Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.13.0085/III

​Voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg), met toelichting.

Kenmerk
W13.13.0085/III
Datum advies
7 juni 2013
Vindplaats
Kamerstukken II 2013/2014, 32 399, nr. 11
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Wet

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

​De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over de nota van wijziging die betrekking heeft op het wetsvoorstel Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. In dat wetsvoorstel staan regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis. De nota van wijziging is op 30 september 2013 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Inhoud

De nota van wijziging schrapt de multidisciplinaire commissie die in het oorspronkelijke wetsvoorstel was geïntroduceerd. Die commissie zou verantwoordelijk worden voor onder andere de voorbereiding van het verzoek om een machtiging om verplichte zorg toe te passen. De commissie is geschrapt omdat werd verwacht dat deze zou leiden tot een toename van bureaucratie en kosten. De taken van de commissie zijn in de nota van wijziging herverdeeld, waarbij het zwaartepunt van de taken ligt bij de geneesheer‑directeur.

Positie van de geneesheer-directeur

De Afdeling advisering vraagt in haar advies aandacht voor de oorspronkelijke doelstellingen die met de multidisciplinaire commissie werden beoogd. Naar haar oordeel is niet voor al die doelstellingen voldoende duidelijk op welke wijze deze met de nota van wijziging nog kunnen worden bereikt. Zij wijst daarbij specifiek op de verankering van het multidisciplinaire perspectief bij het opstellen van een verzoek om een zorgmachtiging. Ook wijst de Afdeling advisering op de verbetering van het draagvlak bij betrokkenen voor de uiteindelijke beslissingen op grond van de wet.
De Afdeling advisering vraagt daarnaast nader in te gaan op de wijze waarop de onafhankelijke positie van de geneesheer-directeur door de zorgaanbieder zal moeten worden gewaarborgd bij de beoordeling van de noodzaak van het verzoek om een zorgmachtiging of verlenging daarvan.

Plan van aanpak

De nota van wijziging maakt het mogelijk dat de betrokkene zelf met familie of naasten een plan van aanpak opstelt met het doel verplichte zorg te voorkomen. Naar het oordeel van de Afdeling advisering blijkt uit het wetsvoorstel echter onvoldoende aan welke voorwaarden zo'n plan van aanpak zal moeten voldoen. Dit maakt het moeilijk voor de betrokkene en familie of naasten om zo'n plan ook daadwerkelijk op te stellen, maar maakt het ook moeilijk voor de geneesheer-directeur om dat plan te beoordelen. De Afdeling advisering vraagt hier in de toelichting op de nota van wijziging nader op in te gaan.

Gegevensverwerking

De nota van wijziging bepaalt dat in het dossier van de betrokkene wordt bijgehouden of persoonsgegevens zijn uitgewisseld zonder toestemming van de betrokkene. Uit de toelichting blijkt dat deze verplichting ook geldt – voor zover de zorgverantwoordelijke hiervan op de hoogte is – voor gegevensverstrekking door anderen. Die anderen zijn echter niet verplicht om gegevensverstrekkingen te melden. Daarmee zal het dossier eerder een toevallig samenstel van gegevensverstrekkingen omvatten dan een volledig overzicht van de verstrekkingen. De nota van wijziging zou volgens de Afdeling advisering zo moeten worden aangepast dat passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister.

Volledige tekst

​Voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg), met toelichting.

Van dit advies is een samenvatting gemaakt.

Bij Kabinetsmissive van 3 april 2013, no.13.000620, heeft Hare Majesteit Koningin Beatrix, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging in verband met het voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg), met toelichting.

De nota van wijziging schrapt de multidisciplinaire commissie (hierna: commissie) die in het voorstel van wet verplichte geestelijke gezondheidszorg(zie noot 1) (hierna: het voorstel) wordt geïntroduceerd. Deze commissie zou verantwoordelijk worden voor onder andere de voorbereiding van het verzoek om een zorgmachtiging. Het schrappen van de commissie hangt samen met een herbezinning op de commissie in verband met de te verwachten toename van bureaucratie, het risico van dubbele procedures en de budgettaire consequenties van de introductie van een nieuw instituut. De taken van de commissie zijn herverdeeld over de bestaande instituties, waarbij het zwaartepunt van die taken komt te liggen bij de geneesheer-directeur.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van de nota van wijziging,(zie noot 2) maar maakt opmerkingen over onder meer de verankering van de oorspronkelijke doelstellingen die met de multidisciplinaire commissie werden beoogd, de onafhankelijke positie van de geneesheer-directeur en de voorwaarden waaraan het plan van aanpak om verplichte zorg te voorkomen moet voldoen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van de nota van wijziging wenselijk is.

1. De centrale positie geneesheer-directeur

a. Oorspronkelijke doelstellingen voorstel
Het oorspronkelijke wetsvoorstel stelde zich, blijkens de memorie van toelichting, primair tot doel de rechtspositie te versterken van personen met een psychische stoornis die tegen hun wil zorg wordt verleend. Daartoe voorzag het voorstel in een zorgvuldige voorbereiding van de beslissing tot verplichte zorg door de inzet van een multidisciplinaire commissie.(zie noot 3) Dit zou niet alleen leiden tot een verbetering van de voorbereiding maar ook tot een verbetering van de uitvoering van de gedwongen zorg en de toepassing van het ultimum remedium-beginsel, de uniformiteit van de verzoeken aan de rechter, het draagvlak voor de uiteindelijke beslissingen en de zuiverheid van de positie van de verschillende actoren.(zie noot 4) Hiermee sloot de toelichting in hoofdlijnen aan op de conclusies en aanbevelingen uit de derde evaluatie van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (verder: Wet Bopz).(zie noot 5)

De toelichting bij de nota van wijziging gaat niet specifiek in op de vraag hoe de in de nota voorgestelde wijzigingen bijdragen aan het bereiken van de verbeteringen ten opzichte van de Wet Bopz, die met de multidisciplinaire commissie werden beoogd. Voor een aantal van de doelstellingen is dit niet vanzelfsprekend, zoals de verankering van een multidisciplinair perspectief bij het opstellen van het verzoek om een zorgmachtiging, en het draagvlak bij betrokkenen voor de uiteindelijke beslissingen.

De Afdeling adviseert in de toelichting meer specifiek in te gaan op de vraag hoe de genoemde doelstellingen met de nota van wijziging kunnen worden bereikt.

b. Onafhankelijke positie geneesheer-directeur
De geneesheer-directeur zal door de in de nota voorgestelde wijzigingen een centrale rol gaan vervullen in de voorbereiding van de zorgmachtiging, de beslissing om een verzoekschrift voor een zorgmachtiging al dan niet bij de rechter in te dienen, de tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging, de verlenging van de duur en de beëindiging van de verplichte zorg.(zie noot 6) Uit de consultatieadviezen blijkt dat de meeste van de geconsulteerde partijen zich, gegeven het komen te vervallen van de multidisciplinaire commissie, kunnen vinden in de thans voorgestelde bevoegdheidsverdeling.(zie noot 7) Uit de consultatieadviezen blijkt tevens dat een aantal partijen benadrukt dat de onafhankelijkheid van de positie van de geneesheer-directeur voldoende moet worden gewaarborgd.(zie noot 8) In verband daarmee wordt ook gevraagd nader in te gaan op de organisatorische gevolgen van deze gewijzigde rol van de geneesheer-directeur.(zie noot 9)
De Afdeling onderschrijft het belang van een zo sterk mogelijke verankering van de onafhankelijke positie van de geneesheer-directeur bij de beoordeling van de noodzaak van het verzoek om (de verlenging van) een zorgmachtiging. Dit kan onder andere bijdragen aan het draagvlak voor de te verlenen verplichte zorg.

