Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.16.0176/IV

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Mijnbouwbesluit (wijzigingen in verband met het toezicht op de naleving bij opsporing en winning van een delfstof).

Kenmerk
W15.16.0176/IV
Datum advies
5 september 2016
Vindplaats
Staatscourant 2017, nr. 15010
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Mijnbouwbesluit (wijzigingen in verband met het toezicht op de naleving bij opsporing en winning van een delfstof).

Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2016, no.2016001225, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Mijnbouwbesluit (wijzigingen in verband met het toezicht op de naleving bij opsporing en winning van een delfstof), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit bevat enkele wijzigingen van het Mijnbouwbesluit op het gebied van toezicht op de naleving bij opsporing en winning van een delfstof. Het betreft onder meer het toezicht op het terugbrengen van water in de ondergrond en toezicht op mijnbouwactiviteiten in verband met de veiligheid op zee.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar maakt een opmerking over het uitzonderen van de opslag van brijn van de vergunningplicht op grond van de Mijnbouwwet en over de notificatie van het ontwerpbesluit bij de Europese Commissie.

1 Waarborgen bij het terugbrengen en de opslag van brijn in de bodem
Om aan bruikbaar water te komen wordt verzilt of brak grondwater omgezet in zoet water. Naast zoet water levert toepassing van deze techniek brijn op. Brijn is in het voorgestelde artikel I, onderdeel A gedefinieerd als: "water met een verhoogde mineralenconcentratie dat overblijft na de onttrekking van water aan gewonnen brak grondwater." Brijn kan vervolgens in de ondergrond worden teruggebracht naar een grondwaterlaag met een vergelijkbare waterkwaliteit. (zie noot 1) De voorgestelde wijzigingen van artikel 2, onderdeel c en van artikel 28 van het Mijnbouwbesluit beogen het in de ondergrond terugbrengen van grondwater en brijn uit te zonderen van de regels van de Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit. (zie noot 2) De wijziging heeft als doel de doelmatigheid van het toezicht te vergroten door slechts één bevoegd gezag te belasten met het toezicht op de opslag van water in de ondergrond. (zie noot 3)

In het kader van de openbare internetconsultatie pleit Vewin (Vereniging van waterbedrijven in Nederland) voor het opnemen van randvoorwaarden voor de opslag van brijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer. (zie noot 4) Vewin wijst onder andere op het belang het waarborgen van:

- monitoring van de hydrochemische en hydrologische effecten van lozing van brijn in de bodem,
- beoordeling op hydrochemische effecten voor relevante stoffen, (zie noot 5) en
- inzicht in de hydrologische effecten van de lozingen. (zie noot 6)

De toelichting bij het ontwerpbesluit vermeldt in reactie op de opmerking van Vewin dat de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer voorzien in voldoende waarborgen om maatwerkvoorschriften te stellen. (zie noot 7) De Afdeling merkt op dat het Activiteitenbesluit weliswaar bevoegdheden bevat om met betrekking tot de lozing en opslag van brijn maatwerkvoorschriften te stellen, maar het bevoegd gezag is daartoe niet verplicht. (zie noot 8) De bevoegdheid biedt derhalve geen garantie dat het bevoegd gezag daadwerkelijk maatwerkvoorschriften zal stellen wanneer dit voor het waarborgen van de bovengenoemde belangen noodzakelijk is. Daarnaast zijn maatwerkvoorschriften aangewezen vanwege specifieke waarborgen in concrete situaties, terwijl de hierboven genoemde waarborgen van meer algemeen belang lijken bij het terugbrengen en opslaan van grondwater en brijn in de ondergrond. Naar het oordeel van de Afdeling blijkt uit het ontwerpbesluit en de nota van toelichting onvoldoende dat opname van randvoorwaarden in het Activiteitenbesluit met betrekking tot het terugbrengen en opslaan van brijn in de ondergrond niet aangewezen zou zijn.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het Activiteitenbesluit milieubeheer aan te passen.

2. Notificatie
In de toelichting staat een kop ‘5. Notificatie’, maar zonder bijbehorende tekst. De Afdeling adviseert in de toelichting te vermelden of en wanneer dit besluit is genotificeerd en op grond van welke EU richtlijn notificatie aangewezen is. De Afdeling wijst er op dat indien de notificatie aanleiding geeft tot het aanbrengen van wijzigingen van ingrijpende aard, zij over deze wijzigingen opnieuw moet worden gehoord. (zie noot 9)

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.16.0176/IV

- Artikel I, onderdelen B en F: de tekst van het voorgestelde onderdeel 3 van het tweede lid van artikel 2 van het Mijnbouwbesluit in overeenstemming met het voorgestelde onderdeel g van artikel 28 van het Mijnbouwbesluit.


Nader rapport (reactie op het advies) van 24 februari 2017

1. Conform het advies van de Afdeling is paragraaf 2.1 van het algemene deel van de toelichting en de toelichting bij artikel I, onderdelen A, B en F verduidelijkt met onder meer de vermelding dat het lozen van water in de bodem in beginsel verboden is. Het bevoegd gezag voor de lozing kan bij maatwerkvoorschrift een ontheffing van dit verbod geven indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van de lozing daartegen niet verzet.
Met deze passage is verduidelijkt dat het uitzonderen van het lozen van brijn van de zelfstandige vergunningplicht op grond van de Mijnbouwwet geen aantasting is van het bestaande verbod op lozingen krachtens de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming.

2. Paragraaf 5 is in overeenstemming met het advies van de Afdeling aangevuld met de datum van notificatie bij de Europese Commissie en het resultaat daarvan. De notificatie heeft geen aanleiding gegeven tot het aanbrengen van wijzigingen in het besluit of de nota van toelichting.

3. De tekst van het besluit is aangepast overeenkomstig de redactionele opmerking van de Afdeling.

4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de bewoording van de artikelen 67, eerste en tweede lid, 74, eerste lid, 76, eerste lid, en 77, onderdeel a, door invoeging van de woorden "uitbreiden" en "wijzigen" in overeenstemming te brengen met de artikelen 1 en 6 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw, zoals dat artikel komt te luiden bij de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (vergunning aanleg boorgat). Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een tekortkoming in de verwijzing in artikel 161a, tweede lid, onderdeel d, te corrigeren en met artikel III te voorzien in de inwerkingtreding van artikel 161a, tweede lid, onderdeel h.
De datum van inwerkingtreding is op 1 april 2017 gesteld om duidelijkheid te bieden aan de gegadigden bij de aanbesteding van kavels voor windturbines op zee over de regels voor de plaatsing van mijnbouwinstallaties in de buurt van windturbines.
Tot slot zijn in de toelichting enkele redactionele verbeteringen van ondergeschikte aard aangebracht.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Economische Zaken


(1) Nota van toelichting, paragraaf 2.1: "Hoe dieper het grondwater in de bodem zit, hoe meer mineralen het grondwater in het algemeen bevat. Om een laag met een vergelijkbare waterkwaliteit te bereiken is het meestal nodig om brijn tot op een diepte van meer dan 100 meter in de ondergrond terug te brengen. [ …] Brijn bevat dus alleen een verhoogde concentratie van stoffen die zich al in het grondwater bevonden.[…] Het is niet bezwaarlijk dat dit grondwater in diepere lagen in de ondergrond wordt teruggevoerd, indien aan dit grondwater geen stoffen zijn toegevoegd."
(2) De voorgestelde wijziging betreft het terugvoeren en de opslag van grondwater brijn dat zonder toevoeging van stoffen wordt teruggevoerd in hetzelfde gebied waar het is gewonnen, tot een diepte van ten hoogste 500 meter. Zie wijzigingsartikel I, onderdelen B en F. Op deze activiteit blijft, zoals nu al het geval is, het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Op het boorgat ten behoeve van het terugbrengen van grondwater en brijn in de ondergrond blijven de regels van het Mijnbouwbesluit van toepassing.
(3) Nota van toelichting, paragraaf 2.1.
(4) Brief van Vewin aan de minister van EZ, 20 april 2015: https://www.internetconsultatie.nl/wijziging_mijnbouwbesluit/reactie/e75b9dd4-0f54-4cb5-938c-1c697e58594a
(5) Brief van Vewin aan de minister van EZ, 20 april 2015, p. 3 : "Er zullen randvoorwaarden geformuleerd moeten worden waaraan effecten in bodem en grondwater getoetst kunnen worden. Bijvoorbeeld: vergelijkbare zoutconcentraties in het ontvangende pakket, geen zouten neerslaan nabij filters, geen aanleiding geven tot het ontstaan van stoffen in ongewenste concentraties, geen ongewenst oplossen van mineralen."
(6) Brief van Vewin aan de minister van EZ, 20 april 2015, p. 3: "Er zal inzicht moeten zijn in het functioneren van het hydrologische systeem, de stromingen van het grondwater en de verspreiding van het geloosde concentraat daarin."
(7) Nota van toelichting, paragraaf 4, laatste alinea.
(8) Artikelen 2.1, 2.2 en 3.90 Activiteitenbesluit maken mogelijk dat het bevoegd gezag in dit kader maatwerkvoorschriften stelt, maar verplichten hier niet toe.
(9) Zie ook aanwijzingen 263 en 277 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 177 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon