Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.15.0236/IV
- Datum advies
- 11 september 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 42108
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 10 juli 2015, no.2015001273, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in verschillende wijzigingen van het Besluit gebruik meststoffen en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Een belangrijke wijziging is om het gebruik van grondontsmettingsmiddelen te vervangen door het zaaien van aaltjesbeheersende gewassen. Met deze wijziging wordt uitvoering gegeven aan het gewasbeschermingsbeleid zoals vastgelegd in de nota "Gezonde Groei, Duurzame Oogst". (zie noot 1)
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen. De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit zodanig aan te passen dat wordt voorkomen dat het gebruik van grondontsmettingsmiddelen met terugwerkende kracht strafbaar wordt gesteld.
1. Strafbaarstelling met terugwerkende kracht
Het Besluit gebruik meststoffen en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet geven voorschriften voor het gebruik van meststoffen, de zogenaamde gebruiksvoorschriften. Samen met het stelsel van gebruiksnormen, dierrechten en mestverwerkingsplichten (opgenomen in de Meststoffenwet en de daarop gebaseerde regelgeving) strekken de gebruiksvoorschriften tot implementatie van de Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. (zie noot 2) Ingevolge de in het Besluit gebruik meststoffen opgenomen gebruiksvoorschriften is het onder meer verboden op grasland de graszode te vernietigen. (zie noot 3) Het vernietigen van de graszode heeft namelijk tot gevolg dat nitraten vrijkomen bij de vertering van de vernietigde graszode die uitspoelen naar bodem en grondwater. Op dit algemene verbod is een aantal uitzonderingen opgenomen. Eén van de uitzonderingen houdt in dat het vernietigen van de graszode is toegestaan in de periode van 1 tot en met 15 augustus, mits direct na de vernietiging van de graszode de grond wordt ontsmet, vervolgens direct daarna een relatief stikstofbehoeftig gewas daarop wordt geteelt en in het daarop volgende voorjaar lelie of gladiool wordt geplant. (zie noot 4)
Het ontwerpbesluit wijzigt deze uitzondering in die zin dat de graszode mogen worden vernietigd in de periode 1 juni tot en met 15 juli, indien direct na de vernietiging één of meerdere bij ministeriële regeling (zie noot 5) aangewezen gewassen worden geteeld ten behoeve van een vervolgteelt waarvoor aaltjesbeheersing nodig is en deze vervolgteelt uiterlijk in het volgende voorjaar wordt geplant of gezaaid. (zie noot 6) Het ontwerpbesluit voorziet in een inwerkingtreding van de vervanging van de uitzondering met terugwerkende kracht tot en met 1 juni 2015. (zie noot 7) De toelichting vermeldt dat het, met het oog op het terugdringen van ontsmetting met gewasbeschermingsmiddelen, van belang is reeds in 2015 de verplichting aaltjesbeheersende gewassen in te zetten. Tevens draagt de mogelijkheid om toe te staan dat na 31 mei 2015 de door muizen beschadigde graszode mag worden vernietigd, bij aan het zo veel mogelijk beperken van de grote schade die muizen eind 2014 en begin 2015 aan grasland hebben toegebracht. (zie noot 8)
De Afdeling merkt op dat overtreding van de voorschriften van het Besluit gebruik meststoffen strafbaar is gesteld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Het ontwerpbesluit brengt met zich dat een landbouwer die in de periode van 1 tot en met 15 augustus 2015 tot vernietiging van de graszode is overgegaan, direct gevolgd door ontsmetting, met terugwerkende kracht niet meer voldoet aan artikel 4b, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen en derhalve strafbaar is. Op grond van artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is strafbaarstelling met terugwerkende kracht niet toegestaan.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling het ontwerpbesluit zodanig aan te passen dat wordt voorkomen dat het gebruik van grondontsmettingsmiddelen in de periode van 1 augustus tot en met 15 augustus 2015 zoals bedoeld in artikel 4b, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen met terugwerkende kracht strafbaar wordt gesteld.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.15.0236/IV
- In artikel III, eerste lid "Artikel I, onderdelen A tot en met I, K en M, en artikel II, onderdeel B" vervangen door: Artikel I, onderdelen A tot en met I, K, M en N, en artikel II, onderdeel C.
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 oktober 2015
De Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) merkt terecht op dat het oorspronkelijk voorstel onbedoeld leidde tot een strafbaarstelling met terugwerkende kracht. In lijn met het advies van de Afdeling is dit gecorrigeerd. Aan het conceptbesluit is een artikel toegevoegd dat borgt dat het gebruik van grondontsmettingsmiddelen in de periode van 1 augustus tot en met 15 augustus 2015 toegestaan is (Artikel I, onderdeel O). Het bewuste artikel is in de nota van toelichting nader toegelicht. Aan de redactionele kanttekening is gehoor gegeven.
Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Economische Zaken
(1) Bijlage bij Kamerstukken II 2012/13, 27 858, nr. 146.
(2) Richtlijn 91/676/EEG, PbEU 1991, L 375.
(3) Artikel 4b, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen.
(4) Artikel 4b, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen.
(5) De gewassen worden aangewezen in de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen.
(6) Artikel I, onderdeel L.
(7) Artikel III, derde lid, van het ontwerpbesluit.
(8) Toelichting, paragraaf 11. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten.