Samenvatting van advies over het verdrag Nederland-Oekraïne over MH17

Datum publicatie: woensdag 21 maart 2018 - Datum advies: vrijdag 2 maart 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over de twee wetsvoorstellen die horen bij het Verdrag tussen Nederland en Oekraïne. Beide voorstellen maken internationale juridische samenwerking mogelijk in de nasleep van het neerhalen van vlucht MH17. De wetsvoorstellen zijn op 21 maart 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstellen

Op 17 juli 2014 werd Malaysia Airlines vlucht MH17 neergehaald, met aan boord veel Nederlandse passagiers. Om zeker te stellen dat Nederland de verdachten kan vervolgen en berechten, heeft Nederland met Oekraïne een verdrag gesloten. In het bijzonder regelt het Verdrag dat verdachten vanuit Oekraïne via een videoverbinding aan het strafproces in Nederland kunnen deelnemen. Het eerste wetsvoorstel heeft betrekking op de goedkeuring van dat verdrag, het tweede wetsvoorstel regelt de uitvoering hiervan in Nederland.

Advies

Het advies behandelt beide wetsvoorstellen. De Afdeling advisering is zich daarbij zeer bewust van het bijzondere karakter en de internationale context van deze wetsvoorstellen. Het advies vraagt in het bijzonder aandacht voor enkele internationale verdragen.

Tweede aanvullend Protocol bij verdrag over wederzijdse rechtshulp in strafzaken
In het 'Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken' staat een bepaling over het verhoor van verdachten tijdens het strafproces via een videoverbinding. Nederland heeft bij deze bepaling een verklaring afgelegd dat geen gebruik zal worden gemaakt van deze mogelijkheid, omdat Nederland vond dat bij het verhoor van verdachten extra waarborgen moeten worden vastgelegd. De Afdeling advisering heeft begrip voor de keuze van de regering in dit bijzondere geval. Maar voor alle duidelijkheid zou in de toelichting bij het goedkeuringsvoorstel moeten worden uitgelegd hoe zich dat verhoudt tot de door Nederland afgelegde verklaring bij het Tweede aanvullend Protocol.

EVIG en EVOS
Internationale juridische samenwerking in strafzaken is in diverse verdragen geregeld, zoals in het 'Europees verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen' (EVIG) en in het 'Europees Verdrag betreffende de Overdracht van Strafvervolging' (EVOS). Bij deze twee verdragen zijn zowel Nederland als Oekraïne partij. In de uitvoeringswet wordt een uitzondering gemaakt op een regeling uit beide verdragen. Zo is de bijzondere verzetsprocedure tegen een buitenlands verstekvonnis uit het EVIG niet van toepassing. Ook wordt de hoorplicht over het verzoek tot overname van strafvervolging uit het EVOS als de betrokkene zich buiten Nederland bevindt, buiten toepassing verklaard. Zowel het EVIG als het EVOS staan toe een later verdrag te sluiten over onderwerpen die in die verdragen zijn geregeld, als sprake is van een aanvulling of vergemakkelijking. Het advies is om in de toelichting uit te leggen dat daarvan met dit verdrag sprake is.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.