Naar aanleiding van de genoemde adviezen is in het voorstel onder meer de verplichting voor de zorgaanbieder opgenomen om de onafhankelijkheid van de geneesheer-directeur te waarborgen.(zie noot 10) De toelichting geeft echter geen aanknopingspunten voor de wijze waarop dit zou moeten gebeuren, noch gaat zij in op de wijze waarop hier toezicht op zal worden gehouden.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader in te gaan op de wijze waarop de onafhankelijke positie van de geneesheer-directeur door de zorgaanbieder zal moeten worden gewaarborgd bij de beoordeling van de noodzaak van het verzoek om een zorgmachtiging of verlenging daarvan en de wijze waarop hier toezicht op zal worden gehouden.

2. Plan van aanpak van betrokkene

De nota van wijziging voorziet in de mogelijkheid dat betrokkene zelf met familie of naasten een plan van aanpak opstelt met als doel verplichte zorg te voorkomen. De Afdeling maakt over het plan van aanpak de volgende opmerkingen.

a. Voorwaarden plan van aanpak
Uit de nota van wijziging blijkt dat het plan van aanpak dient te voldoen aan dezelfde uitgangspunten als die waaraan verplichte zorg moet voldoen.(zie noot 11) Die uitgangspunten, opgenomen in het in de nota van wijziging voorgestelde artikel 2:1, zijn evenwel veelsoortig en gericht op verplichte zorg. Daarmee zijn zij niet altijd relevant voor een plan van aanpak gemaakt door de betrokkene zelf als basis voor het voorkomen van die verplichte zorg. Hierdoor zal bij betrokkene, familie en naasten onduidelijkheid kunnen bestaan over de voorwaarden waaraan een plan van aanpak moet voldoen. Duidelijkheid over deze voorwaarden is ook van belang voor de geneesheer-directeur bij de beoordeling van het plan van aanpak.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader in te gaan op de vraag aan welke voorwaarden een plan van aanpak zal moeten voldoen, en zo nodig het voorstel aan te passen.

b. Eigen kracht-conferenties
Blijkens de toelichting wordt met het recht voor betrokkene met familie of naasten een plan van aanpak op te stellen, tegemoet gekomen aan de wens van het Landelijk Platform GGz om een recht op een zogenoemde ‘Eigen kracht-conferentie’ te verankeren. De Afdeling merkt op dat het gebruik van een Eigen kracht-conferentie al jaren bestaat, maar bij het voorkomen van dwang in de GGZ nog niet structureel wordt toegepast. Vanaf maart 2013 is een onderzoek gestart om te bezien of en op welke wijze Eigen kracht-conferenties kunnen worden ingezet voor dit doel. Of de voorgestelde mogelijkheid voor het opstellen van een plan van aanpak door betrokkenen met familie of naasten zelf voldoende tegemoetkomt aan de wijze waarop een Eigen kracht-conferentie kan worden ingezet, is naar het oordeel van de Afdeling dan ook thans nog niet duidelijk.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het onderzoek naar het gebruik van Eigen kracht-conferenties bij het voorkomen van dwang in de GGZ in te gaan en tevens in te gaan op de wijze waarop met de uitkomsten van dit onderzoek rekening zal worden gehouden.

3. Gegevensverwerking
In het oorspronkelijke wetsvoorstel speelde de multidisciplinaire commissie een centrale rol, ook op het terrein van gegevensverwerking. De commissie was bevoegd gegevens te vorderen, de commissie hield een centraal register bij van onder meer verzoeken voor een crisismaatregel of zorgmachtiging en een afzonderlijk register van de zelfbindingsverklaringen. Met het schrappen van de commissie is, blijkens de toelichting, de noodzaak ontstaan voor het bieden van een grondslag voor het zonder toestemming van betrokkene uitwisselen van - medische en strafrechtelijke - persoonsgegevens door een groot aantal actoren.(zie noot 12) In artikel 8:22 is dit vormgegeven door het introduceren van zowel een verplichting tot het verstrekken van gegevens als een vorderingsrecht van inlichtingen en inzage in gegevens en bescheiden. Naar aanleiding van opmerkingen van het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) is deze uitwisseling blijkens de toelichting beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van ieders taak op grond van de wet en die tevens noodzakelijk zijn ter voorkoming of beperking van een aanzienlijk risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander. Het Cbp adviseerde tevens te voorzien in een mogelijkheid om de aard en omvang van de verwerking van persoonsgegevens nader af te bakenen.

