Ontwerpbesluit houdende vaststelling van de verhoging van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.15.0354/III
- Datum advies
- 29 oktober 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 48280
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van de verhoging van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2015, no.2015001785, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van de verhoging van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit verhoogt het bedrag van het kindgebonden budget voor het tweede kind met € 33,00 uitsluitend voor het jaar 2016. Het bedrag van het kindgebonden budget voor het derde of navolgende kind wordt structureel verhoogd met € 100,00.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een dragende motivering van de koopkrachtmaatregel aangewezen nu die niet gelijkelijk over alle gezinnen met een laag inkomen wordt verdeeld. Voorts adviseert zij de tijdelijkheid van de verhoging van het kindgebonden budget met € 33,00 in het besluit zelf te regelen.
1. Motivering
Blijkens de toelichting is de motivering voor de verhoging van het kindgebonden budget gelegen in het creëren van een evenwichtig koopkrachtbeeld in 2016 en heeft de verhoging specifiek oog voor gezinnen met een laag inkomen. In de toelichting wordt gesteld dat voornamelijk gezinnen met lage inkomens profijt hebben van het intensiveren van het kindgebonden budget. (zie noot 1)
De Afdeling merkt op dat uit de toelichting niet duidelijk wordt waarom gezinnen met drie of meer kinderen structureel worden ondersteund en gezinnen met een of twee kinderen niet. De structurele verhoging voor het derde of navolgende kind met € 100,00 heeft een vrij groot positief effect op de koopkracht van gezinnen met drie of meer kinderen. De verhoging voor het tweede kind met € 33,00 uitsluitend voor het jaar 2016 heeft daarentegen een tijdelijk gering positief effect op de koopkracht van gezinnen met twee kinderen. Daarmee is de verhoging van het kindgebonden budget niet voor alle gezinnen met een laag inkomen gelijk.
Voorts wordt niet duidelijk waarom het niet nodig wordt geacht de koopkracht van gezinnen met één kind te ondersteunen. Ook deze gezinnen kunnen immers een laag inkomen hebben. Het enkele verwijzen naar gewenste koopkrachtmaatregelen vormt onvoldoende motivering voor de voorgestelde intensivering.
De Afdeling adviseert de toelichting naar aanleiding van het voorgaande aan te vullen.
2. Tijdelijke verhoging met € 33,00
Het ontwerpbesluit verhoogt het bedrag van het kindgebonden budget voor de ouder die aanspraak heeft voor twee kinderen met € 33,00. Dit werkt door naar de aanspraken van ouders met drie of meer kinderen. Blijkens de toelichting is dit een eenmalige verhoging die alleen voor het jaar 2016 geldt. Voorts wordt toegelicht dat de regering volgend jaar een wetsvoorstel in procedure zal brengen waarmee de verhoging van het tweede kindbedrag (van € 33,00) en tevens de doorwerking van die verhoging met ingang van 1 januari 2017 weer ongedaan zal worden gemaakt. (zie noot 2)
Ziet de Afdeling het goed dan kiest de regering voor deze constructie omdat artikel 3, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget slechts grondslag biedt voor een verhoging van het kindgebonden budget en niet voor een verlaging daarvan. De Afdeling is evenwel van oordeel dat genoemd artikel een tijdelijke verhoging niet uitsluit. Derhalve kan in het ontwerpbesluit ook worden bepaald dat de hier bedoelde verhoging en de doorwerking daarvan slechts geldt voor het jaar 2016.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 november 2015
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: afdeling) aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De afdeling adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een dragende motivering van de koopkrachtmaatregel aangewezen nu die niet gelijkelijk over alle gezinnen met een laag inkomen wordt verdeeld. Voorts advïseert zij de tijdelijkheid van de verhoging van het kindgebonden budget met C 33,00 in het besluit zelf te regelen.
1.Motivering
De afdeling merkt in haar advies op dat uit de toelichting niet duidelijk wordt waarom gezinnen met drie of meer kinderen structureel worden ondersteund en gezinnen met één of twee kinderen niet. Daarnaast geeft zij aan dat niet duidelijk wordt waarom het niet nodig wordt geacht de koopkracht van gezinnen met één kind te ondersteunen. Een dergelijke motivering acht de afdeling gewenst. De nota van toelichting is op basis hiervan aangepast. In de toelichting wordt nader gemotiveerd dat het kabinet de bedragen van het kindgebonden budget verhoogt vanuit de wens om grotere gezinnen meer ondersteuning te geven. Het bedrag aan kindgebonden budget is voor het eerste kind hoger dan dat voor volgende kinderen. Het eerste kindbedrag wordt daarom niet verhoogd. Omdat het bedrag aan kindgebonden budget voor het derde en volgende kind lager is dan het bedrag aan kindgebonden budget voor één of twee kind(eren), worden de bedragen voor de ouder die aanspraak heeft voor drie of meer kinderen met ingang van 1januari 2016 structureel opgehoogd. Op deze manier acht het kabinet de bedragen onderling meer met elkaar in evenwicht. Om in 2016 ook gezinnen met twee kinderen extra te ondersteunen wordt het bedrag voor de ouder die aanspraak heeft voor twee kinderen met ingang van 1 januari 2016 eenmalig opgehoogd.
2. Tijdelijke verhoging met C 33,00
De afdeling merkt in haar advies eveneens op dat in het ontwerpbesluit ook kan worden bepaald dat de tijdelijke verhoging van het kindgebonden budget en de doorwerking daarvan slechts voor het jaar 2016 geldt. Conform het advies van de afdeling is artikel 1 van het ontwerpbesluit zodanig gewijzigd dat dit thans voorziet in de tijdelijke verhoging van de betreffende bedragen van het kindgebonden budget.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid
(1) Toelichting, onder "financiële effecten".
(2) Toelichting, eerste alinea.