Ontwerpbesluit houdende regels inzake de informatieverschaffing bij en ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing, inzake de bedrijfsbrandweerplicht van inrichtingen, alsmede inzake rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchtvaartterreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.15.0386/II
- Datum advies
- 15 januari 2016
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 16303
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels inzake de informatieverschaffing bij en ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing, inzake de bedrijfsbrandweerplicht van inrichtingen, alsmede inzake rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchtvaartterreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 9 november 2015, no.2015001957, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake de informatieverschaffing bij en ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing, inzake de bedrijfsbrandweerplicht van inrichtingen, alsmede inzake rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchtvaartterreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in een uitwerking van de eisen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing op grond van de Veiligheidswet BES.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar adviseert de toelichting aan te vullen dan wel het ontwerpbesluit aan te passen waar het gaat om de uitwerking van de wijze waarop een bedrijfsbrandweerplichtige inrichting kan worden aangewezen.
1. Aanwijzen inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig
Op grond van de Veiligheidswet BES wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald welke categorieën inrichtingen kunnen worden aangewezen als bedrijfsbrandweerplichtig en op welke wijze tot de aanwijzing kan worden besloten. Ook kan worden bepaald aan welke eisen het personeel en het materiaal moeten voldoen. (zie noot 1)
Volgens de Veiligheidswet BES vindt de aanwijzing van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig plaats door het bestuurscollege, tenzij het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is. (zie noot 2) In die gevallen vindt aanwijzing plaats door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Afdeling merkt op dat in het ontwerpbesluit een uitwerking is opgenomen van de wijze van aanwijzing van inrichtingen door het bestuurscollege. (zie noot 3) De wijze van aanwijzing van inrichtingen door de minister is echter niet uitgewerkt, zonder dat dit in de toelichting gemotiveerd wordt.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.15.0386/II
- Toelichten waarom in het voorgestelde artikel 3 niet is opgenomen dat het rampbestrijdingsplan maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren (vergelijk artikel 6.1.3, onder g, van het Besluit Veiligheidsregio’s) moet bevatten. Een vergelijkbare verplichting is wel in artikel 4, tweede lid, onder h, van het ontwerpbesluit opgenomen.
- Toelichten waarom in het ontwerpbesluit alleen een uitwerking van artikel 49, aanhef en onder a, van de Veiligheidswet BES is opgenomen, (zie noot 4) maar de onderdelen b tot en met d niet in het ontwerpbesluit terugkomen.
- Toelichten waarom niet alle in artikel 57 van de Veiligheidswet BES genoemde bepalingen over de informatieverschaffing in het ontwerpbesluit worden uitgewerkt.
- In artikel 4, eerste lid, in de laatste volzin ‘in overleg met de exploitant’ vervangen door: na overleg met de exploitant (Aanwijzing 31, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 maart 2016
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken één inhoudelijke opmerking.
1. De Afdeling merkt op dat in het ontwerpbesluit alleen een uitwerking is opgenomen van de wijze van aanwijzing van inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig door het bestuurscollege. De wijze van aanwijzing van inrichtingen door de minister, zoals dat op grond van artikel 40, tweede lid, van de Veiligheidswet BES mogelijk is wordt niet geregeld, zonder dat dit in de toelichting gemotiveerd wordt.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
Op grond van de Veiligheidswet BES vindt de aanwijzing van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig plaats door het bestuurscollege, tenzij het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is. Artikel 40, tweede lid, van de Veiligheidswet BES bepaalt dat de aanwijzing in dat geval plaatsvindt door Onze Minister.
Op de eilanden Bonaire, St Eustatius en Saba bevinden zich geen terreinen die bij de krijgsmacht in gebruik zijn en gezien de omvang van de eilanden is het ook zeer onwaarschijnlijk dat er in de toekomst dergelijke terreinen komen. Dit is aanleiding geweest om de uitwerking van de bevoegdheid van de minister op grond van artikel 40, tweede lid, in eerste instantie niet nodig te achten.
Echter aangezien de Veiligheidswet BES de mogelijkheid van een aanwijzing door de minister wel regelt en daarbij dan geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat geboden kan zijn, is aan het besluit een artikel toegevoegd dat de procedure van aanwijzing door het bestuurscollege voor de minister van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarbij wordt de minister verplicht het rapport dat hij van de inrichting krijgt zodanig te bewerken dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid.
2. De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn overgenomen. De toelichting is op een aantal punten aangevuld en in het ontwerpbesluit is een technische wijziging doorgevoerd.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Artikel 40, vierde lid.
(2) Artikel 40, tweede lid.
(3) Voorgesteld artikel 2.
(4) Voorgesteld artikel 7.