Samenvatting advies wetsvoorstel wijziging van de Crisis- en herstelwet

Datum publicatie: vrijdag 7 september 2018 - Datum advies: donderdag 19 juli 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de Crisis- en herstelwet wijzigt. Het wetsvoorstel is op 6 september 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft als doel om de experimenteermogelijkheden van de Crisis- en herstelwet (Chw) te verbeteren. Zo kan - vooruitlopend op de Omgevingswet -eenvoudiger en uitgebreider worden geëxperimenteerd met de instrumenten uit de Omgevingswet. Het is de bedoeling om daarmee maatschappelijke problemen aan te pakken, zoals het tekort aan woningen. Daarom versnelt het wetsvoorstel de procedure voor het toevoegen van nieuwe gebieden en projecten aan bestaande experimenten. Verder wijzigt het wetsvoorstel de toelatingscriteria voor nieuwe experimenten en kan van meer wetten dan voorheen worden afgeweken. Ook vergroot het wetsvoorstel de gebruiksmogelijkheden van het zogenoemde 'projectuitvoeringsbesluit'.

Van een crisiswet tot een transitiewet Omgevingswet

De Chw dateert van 2010 en was toen bedoeld als tijdelijke crisiswet. In 2013 werd de Chw permanent gemaakt en meer gericht op economische structuurversterking. De wet is de afgelopen jaren echter steeds vaker gebruikt om te experimenteren met instrumenten die vooruitlopen op de Omgevingswet, om alvast te 'oefenen'. De Afdeling advisering signaleert dat de Chw zich daardoor ontwikkelt van een crisiswet tot een transitiewet Omgevingswet. Het wetsvoorstel draagt daaraan bij.

De stelselherziening van het omgevingsrecht is omvangrijk en vergt een forse inspanning van decentrale overheden. Een goede voorbereiding en ondersteuning van – vooral – gemeenten is daarom van groot belang. Het is begrijpelijk dat de regering de 'oefenmogelijkheden' aangrijpt die de Chw biedt. Maar het is de vraag of gemeenten voldoende in staat zijn om die mogelijkheden zinvol in te vullen. De recente ‘Voortgangsrapportage Crisis- en herstelwet 2016-2017, Praktijkervaringen Crisis- en herstelwet’ geeft op dit punt reden tot zorg. Verder kunnen in de praktijk complicaties ontstaan, zowel in de jaren tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet als in de eerste jaren daarna. Zo kan door de experimenten een onoverzichtelijk geheel ontstaan van verschillende vormen van bestemmingsplannen.

De Afdeling advisering adviseert om op deze ontwikkeling in te gaan en de wenselijkheid van het wetsvoorstel verder te onderbouwen, in het licht van de te verwachten complicaties.

Wijzigingen experimentenregeling

Het wetsvoorstel regelt verder dat het toevoegen van nieuwe gebieden of projecten aan bestaande experimenten voortaan kan bij ministeriële regeling. Dat levert een versnelling op ten opzichte van de huidige procedure, waarbij dat alleen kan met een algemene maatregel van bestuur (AMvB). De Afdeling advisering vindt het verstandig dit onderdeel van het wetsvoorstel te schrappen. De beoordeling die nodig is voor nieuwe gebieden of projecten hoort op het niveau van een AMvB plaats te vinden, niet op het 'lagere' niveau van een ministeriële regeling.

Het wetsvoorstel voegt daarnaast een aantal wetten toe aan de lijst van wetten waarvan met een experiment mag worden afgeweken. Het gaat onder meer om de Huisvestingswet 2014 en de Leegstandswet. Het is echter niet duidelijk waarom dat nodig is. Bovendien gaat het wetsvoorstel niet in op de gevolgen voor betrokkenen, bijvoorbeeld woningeigenaren. Het advies is om het nut en de noodzaak van dit onderdeel van het wetsvoorstel te onderbouwen en het wetsvoorstel zo nodig aan te passen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport (de reactie) van de minister.