Ontwerpbesluit houdende een wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met betrekking tot het wijzigen van de bijdragesystematiek voor het modulair pakket thuis en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.15.0350/III
- Datum advies
- 5 november 2015
- Vindplaats
- Staatscourant
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende een wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met betrekking tot het wijzigen van de bijdragesystematiek voor het modulair pakket thuis en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2015, no.2015001745, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende een wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met betrekking tot het wijzigen van de bijdragesystematiek voor het modulair pakket thuis en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
Met het ontwerpbesluit worden het Besluit langdurige zorg (Blz) en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 gewijzigd teneinde de bijdragesystematiek voor het modulair pakket thuis te laten aansluiten bij die voor de andere leveringsvormen in de Wet langdurige zorg (Wlz).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft opmerkingen over de motivering van de budgettaire en inkomenseffecten van het ontwerpbesluit.
1. Budgettaire en inkomenseffecten
De verzekerde die recht heeft op zorg, kan ervoor kiezen zijn recht tot gelding te brengen met zorg in natura, bestaande uit zorg met verblijf in een instelling, een volledig pakket thuis (vpt) of een modulair pakket thuis (mpt), dan wel een persoonsgebonden budget (pgb).Van een mpt is sprake indien een cliënt slechts delen (modules) van het pakket zorg in natura thuis geleverd krijgt. Het mpt kan, anders dan een vpt, worden gecombineerd met een pgb.
Wat de systematiek voor de eigen bijdrage betreft is voor het jaar 2015 aangesloten bij die voor de eigen bijdragen zoals deze in 2014 voor extramurale zorg golden. (zie noot 1) Voor het jaar 2016 en daarna wordt gekozen voor aansluiting bij de eigen bijdragesystematiek voor het pgb. (zie noot 2) Het ontwerpbesluit regelt laatstgenoemde wijziging.
a. De toelichting stelt dat de budgettaire effecten vrijwel nihil zijn. Het is de Afdeling niet duidelijk hoe tot deze conclusie wordt gekomen, nu de inkomenseffecten voor het pgb positief zijn.
De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan.
b. De toelichting geeft een overzicht van de inkomenseffecten voor groepen van personen die een mpt dan wel een pgb hebben gekozen. Daaruit kan worden afgeleid dat degenen met de keuze voor een pgb er op vooruitgaan. Dit zou ertoe kunnen leiden dat meer cliënten zullen opteren voor een pgb, hetgeen budgettaire consequenties kan hebben.
De Afdeling adviseert hieraan in de toelichting aandacht te besteden.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.15.0350/III
- In artikel II, onderdeel C, onder 2, "verblijf in een instelling" wijzigen in "een volledig pakket thuis" (verplaatsing van de in te voegen passage in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 overeenkomstig de in het Besluit langdurige zorg gekozen volgorde).
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 december 2015
1a. De Afdeling vraagt om nader toe te lichten waarom wordt geconcludeerd dat er vrijwel geen budgettaire effecten voortvloeien uit de maatregel.
Inmiddels is de inschatting dat er circa 29.000 verzekerden zijn met alleen een modulair pakket thuis (mpt). De verwachting is dat de bijbehorende inkomsten aan eigen bijdragen in 2016 circa € 20 miljoen zijn. De derving aan inkomsten bij het persoonsgebonden budget (pgb), die het gevolg is van met de € 6.000 korting op het bijdrageplichtig inkomen, is geraamd op circa € 5 miljoen. Naar verwachting stijgen de eigen bijdrage inkomsten in 2016 per saldo met € 15 miljoen. De genoemde aantallen en getallen zijn echter nog met enige onzekerheid omgeven. In het voorjaar van 2016 zal er meer inzicht in de macrobudgettaire effecten zijn en zal de raming van de eigen bijdragen in het Budgettair Kader Zorg worden geactualiseerd.
Op het moment van de inwerkingtreding de Wet langdurige zorg (Wlz) was er nog weinig bekend over de omvang van de groep cliënten met een mpt. Om die reden zijn de bijbehorende inkomsten uit eigen bijdragen behorend bij het mpt nog niet opgenomen in de totale inkomstenraming voor de Wlz.
De toelichting is op dit punt aangevuld en aangepast.
1b. De Afdeling geeft aan dat de positieve inkomenseffecten voor pgb-houders ertoe kunnen leiden dat meer verzekerden zullen opteren voor pgb’s ten opzichte van andere leveringsvormen. De eigen bijdrage voor pgb’s wordt door de korting voor bepaalde inkomensgroepen voordeliger en daarmee aantrekkelijker vanuit financieel oogpunt. Er wordt echter geen verschuiving richting de leveringsvorm pgb verwacht, omdat de korting niet tot een substantiële verandering van eigen bijdragesystematiek tussen verschillende leveringsvormen leidt. Zo was het verschil in eigen bijdrage tussen bijvoorbeeld een vpt en pgb al € 136 per maand. Dit wordt door de korting maximaal € 198,5 per maand. Gezien de extra diensten die bij een vpt thuis worden geleverd zal het verschil in de praktijk niet tot een prikkel leiden om van leveringsvorm te veranderen. De toelichting is op dit punt aangevuld en aangepast.
2. De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn overgenomen.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een wijziging aan te brengen in het overgangsrecht onder de Wlz. Artikel 10.10 van het Blz vervalt met ingang van
1 januari 2016, maar het overgangsrecht in het derde lid wordt gedeeltelijk voortgezet. In artikel 10.10, derde lid, van het Blz werd geregeld dat de mensen die krachtens de Regeling Wlz-indiceerbaren recht hebben op Wlz-zorg een eigen bijdrage moeten betalen. In 2015 gold daarbij dat verzekerden die een modulair pakket thuis ontvingen (waarbij de naar de functies en klassen omgezette zorg dus werd voortgezet) in afwijking van de hoofdregel van de intramurale eigen bijdrage, nog een maximale periodebijdrage betalen. De maximale periodebijdrage voor het mpt vervalt per 4 januari 2016, zodat ook Wlz-indiceerbaren in 2016 de "lage intramurale" bijdrage gaan betalen (met een korting van 136 euro per maand). Met het nieuwe artikel 10.10, eerste lid, van het Blz wordt het overgangsrecht in die zin aangepast.
Omdat na de publicatie van de Regeling Wlz-indiceerbaren het overgangsrecht is uitgebreid met de zogenaamde "decembergroepen", is het bovenstaande op gelijke wijze van toepassing op die verzekerden. Het gaat in de in de eerste plaats om verzekerden die in een ADL-woning woonachtig zijn en daarnaast tenminste 25 uur per week individuele begeleiding, persoonlijke verzorging of verpleging ontvangen of zijn aangewezen op verpleging bij thuisbeademing (artikel 9.3a van de Regeling langdurige zorg). In de tweede plaats gaat het om verzekerden met een zware zorgvraag die niet onder een bepaalde noemer te vatten waren in de Regeling Wlz-indiceerbaren maar naar verwachting wel aan de toegangscriteria voor de Wlz voldoen (artikel 9.3b van de Regeling langdurige zorg).
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zoals bedoeld in de Algemene wet bijzondere ziektekosten.
(2) Nota van wijziging bij de Wlz (Kamerstukken II 2013/14, 33 891, nr. 17, blz. 26-28).