Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten in verband met de aanwijzing van grondroerders die zijn vrijgesteld van de verplichting een graafmelding te doen bij de uitvoering van ondiepe graafwerkzaamheden in eigen grond.
- Kenmerk
- W15.15.0185/IV
- Datum advies
- 30 juli 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2018, nr. 36071
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten in verband met de aanwijzing van grondroerders die zijn vrijgesteld van de verplichting een graafmelding te doen bij de uitvoering van ondiepe graafwerkzaamheden in eigen grond.
Bij Kabinetsmissive van 15 juni 2015, no.2015001045, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten in verband met de aanwijzing van grondroerders die zijn vrijgesteld van de verplichting een graafmelding te doen bij de uitvoering van ondiepe graafwerkzaamheden in eigen grond, met nota van toelichting.
Met het ontwerpbesluit wordt invulling gegeven aan de bij wet geboden mogelijkheid tot aanwijzing van bepaalde categorieën grondroerders, die vrijgesteld zijn van de verplichting een graafmelding te doen voor graafwerkzaamheden in eigen grond of grond in eigen beheer tot een diepte van ten hoogste 50 cm onder het maaiveld.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar komt tot de conclusie dat de in het ontwerpbesluit opgenomen voorwaarden voor vrijstelling geen grondslag hebben in de wet en dienen te worden geschrapt.
1. Grondslag ontwerpbesluit
Op grond van artikel 8 van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna: de wet) is een grondroerder (zie noot 1) verplicht een voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden (zie noot 2) te melden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Deze graafmelding moet ten hoogste 20 werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de graafwerkzaamheden plaatsvinden.
Op grond van artikel 8a, eerste lid, van de wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur bepaalde categorieën grondroerders worden vrijgesteld van de verplichting een graafmelding te doen. De aan te wijzen categorieën grondroerders dienen de grond waarvoor de vrijstelling geldt, in eigendom of beheer te hebben en bovendien mogen de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.
Het ontwerpbesluit voorziet in de bij wet mogelijk gemaakte vrijstelling van de meldplicht voor graafwerkzaamheden voor de categorie agrarische grondroerders. Het ontwerpbesluit formuleert voor een dergelijke vrijstelling de aanvullende voorwaarde dat de graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in grond die tenminste anderhalf jaar bij hen in eigendom of beheer is. De keuze voor deze termijn wordt overigens niet nader toegelicht. Indien de grond waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd korter dan anderhalf jaar in eigendom of beheer is bij de grondroerder, moet een oriëntatieverzoek worden gedaan, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, om in aanmerking te komen voor een vrijstelling.
De Afdeling merkt op dat deze aanvullende voorwaarde tot een beperking leidt die niet past binnen de reikwijdte van de delegatiegrondslag zoals neergelegd in artikel 8a, eerste lid van de wet. De vrijgestelde categorie is de categorie agrarische grondroerders. Deze categorie wordt echter zodanig omschreven dat als aanvullende voorwaarde wordt gesteld dat de grond tenminste anderhalf jaar in eigendom of beheer dient te zijn van de agrarische grondroerder. Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, moet een oriëntatieverzoek worden gedaan om toch voor vrijstelling in aanmerking te komen. Op die manier is sprake van een geclausuleerde vrijstelling die verder gaat dan de clausulering die is neergelegd in artikel 8a, eerste lid van de wet. De delegatiegrondslag laat dan ook geen ruimte voor een dergelijke nadere beperking.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit in het licht van het bovenstaande aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen geen besluit te nemen dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.15.0185/IV
- In de aanhef van artikel 6a van het ontwerpbesluit toevoegen na "werkzaamheden": "worden verricht".
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 juni 2018
1. Grondslag ontwerpbesluit
Aan de opmerking van de Afdeling met betrekking tot de reikwijdte van de delegatiegrondslag is tegemoetgekomen. Overeenkomstig het advies van de Afdeling is in het eerste lid van het in artikel I opgenomen artikel 6a de eerder voorgestelde clausulering geschrapt. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in de periode dat een agrariër de grond, waarin de voorgenomen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden, in eigendom of beheer heeft. De nota van toelichting is hierop eveneens aangepast.
2. De redactionele kanttekening in de bijlage bij het advies van de Afdeling is verwerkt.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt het besluit en de nota van toelichting op een aantal andere punten aan te passen.
a. Allereerst zijn de verwijzingen naar de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten vervangen door verwijzingen naar de per 31 maart 2018 daarvoor in de plaats getreden nieuwe regels, te weten de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken en het Besluit informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.
b. In de nota van toelichting is in de inleidende paragraaf nader ingegaan op het besluitvormingstraject en is uiteengezet waarom de besluitvorming meer tijd heeft gevergd dan voorzien.
c. De paragrafen over de regeldruk en de uitvoeringslasten in de nota van toelichting zijn aangepast aan de actuele bedragen waarvan moet worden uitgegaan bij de bepaling van de regeldruk en de uitvoeringslasten.
d. Aan de nota van toelichting is een notificatieparagraaf toegevoegd.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
(1) Degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht (artikel 1, onder g, Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten).
(2) Het mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond (artikel 1, onder c).