Nota van wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het vervangen van de Verklaring arbeidsrelatie door de Beschikking geen loonheffingen (Wet invoering Beschikking geen loonheffingen).
- Kenmerk
- W06.15.0121/III
- Datum advies
- 29 april 2015
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2014/15, 34 036, nr. 12 (enkel nader rapport)
- Financiën
- Wet
Toon inhoud
Nota van wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het vervangen van de Verklaring arbeidsrelatie door de Beschikking geen loonheffingen (Wet invoering Beschikking geen loonheffingen).
Dit advies is een zogenoemd advies conform.
Dit betekent dat de tekst van het advies "zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat". Openbaarmaking van dit advies conform is achterwege gebleven (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State). De tekst van het advies wordt dus nergens gepubliceerd, niet in de Staatscourant en niet in de Kamerstukken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 mei 2015
Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies inzake het bovenvermelde ontwerp is uitgebracht.
Het ontwerp geeft de Afdeling geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de wijziging van artikel 5a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 aan te vullen. Dit artikel betreft de zogenoemde artiestenregeling. De huidige tekst van dit artikel bepaalt dat de artiestenregeling onder meer niet geldt voor bepaalde groepen artiesten die beschikken over een Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Ingevolge het ontwerp van de nota van wijziging dat aan de Afdeling is voorgelegd, vervalt in genoemd artikel 5a, eerste lid, het onderdeel dat betrekking heeft op de VAR in verband met de omstandigheid dat wordt voorgesteld de VAR af te schaffen. Bij nader inzien is het wenselijk om naast het schrappen van genoemd onderdeel ook een onderdeel toe te voegen, waarin een delegatiegrondsiag wordt opgenomen op grond waarvan weer bepaalde groepen artiesten buiten het bereik van de artiestenregeling kunnen worden gebracht. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf “Gevolgen voor de fictieve dienstbetrekkingen en de artiestenregeling” in de toelichting bij de nota van wijziging.
Verder zijn enkele redactionele wijzigingen in de toelichting aangebracht.
Ik moge U verzoeken in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging en de gewijzigde toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Financiën