Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.15.0351/II

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden en het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek in verband met de implementatie van het Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad van de Europese Unie over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten (PbEU 2009, L 322) en in verband met enige andere onderwerpen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.15.0351/II
Datum advies
14 december 2015
Vindplaats
Staatscourant 2016, nr. 27951
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden en het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek in verband met de implementatie van het Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad van de Europese Unie over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten (PbEU 2009, L 322) en in verband met enige andere onderwerpen, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 12 oktober 2015, no.2015001759, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden en het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek in verband met de implementatie van het Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad van de Europese Unie over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten (PbEU 2009, L 322) en in verband met enige andere onderwerpen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit betreft de implementatie van het Kaderbesluit ter accreditatie van aanbieders van forensische diensten. Daarnaast wordt in het ontwerpbesluit de bestaande situatie van de opslag van vingerafdrukken in twee databanken gecodificeerd en de bewaartermijn van de opslag van handpalmafdrukken geregeld.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht op onderdelen een dragende motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen. De Afdeling adviseert om nader in te gaan op de gevolgen van de niet tijdige accreditatie van forensische teams van de politie. Daarnaast wordt geadviseerd om de noodzaak om twee databanken voor de opslag van vingerafdrukken naast elkaar te hanteren nader te motiveren.

1. Niet tijdige accreditatie van politiediensten
Het ontwerpbesluit regelt ter uitvoering van het Kaderbesluit dat alleen aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten op het gebied van vingerafdrukken respectievelijk handpalmafdrukken, die zijn geaccrediteerd, dit onderzoek mogen uitvoeren. (zie noot 1) In de toelichting staat vermeld dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), de forensische teams van de regionale eenheden van de politie en de landelijke eenheid van de politie de grootste aanbieders zijn van laboratoriumactiviteiten. (zie noot 2) Het NFI is hiervoor reeds geaccrediteerd, maar de eenheden van de politie nog niet, aldus de toelichting. Op grond van het Kaderbesluit moeten maatregelen worden genomen, zodat de aanbieders uiterlijk 30 november 2015 geaccrediteerd kunnen worden. (zie noot 3) Volgens de toelichting is het voor de politie vanwege de grote reorganisatie niet mogelijk om aan die termijn te voldoen, maar is met de korpschef afgesproken dat eind 2017 geldt als streefdatum voor invoering van de accreditatieverplichting.

De Afdeling merkt op dat in de toelichting niet wordt ingegaan op de gevolgen van het overschrijden van de implementatietermijn ten aanzien van het bedoelde onderzoek door de politie. In de toelichting staat dat de latere inwerkingtreding niet af doet aan de (bewijs)waarde en de kwaliteit van het door de politie verrichte dactyloscopisch (laboratorium)onderzoek in de periode dat zij nog niet is geaccrediteerd. (zie noot 4) Dit wordt in de toelichting evenwel verder niet uitgewerkt. Artikel 4 van het Kaderbesluit en overweging 17 van de considerans roepen echter de vraag op of niet beoogd is dat alle aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten, geaccrediteerd moet zijn. Uit het Kaderbesluit (zie noot 5) volgt in ieder geval dat de resultaten van niet geaccrediteerde aanbieders niet door andere lidstaten hoeven te worden erkend.

De Afdeling adviseert hierop in de toelichting nader in te gaan.

2. Definities

a. Wijziging definitie "onbekende verdachte" en opnemen definitie "gewezen verdachte"
Het voorstel voorziet in een wijziging van de definitie van "onbekende verdachte" in het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden (Bivv). (zie noot 6) Eenzelfde definitie als in die bepaling is tevens opgenomen in het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. (zie noot 7) De Afdeling heeft eerder in haar advies over het opnemen van de bepaling in het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken opgemerkt (zie noot 8) dat het wetboek van Strafvordering geen definitie van dit begrip kent en geadviseerd om een definitie daarin op te nemen. In het nader rapport stelde de minister dat ook te gaan doen, maar dat is nog niet gebeurd. Nu de definitie van dit begrip in meerdere amvb’s voorkomt, strekt het opnemen van deze definitie in het wetboek van Strafvordering des te meer tot aanbeveling. Ditzelfde geldt voor het voorstel om eenzelfde definitie van het begrip "gewezen verdachte" op te nemen in het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek (Btmbo), als reeds in het Bivv en het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken is opgenomen. (zie noot 9)

De Afdeling adviseert de definities van de genoemde begrippen op te nemen in het Wetboek van Strafvordering.

b. Definities uit het kaderbesluit niet overgenomen
In het Kaderbesluit (zie noot 10) zijn diverse definities opgenomen. De Afdeling constateert dat weliswaar in de voorgestelde artikelen onderdelen terugkomen van deze definities, maar dat deze niet als zodanig zijn overgenomen in het ontwerpbesluit. In de toelichting wordt niet aangegeven waarom dat niet nodig is. (zie noot 11)
De Afdeling adviseert het niet overnemen van de definities nader toe te lichten en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

3. Twee databanken voor vingerafdrukken
In het Bivv wordt de opslag van vingerafdrukken geregeld in enerzijds de databank ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden (de Voorziening voor Verificatie en Identificatie (VVI)) en anderzijds de databank voor strafzaken die tot doel heeft het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten en het vaststellen van de identiteit te bevorderen (HAVANK) (zie noot 12).(zie noot 13) Het besluit voorziet in een basis voor het voortzetten van het gebruik van het VVI, dat als een tijdelijke voorziening was ingericht omdat de vingerafdrukken niet door het HAVANK konden worden verwerkt, maar nog steeds in gebruik is. Deze wijziging maakt duidelijk dat er twee databanken naast elkaar bestaan.

De Afdeling advisering merkt op dat uit de toelichting (zie noot 14) niet duidelijk wordt wat de toegevoegde waarde is van het handhaven van het VVI naast het HAVANK. In de toelichting staat dat de vingerafdrukken naar beide systemen worden gezonden door de opsporingsambtenaar en dat deze gegevens in beide systemen kunnen worden vergeleken. Dat de functionaliteit van beide systemen anders is, zoals de toelichting als reden geeft, lijkt niet doorslaggevend. Het gaat immers om dezelfde gegevens. In de toelichting wordt niet vermeld dat er een verschil is in machtiging (uit privacy-oogpunt) van degenen die uit beide databanken gegevens mogen uitvragen. Verder wordt als reden gegeven dat het VVI een relatief goedkope toepassing is, maar in de financiële paragraaf van de toelichting (zie noot 15) staat vermeld dat onderhoud van dit systeem bepaalde kosten met zich brengt. Daarbij wordt geen vergelijking gemaakt tussen de kosten van het afzonderlijk handhaven van het VVI en het integreren in het HAVANK.

De Afdeling adviseert het naast elkaar laten bestaan van het VVI en het HAVANK nader te onderbouwen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.15.0351/II

- In artikel I, onderdeel D (voorgesteld artikel 8a van het Bivv) de zinsnede ‘niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste lid’ vervangen door: niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
- In de toelichting een transponeringstabel opnemen (AR 338).


Nader rapport (reactie op het advies) van 22 april 2016

De Afdeling advisering maakt opmerkingen over drie onderdelen van het ontwerpbesluit en heeft twee redactionele kanttekeningen bij dit ontwerp. Op deze opmerkingen en kanttekeningen zal ik hierna ingaan.

1. Niet tijdige accreditatie van politiediensten
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering om in de toelichting nader in te gaan op de niet tijdige accreditatie van dactyloscopisch onderzoek door de politie, heb ik de bepalingen waarin de accreditatieverplichting wordt geïmplementeerd heroverwogen. Ik heb ervoor gekozen om de accreditatieverplichting in het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden voor het onderzoek naar vingerafdrukken en in het Besluit maatregelen in het belang van het onderzoek voor het onderzoek naar handpalmafdrukken toe te spitsen op het onderzoek waarvan de resultaten worden uitgewisseld met andere lidstaten van de Europese Unie. De nota van toelichting is hiermee in overeenstemming gebracht.

2. Definities

a. Wijziging definitie ‘onbekende verdachte’ en opnemen definitie ‘gewezen verdachte’
De Afdeling advisering adviseert om de definities van ‘onbekende verdachte’ en ‘gewezen verdachte’ op te nemen in het Wetboek van Strafvordering. Het voornemen bestaat in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering een nieuwe definitie van ‘onbekende verdachte’ op te nemen, waarmee beter wordt aangesloten bij het spraakgebruik. Het voorstel is daarbij uit te gaan van de omschrijving ‘celmateriaal uit sporen van de verdachte’. Vooruitlopend hierop wordt geen definitie, die in de praktijk vragen blijkt op te roepen, in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. Met de modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal tevens de definitie van ‘gewezen verdachte’ in het Wetboek van Strafvordering worden opgenomen.

b. Definities uit het Kaderbesluit
Overeenkomstig het advies van de Afdeling advisering heb ik in de toelichting nader uiteengezet waarom de definities uit het Kaderbesluit niet als zodanig zijn overgenomen in het ontwerpbesluit. De in artikel 3 van het Kaderbesluit gegeven definities, waaronder de definitie van ‘laboratoriumactiviteiten’ en ‘dactyloscopische gegevens’, zijn niet in een aparte definitiebepaling opgenomen, omdat deze begrippen niet allemaal letterlijk zijn overgenomen in het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden en het Besluit maatregelen in het belang van het onderzoek. De in die besluiten en in het Wetboek van Strafvordering gebruikelijke terminologie wordt aangehouden. Het begrip ‘laboratoriumactiviteiten’ is wel uit het EU-Kaderbesluit overgenomen in de nieuwe bepalingen. De definitie hiervan is integraal in die bepalingen opgenomen.

