Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.15.0380/III

Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele Warenwetbesluiten in verband met de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235), de uitvoering van verordening (EU) nr. 1379/2013, de aanpassing van de aanduiding van kaas en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W13.15.0380/III
Datum advies
3 december 2015
Vindplaats
Staatscourant
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele Warenwetbesluiten in verband met de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235), de uitvoering van verordening (EU) nr. 1379/2013, de aanpassing van de aanduiding van kaas en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2015, no.2015001878, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele Warenwetbesluiten in verband met de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235), de uitvoering van verordening (EU) nr. 1379/2013, de aanpassing van de aanduiding van kaas en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit wijzigt een aantal Warenwetbesluiten. Die wijzigingen vloeien in het bijzonder voort uit een wijziging van de Warenwet. (zie noot 1)

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft opmerkingen over de motivering van het ontwerpbesluit. Zij adviseert de toelichting met betrekking tot de wijziging van de definitie van kaas in het Warenwetbesluit Zuivel aan te vullen en de wijziging ter notificatie aan de Europese Commissie voor te leggen. Daarnaast adviseert zij om in de toelichting in te gaan op de verdeling van de retributiekosten voor controles op grond van richtlijn 96/23/EG (zie noot 2) op residuen van verboden stoffen in eiproducten.

1. Definitie kaas
Het ontwerpbesluit wijzigt de definitie van kaas in het Warenwetbesluit Zuivel. De Afdeling merkt hierover het volgende op.

a. Toelichting
De toelichting stelt dat door de wijziging innovatie in het kaasmaakproces wordt ondersteund. (zie noot 3) Daarnaast wordt verwezen naar het in lijn brengen van de definitie met het begrip kaas in de ‘Codex General Standard for Cheese’. (zie noot 4) De toelichting is zodanig summier dat niet duidelijk wordt waarom de aanpassing van de definitie van kaas nodig is. Mede gelet op de commerciële belangen die gemoeid zijn met het product kaas, is het van belang dat in de toelichting aandacht wordt besteed aan de achtergrond van de wijziging.
De Afdeling adviseert de toelichting op grond van het voorgaande aan te vullen.

b. Notificatie
Volgens de toelichting is de wijziging van de definitie van kaas niet voorgelegd aan de Europese Commissie ingevolge richtlijn nr. 98/34/EG, (zie noot 5) omdat het een versoepeling van reeds bestaande technische voorschriften betreft. (zie noot 6) Afgezien van het feit dat versoepeling van bestaande regels geen basis vormt voor het achterwege mogen laten van notificatie, (zie noot 7) wijst de Afdeling erop dat met de voorgestelde nieuwe definitie van kaas wordt afgeweken van de bestaande definitie en daarmee sprake is van een nieuw technisch voorschrift.
De Afdeling adviseert derhalve het voorschrift alsnog te notificeren.

2. Retributie pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten
Het ontwerpbesluit behelst onder meer een wijziging van het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen, waardoor niet langer alleen pakstations retributie verschuldigd zijn voor de controles op grond van richtlijn 96/23/EG, (zie noot 8) maar tevens de pluimveehouders en eiproductfabrikanten. In de toelichting staat dat van de kosten van de controles 2/3 bij de pluimveehouders wordt gelegd, 4/15 bij de pakstations en 1/15 bij de eiproductfabrikanten. (zie noot 9) Op welke wijze deze verdeling tot stand is gekomen, blijkt echter niet uit de toelichting.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het vorenstaande in te gaan.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 29 januari 2016

1. De Afdeling adviseert om de wijziging in de definitie van kaas te notificeren ingevolge richtlijn nr. 98/34/EG, (zie noot 10) welke is vervangen door richtlijn (EU) 2015/1535, (zie noot 11) omdat versoepeling van voorschriften volgens de Afdeling geen basis vormt om notificatie achterwege te laten en omdat er volgens de Afdeling sprake is van een nieuw technisch voorschrift. Ik neem dit advies van de Afdeling niet over. Artikel 5, eerste lid, derde paragraaf, van richtlijn (EU) 2015/1535 stelt dat lidstaten alleen overgaan tot notificatie als zij "in het ontwerp voor een technisch voorschrift significante wijzigingen aanbrengen die […] een toevoeging van specificaties of eisen of het stringenter maken ervan tot gevolg hebben".
A contrario geredeneerd, is het dus niet noodzakelijk om tot notificatie over te gaan als het ontwerp niet tot gevolg heeft dat er eisen of specificaties worden toegevoegd of stringenter worden gemaakt. In casu is geen sprake van het toevoegen van eisen of specificaties omdat kaas al een gereserveerde aanduiding was. Met onderhavige wijziging is het toegestaan meer producten de benaming ‘kaas’ te geven, waaruit blijkt dat de eisen en specificaties niet stringenter zijn geworden. Naar mijn oordeel is het daarom niet noodzakelijk om deze wijziging te notificeren.

2. De Afdeling adviseert verder de toelichting met betrekking tot de wijziging van de definitie van kaas in het Warenwetbesluit Zuivel aan te vullen en in te gaan op de verdeling van de retributiekosten voor controles op grond van richtlijn 96/23/EG (zie noot 12) op residuen van verboden stoffen in eiproducten. Hieraan in gevolg gegeven. Zo is met betrekking tot de wijziging in de definitie van kaas in de nota van toelichting aangegeven dat deze wijziging eraan bijdraagt dat wei-eiwitten en lactose zuiverder uit de wei (het bijproduct van kaasbereiding) kunnen worden gewonnen en daardoor beter inzetbaar zijn in de productie van andere producten, zoals kindervoeding. Voor wat betreft de verdeling van de retributiekosten voor de controles op residuen op verboden stoffen en de controles op toegelaten stoffen die een maximale residu limiet hebben bij eieren, is aangegeven dat deze verdeling eerder al door het voormalig Productschap Pluimvee en Eieren werd gebruikt.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om nog enkele wijzigingen in het ontwerp-besluit door te voeren.

Allereerst wordt in artikel 6 van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen de verwijzing naar een reeds ingetrokken richtlijn (zie noot 13) over het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen vervangen door de geldende richtlijn (zie noot 14).

Verder wordt in het Warenwetbesluit Zuivel in artikel 4 verwezen naar Richtlijn 83/417/EEG (zie noot 15). Deze richtlijn wordt met ingang van 22 december 2016 ingetrokken door richtlijn 2015/2203 (zie noot 16). Het ontwerp-besluit zorgt voor het opnemen van een verwijzing naar richtlijn 2015/2203.

Tot slot wordt aan artikel XIV, onderdeel B, onder 3, terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 2015. Voor 1 april 2014 was het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) aan de NVWA een retributie verschuldigd voor de controles op verboden stoffen en controles op toegelaten stoffen die een maximale residu limiet hebben bij eieren. Het PPE verhaalde deze retributie op de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten. In verband met het opheffen van de productschappen zijn de pakstations de retributie rechtstreeks verschuldigd aan de NVWA (Stb 2014, 81). De pakstations zouden een deel van deze retributie verhalen op de pluimveehouders en eiproductfabrikanten.

In de praktijk blijkt dit niet te werken en om die reden worden in het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen naast de pakstations ook de pluimveehouders en eiproductfabrikanten aangewezen. Het is vanaf het moment van opheffen van de productschappen de bedoeling geweest dat de kosten voor de controles worden verhaald op de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten. Het Nationaal Plan Residuen loopt jaarlijks van 1 april tot en met 31 maart. De NVWA zal in het eerste kwartaal van 2016 de retributies gaan innen over de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2016. Bij nader inzien wordt daarom aan artikel XIV, onderdeel B, onder 3, terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 2015. Dit om duidelijk te maken dat de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten de retributie over die periode verschuldigd zijn aan de NVWA.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport


(1) Stb. 2015, 235.
(2) Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG L 125).
(3) Toelichting bij artikel XXI, onderdelen A en C.
(4) Codex Standard 283-1978, ontwikkeld door de Codex Alimentarius Commission, een VN-organisatie onder de vlag van zowel de FAO (Internationale Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) als de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie).
(5) Richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG 1998, L204). Met ingang van 7 oktober 2015 is Richtlijn 98/34/EG vervangen door Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (codificatie), PbEU 2015, L241.
(6) Toelichting bij artikel XXI, onderdelen A en C.
(7) Richtlijn (EU) 2015/1535 biedt slechts beperkte uitzonderingen op de notificatieplicht; het op eigen initiatief versoepelen van een bestaand technisch voorschrift valt daar niet onder. Zie ook HvJ EU 31 januari 2013, zaak C-26/11, ECLI:EU:C:2013:44.
(8) Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG L 125).
(9) Toelichting bij artikel XIV, onderdeel B.
(10) Richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG 1998, L 204).
(11) Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015 L 241).
(12) Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG L 125).
(13) Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (88/344/EEG) (PbEG L 157).
(14) Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan
(PbEU 2009, L 141).
(15) Richtlijn nr. 83/417/EEG van de Raad van 25 juli 1983 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde melkeiwitten (caseïne en caseïnaten) (PbEG L 237).
(16) Artikel 8 van Richtlijn (EU) 2015/2203 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten en tot intrekking van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (PbEU 2015, L 314).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 225 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon