Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte voor de opheffing en verwijdering van de particuliere overwegen tussen km 3.804 en km 3.765 van de spoorlijn Gouda - Den Haag alsmede tussen km 35.623 en km 35.577 en tussen km 37.269 en km 37.234 van de spoorlijn Gouda - Rotterdam, met bijkomende werken, in de gemeente Zuidplas.
- Kenmerk
- W14.15.0271/IV
- Datum advies
- 7 oktober 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 40029
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte voor de opheffing en verwijdering van de particuliere overwegen tussen km 3.804 en km 3.765 van de spoorlijn Gouda - Den Haag alsmede tussen km 35.623 en km 35.577 en tussen km 37.269 en km 37.234 van de spoorlijn Gouda - Rotterdam, met bijkomende werken, in de gemeente Zuidplas.
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 24 augustus 2015, no.RWS-2015/33351, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte voor de opheffing en verwijdering van de particuliere overwegen tussen km 3.804 en km 3.765 van de spoorlijn Gouda - Den Haag alsmede tussen km 35.623 en km 35.577 en tussen km 37.269 en km 37.234 van de spoorlijn Gouda - Rotterdam, met bijkomende werken, in de gemeente Zuidplas.
Het ontwerpbesluit voorziet in de onteigening van gronden ten behoeve van het opheffen van een aantal particuliere spoorwegovergangen. Het doel hiervan is om de spoorveiligheid en doorstroming te verbeteren. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar heeft een opmerking over de bespreking van de zienswijzen.
1. Bespreking zienswijzen
a. Reclamanten voeren in hun zienswijzengeschrift aan dat niet valt in te zien waarom de spoorwegovergang waarvan zij gebruik maken moet worden opgeheven, maar de openbare spoorwegovergangen op hetzelfde spoortraject in de Spoorweglaan en Tweede Tochtweg mogen blijven bestaan. Reclamanten hebben dit ook aangevoerd tijdens de hoorzitting.
In het ontwerpbesluit wordt dit onderdeel van de zienswijzen niet besproken. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen moet alsnog gemotiveerd op dit betoog worden ingegaan. Daarbij dient rekenschap te worden gegeven van de voor de spoorwegveiligheid of doorstroming relevante verschillen tussen genoemde spoorwegovergangen.
De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit gemotiveerd op bovengenoemde zienswijze in te gaan.
b. Reclamanten betogen in hun zienswijzengeschrift, kort samengevat, dat de noodzaak om hun spoorwegovergang te verwijderen niet volgt uit de verschillende beleidsdocumenten waarnaar in de zakelijke beschrijving ter onderbouwing van het verzoek om onteigening wordt verwezen.
In het ontwerpbesluit wordt naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijzen vooropgesteld dat over het beleid van de verzoeker om onteigening geen uitspraken kunnen worden gedaan. Daarna wordt overwogen dat, daargelaten of verzoeker gehouden is om zich te houden aan het door reclamanten genoemde beleid, dit beleid dateert van na een overeenkomst tot het verwijderen van de spoorwegovergang, en dat daarom aan dit beleid voorbij moet worden gegaan.
Naar het oordeel van de Afdeling is de bespreking van dit onderdeel van de zienswijzen ontoereikend. Zij is niet te rijmen met het feit dat in de zakelijke beschrijving ter onderbouwing van het verzoek om onteigening naar de door reclamanten genoemde beleidsdocumenten wordt verwezen. Zij is evenmin te rijmen met het feit dat deze documenten ook worden aangehaald onder het kopje "Noodzaak en urgentie" van het ontwerpbesluit.
De Afdeling adviseert de bespreking van dit onderdeel van de zienswijzen te vervangen door een overweging waarin voor ieder afzonderlijk beleidsdocument dat door reclamanten wordt genoemd wordt aangegeven of het opheffen van de spoorwegovergang in overeenstemming is met dat beleid. (zie noot 1) Ook moet alsnog worden ingegaan op de stelling van reclamanten dat het adagium ‘geen overweg is de beste overweg’ in geen van deze documenten wordt genoemd en waarom het convenant spoorwegovergangen Zuidplas niet in de voorbereidingsprocedure van het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt aan te passen.
c. Reclamanten voeren in hun zienswijzengeschrift aan dat verzoeker heeft nagelaten alternatieven te onderzoeken, zoals het uitrusten van de spoorwegovergang met afsluitende overwegbomen (AHOB-installatie) en een waarschuwingsinstallatie. Volgens hen is verzoeker niet in overleg getreden over de beste oplossing voor de gesignaleerde veiligheidsproblemen, maar is volstaan met een standaardbrief waarna zij zonder nadere aankondiging het verzoek om onteigening heeft ingediend.
In het ontwerpbesluit wordt naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijzen enkel het tijdpad van het gevoerde overleg besproken, maar niet beschreven wat inhoudelijk is uitgewisseld, of de alternatieven besproken zijn en waaruit zou blijken dat, zoals het ontwerpbesluit elders vermeldt, de kosten voor deze alternatieven veel hoger zijn dan de kosten voor aanleg van een omrijdroute. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen moet alsnog gemotiveerd op dit betoog worden ingegaan.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt aan te vullen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.15.0271/IV
- In het tweede tekstblok onder onderdeel Ad 1. de stappen in de redenering verduidelijken door achtereenvolgens tot uitdrukking te brengen dat:
- ProRail een verzoek kan indienen op grond van titel IIa van de onteigeningswet, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van het in die titel neergelegde artikel 72a van de Onteigeningswet en de voorgenomen onteigening in het algemeen belang is;
- artikel 72a bepaalt dat kan worden onteigend voor de verbetering van spoorwegen;
- het perceel waarop de overweg is gelegen is opgenomen in het
- bestemmingsplan "Gouweknoop" van de gemeente Zuidplas;
- het perceel op grond van het bestemmingsplan "Gouweknoop" de bestemming "Verkeer - rail" heeft;
- deze bestemming niet aan opheffing van de overweg in de weg staat;
- het opheffen van de overweg dus planologisch uitvoerbaar is;
- voor onteigeningen op grond van titel IIa in beginsel geen bestemmingsplan nodig is;
- de Kroon de eis stelt dat het voorgenomen werk planologisch uitvoerbaar is;
- anders dan reclamanten betogen, titel IIa niet vereist dat, indien, zoals in dit geval, het voorgenomen werk planologisch uitvoerbaar is en dus reeds van een planologische basis is voorzien die democratisch is gelegitimeerd, nog eens een afzonderlijke planologisch traject wordt doorlopen om tot onteigening over te gaan;
- het opheffen van de overweg is aan te merken als een verbetering van een spoorwegwerk als bedoeld in artikel 72a;
- het opheffen van de overweg met het oog op de spoorveiligheid en de doorstroming eveneens als algemeen belang is aan te merken;
- het betoog van reclamanten gelet op het voorafgaande niet kan worden gevolgd.
- Het eerste tekstblok onder onderdeel Ad 3b. schrappen, nu de relevantie van dit tekstblok voor de bespreking van de zienswijze van reclamanten zoals weergegeven onder onderdeel 3b niet duidelijk is.
- Aan het slot van het huidige tweede tekstblok van onderdeel Ad 3b. toevoegen dat verzoeker, gelet op de onveilige situatie ter plaatse, voorts heeft mogen concluderen dat, ook al zou de overweg van reclamant niet ‘oneigenlijk’ worden gebruikt, deze overweg om redenen van spoorveiligheid dient te worden opgeheven.
- In het eerste tekstblok onder onderdeel Ad 3c. de laatste zin schrappen.
− In het tweede tekstblok onder onderdeel Ad 4., voorop stellen dat, anders dan reclamanten aanvoeren, de omstandigheid dat zij de erfdienstbaarheid reeds decennia hebben, niet met zich brengt dat hierdoor aanvullende eisen aan het minnelijk overleg zouden moeten worden gesteld.
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 oktober 2015
De spoorlijnen Gouda – Den Haag en Gouda – Rotterdam zijn twee van de drukst bereden spoorwegtracés in Nederland. ProRail zal in het kader van het project convenant spoorwegovergangen Zuidplas op dit traject, in de gemeente Zuidplas openbare spoorwegovergangen opheffen en daarvoor in de plaats nieuwe ongelijkvloerse kruisingen realiseren. Het doel is het vergroten van de veiligheid en een betere doorstroming van het weg- en treinverkeer. Hiertoe worden thans werkzaamheden uitgevoerd, waarbij de openbare overwegen vervangen worden door viaducten en/of tunnelbakken. Na de opheffing en verwijdering van deze openbare overwegen is het niet langer verantwoord om de drie niet openbare gelijkvloerse particuliere overwegen in deze trajecten in stand te houden.
Deze particuliere overwegen vormen wegens het ontbreken van afsluitende overwegbomen en een waarschuwingsinstallatie een groot risico. Door de snelheidsverhogingen op deze spoorlijnen is de situatie op de onbewaakte particuliere overwegen in toenemende mate onveilig.
1. De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met de inhoudelijke opmerkingen aangaande het alsnog bespreken van een onderdeel van de zienswijze en het aanpassen en aanvullen van de motivering van bepaalde gedeelten van het ontwerpbesluit. De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit wat dit betreft aan te passen en aan te vullen.
Ik stel U voor het advies van de Afdeling te volgen. De motivering van het ontwerpbesluit is aangescherpt en aangevuld met inachtneming van het advies. Het door de Afdeling bedoelde onderdeel van de zienswijze is alsnog gemotiveerd besproken.
2. Met de door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
(1) Het betreft het Programmaplan Landelijk Verbeterprogramma Overwegen van maart 2014 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de "Derde Kadernota Railveiligheid" van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van juni 2010 en het "Uitwerking overwegenbeleid 2010-2020" van maart 2010.