Met de toevoeging dat de gegevensuitwisseling noodzakelijk dient te zijn ter voorkoming of beperking van een aanzienlijk risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander wordt tegemoet gekomen aan het vereiste van een zwaarwegend belang voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens.(zie noot 13) Daarmee lijkt evenwel nog niet te zijn voorzien in de - op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens vereiste - passende waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.(zie noot 14) De nota van wijziging biedt geen grondslag voor het stellen van nadere regels ter afbakening van de betrokken gegevens of het stellen van nadere waarborgen. Ook het recht van betrokkene om kennis te nemen van de gegevensuitwisseling die hem aangaat,(zie noot 15) een van de voornaamste waarborgen tegen misbruik, is niet sluitend geregeld. De nota van wijziging bepaalt wel dat in het dossier aantekening wordt gehouden van de verstrekking van gegevens zonder toestemming van betrokkene.(zie noot 16) Blijkens de toelichting geldt deze verplichting ook - voor zover de zorgverantwoordelijke hiervan op de hoogte is - voor gegevensverstrekking door anderen.(zie noot 17) Maar daarmee bestaat nog geen verplichting voor anderen dan de zorgverantwoordelijke om van iedere gegevensverstrekking zonder toestemming van betrokkene aantekening te laten opnemen in het dossier. Daarmee zal het dossier eerder een toevallig samenstel van gegevensverstrekkingen omvatten dan een volledig overzicht van de verstrekkingen.

Indien gegevensverstrekkingen worden aangetekend, dan dient blijkens de toelichting tevens te worden aangetekend welke informatie aan wie is verstrekt, wat de reden was om betrokkene daarover vooraf geen toestemming te vragen, wat eventueel de reden is geweest te komen tot (vroegtijdige) gegevensuitwisseling en wat eventueel de reden was betrokkene daarover niet te informeren.(zie noot 18) De Afdeling merkt op dat ook deze elementen niet tot uitdrukking komen in de tekst van artikel 8:4, tweede lid.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de mogelijkheden voor het bieden van passende waarborgen en de wijze waarop de betrokkene kennis kan nemen van de uitgewisselde gegevens en het voorstel aan te passen.

4. Rechtsbescherming bij afwijzing beëindigingsverzoek
In het voorstel wordt op twee verschillende wijzen rechtsbescherming geboden tegen een afwijzing van een verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging.(zie noot 19) Op deze afwijzing is niet alleen de algemene klachtprocedure van toepassing,(zie noot 20) maar ook de specifieke regeling van artikel 8:19. Op grond van deze regeling kan de geneesheer-directeur worden gedwongen om een aanvraag tot beëindiging in te dienen, die vervolgens dient te worden voorgelegd aan de rechter. Een dubbele rechtsbescherming tegen de genoemde afwijzing lijkt op voorhand onwenselijk.

De Afdeling adviseert de toepasselijkheid van de klachtprocedure op de afwijzing van een verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging uit te sluiten.

5. Overige opmerkingen
De Afdeling wijst nog op de volgende, meer technische, aspecten die naar haar oordeel aandacht behoeven.

a. In artikel 6:5, onderdeel a, wordt geregeld dat het indienen van een verzoekschrift voor een nieuwe zorgmachtiging tot gevolg heeft dat de geldigheidsduur van de oorspronkelijke zorgmachtiging wordt verlengd tot de beslissing van de rechter op dat verzoekschrift. In de toelichting wordt gesteld dat daarmee wordt beoogd aan te sluiten bij de bestaande praktijk.(zie noot 21) In de Wet Bopz is inderdaad een overeenkomstige regeling opgenomen.(zie noot 22) Bij deze regeling is evenwel eveneens gesteld dat ontslag wordt verleend wanneer de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken. Dit laatste is niet overgenomen in het voorgestelde artikel 6:5, onderdeel a, net zo min als dit is overgenomen in de mogelijkheid van een verlengde geldigheidsduur van de crisismaatregel.(zie noot 23) De toelichting zou, gelet op het ingrijpende karakter van gedwongen zorg, in moeten gaan op de achtergrond van het achterwege laten van deze beperking van de mogelijkheid van een verlengde geldigheidsduur.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan, en zo nodig het voorstel aan te vullen.

b. In artikel 8:25, eerste lid, wordt het doel van het door de zorgaanbieder bij te houden register gegeven: het toezicht houden door de inspectie. Uit de artikelen 5:11, 7:5 en 8:23 blijkt evenwel dat het register deels ook gebruikt zal moeten worden bij de voorbereiding van de zorgmachtiging of crisismaatregel. Gelet op de verplichting dat de verwerking van persoonsgegevens enkel mogelijk is voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven doeleinden,(zie noot 24) adviseert de Afdeling al de doeleinden van het register tot uitdrukking te laten komen in artikel 8:25, eerste lid, aanhef.

c. In artikel 8:26 is de verplichting opgenomen voor de zorgaanbieder tot het aan de inspectie verstrekken van een analyse van de verleende verplichte zorg. Uit tekst noch de toelichting blijkt wat deze analyse zou moeten behelzen, noch welk doel deze analyse zou dienen. Zonder een dergelijke nadere precisering zal moeilijk kunnen worden vastgesteld of een zorgaanbieder voldoet aan de in artikel 8:26 opgenomen verplichting.
De Afdeling adviseert in de toelichting nader in te gaan op de inhoud van de door de zorgaanbieder op te stellen analyse en zo nodig te voorzien in een grondslag voor het nader bepalen van de elementen die tenminste in deze analyse aan de orde moeten worden gesteld.

6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat de nota van wijziging wordt gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.13.0085/III met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.

- Paragraaf 3 en 4 van Hoofdstuk 5 omwisselen, nu het opstellen van de medische verklaring volgt op het opstellen van het zorgplan.
- In artikel 5:10, tweede lid, en 7:5, derde lid, gelet op het imperatieve karakter van het voorgeschreven gebruik van het model voor de medische verklaring in het eerste lid, "kan" vervangen door "wordt" en "worden" schrappen.
- In artikel 5:9, onder a, een verwijzing toevoegen naar de artikelen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg die de beperkingen opleggen zoals die blijken uit de toelichting (voorwaardelijke inschrijving in het BIG-register en opgelegde tuchtmaatregelen).
- In artikel 5:11, eerste lid, onder d, rekening houden met het niet aanwezig zijn van een zorgplan wanneer de zorgmachtig strekt tot het opstellen van het zorgplan.
- In artikel 6:2, voorgesteld derde lid, "Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
- In de toelichting ingaan op de volgtijdelijkheid van het aanwijzen van de contactpersoon op grond van artikel 1:5 en het verzenden van een afschrift van een verzoek om een crisismaatregel ingevolge artikel 7:1.
- Artikel 10:5, derde lid, van het voorstel, schrappen, gelet op het in de nota van wijziging voorgestelde artikel 1:8, eerste lid.
- In artikel F, onderdeel c, "de artikelen 8:11 tot en met 8:14" vervangen door: de artikelen 8:11 en 8:12.
- In artikel 8:7, tweede lid, "de tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan de crisismaatregel, bedoeld in artikel 7:4" schrappen en na "de zorgaanbieder kan" invoegen:, naast de tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan de crisismaatregel, bedoeld in artikel 7:4,.
- In de toelichting ingaan op het onderscheid tussen een onvolledige en een onvoldoende gemotiveerde aanvraag als bedoeld in artikel 8:19, vierde lid, nu aan de aanvraag geen vormvoorschriften zijn verbonden en zo nodig de mogelijkheid af te zien van een verzoekschrift bij een onvolledige aanvraag schrappen.
- In artikel 8:22, eerste lid, "informeren" vervangen door "verstrekken" en na "toestemming van betrokkene," invoegen: gegevens.
- In artikel 8:23, eerste lid, "toegang tot het register, bedoeld in artikel 8:26 -bedoeld is 8:25- voor zover het betreft de zelfbindingsverklaring" vervangen door: inzage in de zelfbindingsverklaring.
- In artikel 8:23, tweede lid, "toegang tot" vervangen door: inzage in.
- In de artikelen 10:3, 14:5 en 14:9 nader preciseren op welke onderdelen van de artikelen waarnaar wordt verwezen wordt gedoeld.
- In artikel 12:4, onderdeel c. en d., de opheffing van de geheimhoudingsplicht na toestemming beperken tot die gevallen waarin de persoonlijke levenssfeer van derden daardoor niet wordt geschaad.


Nader rapport (reactie op het advies) van 18 september 2013

1a.
Met het schrappen van de multidisciplinaire commissie zijn de doelstellingen van het wetsvoorstel ongewijzigd gebleven. Ook met deze nota van wijziging komt in het verzoekschrift voor een zorgmachtiging niet alleen het perspectief van de behandelaar aan bod, maar ook het perspectief van betrokkene en zijn familie alsmede het maatschappelijk perspectief. Dat wordt onder meer bewerkstelligd door een uitgebreider zorgplan. Het advies is aanleiding geweest de toelichting wat betreft het algemeen deel, onder ‘de doelstellingen en de praktijk’, aan te vullen.

1b. De geneesheer-directeur is voor zijn taken en bevoegdheden op grond van dit wetsvoorstel niet ondergeschikt aan (een raad van bestuur van) de zorginstelling. In de nota van wijziging is in artikel 2:3 als extra waarborg opgenomen dat de zorgaanbieder de geneesheer-directeur geen aanwijzingen kan geven met betrekking tot de uitvoering van zijn taken op grond van dit wetsvoorstel. Dat houdt in dat de geneesheer-directeur voor deze taken dus autonoom kan beslissen. Overigens raakt deze bepaling aan de discussie over goed bestuur in de zorg, waarover nog een brief aan de Tweede Kamer zal worden gezonden.
Naast de positionering van de geneesheer-directeur ten opzichte van de raad van bestuur, is voor zijn onafhankelijk functioneren tevens relevant dat hij een professional is, die zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden ontleent aan zijn deskundigheid en bekwaamheid. Hij dient op grond daarvan professioneel autonoom te kunnen handelen, binnen de voor hem geldende (wetenschappelijke) standaarden. Doordat de geneesheer-directeur als arts is ingeschreven in het register op grond van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg, kan hij op grond van die wet ook individueel tuchtrechtelijk worden aangesproken op zijn professioneel handelen. Ook de zorginstelling draagt op grond van de Kwaliteitswet zorginstellingen verantwoordelijkheid voor professioneel handelen, opdat verantwoorde zorg wordt geleverd.

Het toezicht op het onafhankelijk functioneren van de geneesheer-directeur ligt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). De IGZ heeft in de afgelopen jaren intensief toezicht gehouden op de kwaliteit van de verplichte zorg en zal dat ook in de toekomst blijven doen. De IGZ kan hiervoor ook signalen ontvangen, bijvoorbeeld van de patiëntvertrouwenspersoon, die met de nota van wijziging een nieuwe taak heeft gekregen om tekortkomingen in de structuur en de uitvoering van de zorg, voor zover deze afbreuk doen aan de rechten van betrokkene, te signaleren en aan de IGZ te melden. Hierbij kan gedacht worden aan signalen dat de geneesheer-directeur zijn taak onvoldoende onafhankelijk van de zorgaanbieder vervult.

