Ontwerpbesluit eindapparaten.
- Kenmerk
- W15.16.0310/IV
- Datum advies
- 11 november 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 48
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels inzake eindapparaten ter implementatie van richtlijn 2008/63/EG (Besluit eindapparaten).
Bij Kabinetsmissive van 5 oktober 2016, no.2016001717, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake eindapparaten ter implementatie van richtlijn 2008/63/EG (Besluit eindapparaten), met nota van toelichting.
Het ontwerp beoogt de bestaande implementatie met betrekking tot netwerkaansluitpunten en toegang tot openbare telecommunicatienetwerken in een afzonderlijk besluit voort te zetten.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft opmerkingen over de motivering van een deel van het ontwerpbesluit en over de transponeringstabel.
1. Inhoudelijke wijzigingen
Artikel 14 tot en met 17 van het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 (hierna: Brr 2007) implementeert richtlijn 2008/63/EG, (zie noot 1) maar ook voorschriften van de oudere R&TTE richtlijn. (zie noot 2) De R&TTE richtlijn is met ingang van 12 juni 2016 vervangen door richtlijn 2014/53/EU. (zie noot 3) In het kader van de implementatie van laatstgenoemde richtlijn is het Brr 2007 ingetrokken en vervalt ook artikel 14 tot en met 17 van het Brr 2007. In het ontwerpbesluit wordt voorzien in hernieuwde implementatie van (alleen) richtlijn 2008/63/EG.
De Afdeling merkt op dat ondanks de vooral wetstechnische aanleiding het ontwerp ook inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de artikelen 14 tot en met 17 Brr 2007 bevat. (zie noot 4) Met het ontwerpbesluit lijkt meer dan thans te worden gekozen voor een strikte implementatie van richtlijn 2008/63/EG. Zo vervallen de eisen aan de nauwkeurigheid van de specificaties en de harde termijn van twee maanden voor bekendmaking daarvan. (zie noot 5) De aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk moet voortaan ook zorgen dat aangesloten apparaten ‘kunnen blijven worden gebruikt’. (zie noot 6) De meest ingrijpende wijziging is dat het bestaande recht van de aanbieder om schadelijke apparaten die wel aan de eisen voldoen (toch) te weren, wordt vervangen door een verbod voor zowel telecomdienstaanbieders als eindgebruikers om apparaten die niet aan de eisen voldoen aan te sluiten. (zie noot 7) Voor overtreding van het verbod kan een hoge bestuurlijke boete worden opgelegd. (zie noot 8) In het licht van het nieuwe karakter van in het bijzonder deze bepaling wordt de wenselijkheid onvoldoende gemotiveerd.
De Afdeling adviseert de inhoudelijke wijzigingen als zodanig in de toelichting te benoemen en de wenselijkheid ervan dragend te motiveren.
2. Aard richtlijnbepalingen
Volgens de transponeringstabel zouden de artikelen 2, 5 en 6 van richtlijn 2008/63/EG verplichten tot feitelijk handelen, zodat uit de aard ervan zou volgen dat implementatie niet nodig is. De Afdeling merkt op dat de artikelen 2 en 6 niet zien op handelingen van feitelijke aard nu het gaat om het afschaffen van bijzondere rechten respectievelijk het aanwijzen van een toezichthouder voor de controle op de in artikel 5 bedoelde technische specificaties voor eindapparatuur. Voor uitvoering van artikel 5 is het beschikken over (ontwerp)specificaties nodig zodat ook voor implementatie hiervan verwezen moet kunnen worden naar regelgeving waarin dat wordt geregeld.
De Afdeling adviseert de transponeringstabel aan te passen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.16.0310/IV
- Artikel 5 als onwenselijke doublure met vastlegging bevoegdheid op wetsniveau schrappen.
- Artikel 6 formuleren zonder gedifferentieerde inwerkingtreding en zonder apart inwerkingtredingsbesluit.
Nader rapport (reactie op het advies) van 8 december 2016
1. De Afdeling advisering adviseert de inhoudelijke wijzigingen als zodanig in de toelichting te benoemen en de wenselijkheid ervan dragend te motiveren. Aan dit advies is gevolg gegeven door de nota van toelichting aan te passen.
2. Aan het advies van de Afdeling advisering om de transponeringstabel aan te passen is gevolg gegeven.
3. De redactionele opmerkingen van de Afdeling advisering zijn deels overgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1) Richtlijn 2008/63/EG van de Commissie van 20 juni 2008 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur (PB 2008, L 162, blz. 20).
(2) Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PB 1999, L 91, blz. 10).
(3) Zie Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB 2014, L 153, blz. 62).
(4) De toelichting in paragraaf 3 en 4 suggereert inhoudelijk ongewijzigde voortzetting. De toelichting stelt in de paragraaf over regeldruk (paragraaf 6) te algemeen: "Er is geen sprake van inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van reeds bestaande bepalingen".
(5) Artikel 14, tweede, respectievelijk derde lid, Brr 2007. Onder ‘genoegzame wijze’ van bekendmaking wordt voortaan ook begrepen een ‘redelijke termijn’ (Artikel 2 ontwerpbesluit, Toelichting, paragraaf 3).
(6) Artikel 3 ontwerpbesluit in vergelijking met artikel 15 Brr 2007.
(7) Artikelen 16 en 17 van het Brr 2007 v.s. artikel 4 ontwerpbesluit.
(8) Artikel 15.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet luidt:
2. De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift met het toezicht op de naleving waarvan zij het ingevolge artikel 15.1, tweede lid, is belast een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000, of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de onderneming.