Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.14.0266/II

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de verstrekking van justitiële gegevens en politiegegevens aan derden en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.14.0266/II
Datum advies
10 oktober 2014
Vindplaats
Staatscourant 2015, nr. 186
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het ontwerpbesluit over de verstrekking van justitiële gegevens en politiegegevens aan derden. Het advies is op 29 december 2014 openbaar gemaakt.

Inhoud ontwerpbesluit

Het ontwerpbesluit maakt het mogelijk om justitiële en strafvorderlijke gegevens en politiegegevens aan diverse groepen te verstrekken. Het gaat onder meer om persoonsgegevens voor de screening van personeel en het intrekken of laten vervallen van reisdocumenten. Verstrekking van deze gegevens betekent dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer wordt beperkt. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt het algemene kader van de grondrechtenbescherming volgens het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschetst.

Proportionaliteit

De Afdeling advisering merkt op dat in de toelichting op het wetsvoorstel bij diverse onderdelen van het ontwerpbesluit alleen wordt vermeld dát het verstrekken van de betreffende gegevens noodzakelijk is. Daarbij wordt niet of slechts summier toegelicht welke belangenafweging aan die gegevensverstrekking ten grondslag ligt en waarom verstrekking van de gegevens in elk specifieke geval proportioneel is. Of de juiste afweging is gemaakt tussen enerzijds het doel van de gegevensverstrekking en anderzijds de wijze waarop de inmenging in de persoonlijke levenssfeer plaatsvindt, is belangrijk voor de beoordeling of die inmenging gerechtvaardigd is. Bovendien moet worden aangetoond dat het doel niet kan worden bereikt op een andere, minder nadelige manier voor betrokkenen.

De Afdeling advisering vindt dat op diverse onderdelen van het ontwerpbesluit onvoldoende inzichtelijk is gemaakt op welke manier de belangen zijn gewogen en waarom sprake is van een noodzaak tot het verstrekken van gegevens. Tegen die achtergrond maakt de Afdeling advisering onder andere kanttekeningen bij:

  1. de screening van tijdelijke medewerkers van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Europese Centrale Bank (ECB);
  2. de verstrekking van politiegegevens aan de stichting Comensha ten behoeve van registratie en opvang van slachtoffers van mensenhandel. Het gaat daarbij om gegevens over de persoonlijke situatie van slachtoffers, en omdat dit ook zeer gevoelige persoonlijke gegevens kan betreffen, moet daarbij duidelijk worden gemaakt in welke gevallen en onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden verstrekt;
  3. gegevensverstrekking aan de minister van Veiligheid en Justitie ter onderbouwing van de intrekking van een paspoort wegens bedreiging van de veiligheid van het Koninkrijk. Het weigeren of vervallen verklaren van een paspoort is een zware maatregel met grote gevolgen voor de betrokkene. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt niet duidelijk gemaakt aan welke gegevens wordt gedacht en of en zo ja, in welke gevallen 'zachte' gegevens de grondslag kunnen vormen voor een harde maatregel als intrekking van het paspoort.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.

Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de verstrekking van justitiële gegevens en politiegegevens aan derden en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Van dit advies is een samenvatting gemaakt.

Bij Kabinetsmissive van 21 juli 2014, no.2014001456, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de verstrekking van justitiële gegevens en politiegegevens aan derden en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Dit besluit omvat een aantal wijzigingen van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Bjsg), van het Besluit politiegegevens (hierna: Bpg) en van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart. Het betreft, naast enkele technische wijzigingen, onder meer de verstrekking van persoonsgegevens ten behoeve van de screening van personeel, het intrekken of laten vervallen van reisdocumenten, het verstrekken van zogeheten afloopberichten (bericht over de afloop van de strafrechtelijke procedure) aan de politie en de taakuitoefening van de zogenoemde Regionale Informatie en Expertise Centra.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de proportionaliteit van de gegevensverstrekking en het toepassingsbereik van continue en tussentijdse screening. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Proportionaliteit
Het ontwerpbesluit verruimt de mogelijkheden tot het verstrekken van justitiële en strafvorderlijke gegevens en van politiegegevens. In de nota van toelichting wordt er terecht op gewezen dat verstrekking van deze gegevens aan derden betekent dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer wordt beperkt. In het algemene deel van de toelichting wordt daarom het generieke kader van de grondrechtenbescherming volgens het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschetst. (zie noot 1) Daarbij is vermeld dat bij de aanwijzing van personen en instanties in dit besluit telkens is afgewogen dat een zwaarwegend algemeen belang de verstrekking van bepaalde politiegegevens of justitiële gegevens nodig maakt en waar mogelijk de gegevensverstrekking met het oog op de proportionaliteit beperkt is tot bepaalde categorieën van politiegegevens.

De Afdeling merkt op dat in de artikelsgewijze toelichting bij diverse onderdelen slechts wordt vermeld dat het verstrekken van de betreffende gegevens noodzakelijk is. Daarbij wordt niet of slechts summier op de belangenafweging en de proportionaliteit in het specifieke geval ingegaan. Of een met het oog op de proportionaliteit juiste afweging is gemaakt tussen het nagestreefde doel en de wijze waarop de inmenging plaatsvindt, is echter essentieel voor de beoordeling van de rechtvaardiging van de inmenging in de persoonlijke levenssfeer. Bovendien moet worden aangetoond dat het doel niet kan worden bereikt op een andere minder nadelige manier voor betrokkenen. (zie noot 2) De Afdeling zal hierna ingaan op een aantal specifieke onderdelen van het ontwerpbesluit, waarin naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende inzichtelijk is gemaakt op welke wijze de belangen zijn gewogen en waarom sprake is van een noodzaak tot het verstrekken van gegevens.

a. Screening tijdelijke medewerkers DNB/ECB
In het ontwerpbesluit wordt onder meer de mogelijkheid tot verstrekking van justitiële gegevens aan de President van De Nederlandsche Bank (DNB) verruimd naar gegevens over alle personen die werkzaam zijn voor DNB of de Europese Centrale Bank (ECB), waaronder ook tijdelijke krachten en uitzendwerknemers. (zie noot 3)

De toelichting vermeldt dat vanwege de centrale rol die DNB en de ECB vervullen, bij de beoordeling van personen ook een nationaal belang is betrokken. Integriteitsproblemen bij deze financiële instanties kunnen een negatieve invloed hebben op de nationale economie, aldus de toelichting. (zie noot 4)

De Afdeling mist een toereikende onderbouwing van de proportionaliteit van de voorgestelde bepaling. Met deze bepaling is blijkens de toelichting screening van in beginsel alle personen die al dan niet tijdelijk bij DNB of de ECB werkzaam zijn, beoogd. Aangenomen dat DNB en de ECB ervoor zorg dragen dat alleen personen waarvoor dat functioneel noodzakelijk is, toegang hebben tot bepaalde gegevens, rijst de vraag of de screening en de daarvoor benodigde verstrekking van justitiële gegevens gelet op het beginsel van proportionaliteit tot die kring van personen beperkt dient te worden.

De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het bovenstaande aan te vullen en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.

b. Gegevens "persoonlijke situatie" aan Comensha
Op grond van het ontwerpbesluit kunnen politiegegevens worden verstrekt aan het Coördinatiecentrum mensenhandel (de stichting Comensha) wat betreft gegevens over de persoonlijke situatie van slachtoffers van mensenhandel en de aanmeldende autoriteit, ten behoeve van de coördinatie van de opvang en ondersteuning van slachtoffers van mensenhandel en de registratie van gegevens over mensenhandel. (zie noot 5)

De Afdeling merkt op dat het in de bepaling opgenomen begrip ‘de persoonlijke situatie’ ruimte geeft voor de verstrekking van een breed scala aan gegevens. De toelichting is - buiten enkele genoemde voorbeelden - niet duidelijk over de gegevens die daaronder kunnen worden begrepen. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen gegevens bedoeld voor registratie en voor opvang. Van belang is dat gegevens voor registratie over een lange termijn beschikbaar blijven, zodat zorgvuldig moet worden afgewogen welke gegevens daarvoor nodig zijn. Wat betreft de gegevens die nodig zijn voor de opvang worden in de artikelsgewijze toelichting genoemd gegevens over kinderen (leeftijd, verblijfplaats e.d.) en de advocaat. Gelet op het in het ontwerpbesluit gehanteerde begrip ‘persoonlijke situatie’ is echter niet uit te sluiten dat hieronder ook andere, mogelijk zeer gevoelige persoonlijke gegevens kunnen worden begrepen. Te denken valt aan medisch gerelateerde gegevens van het slachtoffer. In dat licht bezien rijst de vraag of in dergelijke gevallen verstrekking pas moet worden toegestaan nadat toestemming van betrokkene is verkregen.

De Afdeling adviseert nauwkeuriger in het besluit te omschrijven welke politiegegevens ten behoeve van registratie respectievelijk opvang voor verstrekking - anders dan met toestemming van de betrokkene - in aanmerking kunnen komen. Daarbij dient inzichtelijk te worden gemaakt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de gevoelige persoonlijke gegevens mogen worden verstrekt.

c. Gegevensverstrekking ter onderbouwing intrekking paspoort
Op grond van het ontwerpbesluit kunnen gegevens die worden verwerkt op grond van artikelen 8 en 13, eerste lid, van de Wet politiegegevens (Wpg) (zie noot 6) aan de Minister van Veiligheid en Justitie worden verstrekt ten behoeve van weigering of vervallenverklaring van een reisdocument, op grond van artikel 23 van de Paspoortwet. (zie noot 7) Blijkens de toelichting betreffen deze gegevens de personalia, het BSN en het paspoortnummer van betrokkene, en tevens de onderbouwing van het gegronde vermoeden als bedoeld in artikel 23 van de Paspoortwet, namelijk dat aansluiting wordt gezocht bij de jihadistische strijd. (zie noot 8)

Het weigeren of vervallen verklaren van een paspoort is een zware maatregel met grote gevolgen voor de betrokkene. Daarom moet op grond van artikel 23 van de Paspoortwet ook sprake zijn van een "gegrond vermoeden". In dat licht bezien merkt de Afdeling op dat politiegegevens informatie uit bronnen van uiteenlopende aard kunnen bevatten, dat wil zeggen informatie die nog niet tot een veroordeling heeft geleid. Het gaat hier net als bij AIVD-gegevens in de regel om ‘zachte’ gegevens. In de toelichting wordt niet duidelijk gemaakt onder welke omstandigheden deze zachte gegevens - mede gelet op de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de beperkte rechtsbescherming in geval van gebruik van vertrouwelijke politiegegevens - de grondslag kunnen vormen voor een harde maatregel als bedoeld in artikel 23 van de Paspoortwet.

De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het bovenstaande aan te vullen.

d. Verstrekking politiegegevens aan RIEC
Thans kunnen aan de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC) (zie noot 9) op grond van artikel 20 van de Wpg politiegegevens die worden verwerkt op grond van artikelen 8 en 13 van de wet worden verstrekt. Politiegegevens die op grond van de artikelen 9 en 10, onder a en c, Wpg (zie noot 10) worden verwerkt, kunnen samenwerkingsverbanden alleen ontvangen wanneer dit dringend noodzakelijk is als bedoeld in artikel 4:5, tweede lid, van het Bpg. (zie noot 11)

In de toelichting is vermeld dat het voorliggende ontwerpbesluit deels aansluit bij het Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse. (zie noot 12) Dat is een tijdelijk besluit, dat vooruit liep op de onderhavige wijziging door reeds verstrekking van gegevens (zie noot 13) mogelijk te maken voor de RIEC. (zie noot 14)

De Afdeling merkt op dat in voornoemd Wpg-machtigingsbesluit diverse vereisten voor de verstrekking van gegevens zijn opgenomen. In de toelichting op het ontwerpbesluit staat vermeld dat net als bij het Wpg-machtigingsbesluit bepaalde voorwaarden gelden. Niet wordt toegelicht op welke wijze in deze voorwaarden wordt voorzien. Het Wpg-machtigingsbesluit bepaalt bijvoorbeeld van welke categorieën van personen gegevens mogen worden verstrekt. Bovendien bepaalt het vierde lid van artikel 4:3 van het Bpg dat de politiegegevens, bedoeld in het tweede lid, niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na de datum van verkrijgen worden bewaard. De verstrekking van gegevens op grond van het voorgestelde artikel 4:3, zevende lid, Bpg kent deze waarborgen niet. Verder wordt niet toegelicht waarom ten aanzien van de gegevens op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wpg geen instemming van het openbaar ministerie benodigd is, zoals dit wel geldt voor de overige gegevens die op grond van deze bepaling kunnen worden verstrekt.

De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het bovenstaande aan te vullen en zo nodig het besluit aan te passen.

2. Toepassingsbereik continue en tussentijdse screening
Het ontwerpbesluit voorziet ten aanzien van luchthavenmedewerkers in de mogelijkheid tot continue screening. Daarbij wordt elke wijziging in de justitiële documentatie doorgegeven aan de Dienst Justis, die vervolgens beoordeelt of het nodig is om de betrokkene opnieuw te screenen. Is dat laatste het geval dan wordt een signaal aan de werkgever afgegeven dat de werknemer een verklaring omtrent het gedrag (VOG) moet aanvragen. (zie noot 15) Voorts maakt het ontwerpbesluit het met het oog op een tussentijdse screening mogelijk om ten aanzien van medewerkers van DNB/ECB niet alleen bij aanvang van het dienstverband maar ook tussentijds justitiële gegevens te ontvangen. (zie noot 16)

De Afdeling merkt op dat een continue screening reeds wordt uitgevoerd in de taxibranche en de kinderopvang. (zie noot 17) Het gaat dus om toepassing van dit systeem in zeer uiteenlopende situaties. In de gevallen waarin een zodanige screening wordt geïntroduceerd wordt aangegeven dat sprake is van kwetsbare sectoren, doch dat is onvoldoende onderscheidend. Ook allerlei andere sectoren zijn kwetsbaar. Niet duidelijk is welke beleidskeuzen er ten grondslag liggen aan het al of niet invoeren van een dergelijk systeem in een bepaalde branche of op een bepaald terrein. Weliswaar wordt verwezen naar een aankondiging van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van januari 2014 om met een beleidsvisie op integriteit en screening te komen, (zie noot 18) doch hieraan is nog geen uitvoering gegeven. Ook wordt geen inzicht geboden in de gebleken effectiviteit van continue screening op de terreinen waar deze reeds wordt uitgevoerd. Daarbij is tevens de vraag hoe de effectiviteit van deze maatregel zich verhoudt tot de alternatieve mogelijkheid om in situaties waarin dat noodzakelijk wordt geacht na een vaste periode een nieuwe VOG te eisen. Ook de toelichting op het onderhavige ontwerpbesluit gaat op bovenstaande vragen niet in.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader op het vorenstaande in te gaan.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.14.0266/II

- In het voorgestelde artikel 11b "het bepaalde in" schrappen (mede gelet op aanwijzing 52 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
- In Artikel II C, eerste lid, waarmee artikel 4:3, vijfde lid, van het Besluit politiegegevens wordt gewijzigd, de invoeging opnemen na het tweede gedachtenstreepje in plaats van na het derde gedachtenstreepje (in aansluiting op de eerste twee onderdelen die eveneens zien op verstrekking van gegevens aan de minister).
- Toelichten waarom voor het voorgestelde artikel 4:3, zevende lid, artikel 18 en niet artikelen 20 juncto 21 Wpg de basis vormen.
- In de toelichting de verwijzingen naar het RIEC-privacyprotocol en het machtigingsbesluit Kmar aanpassen, nu dit nog niet tot stand is gekomen, respectievelijk niet openbaar is gemaakt.
- In de toelichting, daar waar wordt verwezen naar artikel 8 uit het EVRM, tevens aandacht besteden aan de corresponderende artikelen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, voor zover de voorgestelde maatregelen bedoeld zijn ter uitvoering van het recht van de Unie.


Nader rapport (reactie op het advies) van 5 december 2014

1. Proportionaliteit

a. Screening tijdelijke medewerkers DNB/ECB
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in de nota van toelichting verduidelijkt dat van personen die tijdelijke werkzaamheden verrichten bij DNB of de ECB, enkel justitiële gegevens worden opgevraagd indien deze personen vanwege hun functie noodzakelijk toegang dienen te verkrijgen tot het zogeheten waardegebied of bedrijfsgevoelige informatie van DNB of de ECB. Voordat DNB of de ECB overgaat tot de screening wordt per geval vastgesteld of het een persoon betreft die vanwege een functionele noodzakelijkheid toegang krijgt tot die bedrijfsgevoelige informatie of het waardegebied.

b. Gegevens “persoonlijke situatie” aan Comensha
De Afdeling merkt op dat bij het begrip “persoonlijke situatie” kan worden gedacht aan een breed scala van gegevens. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is dit begrip geschrapt. De stichting Comensha heeft twee taken, namelijk de coördinatie van de opvang en verzorging van slachtoffers en de registratie van gegevens over mensenhandel. De politiegegevens kunnen aan de stichting Comensha worden verstrekt, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taken. Dit is in de nota van toelichting benadrukt. Schrapping van het begrip “persoonlijke situatie” ligt tevens in de rede omdat dit begrip evenmin is opgenomen in artikel 4:2, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2° van het Besluit politiegegevens. Met de daar geregelde gegevensverstrekking aan de stichting Slachtofferhulp Nederland en Slachtoffer in beeld is namelijk een zelfde verstrekking van gegevens beoogd als bij de stichting Comensha. Daarnaast is, conform het advies van de Afdeling, in de nota van toelichting onderscheid gemaakt tussen de gegevens bedoeld voor de opvang en verzorging enerzijds en gegevens bedoeld voor de registratie anderzijds. Hierbij is benadrukt dat voor de registratie geen medische gegevens of anderszins gevoelige persoonsgegevens worden verstrekt.