3. Twee databanken voor vingerafdrukken
In overeenstemming met het advies van de Afdeling advisering heb ik in de toelichting bij het besluit nader onderbouwd waarom de Voorziening voor Verificatie en Identificatie (VVI), de databank voor vingerafdrukken ten behoeve van de identificatie in de strafrechtketen, naast HAVANK, de vingerafdrukkendatabank ten behoeve van de opsporing, wordt behouden en van een wettelijke basis wordt voorzien. De reden hiervoor is dat de functionaliteit van beide systemen zeer verschillend is. HAVANK is bedoeld voor het vergelijken van vingerafdrukken van een verdachte met op de plaats van het delict aangetroffen sporen, waarbij de vergelijking geschiedt door tussenkomst van speciaal daartoe opgeleide dactyloscopisten. Dat proces kost, afgezien van spoed-procedures, de nodige tijd. De VVI daarentegen is bedoeld voor de ketenbrede identificatie en verificatie van bekende verdachten en veroordeelden. Een of twee vingerafdrukken van een verdachte worden in een volledig geautomatiseerd proces vergeleken met de in de VVI opgeslagen vingerafdrukken om te verifiëren of de verschenen persoon inderdaad degene is die hij opgeeft te zijn. Dit is een proces dat snel moet verlopen. Doordat zowel de VVI als de strafrechtketendatabank wordt beheerd door de Justitiële Informatiedienst, vindt er directer, dus sneller netwerkverkeer plaatsvindt dan mogelijk is met HAVANK, wat wordt beheerd door de politie, doordat de informatiesystemen zich op dezelfde locatie bevinden. Samenvoeging van HAVANK en de VVI in één databank zou een aanzienlijke vertraging van het netwerkverkeer opleveren. Voorts is de VVI een vrij goedkope toepassing. Beëindiging van de VVI zou tot extra kosten leiden, aangezien dan enkele systemen zouden moeten worden aangepast.

4. Redactionele kanttekeningen
De eerste redactionele kanttekening van de Afdeling advisering heb ik ter harte genomen. Anders dan de Afdeling advisering adviseert en aanwijzing 338, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving voorschrijft, heb ik echter geen transponeringstabel opgenomen in de toelichting. Ik ben van mening dat hiertoe gezien de overzichtelijkheid van de implementatie geen noodzaak bestaat, nu het gaat om de implementatie van slechts één bepaling uit het EU-Kaderbesluit.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Voorgesteld artikel 8a van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden (Bivv).
(2) Memorie van toelichting, paragraaf 1.2.
(3) Artikel 7, tweede lid, van het Kaderbesluit bepaalt dat de lidstaten de maatregelen nemen die nodig zijn om uiterlijk 30 november 2015 aan de bepalingen met betrekking tot dactyloscopische gegevens te voldoen.
(4) Memorie van toelichting bij artikel IV. In die bepaling is voorzien in de mogelijkheid tot het op een verschillend tijdstip in werking treden van de bepalingen. Volgens de toelichting is hierin voorzien omdat het in verband met de grote reorganisatie voor de politie niet mogelijk is om op 30 november 2015 te voldoen aan de in de voorgestelde artikelen 8a van het Bivv en 4a van het Btmbo neergelegde accreditatieverplichting.
(5) Artikel 5 van het Kaderbesluit.
(6) Voorgesteld artikel 1, onder d, van het Bivv.
(7) Artikel 1, onder h.
(8) Advies van 3 februari 2012 over de wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit politiegegevens (W03.11.0504/II, Staatscourant 2012, nr. 4452).
(9) Voorgesteld artikel 1g van het Btmbo.
(10) Artikel 3.
(11) Bijvoorbeeld een definitie van ‘laboratoriumactiviteit’ is niet opgenomen. Weliswaar komt de inhoud van de definitie uit artikel 3, onder a, van het Kaderbesluit terug in het voorgestelde artikel 8a, maar het begrip ‘laboratoriumactiviteit’ wordt daarin niet genoemd, terwijl dit begrip wel terugkomt in het ontwerpbesluit. Dit kan onder meer van belang zijn nu in de toelichting (paragraaf 1.2) is vermeld dat het niet gaat om maatregelen die op de plaats delict of elders buiten laboratoria plaatsvinden. Dan moet wel duidelijk zijn wat er onder die activiteiten wordt verstaan. Verder is het begrip ‘dactyloscopisch onderzoek’ niet overgenomen. Nu de definitie daarvan echter naast beelden van vingerafdrukken en handpalmafdrukken ook latente vinger- en handafdrukken en templates van de beelden noemt, is niet op voorhand duidelijk of het niet overnemen van dit begrip en definitie niet tot discrepanties kan leiden.
(12) Het Automatisch Vinger Afdrukkensysteem Nederlandse Kollektie.
(13) Voorgesteld artikel 9, eerste en tweede lid, van het Bivv.
(14) Memorie van toelichting, paragraaf 1.3.
(15) Memorie van toelichting, paragraaf 1.5.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 261 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon