Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W05.15.0193/I

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Inrichtingsbesluit WVO BES, het Eindexamenbesluit VO, het Eindexamenbesluit VO BES, het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES in verband met opnemen van het vak Chinese taal en cultuur en vermelding van het judicium cum laude op het diploma, met nota van toelichting.

Kenmerk
W05.15.0193/I
Datum advies
30 juli 2015
Vindplaats
Staatscourant
  • Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Inrichtingsbesluit WVO BES, het Eindexamenbesluit VO, het Eindexamenbesluit VO BES, het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES in verband met opnemen van het vak Chinese taal en cultuur en vermelding van het judicium cum laude op het diploma, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 22 juni 2015, no.2015001107, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Inrichtingsbesluit WVO BES, het Eindexamenbesluit VO, het Eindexamenbesluit VO BES, het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES in verband met opnemen van het vak Chinese taal en cultuur en vermelding van het judicium cum laude op het diploma, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit maakt het mogelijk dat scholen voor voortgezet onderwijs het vak Chinese taal en cultuur aanbieden in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Daarnaast strekt het ontwerpbesluit tot invoering van de toekenning van het judicium cum laude in het voortgezet onderwijs bij een eindexamencijfer van gemiddeld 8,0 of hoger.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, met dien verstande dat de maatregel om het judicium cum laude toe te kennen pas wordt ingevoerd nadat daarvoor een dragende motivering is gegeven en een toereikende wettelijke grondslag is gerealiseerd.

1. Motivering gebruik judicium cum laude in voortgezet onderwijs
In de toelichting wordt uiteengezet dat de maatregel om het judicium cum laude toe te kennen op het diploma bij een eindexamencijfer van gemiddeld 8,0 of hoger één van de maatregelen is uit het Plan van Aanpak Toptalenten 2014-2018. (zie noot 1) In genoemd Plan wordt de introductie van het judicium cum laude, zonder nadere analyse, aanleiding of motivering aangekondigd. Volgens de toelichting op het ontwerpbesluit heeft de vermelding van cum laude op het diploma voor leerlingen een duidelijke meerwaarde. Daarmee krijgen zij op hun diploma de expliciete erkenning voor hun uitstekende prestaties, die zij kunnen laten zien in de verdere loopbaan, zowel in het vervolgonderwijs als op de arbeidsmarkt. Volgens de toelichting is de verwachting dat de vermelding van cum laude op het diploma zal bijdragen aan:
• verhoging van de motivatie van toptalenten om zo goed mogelijk te presteren;
• verbetering van de prestaties van de best presterende leerlingen in het voortgezet onderwijs;
• een ambitieuze leercultuur in het Nederlandse onderwijsstelsel. (zie noot 2)

De Afdeling merkt op dat het judicium cum laude in Nederland en daarbuiten van oudsher is voorbehouden aan universitaire studies, promoties en hoger beroepsopleidingen. De toelichting vermeldt niet waarop voornoemde verwachtingen met betrekking tot het voortgezet onderwijs zijn gebaseerd. Zonder toelichting is daarom niet duidelijk waarom dit judicium ook in het voortgezet onderwijs zou moeten worden ingevoerd. Daar komt bij dat binnen de breedte van het voortgezet onderwijs verschil bestaat tussen het type onderwijs dat primair toeleidt naar het hoger beroeps- of wetenschappelijk onderwijs en het type onderwijs, dat direct of indirect toeleidt naar de arbeidsmarkt en in die zin een afsluiting van de schooltijd vormt. In de laatstgenoemde situatie ligt het gebruik van het judicium meer in de rede dan bij de doorstroming naar een andere opleiding of studie.

Indien wordt gekozen voor het gebruik van het judicium cum laude in het voortgezet onderwijs, verdient het aanbeveling te motiveren waarom dit op nationaal niveau en daarmee voor elke school wordt geregeld. Hogescholen en universiteiten kunnen immers zelf bepalen wanneer studenten cum laude afstuderen, zonder dat hiervoor voorwaarden in de wet zijn vastgelegd. Tot slot verdient het aanbeveling aan de hand van recente gegevens aan te geven welk percentage leerlingen uit het voortgezet onderwijs voor dit judicium in aanmerking komt.

Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de vormgeving van een op zichzelf te waarderen gedachte om (bijzondere) prestaties te belonen, nader te motiveren.

2. Grondslag
De invoering van het judicium cum laude in dit ontwerpbesluit wordt gebaseerd op artikel 29, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 72, vierde lid van de Wet voortgezet onderwijs BES. Genoemde artikelen bepalen dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften worden vastgesteld over de eindexamens en over programma-onderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken en andere programma-onderdelen behoeven te omvatten. Voorts worden op grond van genoemde artikelleden bij algemene maatregel van bestuur tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld.
De Afdeling constateert dat deze artikelleden geen delegatiegrondslag bevatten voor (nadere) regels over de diploma’s of de daarop aan te brengen vermeldingen. Daarmee ontbreekt een toereikende grondslag voor dit onderdeel van het ontwerpbesluit.
Tegen die achtergrond adviseert de Afdeling de in dit ontwerpbesluit voorgestelde invoering van het judicium cum laude uit te stellen totdat daarvoor een toereikende wettelijke grondslag is gerealiseerd. In verband daarmee adviseert zij tevens de in artikel VII, tweede lid, van het ontwerpbesluit voorgestelde terugwerkende kracht aan te passen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 20 augustus 2015

1. Naar aanleiding van de eerste opmerking van de Afdeling advisering van de Raad van State is de nota van toelichting aangevuld. De regering motiveert in de nota van toelichting waarom zij toekenning van het judicium cum laude in het voortgezet onderwijs wenst voor te schrijven. Dat binnen de breedte van het voortgezet onderwijs verschil bestaat tussen het type onderwijs dat primair toeleidt naar het hoger beroeps- of wetenschappelijk onderwijs en het type onderwijs, dat direct of indirect toeleidt naar de arbeidsmarkt en in die zin een afsluiting van de schooltijd vormt, is juist. De regering wil echter tot uitdrukking brengen dat in alle sectoren van het voortgezet onderwijs excellent kan worden gepresteerd en dat dat in alle sectoren mag blijken uit het diploma van de leerling.

In de toelichting is tevens aangegeven waarom het judicium cum laude op nationaal niveau wordt geregeld. Anders dan in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is namelijk in de Wet op het voortgezet onderwijs de onderwijs- en exameninhoud tamelijk gedetailleerd beschreven. Om die reden ligt het niet voor de hand om scholen zelf te laten bepalen in welke gevallen een judicium cum laude aan de orde is.
Tevens wordt ingegaan op het aantal leerlingen dat naar verwachting in aanmerking komt voor toekenning van het judicium. Daarnaast is gebleken dat in de praktijk diverse gymnasia het gebruik van het judicium cum laude al kennen. De criteria in het Eindexamenbesluit VO (BES) en het Staatsexamenbesluit VO (BES) zijn in overeenstemming gebracht met deze praktijk.

2. De Afdeling constateert vervolgens dat artikel 29, vierde lid, van de WVO en artikel 72, vierde lid, van de WVO BES geen delegatiegrondslag bevatten voor (nadere) regels over de diploma’s of over de daarop aan te brengen vermeldingen.
Door de aanhef van de bedoelde bepalingen in het ontwerp-besluit kan dit misverstand inderdaad ontstaan. De bepalingen over het judicium cum laude zijn echter geen nadere regels over de diploma’s of over de daarop aan te brengen vermeldingen De bepalingen bevatten de wijze waarop kan worden vastgesteld of het judicium kan worden toegekend. Regels over het op het diploma vermelden van het judicium behoeven immers niet bij algemene maatregel van bestuur te worden vastgesteld, aangezien op grond van het derde lid van genoemde artikelen reeds de bevoegdheid bestaat om de modellen van diploma’s vast te stellen. Daarmee is expliciet aan de minister de bevoegdheid gegeven om de nadere vermelding op het diploma van bijvoorbeeld het judicium cum laude in het model op te nemen. Van deze bevoegdheid zal ik gebruik maken.
De in het onderhavige ontwerp-besluit opgenomen bepalingen zijn voorschriften met betrekking tot het eindexamen en de grondslag daarvoor is gelegen in eerdergenoemde artikelen. Immers in deze bepalingen wordt geregeld onder welke voorwaarden de resultaten van een eindexamen het judicium cum laude krijgen. Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling is de formulering van de bepalingen op dit punt verduidelijkt.

Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap


(1) Kamerstukken II 2013/14, 33 750 VIII, nr. 99, blz. 16; Nota van toelichting, "Vermelding judicium cum laude op diploma".
(2) Nota van toelichting, "Vermelding judicium cum laude op diploma".


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 276 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon