Voorstel van wet tot wijziging van de Luchtvaartwet met het oog op de aanwijzing van luchtvaartterreinen waarvan gebruikt dient te worden gemaakt voor de landing van vluchten die een sterk verhoogd risico vormen om te worden gebruikt voor drugssmokkel.
- Kenmerk
- W03.16.0219/II
- Datum advies
- 9 september 2016
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2016/17, 34 684, nr. 4
- Justitie en Veiligheid
- Wet
Toon inhoud
Voorstel van wet tot wijziging van de Luchtvaartwet met het oog op de aanwijzing van luchtvaartterreinen waarvan gebruikt dient te worden gemaakt voor de landing van vluchten die een sterk verhoogd risico vormen om te worden gebruikt voor drugssmokkel.
Bij Kabinetsmissive van 12 augustus 2016, no.2016001336, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Luchtvaartwet met het oog op de aanwijzing van luchtvaartterreinen waarvan gebruikt dient te worden gemaakt voor de landing van vluchten die een sterk verhoogd risico vormen om te worden gebruikt voor drugssmokkel, met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel introduceert een verbod (zie noot 1) in de Luchtvaartwet om risicovluchten op een ander luchtvaartterrein dan Schiphol (zie noot 2) te doen landen. Risicovluchten betreffen intercontinentale vluchten die onder het 100%-controleregime op drugssmokkel vallen, thans vluchten afkomstig uit Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Suriname, Venezuela en Bonaire. De achtergrond van het wetsvoorstel is dat Schiphol als enige luchthaven in Nederland over een 100%-controleregime beschikt en het faciliteren van deze controles op andere luchthavens dan Schiphol, zoals Eindhoven Airport, te grote investeringen door de overheid zou vergen. Dit betekent dat het landen van risicovluchten op luchthaven Eindhoven Airport (zie noot 3) niet mogelijk zal zijn.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar heeft een opmerking over de betrokkenheid van Caribisch Nederland bij het wetsvoorstel.
De Afdeling wijst erop dat de regering ingevolge de artikelen 207 en 208 Wet openbare lichamen BES (WolBES) de bestuurscolleges van de BES-eilanden informeert over haar standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor het openbaar lichaam van belang zijn, en dat zij de bestuurscolleges de gelegenheid biedt daarover overleg te voeren, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. (zie noot 4)
Met betrekking tot de BES-eilanden vermeldt de toelichting (zie noot 5) dat slechts Bonaire over een luchthaven beschikt die intercontinentale vluchten kan ontvangen, zodat de uitbreiding van de Luchtvaartwet BES met een vergelijkbaar verbod zinledig zou zijn. In de toelichting wordt verder echter geen aandacht geschonken aan het gevolg van het voorgestelde verbod voor de BES-eilanden. De mogelijkheden om vanuit Bonaire Airport naar Eindhoven Airport te reizen worden immers tenietgedaan en de vliegtuigmaatschappijen zullen hun aanbod aan vluchten vanuit Bonaire Airport niet kunnen uitbreiden naar andere luchthavens dan Schiphol. Deze beperkingen betreffen naar het oordeel van de Afdeling aangelegenheden die voor het openbaar lichaam van belang kunnen zijn, zodat in het licht van de artikelen 207 en 208 WolBES het raadplegen van de bestuurscolleges in de rede ligt. De Afdeling merkt op dat de toelichting niet duidelijk maakt of dit is geschied.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en, indien geen consultatie heeft plaatsgevonden, dit alsnog te doen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 februari 2017
Aan het advies is gevolg gegeven. Het bestuurscollege van Bonaire is alsnog in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het wetsvoorstel. Van deze mogelijkheid heeft het bestuurscollege bij brief van 6 december 2016 gebruik gemaakt. Het bestuurscollege merkt op dat vluchten vanuit Bonaire naar Nederland uitsluitend op Schiphol kunnen landen, met als gevolg dat de economische groeimogelijkheden van Bonaire en Bonaire International Airport worden beperkt. Het bestuurscollege vraagt zich af of overwogen is om op Bonaire International Airport een 100%-controle in te richten voor vertrekkende vluchten naar Nederland, zodat een verscherpte controle bij aankomst in Nederland niet langer nodig is. Verder vraagt het bestuurscollege zich af welke onderbouwing ten grondslag ligt aan de keuze om vluchten vanuit Bonaire aan te merken als ‘risicovlucht’. In § 5.6 van de gewijzigde memorie van toelichting bij het wetsvoorstel worden de vragen en opmerkingen van het bestuurscollege besproken. De reactie van het bestuurscollege heeft geen aanleiding gegeven het wetsvoorstel te wijzigen.
Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Voorgesteld artikel 37x van de Luchtvaartwet.
(2) Luchthaven Schiphol zal daartoe bij ministeriële regeling worden aangewezen.
(3) Wat Nederland betreft beschikt naast Schiphol op dit moment alleen de luchthaven Eindhoven Airport over een 3000-meterbaan die geschikt is voor het starten en landen van intercontinentale vluchten. Memorie van toelichting, paragraaf 2.1.
(4) Zie artikelen 207 en 208 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
(5) Memorie van toelichting, paragraaf 2.3., laatste tekstblok.