Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.
- Kenmerk
- W03.16.0343/II
- Datum advies
- 2 december 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 3549
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.
Bij Kabinetsmissive van 28 oktober 2016, no.2016001871, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013, houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Besluit toezicht). Het regelt een verlenging tot 1 januari 2020 van de in het Besluit toezicht opgenomen drempelwaarden voor de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties van auteurs- en naburige rechten (hierna: collectieve beheersorganisaties). Deze drempelwaarden zouden, zonder deze verlenging, met ingang van 1 januari 2017 komen te vervallen. (zie noot 1)
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in de nota van toelichting duidelijkheid te verschaffen over het te ontwikkelen benchmarksysteem en over het tijdstip waarop de tijdelijke drempels voor de beheerskosten definitief zullen worden vervangen door een ander systeem.
Op grond van artikel 2h, vierde lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties (hierna: Wet toezicht), dient een collectieve beheersorganisatie ernaar te streven dat de beheerskosten voor de inning, het beheer, en de verdeling van gelden niet hoger zijn dan de gerechtvaardigde en gedocumenteerde kosten. Daarvoor kunnen bij algemene maatregel van bestuur drempels worden vastgesteld. Artikel 2h is ingevoegd in de Wet toezicht in verband met de implementatie van de Richtlijn 2014/26/EU. (zie noot 2) In het Besluit toezicht is een drietal drempels opgenomen. (zie noot 3)
In zijn advies over het ontwerpbesluit heeft het College van Toezicht Auteursrechten (hierna: het College) naar voren gebracht dat door hem niet wordt gehecht aan de voortzetting van de beheerskostendrempels. Het College meent dat de uit de Richtlijn 2014/26/EU voortvloeiende normen hem reeds voldoende houvast geven voor de toetsing van beheerskosten. Het College geeft in plaats van beheerskostendrempels de voorkeur aan "het ontwikkelen van (interne) benchmarkgegevens voor beheerskosten in de sector van het collectief beheer van auteurs- en naburige rechten, waarbij recht wordt gedaan aan de specifieke omstandigheden en kenmerken van de verschillende CBO’s." Daarbij meent het College dat de in de amvb opgenomen absolute drempels onvoldoende recht doen aan de diversiteit van externe omstandigheden bij collectieve beheersorganisaties, en dat de huidige arbitraire grens van 15% beheerskosten voor sommige collectieve beheersorganisaties, gelet op hun specifieke kenmerken, aanmerkelijk ruim kan zijn en voor anderen wellicht te krap. Het College stelt evenwel ook dat het, voor een periode van drie tot vijf jaar die het ontwikkelen van deze benchmarks nog in beslag zal nemen, geen bezwaar heeft tegen de verlenging van de huidige beheerskostendrempels. (zie noot 4)
De nota van toelichting vermeldt, in reactie op dit advies:
"Het advies van het College van Toezicht is overgenomen wat betreft de verlenging. De reden hiervoor is dat bij het vervallen van de drempelpercentages uit dit besluit geen toezicht mogelijk zou zijn op de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties. Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie van de Wet toezicht zal nader worden bezien in hoeverre een benchmarksysteem geschikter is om de beheerskosten te normeren." (zie noot 5)
De Afdeling merkt het volgende op. De toelichting neemt weliswaar het advies van het College over waar het betreft de verlenging, maar gaat niet in op het door het College te ontwikkelen benchmarksysteem in het licht van de normen voor transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid die de geïmplementeerde richtlijn biedt. Het standpunt over een dergelijk systeem wordt opgeschoven naar de uitkomsten van een evaluatie van de Wet toezicht. Een benchmarksysteem komt naar het oordeel van het College tegemoet aan de verschillen tussen de collectieve beheersorganisaties. De thans gekozen grens van 15% noemt het College arbitrair.
De Afdeling wijst er op dat reeds in de nota van toelichting bij het besluit van 25 juni 2013 (zie noot 6) werd vermeld dat de beheerskostendrempels slechts tijdelijk (namelijk: tot 1 januari 2015) zouden gelden, teneinde de marktpartijen de gelegenheid te geven in overleg met het College van toezicht de transparantie en de onderlinge vergelijkbaarheid van de beheerskosten uit te werken. (zie noot 7) De verlenging tot 1 januari 2017 (zie noot 8) werd door de regering eveneens noodzakelijk geacht om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van kosten, incasso en repartitie. (zie noot 9)
In het licht van al het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de nota van toelichting niet toereikend motiveert waarom het standpunt over een benchmarksysteem thans wordt vooruitgeschoven tot de uitkomsten van een evaluatie van de Wet toezicht. Voor de ontwikkeling van een dergelijk systeem, is een zekere tijd nodig, maar onduidelijk is hoeveel tijd daarmee is gemoeid. In verband daarmee is niet toereikend gemotiveerd wanneer een definitief besluit tot stand zal komen.
De Afdeling adviseert in de nota van toelichting hieromtrent duidelijkheid te verschaffen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2016
In een voorontwerp van dit Uitvoeringsbesluit heb ik aangegeven dat ik voornemens was het Uitvoeringsbesluit met een periode van drie jaar te verlengen. Dit was conform het advies van 5 september 2016 van het College van Toezicht Auteurs- en naburige rechten (“het College”). De verlenging voorkomt dat de drempelpercentages uit dit besluit onmiddellijk vervallen en geen toezicht mogelijk zou zijn op de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties. Voorts heb ik aangegeven dat naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten 2013 (hierna: Wet toezicht), nader zou worden bezien in hoeverre een benchmarksysteem geschikter is om de beheerskosten in de toekomst te normeren. Het College heeft in haar advies aangegeven dit systeem voor de toekomst te prefereren.
De Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) vroeg waarom het standpunt over een benchmarksysteem wordt vooruitgeschoven totdat de uitkomsten van een evaluatie van de Wet toezicht bekend zijn en wanneer een definitief besluit tot stand zou komen.
De nota van toelichting is naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering aangevuld. In de toelichting is aangegeven dat recent de uitkomsten van de evaluatie van de wijziging van de Wet toezicht bekend zijn geworden. Het onderzoek heeft betrekking op de periode van 1 juli 2013 tot 1 juli 2016. Sinds 1 juli 2013 is ook de huidige normering van de beheerskosten van toepassing op collectieve beheersorganisaties. Onderdeel van het onderzoek, waarvoor door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum opdracht is verleend aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht van de Universiteit Utrecht (hierna: CIER) en Andersson Elfers Felix, was ook de normering. Inmiddels is dit onderzoek afgerond.[1] De onderzoekers concluderen in hun rapport dat de huidige normering van de beheerskosten geen scherp of gericht instrument is. Ook adviseren de onderzoekers, in lijn met het College, om te overwegen om een benchmarksysteem te gebruiken.
Gelet op de uitkomsten van de evaluatie, kan ik me vinden in het advies van het College om op termijn de huidige normering voor beheerskosten te vervangen door een benchmarksysteem. Een benchmarksysteem maakt een fijnmaziger toetsing mogelijk. Daarbij kan onder meer beter rekening gehouden worden met de verschillen tussen collectieve beheersorganisaties die geld ontvangen van andere collectieve beheersorganisaties en zij die ontvangen gelden direct zelf verdelen.
Ook onderschrijf ik het advies van het College om de normering van het huidige Uitvoeringsbesluit tot die tijd te handhaven. Daarom heb ik de duur van het huidige Uitvoeringsbesluit beperkt tot drie jaar.
Deze periode geeft het College voldoende gelegenheid om een benchmarksysteem te ontwikkelen, zonder dat het toezicht op de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties in de tussentijd geheel vervalt. Het streven is per 1 januari 2020 over te gaan naar een benchmarksysteem voor de normering van beheerskosten en de huidige normering af te schaffen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Artikel 5, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.
(2) Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt. De richtlijn is geïmplementeerd door de Implementatiewet richtlijn collectief beheer (Stb. […]) die op […] in werking is getreden.
(3) Van overschrijding is sprake indien de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, meer bedragen dan 15% van het bedrag dat in dat jaar is geïnd (i), indien de beheerskosten meer bedragen dan 15% van het bedrag dat in dat jaar is verdeeld (ii), of indien de beheerskosten in dat jaar ten opzichte van de beheerskosten in het voorafgaande jaar zijn gestegen met meer dan de consumentenprijsindex van het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.
(4) ‘Reactie CvTA op verzoek Ministerie van Veiligheid en Justitie inzake een verlenging van de AMvB inzake beheerskosten van Collectieve Beheersorganisaties’, blz. 4, 5.
(5) Nota van toelichting, algemeen deel, kopje Advies van het College van Toezicht.
(6) Besluit van 25 juni 2013, houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, Stb 2013, 260.
(7) Nota van toelichting bij het Besluit van 25 juni 2013, houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, kopje Artikel 1.
(8) Besluit van 28 januari 2015 tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, Stb 2015, 38.
(9) Nota van toelichting bij het Besluit van 28 januari 2015 tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, algemeen deel, kopje Tijdelijkheid van de regeling van de drempelpercentages voor beheerskosten.