Voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met invoering van een variabele uitkering (Wet variabele pensioenuitkering), met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W12.15.0366/III
- Datum advies
- 29 oktober 2015
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2015/2016, 34 344, nr. 4
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Wet
Toon inhoud
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel over variabele pensioenuitkering. Het wetsvoorstel is op 23 november 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.
Inhoud wetsvoorstel
De regering wil met het wetsvoorstel mogelijk maken dat opgebouwd pensioenkapitaal wordt doorbelegd na het bereiken van de uitkeringsgerechtigde leeftijd. In verband hiermee introduceert het wetsvoorstel de mogelijkheid van een variabele pensioenuitkering. Het initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Lodders over uitbetaling van pensioen in pensioeneenheden beoogt hetzelfde mogelijk te maken, maar introduceert daarvoor aparte pensioeneenheden. Omdat beide wetsvoorstellen, zij het op een verschillende wijze, een oplossing willen bieden voor dezelfde problematiek, heeft de Afdeling advisering over beide wetsvoorstellen gelijktijdig advies uitgebracht.
Aanleiding
De omzetting van opgebouwd pensioen in een periodieke uitkering moet in de huidige situatie in één keer plaatsvinden, uiterlijk op de datum van de ingang van het pensioen. Doordat de omzetting in één keer moet plaatsvinden, is de hoogte van de pensioenuitkering sterk afhankelijk van het renteniveau dat op het moment van omzetting geldt. Het initiatiefwetsvoorstel maakt het mogelijk dat pensioengelden na het bereiken van de uitkeringsfase worden doorbelegd. Daardoor is de hoogte van de pensioenuitkering minder afhankelijk van de rentestand op één bepaald moment en kan ingelegd kapitaal, vanwege de langere beleggingshorizon, langer renderen.
Spoedkarakter wetsvoorstel
De mogelijkheid van doorbeleggen na de ingang van de uitkeringsfase en een daarmee samenhangende pensioenuitkering die niet langer vast maar variabel is, lost volgens de Afdeling advisering een reëel probleem op. Zij adviseert wel dragend te motiveren waarom gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure van de Wet raadgevend referendum waardoor over dit wetsvoorstel geen referendum mogelijk zal zijn.
Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister.
Voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met invoering van een variabele uitkering (Wet variabele pensioenuitkering), met memorie van toelichting.
Van dit advies is een samenvatting gemaakt.
Bij Kabinetsmissive van 16 oktober 2015, no.2015001832, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met invoering van een variabele uitkering (Wet variabele pensioenuitkering), met memorie van toelichting.
Het voorstel strekt tot wijziging van de Pensioenwet en enkele andere wetten en introduceert voor deelnemers aan een premie- of kapitaalovereenkomst de mogelijkheid van een variabel risicodragend pensioen (variabele pensioenuitkering). Het voorstel beoogt doorbeleggen na ingang van de pensioendatum mogelijk te maken. Indien gekozen wordt voor een variabele pensioenuitkering is de hoogte van de pensioenuitkering afhankelijk van het beleggingsresultaat, het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar acht voor het creëren van de mogelijkheid om toepassing te geven aan de spoedprocedure van de Wet raadgevend referendum (Wrr) een dragende motivering of aanpassing van het voorstel aangewezen.
1. Initiatiefvoorstel
Bij brief van de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 14 juli 2015 heeft de Tweede Kamer bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Lodders tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet loonbelasting 1964 en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met de invoering van de mogelijkheid tot uitbetaling van pensioen in pensioeneenheden (Wet uitbetaling pensioen in pensioeneenheden).
Dat wetsvoorstel beoogt eveneens het doorbeleggen na het bereiken van de uitkeringsgerechtigde leeftijd mogelijk te maken. Over dit voorstel brengt de Afdeling gelijktijdig advies uit. (zie noot 1)
2. Spoedprocedure Wet raadgevend referendum
In artikel VI wordt de mogelijkheid gecreëerd om in het inwerkingtredingsbesluit de spoedprocedure uit artikel 12 van de Wrr toe te passen. Uitgangspunt van de Wrr is dat een wet niet in werking treedt voordat een referendum is gehouden of de gelegenheid is geweest om een inleidend verzoek daartoe in te dienen. Daarvan kan slechts worden afgeweken als een wet dermate spoedeisend is dat zij onmiddellijk in werking moet treden. Als de wetgever daarvoor te lichtvaardig zou kiezen, zou dat het karakter van de Wrr als algemene wet aantasten. (zie noot 2)
Uit de toelichting blijkt slechts dat de invoering van de variabele uitkering op korte termijn wenselijk wordt geacht. Een inhoudelijke motivering voor de te betrachten spoed bij de inwerkingtreding en daarmee de afwijking van het uitgangspunt van de Wrr ontbreekt.
De Afdeling adviseert dragend te motiveren waarom de spoedprocedure mogelijk wordt gemaakt en bij gebreke van een dergelijke motivering van de mogelijkheid om de spoedprocedure te volgen te schrappen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.15.0366/III
- Gelet op aanwijzing 25 van de Aanwijzingen van de regelgeving in de voorgestelde artikelen 52a, zevende lid, van de Pensioenwet en 63a, zevende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling "regels" vervangen door: nadere regels.
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 november 2015
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is het wetsvoorstel gewijzigd. In overeenstemming met het advies is in artikel VI van het wetsvoorstel de mogelijkheid geschrapt om in het inwerkingtredingsbesluit de spoedprocedure van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum toe te passen.
De redactionele opmerking in de bijlage van het advies is overgenomen.
Het wetsvoorstel is voorts aangepast in verband met de voorgestelde invoering, bij amendement van de leden Lodders en Vermeij bij het wetsvoorstel vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, van een extra shopmoment voor deelnemers aan de opnieuw opengestelde tijdelijke regeling pensioenknip (Kamerstukken II 2015/16, 34 227, nr. 7). De gelijkluidende bepaling voor de invoering van een extra shopmoment in dit wetsvoorstel is geschrapt.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State inzake de Wet uitbetaling in pensioeneenheden (W12.15.0247/III).
(2) Kamerstukken II 2005/06, 30 372, nr. 3, blz. 9-10, 19-21.