Ontwerp-Warenwetbesluit bijzondere voeding 2016.
- Kenmerk
- W13.15.0432/III
- Datum advies
- 15 januari 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 27392
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing (Warenwetbesluit bijzondere voeding 2016), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2015, no.2015002185, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing (Warenwetbesluit bijzondere voeding 2016), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat de noodzakelijke voorschriften ter uitvoering van een Europese verordening, die betrekking heeft op levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, voeding voor medisch gebruik en maaltijdvervangende dieetvoeding. (zie noot 1) De verordening bevat voorschriften waaraan deze levensmiddelen moeten voldoen; verdere voorschriften zullen worden vastgesteld door de Europese Commissie. Het ontwerpbesluit bepaalt dat overtreding van deze voorschriften verboden is, en dat bij overtreding een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen. De verordening wordt van toepassing met ingang van 20 juli 2016, maar bepaalde uitvoeringsregelingen op basis van de verordening kunnen later in werking treden. In het ontwerpbesluit wordt daarmee geen rekening gehouden.
1. Inwerkingtreding
Het ontwerpbesluit bevat een verbod om in strijd te handelen met voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de verordening; op overtreding van het verbod wordt een bestuurlijke boete gesteld. (zie noot 2) Het ontwerpbesluit treedt in werking met ingang van 20 juli 2016. Dat is ook het tijdstip waarop de verordening van toepassing wordt. (zie noot 3) De Afdeling merkt evenwel het volgende op.
De verordening is van toepassing met ingang van voormelde datum, met uitzondering van een aantal artikelen dat reeds vanaf 19 juli 2013 van toepassing is en een artikel dat van toepassing wordt vanaf de datum van toepassing van door de Europese Commissie vast te stellen gedelegeerde handelingen. (zie noot 4) Die gedelegeerde handelingen dienen ter vervanging van een verordening en vier richtlijnen, (zie noot 5) die met ingang van datum van toepassing van de gedelegeerde handelingen worden ingetrokken. (zie noot 6) De Commissie heeft de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met ingang van 19 juli 2013.
De Commissie heeft nog geen gedelegeerde handelingen vastgesteld en de verordening en de vier richtlijnen die daardoor worden vervangen zijn dus nog van kracht. Er moet rekening mee worden gehouden dat de nieuwe gedelegeerde handelingen na 20 juli 2016 van toepassing worden. (zie noot 7) Dat heeft ook gevolgen voor de datum van intrekking van de bestaande verordening en vier richtlijnen. Ook artikel 2 van het ontwerpbesluit treedt op 20 juli 2016 in werking, terwijl de voor de toepassing van de verboden uit de verordening essentiële gedelegeerde handelingen dan mogelijk nog niet in werking zijn. In het ontwerpbesluit zal daarmee rekening moeten worden gehouden.
De Afdeling adviseert de inwerkingtredingsbepaling van het ontwerpbesluit aan te passen, bijvoorbeeld door van een gedifferentieerde inwerkingtreding uit te gaan.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.15.0432/III
- Artikel 2 laten beginnen met de woorden "Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften die gesteld zijn bij of krachtens…" (voorkomen van tangconstructie).
- Bij ministeriële regeling voorzien in intrekking van artikel 2.26 van de Regeling dierlijke producten: weliswaar vervalt de grondslag van dit artikel, maar alleen een volledige regeling vervalt van rechtswege als de grondslag wordt ingetrokken (aanwijzing 243, toelichting, van de Aanwijzingen voor de regelgeving; toelichting, algemeen, onder "Richtlijn 92/52/EEG").