Tot slot dient nog te worden benadrukt dat uiteindelijk niet de geneesheer-directeur beslist of aan betrokkene verplichte zorg verleend mag worden, maar dat zulks aan de rechter is.

Naar aanleiding van het advies is de toelichting bij artikel 2:3, tweede lid, en artikel 11:1, derde lid, onderdeel a, verbeterd.

2a. Naar aanleiding van het advies is artikel 5:11, eerste lid, onderdeel d, aangepast en is een nieuw onderdeel e toegevoegd. In dat onderdeel e is de koppeling gelegd tussen het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5:7 en het wegnemen van het aanzienlijke risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander. De toelichting bij artikel 5:11, eerste lid, is overeenkomstig aangepast.

2b. Naar aanleiding van het advies is de toelichting in het algemeen deel, onder ‘de verschillende actoren en hun taken’ bij ‘de geneesheer-directeur’ aangepast.

3. Naar aanleiding van het advies is artikel 8:22 aangepast. Het voorgelegde derde en vierde lid zijn geschrapt. Hiermee is de verplichte informatieverstrekking op grond van dit artikel beperkt; deze vindt nu alleen plaats op grond van het eerste lid. Vanwege het schrappen van het derde lid is in het eerste lid de burgemeester toegevoegd. Tevens is in het nieuwe derde lid een delegatiegrondslag opgenomen waarmee bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld welke gegevens mogen worden uitgewisseld. Op dit moment lijkt de waarborg tegen overmatig gebruik evenwel afdoende te zijn gelegen in de Handreiking ‘gegevensuitwisseling in het kader van bemoeizorg’, zoals in 2005 opgesteld door GGD Nederland, GGZ Nederland en de KNMG, alsmede in het Convenant Politie – GGZ 2012. Verder is de zorgaanbieder geschrapt uit het eerste lid. Bij nader inzien kan in dat verband worden volstaan met de actoren zorgveranwoordelijke en geneesheer-directeur. De toelichting bij het artikel is overeenkomstig aangepast.

Naar aanleiding van het advies is daarnaast in het nieuwe vierde lid van artikel 8:22 opgenomen dat de geneesheer-directeur, de burgemeester en de officier van justitie de zorgverantwoordelijke dienen te informeren indien zij op grond van artikel 8:22, eerste lid, gegevens uitwisselen over betrokkene zonder diens toestemming. In artikel 8:4 is tevens expliciet tot uitdrukking gebracht dat de zorgverantwoordelijke in het dossier dient aan te tekenen indien gegevens op grond van artikel 8:22 over betrokkene zonder diens toestemming zijn verstrekt. De toelichting bij beide artikelen is overeenkomstig aangepast.

4. Naar aanleiding van het advies zijn in artikel 10:3 de artikelen 8:18 en 8:19 geschrapt.

5a. Naar aanleiding van het advies is in artikel 6:2, eerste lid, een nieuw onderdeel c toegevoegd. Hierin wordt geregeld dat de rechter binnen vier weken na ontvangst van het aansluitende verzoekschrift om een zorgmachtiging, op dit verzoekschrift moet beslissen. Wat betreft de verlengde geldigheidsduur van de crisismaatregel, bedoeld in artikel 7:8, onderdeel a, geldt dat de rechter op grond van artikel 6:2, eerste lid, onderdeel b, jo artikel 7:9, binnen drie dagen na ontvangst van het verzoekschrift hiertoe moet beslissen.

5b. Naar aanleiding van het advies is artikel 8:25, eerste lid, aanhef, overeenkomstig aangepast.

5c. Naar aanleiding van het advies is de te verstrekken analyse bij nader inzien uit artikel 8:26 geschrapt. De toelichting is overeenkomstig aangepast.

6. De redactionele opmerkingen zijn overgenomen, behalve de eerste redactionele opmerking, gelet op het feit dat de medische verklaring op meer ziet dan enkel het opstellen van het zorgplan.

Overig
- In artikel 1:1, onderdeel aa, is de definitie van zorgverantwoordelijke naar aanleiding van de beleidsvorming omtrent het ‘hoofdbehandelaarschap’ aangepast. Ook de toelichting is overeenkomstig aangepast.
- In artikel 1:2 is een lid toegevoegd waarin de mogelijkheid van het stellen van bouwkundige eisen bij algemene maatregel van bestuur is opgenomen. Dit stond al in artikel 8:4 van het oorspronkelijke voorstel en wordt bij nader inzien als mogelijkheid gehandhaafd.
- Artikel 1:10 is bij nader inzien omwille van de duidelijkheid geformuleerd overeenkomstig het in het oorspronkelijke voorstel opgenomen artikel 2:6. Voor de artikelen 5:7 en 6:2 geldt de Algemene termijnenwet. Opname in dit artikel voegt niets toe, vandaar dat deze uit het artikel zijn geschrapt.
- De toelichting bij artikel 2:1, zesde lid, is verduidelijkt.
- in artikel 5:11, eerste lid, onderdeel c, is ‘minimaal’ toegevoegd opdat tot uitdrukking wordt gebracht dat het er niet om gaat dat de verklarend arts aangeeft welke zorg noodzakelijk is, maar enkel welke zorg minimaal noodzakelijk is. De toelichting bij dat artikel is overeenkomstig aangepast.
- in het eerste lid van artikel 14:5 is toegevoegd artikel 1:2, eerste lid, 8:19 en 8:20, en in het tweede lid is verwijderd artikel 8:22 en toegevoegd artikel 1:2, tweede lid, alsmede artikel 8:6, derde lid;
- Her en der zijn verder nog wetstechnische en redactionele aanpassingen doorgevoerd.

Ik moge U verzoeken in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport



(1) Kamerstukken II 2009/10, 32 399.
(2) De Afdeling merkt op dat het ontbreken van een integrale tekstversie bij een zo omvangrijke nota van wijziging als hier aan de orde is de beoordeling bemoeilijkt.
(3) Kamerstukken II 2009/10, 32 399, nr. 3, blz. 1-2 & 17.
(4) Kamerstukken II 2009/10, 32 399, nr. 3, blz. 17-20.
(5) Kamerstukken II 2006/07, 25 763. nr. 7, blz. 99 - 125.
(6) Toelichting, § De verschillende actoren en hun taken, de geneesheer-directeur.
(7) Vergelijk het advies van GGZ Nederland, de KNMG, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en LOC zeggenschap in zorg.
(8) Vergelijk de consultatiebijdragen van het Landelijk Platform GGz, Stichting PvP, vertrouwenspersonen in de zorg
(9) Vergelijk de consultatiebijdragen van GGZ Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
(10) Voorgesteld artikel 2:3, tweede lid.
(11) Ingevolge voorgesteld artikel 5:11, eerste lid, onderdeel d, maakt de beoordeling of het plan van aanpak voldoet aan de uitgangspunten van voorgesteld artikel 2:1 onderdeel uit van de medische verklaring.
(12) Te weten de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur, de zorgverantwoordelijke, de officier van justitie en de burgemeester.
(13) Artikel 23, eerste lid, onder f, WBP.
(14) Ibidem.
(15) Artikel 12 richtlijn 95/46/EG.
(16) Voorgesteld artikel 8:4, tweede lid.
(17) Artikelsgewijze toelichting bij artikel 8:4.
(18) Ibidem.
(19) Voorgesteld artikel 8:18.
(20) Ingevolge voorgesteld artikel 10:3, eerste lid.
(21) Artikelsgewijze toelichting bij artikel 6:5, onderdeel a.
(22) Artikel 48, eerste lid, onder b, Wet Bopz.
(23) Voorgesteld artikel 7:8, onderdeel a.
(24) Artikel 7 Wbp.



Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 426 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon