Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.16.0092/II
- Datum advies
- 2 juni 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 38379
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 12 april 2016, no.2016000665, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot formalisering van de tussen de Minister van Veiligheid en Justitie en verschillende politievakorganisaties overeengekomen Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015 (Uitvoeringsafspraak). Daarin is onder meer overeenstemming bereikt over de wijziging van de pensioengerechtigde leeftijd in enkele rechtspositionele bepalingen.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht op onderdelen aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen. Het betreft met name de leeftijdsondergrens voor de ontslaguitkering bij functioneel leeftijdsontslag van vliegers werkzaam bij de landelijke eenheid en de leeftijdsondergrens om in aanmerking te komen voor een (aanvullende) bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.
1. Leeftijdsondergrens voor uitkeringen
Met het ontwerpbesluit worden verschillende rechtspositionele regelingen waarin nog wordt uitgegaan van de vaste AOW-gerechtigde leeftijd van 65 jaar, aangepast, zodanig dat toekomstige verhogingen van de AOW-gerechtigde leeftijd automatisch hun doorwerking vinden in de desbetreffende bepalingen. (zie noot 1) Nu zijn de leeftijdsondergrens waarop aan politieambtenaren met de functie van vlieger bij de landelijke eenheid functioneel leeftijdsontslag wordt verleend met recht op een uitkering tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd (zie noot 2) en de leeftijdsondergrens waarop politieambtenaren bij ontslag in aanmerking komen voor een (aanvullende) bovenwettelijke werkloosheidsuitkering tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd (zie noot 3), gekoppeld aan voormelde vaste AOW-gerechtigde leeftijd. Deze leeftijdsondergrenzen zijn vastgesteld op 55 jaar onderscheidenlijk 57,5 jaar. Om deze leeftijdsondergrenzen toekomstbestendig te maken, worden deze ingevolge het ontwerpbesluit gewijzigd in "tien jaar jonger dan zijn AOW-gerechtigde leeftijd" voor het functioneel leeftijdsontslag voor vliegers en "7,5 jaar jonger dan zijn AOW-gerechtigde leeftijd" voor de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering voor politieambtenaren. (zie noot 4)
Niet blijkt eenduidig hoe wordt vastgesteld wanneer een politieambtenaar 10 of 7,5 jaar jonger is dan zijn AOW-gerechtigde leeftijd. (zie noot 5) Duidelijkheid daarover is van belang omdat voor de jaren vanaf 2022 steeds pas vijf jaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar de in dat jaar geldende AOW-gerechtigde leeftijd wordt vastgesteld. (zie noot 6) De Uitvoeringsafspraak is helderder op dit punt. Daarin is vermeld (zie noot 7) dat een vlieger "maximaal 10 jaar voorafgaande aan de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd" voor een uitkering in aanmerking komt en dat een politieambtenaar in aanmerking komt voor de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering indien hij "maximaal 7,5 jaar jonger is dan de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd". (zie noot 8)
De Afdeling adviseert voor de tekst van het ontwerpbesluit aansluiting te zoeken bij de tekst van de Uitvoeringsafspraak.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.16.0092/II
- In artikel III, onderdeel B, van het ontwerpbesluit tot uitdrukking brengen dat recht bestaat op een bovenwettelijke uitkering indien de betrokkene maximaal 7,5 jaar jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Zie het huidige artikel 2, vierde lid, van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, waarin is bepaald dat een politieambtenaar in aanmerking komt voor een bovenwettelijke uitkering indien hij bij ontslag "57,5 jaar of ouder is".
- In de toelichting de vindplaats van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015 vermelden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 juni 2016
1. Overeenkomstig het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is voor de tekst hoe de in het ontwerpbesluit vermelde leeftijdsondergrenzen voor het functioneel leeftijdsontslag van vliegers werkzaam bij de landelijke eenheid en de ondergrens om in aanmerking te komen voor een (aanvullende) bovenwettelijke werkloosheidsuitkering worden vastgesteld aansluiting gezocht bij de tekst van de Uitvoeringsafspraak.
Daaraan is, conform het advies, gevolg gegeven als volgt (cursief):
a. maximaal 10 jaar voorafgaande aan de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd, en
b. maximaal 7,5 jaar jonger is dan de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd.
De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
2. Tevens is gevolg gegeven aan de redactionele opmerkingen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog enkele andere redactionele wijzigingen door te voeren in de nota van toelichting.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Tot 1 januari 2013 gold een vaste AOW-gerechtigde leeftijd van 65 jaar. Tot en met 2021 worden deze leeftijd en de pensioenrichtleeftijd jaarlijks stapsgewijs verhoogd naar 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de verdere verhoging daarvan gekoppeld aan de levensverwachting. Zie de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, Stb. 2012, 328, en de Wet van 4 juni 2015 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en Overige fiscale maatregelen 2013 in verband met de versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd, Stb. 2015, 218.
(2) Artikel 88a van het Besluit algemene rechtpositie politie.
(3) Artikel 2, vierde lid, van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.
(4) Zie artikel I, onderdeel B, en artikel III, onderdeel B, van het ontwerpbesluit.
(5) De AOW-gerechtigde leeftijd van een individuele persoon is de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, waarop hij recht op ouderdomspensioen heeft. Zie artikel I, onderdeel A, en artikel III, onderdeel A, van het ontwerpbesluit.
(6) Zie artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet. Voor de jaren tot en met 2021 is daarin wel per kalenderjaar concreet vastgesteld wat die leeftijd is.
(7) Onderdeel 2.2 van de Uitvoeringsafspraak.
(8) De artikelsgewijze toelichting bij artikel III van het ontwerpbesluit lijkt reeds te zijn opgesteld als zou artikel III, onderdeel B, aldus worden gewijzigd.