Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Warenwetbesluit machines in verband met het aanbrengen van enige technische en juridische verbeteringen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.16.0146/III
- Datum advies
- 7 juli 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 51186
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Warenwetbesluit machines in verband met het aanbrengen van enige technische en juridische verbeteringen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 13 juni 2016, no.2016001003, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Warenwetbesluit machines in verband met het aanbrengen van enige technische en juridische verbeteringen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) en het Warenwetbesluit machines op een aantal technische en inhoudelijke punten. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een dragende motivering van de noodzaak van een deskundigheids- en ervaringseis bij asbestinventarisatiewerkzaamheden aangewezen.
1. Deskundigheids- en ervaringseis asbestinventarisatiewerkzaamheden
Het ontwerpbesluit schrijft voor dat personen die asbestinventarisatiewerkzaamheden verrichten daartoe aantoonbare specifieke deskundigheid en ervaring dienen te bezitten. (zie noot 1) De toelichting wekt de suggestie dat deze verplichting voortvloeit uit artikel 14 van de Europese asbestrichtlijn (de richtlijn). (zie noot 2)
De Afdeling wijst erop dat artikel 14 van de richtlijn geen deskundigheids- of ervaringseisen voorschrijft. Dat artikel verplicht de werkgever te zorgen voor een passende opleiding van werknemers die aan stof van asbest of asbesthoudende materialen worden blootgesteld.
Nu de voorgestelde eis niet rechtstreeks uit de richtlijn kan worden afgeleid, dient in de toelichting de noodzaak van de deskundigheids- en ervaringseis anderszins dragend te worden gemotiveerd.
De Afdeling adviseert de noodzaak van de aanvullende eisen dragend te motiveren en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
2. Dienstverband deskundigen arbodienst
Het Arbobesluit schrijft voor dat binnen een arbodienst deskundigen werkzaam zijn op het terrein van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, de arbeidshygiëne, de veiligheidskunde en de arbeids- en organisatiekunde. (zie noot 3) Verder dient bij een arbodienst binnen de genoemde vakgebieden ten minste één deskundige werkzaam te zijn krachtens een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd. (zie noot 4) Het ontwerpbesluit schrapt deze laatste eis; dat betekent dat de deskundige ook op basis van een overeenkomst van opdracht zijn werkzaamheden voor de arbodienst kan verrichten. (zie noot 5)
Reden voor het vervallen van genoemde eis is dat het voor met name kleine arbodiensten bezwaarlijk is om arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aan te gaan met deze deskundigen, ook al is dat voor een beperkt aantal uren per jaar. (zie noot 6)
De eis van aanstelling op basis van dienstverband is ingevoerd met het oog op de continuïteit van de werkzaamheden van de arbodienst. (zie noot 7) In de toelichting wordt op deze achtergrond niet ingegaan.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag hoe de continuïteit van kennis en ervaring bij arbodiensten wordt gewaarborgd als de deskundigen niet langer krachtens een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd werkzaam zijn.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.16.0146/III
- In het in artikel I, onderdeel G, voorgestelde artikel 6.13, vierde lid, Arbobesluit "zijn uitsluitend de artikelen" vervangen door "is uitsluitend artikel" en "tevens de artikelen" vervangen door "tevens artikel".
- Nu artikel 1.44 Arbobesluit geen norm bevat dat artikel niet opnemen in artikel 9.9b, eerste lid, onder a, Arbobesluit.
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 september 2016
1. Deskundigheids- en ervaringseis asbestinventarisatiewerkzaamheden
Naar aanleiding van het advies is artikel 4.54a aangepast (artikel I, onderdeel C). Het vereiste van ervaring is geschrapt in de toevoeging bij artikel 4.54a. Er is alleen nog sprake van aantoonbare specifieke deskundigheid. In de toelichting is aangegeven dat betrokkene die deskundigheid kan aantonen door overlegging van het bij de opleiding deskundig inventariseerder asbest (DIA) behorende certificaat.
2. Dienstverband deskundigen arbodienst
Naar aanleiding van het advies bij artikel 2.10 is in de toelichting aangegeven dat in de praktijk is gebleken dat de continuïteit en daarmee de kwaliteit van de dienstverlening door arbodiensten niet afhankelijk is van de vorm van de overeenkomst met de deskundigen. De kwaliteit van de dienstverlening door arbodiensten blijft verzekerd door de certificatie-eisen voor arbodiensten, waarvoor verwezen wordt naar bijlage IIb van de Arbeidsomstandighedenregeling (Artikel I, onderdeel A).
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de bepaling over duikarbeid in het besluit aan te geven dat de wijziging uitsluitend de deelnemers betreft aan een opleiding die is gericht op het veilig ontsnappen vanuit een object onder water. Verder is een longfunctieonderzoek als eis toegevoegd. Dit is een lichtere vorm van medisch onderzoek dan het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat personen met een longafwijking gezondheidsschade oplopen bij het volgen van de training. Omdat de aanwezigheid van een professioneel duiker tevens de aanwezigheid van een duikmedisch begeleider vereist, heeft het weinig zin de aanwezigheid van de duikmedische begeleider uit te zonderen voor de deelnemer aan de opleiding (Artikel I, onderdeel G). Daarnaast zijn nog enkele andere kleine redactionele en technische wijzigingen doorgevoerd. Zie in het ontwerpbesluit de artikelen I, onderdelen H en I, II en IV en de nota van toelichting op die onderdelen.
Tevens is naar aanleiding van de wijziging in artikel II de titel van het besluit aangepast en is de inwerkingtredingsbepaling algemeen aangepast van 1 juli 2016 naar 1 januari 2017.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage
De redactionele opmerkingen in de bijlage bij het advies van de Afdeling advisering zijn overgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Zie artikel I, onderdeel C.
(2) Richtlijn 2009/148/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk (PbEU 2009, L 330).
(3) Artikel 2.7 Arbobesluit.
(4) Artikel 2.10, tweede lid, Arbobesluit.
(5) Zie artikel I, onderdeel A.
(6) Toelichting op artikel I, onderdeel A.
(7) Stb. 1997, 60, blz. 244.