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 maart 2016
1. De Afdeling adviseert de inwerkingtredingsbepaling van het ontwerpbesluit aan te passen, om rekening te houden met de nog niet vastgestelde of van toepassing geworden gedelegeerde handelingen op grond van artikel 11, eerste lid, van verordening (EU) 609/2013. (zie noot 8)
Verordening (EU) 609/2013 is van toepassing met ingang van 20 juli 2016, met uitzondering van een aantal artikelen dat reeds vanaf 19 juli 2013 van toepassing is en een artikel en de bijlage die van toepassing zijn vanaf de datum van toepassing van door de Europese Commissie vast te stellen gedelegeerde handelingen (artikel 22 van verordening (EU) 609/2013). Die gedelegeerde handelingen dienen ter vervanging van een verordening en vier richtlijnen. (zie noot 9) Die verordening en richtlijnen worden ingetrokken met ingang van de datum waarop de gedelegeerde handelingen van toepassing zijn (artikel 11, eerste lid, 20, vierde lid, en 22, van verordening (EU) 609/2013). De Europese Commissie heeft de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met ingang van 19 juli 2013.
Onlangs heeft de Europese Commissie twee gedelegeerde handelingen vastgesteld: gedelegeerde verordening (EU) 2016/127 en gedelegeerde verordening (EU) 2016/128. (zie noot 10) Artikel 13 van gedelegeerde verordening (EU) 2016/127 trekt Richtlijn 2006/141/EG in met ingang van 22 februari 2020. Richtlijn 2006/141/EG blijft echter tot en met 21 februari 2021 van toepassing op van eiwithydrolysaten vervaardigde volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding. Artikel 10 van gedelegeerde verordening (EU) 2016/128 trekt Richtlijn 1999/21/EG in met ingang van 22 februari 2019. Richtlijn 1999/21/EG blijft echter tot en met 21 februari 2020 van toepassing op voeding voor medisch gebruik die is ontwikkeld om aan de voedingsbehoeften van zuigelingen te voldoen.
De verordening en de vier richtlijnen die uiteindelijk worden vervangen door de gedelegeerde handelingen zijn, zoals de Afdeling constateert, nog van kracht.
De implementatie- en uitvoeringsregelgeving en de mogelijkheden om deze te handhaven moeten dan ook nog van toepassing blijven. Artikel 3, tweede en derde lid, van dit besluit zorgt ervoor dat de Warenwetregeling Babyvoeding, de Warenwetregeling Dieetvoeding voor medisch gebruik, de Warenwetregeling Energiebeperkte diëten en de Warenwetregeling zuigelingenvoeding 2007 en de relevante bepalingen uit het Warenwetbesluit producten voor bijzondere voeding en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten van toepassing blijven zolang voor dat onderwerp geen gedelegeerde handeling van kracht is.
2. De Afdeling heeft verder twee redactionele opmerkingen gemaakt. Met deze redactionele opmerkingen is rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PbEU 2013, L 181).
(2) Artikelen 2 en 5 van het ontwerpbesluit.
(3) Artikel 22 van Verordening nr. 609/2013.
(4) Artikel 22 van Verordening nr. 609/2013.
(5) De door de Commissie vastgestelde Verordening (EG) nr. 953/2009 en de Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG.
(6) Artikel 11 in verbinding met artikelen 20, vierde lid, en 22 van Verordening nr. 609/2013.
Artikel 11, eerste lid, slotalinea, van Verordening nr. 609/2013) bepaalt dat de bedoelde gedelegeerde handelingen uiterlijk per 20 juli 2015 worden vastgesteld. Een dergelijke tijdsgrens is evenwel geen strikte vervaldatum en bevoegdheidsdelegaties zijn in beginsel van onbepaalde duur. Zie de consensus die de conferentie van de voorzitters van het Europees Parlement op 3 maart 2011 heeft aangenomen (8753/1/11 REV 1, PE 164 INST 195).
(7) De verordening schrijft in artikel 21 onder andere voor hoe om te gaan met na 20 juli 2016 van toepassing wordende gedelegeerde handelingen.
(8) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PbEU 2013, L 181).
(9) Verordening (EG) 953/2009 en de Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG.
(10) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 van de Commissie van 25 september 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften betreffende volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en wat betreft informatievoorschriften betreffende de voeding van zuigelingen en peuters (PbEU 2016, L 25) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/128 van de Commissie van 25 september 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften betreffende voeding voor medisch gebruik (PbEU 2016, L 25).