Samenvatting advies over intrekking Wet raadgevend referendum

Datum publicatie: woensdag 20 december 2017 - Datum advies: woensdag 20 december 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel voor intrekking van het raadgevend referendum. De regering heeft het wetsvoorstel op 20 december 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Met het voorstel wil de regering de Wet raadgevend referendum (Wrr) intrekken. Naast de intrekking van de Wrr regelt het voorstel dat over de intrekkingswet geen raadgevend referendum kan worden gehouden.

Advies van de Raad van State

De regering kan het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer indienen. De Afdeling advisering adviseert de regering wel de noodzaak van de intrekking van de Wrr nader te motiveren. Zij adviseert ook beter toe te lichten waarom over de intrekkingswet geen raadgevend referendum kan worden gehouden.

Referenda in het algemeen

Over de vraag of en zo ja in welke vorm referenda onderdeel zouden moeten zijn van het wetgevingsproces bestaat in Nederland al geruime tijd discussie. De Afdeling advisering is in eerdere adviezen diverse keren ingegaan op de grondwettelijke en andere juridische aspecten van verschillende vormen van referenda. Daarom maakt zij in dit advies geen algemene opmerkingen over de figuur van het raadgevende, correctieve wetgevingsreferendum.

Noodzaak van intrekking overtuigend motiveren

De vraag of intrekking van de Wrr wenselijk is, is een vraag die de wetgever, dus regering en Tweede Kamer, moet beantwoorden. Vanuit een oogpunt van kwalitatief goede wetgeving is wel van belang dat wetgeving bestendig is. Dit betekent dat de regering de noodzaak van intrekking van een wet overtuigend moet motiveren. Als de noodzaak hiervoor vooral zou voortvloeien uit de aanwezigheid van opkomstdrempels in de wet, dan rijst de vraag waarom de regering niet heeft volstaan met het schrappen van die drempels. De motivering voor de intrekking van de wet moet daarom in een bredere context worden geplaatst. De Afdeling advisering wijst hiervoor op de passages die in het regeerakkoord zijn opgenomen over de intrekking van de Wrr. Daarin staat dat het raadgevend referendum als tussenstap niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht en dat de politieke steun voor een correctief bindend referendum als einddoel in de loop der tijd is afgebrokkeld. Hieruit blijkt dat het wetsvoorstel moeilijk los kan worden gezien van de bredere context van het democratisch bestel en van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Motivering uitsluiten referendabiliteit

Juridisch is het mogelijk dat de wetgever bepaalt dat over de intrekkingswet geen referendum wordt gehouden. De Wrr is immers niet 'hoger' dan andere wetten. Bij latere wet kan van een bestaande wet worden afgeweken. De regering moet dan wel motiveren waarom zij wil afwijken. De passage hierover in de toelichting bij de intrekkingswet steunt naar het oordeel van de Afdeling advisering niet op een inhoudelijke waardering van het instrument van het raadgevend referendum. Zij adviseert de regering daarom de toelichting op dit punt aan te vullen.

Techniek van uitsluiten referendabiliteit

De Afdeling advisering stelt vast dat als de wetgever wil regelen dat over de intrekkingswet geen referendum kan worden gehouden, de methode in het wetsvoorstel in juridische zin effectief is. Het is de bedoeling dat de intrekkingswet "direct in werking treedt met terugwerkende kracht tot het moment van bekrachtiging." Op deze manier bestaat er duidelijkheid over het feit dat over dit wetsvoorstel geen raadgevend referendum kan worden gehouden.

Volledige tekst van het advies

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.