Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.15.0377/IV

Ontwerpbesluit uitvoering Europese exotenverordening.

Kenmerk
W15.15.0377/IV
Datum advies
18 december 2015
Vindplaats
Staatscourant 2016, nr. 13646
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende voorschriften ter uitvoering van verordening (EU) nr. 1143/2014 (Besluit uitvoering Europese exotenverordening), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 29 oktober 2015, no.2015001866, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende voorschriften ter uitvoering van verordening (EU) nr. 1143/2014 (Besluit uitvoering Europese exotenverordening), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van de Europese exotenverordening. (zie noot 1) De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar merkt op dat de Flora- en faunawet (Ffw), in samenhang bezien met het Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (hierna: het aanwijzingsbesluit), ten dele hetzelfde regelt als de exotenverordening. Zij adviseert om de nationale regelgeving aan te passen teneinde overschrijving van de exotenverordening te voorkomen. Daarnaast acht zij aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen door daarin door middel van een verwijzing de in de exotenverordening genoemde specifieke intrekkingsgrond voor vergunningen op te nemen.

1. Artikel 14 van de Ffw in verhouding tot de verordening
Een verordening is in het Europees recht verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. (zie noot 2) Bepalingen van een EU-verordening mogen niet in nationale regelingen worden opgenomen. (zie noot 3) Daarnaast geldt het algemene uitgangspunt dat, bij de totstandkoming van een verordening, nationale regelingen die hetzelfde onderwerp regelen in beginsel moeten worden ingetrokken, of althans in hun reikwijdte beperkt. Voorkomen moet worden dat de nationale regeling datgene bepaalt dat reeds in de verordening wordt bepaald. Het vorenstaande doet er niet aan af dat lidstaten wel verplicht zijn om alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige verwezenlijking van verordeningen.

De exotenverordening bevat regels ter preventie van de introductie en verspreiding van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten die zijn geplaatst op de zogenoemde Unielijst. (zie noot 4) Het gaat om verboden op onder meer het opzettelijk op het grondgebied van de Unie brengen van die soorten, alsmede het houden, kweken, verhandelen en uitzetten in het milieu daarvan. (zie noot 5)

Artikel 14 van de Ffw regelt, in samenhang bezien met het aanwijzingsbesluit, ten dele hetzelfde als de exotenverordening. Zo gelden op grond van het derde lid, in samenhang bezien met artikel 6 van het aanwijzingsbesluit, bezits- en handelsverboden voor diersoorten waarvan moet worden aangenomen dat die op de Unielijst komen te staan, en waarvoor aldus op grond van de verordening eveneens bezits- en handelsverboden gaan gelden. (zie noot 6) De Afdeling adviseert om de Ffw dan wel het aanwijzingsbesluit aan te passen teneinde overschrijving van de exotenverordening te voorkomen.

2. Intrekking van een vergunning
Op grond van de verordening kan een vergunning worden verleend op basis waarvan, in afwijking van de verboden handelingen, voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen worden onderzocht of bewaard. (zie noot 7) Artikel 8, vijfde lid, van de verordening bepaalt dat de lidstaten hun bevoegde autoriteit machtigen om de vergunning op elk moment voorlopig of definitief in te trekken indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen waarvan de gevolgen voor de biodiversiteit of aanverwante ecosysteemdiensten nadelig zijn. Deze bepaling impliceert dat lidstaten - om te komen tot volledige verwezenlijking van de verordening - de maatregelen nemen die nodig zijn om te verzekeren dat een vergunning om de genoemde reden kan worden ingetrokken.

In het ontwerpbesluit zijn geen intrekkingsgronden opgenomen. In de transponeringstabel in de toelichting bij het ontwerpbesluit is hierover vermeld dat de jurisprudentie voorziet in redenen voor intrekking.

Voor Nederlandse regelgeving geldt als uitgangspunt dat de gronden die kunnen of moeten leiden tot het intrekken van een beschikking, in de regeling worden gespecificeerd. (zie noot 8) Gelet hierop ligt het, tegen de achtergrond van artikel 8, vijfde lid, van de verordening, voor de hand het ontwerpbesluit aan te vullen door daarin middels een verwijzing de in de verordening genoemde specifieke materiële intrekkingsgrond op te nemen. (zie noot 9) De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit in die zin aan te passen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 22 februari 2016

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar merkt op dat de Flora- en faunawet, in samenhang bezien met het Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, ten dele hetzelfde regelt als de exotenverordening. Zij adviseert om de nationale regelgeving aan te passen teneinde overschrijving van de exotenverordening te voorkomen. Daarnaast acht zij aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen door daarin door middel van een verwijzing de in de exotenverordening genoemde specifieke intrekkingsgrond voor vergunningen op te nemen.

1. Artikel 14 van de Ffw in verhouding tot de verordening
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in het onderhavige besluit een nieuw artikel 6 opgenomen. Dat regelt dat, zodra op grond van artikel 14 van de Flora- en faunawet aangewezen soorten op de Unielijst worden geplaatst, de aanwijzing op grond van artikel 14 van de Flora- en faunawet vervalt; voor die soorten gelden dan dus niet langer de verbodsbepalingen van dat artikel.
Om te voorkomen dat er als gevolg hiervan een leemte ontstaat ingeval de in artikel 8a van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten genoemde eekhoornsoorten op de Unielijst worden geplaatst, zijn de in dat artikel opgenomen voorwaarden in artikel 2, vierde lid, van het onderhavige besluit als aanvullende voorwaarden voor de toepassing van het overgangsrecht van artikel 31, eerste lid, van de exotenverordening gesteld voor de eekhoornsoorten die op de Unielijst komen te staan.
In verband met deze wijzigingen zijn de paragrafen 3.1 en 3.5 van de nota van toelichting aangevuld.

2. Intrekking van een vergunning
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in artikel 3, tweede en derde lid, van het onderhavige besluit voorzien in de bedoelde intrekkingsgronden voor verleende vergunningen. In verband met deze wijzigingen is paragraaf 3.4 van de nota van toelichting aangevuld en is de bijlage bij de nota van toelichting aangepast.

3. Andere wijzigingen
De inwerkingtredingsbepaling - thans artikel 7 van het besluit - is gewijzigd. Om zeker te stellen dat op het moment van inwerkingtreding van het besluit van de Europese Commissie tot vaststelling van de Unielijst het nationale wettelijke kader voor de uitvoering van de verordening zijn werking heeft, en om te voorkomen dat dan nog een afzonderlijk Koninklijk Besluit ter regeling van de inwerkingtreding van het onderhavige besluit moet worden vastgesteld, voorziet het gewijzigde artikel 7 in inwerkingtreding van het besluit op de dag na publicatie in het Staatsblad. Waar de bepalingen in het onderhavige besluit uitsluitend relevant zijn voor soorten die zijn opgenomen op de Unielijst, hebben de bepalingen van het besluit evenwel eerst hun werking na inwerkingtreding van het besluit van de Europese Commissie houdende vaststelling van die lijst.

In het besluit en de nota van toelichting zijn enkele verbeteringen van technische en redactionele aard opgenomen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting met bijlage doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

Staatssecretaris van Economische Zaken


(1) Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (Pb EU 2014, L 317).
(2) Artikel 288, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(3) Arrest van het Hof van Justitie van de EU van 7 februari 1973, C-39/72, Slachtpremies, ECLI:EU:C:1973:13. Zie ook aanwijzing 335 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(4) De Europese Commissie stelt de Unielijst vast door een uitvoeringshandeling op basis van de criteria die zijn opgenomen in artikel 4, derde lid, van de verordening.
(5) Artikel 7, eerste lid, van de verordening. Het ontwerpbesluit regelt de strafbaarstelling van de op grond van de verordening verboden handelingen.
(6) De Amerikaanse voseekhoorn, de grijze eekhoorn, de muntjak en de Pallas’ eekhoorn.
(7) Artikel 8 van de verordening. Het ontwerpbesluit wijst de Minister van Economische Zaken aan als bevoegde autoriteit voor vergunningverlening.
(8) Aanwijzing 130 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(9) Desgewenst kunnen daarnaast meer formele intrekkingsgronden in het ontwerpbesluit worden opgenomen (bijv. onjuiste gegevensverstrekking bij de aanvraag).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 160 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon