenhang tussen het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit heeft de Afdeling advisering beide voorstellen in onderlinge samenhang bekeken en zijn de adviezen voor beide voorstellen vrijwel gelijk.

Nut en noodzaak invoering abonnementstarief

In haar advies wijst de Afdeling advisering erop dat het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk maakt waarom het instrument van eigen bijdragen wordt gemaximeerd op een vast bedrag, ongeacht het inkomen of vermogen van de gebruikers van een Wmo-voorziening. Ondanks de vereenvoudiging die het stelsel oplevert voor burgers, ontneemt het gemeenten een instrument om de beheersbaarheid van de collectieve uitgaven aan maatschappelijke ondersteuning te bewaken. De hoogte van de voorgestelde vaste maximum eigen bijdrage (abonnementstarief) is zodanig dat er vanuit gegaan kan worden dat dit geen remmende werking zal hebben op de ondersteuningsvraag. Er wordt zelfs een aanzuigende werking verwacht. Dit terwijl eigen bijdragen momenteel voor gemeenten een belangrijk instrument zijn, vanwege de functie daarvan voor de financiële beheersbaarheid en de kwaliteit en beschikbaarheid van voorzieningen op lange termijn.

Wanneer een stijging van de vraag onvoldoende of niet snel genoeg wordt vertaald in financiering voor gemeenten, zal verschraling van het voorzieningenaanbod of de kwaliteit van voorzieningen op decentraal niveau optreden, of zullen voorzieningen buiten het abonnementstarief worden gehouden. Het is dan ook mogelijk dat invoering van het abonnementstarief op termijn juist diegenen (met de laagste inkomens) treft die niet via een andere route dan de gemeente voorzieningen kunnen inkopen. Dit terwijl het voorzieningenstelsel van de Wmo 2015 nu juist beoogde om ondersteuning en zorg voor dergelijke kwetsbare groepen veilig te stellen.

Het advies is daarom om de invoering van het abonnementstarief alsnog dragend en overtuigend te motiveren. Als een dergelijke motivering niet kan worden gegeven, is het advies om van het wetsvoorstel af te zien.

Interbestuurlijke verhoudingen

Het wetsvoorstel heeft gevolgen voor gemeenten en de ruimte die zij hebben in het sociale domein. De toelichting gaat echter niet in op de gevolgen van het wetsvoorstel voor de interbestuurlijke verhoudingen. Ook blijkt niet op welke manier de minister van Binnenlandse Zaken betrokken is bij de voorbereiding van de voorgestelde maatregelen. Uit de toelichting blijkt slechts dat gesproken is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten over invoering van het abonnementstarief, zonder dat overeenstemming is bereikt over de uiteindelijke uitkomst.

Vanwege het belang van een dragende motivering en een zorgvuldige voorbereiding van de invoering van het abonnementstarief, acht de Afdeling advisering het noodzakelijk dat de toelichting alsnog aandacht besteedt aan de consequenties van het voorstel voor de interbestuurlijke verhoudingen. Zij adviseert bij het formuleren van een dergelijke motivering alsnog de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te betrekken.

Lees hier de volledige tekst van het advies en het nader rapport (de reactie) van de minister.