Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Ridderkerk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard Ridderkerk).
- Kenmerk
- W14.15.0421/IV
- Datum advies
- 4 februari 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 14915
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Ridderkerk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard Ridderkerk).
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 27 november 2015, no.RWS-2015/50263, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Ridderkerk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard Ridderkerk).
Het ontwerpbesluit voorziet in de onteigening van gronden ten behoeve de aanleg van een nieuw bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard in Ridderkerk.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar adviseert in het ontwerpbesluit nader toe te lichten op basis van welke feitelijke constateringen, de bedrijfsactiviteiten van ‘reclamante 4’ (hierna: reclamante) passen binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ zoals vastgelegd in het inpassingsplan Nieuw Reijerwaard.
Reclamante betoogt in haar zienswijzengeschrift dat haar bedrijf past binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Daartoe voert zij aan dat haar bedrijf als agro-gerelateerd bedrijf kan worden aangemerkt als bedoeld in het inpassingplan. Om die reden ontbreekt volgens reclamante de noodzaak tot onteigening voor de onroerende zaken die zij in erfpacht heeft en die in het inpassingsplan de bestemming ‘Bedrijventerrein’ hebben.
De verzoeker is echter van oordeel dat het gebruik van de gronden door reclamante in overwegende mate glastuinbouwbedrijf betreft. Glastuinbouw is op grond van het inpassingsplan slechts toegestaan op een hogere verdieping. Doordat het bedrijf van reclamante zich bevindt zich op de begane grond is de manier waarop zij glastuinbouw bedrijft, naar het oordeel van verzoeker niet in overeenstemming met de in het inpassingsplan omschreven bestemming ‘Bedrijventerrein’.
Het verzoek tot onteigening met betrekking tot reclamante wordt in het ontwerpbesluit deels afgewezen. Gesteld wordt dat uit onderzoek is gebleken dat de bedrijfsactiviteiten van reclamante ("verwerking van agroprodukten") vallen onder de bestemmingsomschrijving Bedrijventerrein van het inpassingsplan. (zie noot 1) De Afdeling merkt op dat het ontwerpbesluit onvoldoende toelicht op welke feiten uit het onderzoek het oordeel over de bedrijfsactiviteiten van reclamante is gebaseerd. Ook blijkt onvoldoende hoe die feitelijke situatie gerelateerd wordt aan de regels van het inpassingsplan en de bestemmingsomschrijving ‘Bedrijventerrein’. (zie noot 2)
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit met inachtneming van het bovenstaande aan te vullen.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.15.0421/IV
- Geef bij het citaat uit de planregels in de overwegingen bij de zienswijze van reclamante 4 aan dat het citaat artikel 4.1, onderdeel c van het inpassingsplan betreft.
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 februari 2016
Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van een bedrijventerrein ten behoeve van de agrologistiek. Het plan betreft gronden gelegen in de gemeenten Ridderkerk en Barendrecht. De ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken zijn gelegen in de gemeente Ridderkerk.
De Afdeling kan zich met het ontwerpbesluit verenigen. Met de door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden.
De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met inhoudelijke opmerkingen aangaande de toelichting dat de bedrijfsactiviteiten van een reclamante passen binnen de vastgestelde bestemming waarvoor wordt onteigend en op welke feiten het oordeel over de bedrijfsactiviteiten is gebaseerd.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
(1) Ontwerpbesluit, onder de kop ‘overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen’, vierde alinea van de bespreking van de zienswijzen van reclamante 4.
(2) 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. […];
b. […];
c. agrologistiek, agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- of verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotsmiddelenindustrie in de milieucategorieën 3.1, 3.2 en 4.1 uit de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten alsmede met deze milieucategorieën naar invloed op de omgeving vergelijkbare agrologistiek, agro- en foodgerelateerde bedrijven, bedrijven op het gebied van be- en verwerkende agrologistiek en bedrijven uit de voedings- en genotsmiddelenindustrie ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 4.1';
d. […];
e. […].;
f. glastuinbouwbedrijven, uitsluitend op de verdiepingen van de onder a. tot en met c. bedoelde bedrijven;
g tot en met o. […]