Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.15.0326/III
- Datum advies
- 22 oktober 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2016, nr. 4777
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 22 september 2015, no.2015001596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit langdurige zorg (Blz) met betrekking tot de begripsomschrijving van de logeervoorziening, van kleinschalig wooninitiatief en het vergoeden van vervoerskosten uit een persoonsgebonden budget (pgb).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht inzake het onderdeel declaratie van vervoerskosten een nadere motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen.
1. Maximum aantal declaraties vervoerskosten
Zorgkosten kunnen slechts uit een pgb worden bekostigd als de verzekerde met de desbetreffende zorgverlener een overeenkomst heeft gesloten. (zie noot 1) Het ontwerpbesluit maakt het mogelijk dat deze voorwaarde niet geldt in geval van vervoer naar een plaats waar de verzekerde gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt. (zie noot 2) Reden hiervoor is dat ook incidenteel vervoer uit het pgb moet kunnen worden bekostigd. In de toelichting wordt benadrukt dat het niet stellen van bedoelde voorwaarde een uitzonderingssituatie betreft en dat "er een maximum aan wordt gesteld". (zie noot 3)
Het in de toelichting bedoelde maximum wordt niet geregeld in de tekst van het ontwerpbesluit. Overigens wordt uit de toelichting niet duidelijk of het bedoelde maximum zal worden gesteld aan het aantal declaraties per persoon of het totale bedrag dat wordt besteed aan incidentele vervoerskosten. Daarbij wijst de Afdeling er wellicht ten overvloede op dat als het zorgkantoor geen rechtsgrond heeft om declaraties boven een bepaald maximum uit het pgb te bekostigen, het een verzoek om declaratie dat een maximum te boven gaat niet kan weigeren.
De Afdeling adviseert de toelichting naar aanleiding van het voorgaande te wijzigen dan wel het ontwerpbesluit aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.15.0326/III
- In de toelichting telkens het Voorstel van wet houdende Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet (zonder: "en het Burgerlijk Wetboek") op juiste wijze aanhalen.
- In de toelichting Algemeen onder "kleinschalig wooninitiatief’ de eis van gezamenlijke inkoop van zorg door bundeling van pgb’s benoemen en deze niet duiden als inhoudelijke eis voor wooninitiatief.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 november 2015
1. De Afdeling advisering heeft een vraag in verband met de toelichting van de wijziging van artikel 3.6.4, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg (Blz). Zij adviseert de toelichting te wijzigen dan wel het ontwerpbesluit aan te passen.
In de toelichting bij de wijziging van artikel 3.6.4, eerste lid, wordt gesteld dat ten aanzien van de mogelijkheid dat de verzekerde vervoerskosten declareert zonder dat daarbij de in de regel verplichte overeenkomst met de zorgverlener is gesloten, het niet stellen van bedoelde voorwaarde een uitzonderingssituatie betreft en dat "er een maximum aan wordt gesteld". ( zie noot 4) Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering is bedoelde passage uit de toelichting aangepast. De passage leidt namelijk tot het misverstand dat het hier zou gaan om (een maximum aan) het kunnen declareren van vervoerskosten.
Uitgangspunt is dat het declareren van vervoerskosten gaat op basis van een vaste overeenkomst met de vervoerder of inbegrepen bij zorgovereenkomst met zorgverlener. In de praktijk is echter gebleken dat dit niet altijd mogelijk is. Er zijn ook incidentele vervoerskosten. Het betreft hier echter uitzonderingssituaties. In 90% van de gevallen kan in de regel vooraf een overeenkomst worden gesloten.
Bij de incidentele vervoerskosten zal de pgb-budgethouder een losse declaratie vervoer indienen bij SVB, het zorgkantoor toetst dan of de budgethouder vervoerskosten mag declareren. Na goedkeuring van het zorgkantoor kan door de SVB aan de budgethouder zelf worden uitbetaald. Het bedoelde maximum ziet op de afspraak van uitvoerende instanties exorbitante declaraties (declaraties boven een bepaald maximum) dubbel te checken. Uitvoerders zullen bovenmatig ingediende vervoerskosten extra toetsen alvorens de kosten te vergoeden.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt het Blz aan te passen aan de wijze waarop door de Wlz-uitvoerder zorgkantoor DSW B.V. bij de zorginkoop van 2015 is geopereerd, namelijk alsof haar twee zorgkantoorregio’s als één regio functioneerden. DSW heeft toen één inkoopbeleid en één contracteerruimte voor beide regio’s gehanteerd. De gemaakte afspraken met zorgaanbieders die werkzaam waren in beide regio’s zijn toen samengevoegd tot één afspraak. De samenvoeging van de twee zorgkantoorregio’s van DSW tot één regio geschiedt middels een wijziging van artikel 4.2.1 Blz.
2. De redactionele opmerkingen van de Afdeling advisering zijn verwerkt en hebben geleid tot een aanpassing van de toelichting.
Ik moge U hierbij het ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie artikel 3.6.4, eerste lid, Blz.
(2) Dit is vervoer als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, Wet langdurige zorg.
(3) Toelichting, Algemeen, onder Vervoerskosten.
(4) Toelichting, Algemeen, onder Vervoerskosten.