c. Gegevensverstrekking ter onderbouwing intrekking paspoort
Overeenkomstig het advies van de Afdeling is in de nota van toelichting nader toegelicht welke politiegegevens onder welke omstandigheden kunnen bijdragen aan het gegronde vermoeden dat de betrokken persoon buiten het Koninkrijk handelingen zal verrichten die een bedreiging vormen voor de veiligheid en andere gewichtige belangen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het gegronde vermoeden moet zijn gebaseerd op concrete aanwijzingen dat de betrokken persoon zal uitreizen naar één van de jihadistische strijdgebieden en dat hij daar aansluiting zal zoeken bij de jihadistische strijd. De enkele aanwijzing dat een persoon zal uitreizen is niet voldoende om te komen tot het gegronde vermoeden. Het gaat om de combinatie van jihadistische uitingen, reisvoorbereidingen en relevante veranderingen in het gedrag of de sociale omgeving van betrokkene. Dit soort gegevens worden verwerkt door de politie en kunnen derhalve bijdragen aan het gegronde vermoeden. Het daadwerkelijke besluit om een paspoort vervallen te verklaren of de afgifte van een paspoort te weigeren wordt in beginsel genomen door de burgemeester. Dit betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, met de daarbij behorende rechtsbescherming en rechtsmiddelen.

d. Verstrekking politiegegevens aan RIEC
De opmerkingen van de Afdeling ten aanzien van de verstrekking van politie-gegevens aan deelnemende bestuursorganen aan een RIEC hebben aanleiding gegeven tot aanvulling van de nota van toelichting. Zo zijn conform het advies van de Afdeling de verwijzingen naar het RIEC-privacyprotocol aangepast. Dit privacyprotocol wordt momenteel vastgesteld en geeft invulling aan het vereiste dat tussen de deelnemende bestuursorganen aan een RIEC schriftelijke afspraken worden gemaakt over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt. Tevens is toegelicht waarom artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens de grondslag vormt voor de voorgestelde bepaling van artikel 4:3, zevende lid, van het Besluit politiegegevens. Verder is verhelderd waarom het vereiste van de instemming van het openbaar ministerie uitsluitend betrekking heeft op de verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 9 en 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens. Ten slotte is de continuering van de voorwaarden uit het Wpg-machtigingsbesluit RIEC nader toegelicht. In de eerste plaats komt een aantal voorwaarden terug in de voorgestelde bepaling. In de tweede plaats is een aantal voorwaarden reeds opgenomen in de Wet politiegegevens. In de derde plaats zal het privacyprotocol RIEC aanvullend voorwaarden bevatten waaraan moet zijn voldaan voordat de gegevens kunnen worden verstrekt. Dit omvat regels over de bewaartermijn van de verstrekte gegevens.

2. Toepassingsbereik continue en tussentijdse screening
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in de nota van toelichting nader ingegaan op de gebleken effectiviteit van de continue screening in de taxibranche en in de kinderopvang. Tevens is toegelicht op welke wijze de afweging is gemaakt met betrekking tot de keuze voor continue screening in deze sector. Verder is toegelicht hoe de continue screening in de burgerluchtvaart aan de hand van deze afweging proportioneel is. Voorts is de noodzaak van continue screening in de burgerluchtvaart duidelijker onderbouwd. Vanwege het feit dat de inhoud van de aangekondigde beleidsvisie op screening en autoriteit op dit moment nog niet bekend is, wordt in de nota van toelichting niet verwezen naar deze visie. Ten slotte is aangegeven voor welk personeel op het luchtvaartterrein een periodieke screening voldoende wordt geacht.

3. De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn verwerkt in het besluit en de nota van toelichting. Voorts is een fout in de aanhef van het besluit gecorrigeerd. De grondslag voor de wijziging van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart is niet artikel 76e, maar artikel 76, eerste lid, van de Luchtvaartwet. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel 4:3, zevende lid, van het Besluit politiegegevens expliciet op te nemen dat de politiegegevens als bedoeld in artikel 9 en 10, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet politiegegevens kunnen worden verstrekt aan een RIEC ten behoeve van het bepalen en uitvoeren van gezamenlijke interventiestrategieën. Dit is in overeenstemming met de nota van toelichting en het huidige Wpg-machtigingsbesluit. Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een wijziging van artikel 16, onderdeel e, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens op te nemen. Dit betreft de verruiming van de verstrekking van justitiële gegevens aan het hoofd van de Centrale dienst in- en uitvoer, een onderdeel van de Belastingdienst. In verband met de uitvoering van een EU-verordening is deze verruiming noodzakelijk.

Ik moge U, mede namens de Minister van Defensie, hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Nota van toelichting, Algemeen deel, Inleiding, ‘Grondrechten en waarborgen’.
(2) Op grond van artikel 8 van het EVRM dient een beperking van het recht op eerbiediging van het privéleven te voldoen aan onder meer de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Voor zover sprake is van uitvoering van Unierecht, is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van toepassing (artikelen 7 en 8 van het Handvest, respectievelijk recht op eerbiediging van het privéleven en recht op bescherming van persoonsgegevens); zie ten aanzien van de toetsing van proportionaliteit in dat kader ook het arrest van het Hof van Justitie van 8 april 2014, Digital Rights Ireland (C-293/12 en C-594/12).
(3) Het voorgestelde artikel 26, eerste lid, onder b, van het Bjsg.
Bij de ECB gaat het om justitiële gegevens van Nederlanders die in aanmerking willen komen voor een functie bij de ECB of daar reeds een functie vervullen.
(4) Nota van toelichting, Artikelsgewijs, Artikel I, onderdeel F (artikel 26, eerste lid, onder b).
 (5) Het voorgestelde artikel 4:2, eerste lid, onderdeel b, van het Bpg.Een politiegegeven is op grond van artikel 1a van de Wet politiegegevens elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt.
(6) Niet-gerichte verwerking van politiegegevens in de uitvoering van de dagelijkse politietaak en ondersteunende taken.
(7) Het voorgestelde artikel 4:2, eerste lid, onder k, van het Bpg.
Het gaat dan specifiek om artikel 23 van de Paspoortwet: "Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon buiten het Koninkrijk handelingen zal verrichten, die een bedreiging vormen voor de veiligheid en andere gewichtige belangen van het Koninkrijk of een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden."
(8) Nota van toelichting, Artikelsgewijs, Artikel II, onderdeel B (artikel 4:2, eerste lid, onderdeel k).
(9) In RIEC werken lokale, regionale en landelijke overheden samen om op te treden tegen georganiseerde criminaliteit.
(10) Daarbij is sprake van gerichte en omvangrijke gegevensverwerking over personen, bijvoorbeeld door de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De gegevens die aldus worden verkregen dienen in beginsel uitsluitend gebruikt te worden voor het betreffende opsporingsonderzoek.
(11) Artikel 4:5 Bpg luidt:
"1.In de gevallen waarin de verantwoordelijke beslist tot verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 19 of artikel 20, eerste lid, van de wet, worden geen politiegegevens verstrekt die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of artikel 10 van de wet.
2.Indien dringend noodzakelijk voor een goede uitvoering van de politietaak kan de verantwoordelijke in afwijking van het eerste lid beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of 10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet, na overleg met een functionaris die is aangewezen op grond van artikel 2:10."
(12) Nota van toelichting, Artikelsgewijs, Artikel II, onderdeel C (artikel 4:3, zevende lid); Stcrt. 2013, nr. 6711.
(13) Die op grond van de artikelen 9 en 10, onder a, Wpg worden verwerkt.
(14) Op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wpg, dat als volgt luidt: "In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie toestemming of opdracht geven tot het verstrekken van daarbij door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Van de desbetreffende beschikking wordt mededeling gedaan aan het College bescherming persoonsgegevens."
Een reden die hiervoor wordt gegeven is dat de uitleg van het begrip ‘dringend noodzakelijk’ in artikel 4:5, tweede lid, niet tot eenduidige toepassing leidde.
(15) Het voorgestelde artikel 22c van het Bjsg en artikel 11a van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart.
(16) Voorgesteld artikel 26, eerste lid, onder b, van het Bjsg.
(17) Continue screening in de jeugdhulp wordt overwogen, Kamerstukken II 2013/14, 33 435, nr. 16.
(18) Kamerstukken II 2013/14, 33 750 VI, nr. 99.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 319 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon