Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs.
- Kenmerk
- W05.01.0505/III
- Datum advies
- 30 november 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 februari 2002, nr 30
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs.
Bij Kabinetsmissive van 28 september 2001, no.01.004560, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs.
Het ontwerpbesluit strekt tot invoering van een nieuw bekostigingssysteem voor het kunstonderwijs en zal voorlopig gaan gelden tot 2008. Voor de bekostiging van het kunstonderwijs wordt tot nog toe een berekeningssystematiek gehanteerd waarbij wordt uitgegaan van vooraf vastgestelde dus fictieve studentenaantallen en van de studieprestaties. Het besluit beoogt met het nieuwe systeem uit te gaan van het werkelijk aantal studenten tot het vastgestelde maximumaantal. Daarnaast wordt uitgegaan van de studieprestaties. De bekostiging per student is gebonden aan een maximum van vier jaar en kent een diplomaopslag. In de nota "Meer zicht op kwaliteit" is een systematiek ontwikkeld die geldt als uitgangspunt voor de bekostiging vanaf 2002.(zie noot 1) Doel van de operatie is het verbeteren van de kwaliteit van het kunstonderwijs door het stellen van financiële prikkels.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Voor het kunstonderwijs geldt tot nog toe een bijzondere bekostigingssystematiek op grond van artikel 16.26, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De voorgestelde bijzondere bekostigingssystematiek wijkt af van de beoogde systematiek op basis van studiepunten voor het overige hoger beroepsonderwijs (hbo). De vraag rijst hoe het voorgestelde bekostigingssysteem voor het kunstonderwijs zich verhoudt tot het voor de rest van het hbo voorgestelde bekostigingssysteem. In de nota van toelichting, paragraaf 2, is min of meer aangegeven dat de studiepuntenbekostiging na enkele jaren ook voor opleidingen op het gebied van de kunst zal worden ingevoerd. Dit zou betekenen dat zich binnen een kort tijdsbestek twee ingrijpende wijzigingen in het systeem van de bekostiging voor het kunstonderwijs voordoen. Het is onduidelijk of de studiepuntenbekostiging integraal van toepassing zal worden op het kunstonderwijs. De Raad adviseert in de toelichting te verduidelijken of en in hoeverre de bijzondere bekostiging voor het kunstonderwijs blijft bestaan.
2. Ingevolge artikel I, onder G, van het ontwerpbesluit wordt artikel 5.4, van het Bekostigingsbesluit WHW gewijzigd. De niet-EU-maatregel komt hierdoor te vervallen. De mededeling in de nota van toelichting dat dit is gebaseerd op de bestuurlijke afspraken met de hogescholen biedt niet het vereiste nader inzicht.(zie noot 2) De Raad adviseert de nota van toelichting aan te vullen met een motivering.
3. Aangaande de leesbaarheid van de nota van toelichting merkt het college het volgende op.
De nota van toelichting bevat passages waarin zonder uitleg wordt gesproken over de aanduidingen "niveau p" en "t-1 in plaats van t-2".(zie noot 3) Verder wordt in de toelichting op artikel I, onder A, gesproken over het vervallen van twee overgangsartikelen. Welke artikelen en waarom deze vervallen wordt niet vermeld. Enige uitleg bij dergelijke passages is wenselijk. De Raad beveelt dan ook aan de nota van toelichting zo te redigeren dat deze zelfstandig leesbaar is.
4. In de nota van toelichting komen begrippen voor zoals "eerste- en tweede graads" en "kunstopleidingen en opleidingen bouwkunst," welke begrippen bij verschillende wetsvoorstellen zullen worden aangepast.(zie noot 4) Het college beveelt aan het gebruik van dergelijke begrippen te harmoniseren.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 30 november 2001,
no.W05.01.0505/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In de aanhef van het ontwerpbesluit de aanduiding "Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid," vervangen door: Gelet op de artikelen 2.6, eerste en derde lid,.
- In artikel III, onder A, de aanduiding "In artikel 2.1" vervangen door: In artikel 1.2.
- In artikel IV, onder A, de aanduiding "In artikel 2.1" vervangen door: In artikel 1.2.
- In het nieuwe artikel 3.3a, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit "bekend gemaakt" vervangen door: vastgesteld:.
Nota van toelichting
- In paragraaf 6 van de nota van toelichting, de verwijzing naar het verslag van een schriftelijk overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 september 2001, voorzien van de vindplaats: kamerstukken II 2000/01, 27 400, VIII, nr.97.
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2001
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit. Op de kanttekeningen van de Raad ga ik hierna in.
1 tot en met 4. De opmerkingen van de Raad van State hebben met elkaar gemeen dat verheldering van en het geven van nadere informatie in de nota van toelichting wordt aanbevolen.
In alle gevallen leidt dat tot de gesuggereerde verbeteringen van de nota van toelichting.
5. Van de redactionele kanttekeningen van de Raad heb ik goede nota genomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen,
(1) Kamerstukken II 1999/2000, 25 802, nr.22.
(2) Nota van toelichting, paragraaf 2, slotalinea.
(3) Nota van toelichting, paragraaf 2, onder d, en paragraaf 3, slotalinea.
(4) Kamerstukken II 2001/02, 28 024, nrs.1-3 en kamerstukken II 2001/02, 28 088, nrs.1-3.
Het ontwerpbesluit strekt tot invoering van een nieuw bekostigingssysteem voor het kunstonderwijs en zal voorlopig gaan gelden tot 2008. Voor de bekostiging van het kunstonderwijs wordt tot nog toe een berekeningssystematiek gehanteerd waarbij wordt uitgegaan van vooraf vastgestelde dus fictieve studentenaantallen en van de studieprestaties. Het besluit beoogt met het nieuwe systeem uit te gaan van het werkelijk aantal studenten tot het vastgestelde maximumaantal. Daarnaast wordt uitgegaan van de studieprestaties. De bekostiging per student is gebonden aan een maximum van vier jaar en kent een diplomaopslag. In de nota "Meer zicht op kwaliteit" is een systematiek ontwikkeld die geldt als uitgangspunt voor de bekostiging vanaf 2002.(zie noot 1) Doel van de operatie is het verbeteren van de kwaliteit van het kunstonderwijs door het stellen van financiële prikkels.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Voor het kunstonderwijs geldt tot nog toe een bijzondere bekostigingssystematiek op grond van artikel 16.26, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De voorgestelde bijzondere bekostigingssystematiek wijkt af van de beoogde systematiek op basis van studiepunten voor het overige hoger beroepsonderwijs (hbo). De vraag rijst hoe het voorgestelde bekostigingssysteem voor het kunstonderwijs zich verhoudt tot het voor de rest van het hbo voorgestelde bekostigingssysteem. In de nota van toelichting, paragraaf 2, is min of meer aangegeven dat de studiepuntenbekostiging na enkele jaren ook voor opleidingen op het gebied van de kunst zal worden ingevoerd. Dit zou betekenen dat zich binnen een kort tijdsbestek twee ingrijpende wijzigingen in het systeem van de bekostiging voor het kunstonderwijs voordoen. Het is onduidelijk of de studiepuntenbekostiging integraal van toepassing zal worden op het kunstonderwijs. De Raad adviseert in de toelichting te verduidelijken of en in hoeverre de bijzondere bekostiging voor het kunstonderwijs blijft bestaan.
2. Ingevolge artikel I, onder G, van het ontwerpbesluit wordt artikel 5.4, van het Bekostigingsbesluit WHW gewijzigd. De niet-EU-maatregel komt hierdoor te vervallen. De mededeling in de nota van toelichting dat dit is gebaseerd op de bestuurlijke afspraken met de hogescholen biedt niet het vereiste nader inzicht.(zie noot 2) De Raad adviseert de nota van toelichting aan te vullen met een motivering.
3. Aangaande de leesbaarheid van de nota van toelichting merkt het college het volgende op.
De nota van toelichting bevat passages waarin zonder uitleg wordt gesproken over de aanduidingen "niveau p" en "t-1 in plaats van t-2".(zie noot 3) Verder wordt in de toelichting op artikel I, onder A, gesproken over het vervallen van twee overgangsartikelen. Welke artikelen en waarom deze vervallen wordt niet vermeld. Enige uitleg bij dergelijke passages is wenselijk. De Raad beveelt dan ook aan de nota van toelichting zo te redigeren dat deze zelfstandig leesbaar is.
4. In de nota van toelichting komen begrippen voor zoals "eerste- en tweede graads" en "kunstopleidingen en opleidingen bouwkunst," welke begrippen bij verschillende wetsvoorstellen zullen worden aangepast.(zie noot 4) Het college beveelt aan het gebruik van dergelijke begrippen te harmoniseren.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 30 november 2001,
no.W05.01.0505/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In de aanhef van het ontwerpbesluit de aanduiding "Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid," vervangen door: Gelet op de artikelen 2.6, eerste en derde lid,.
- In artikel III, onder A, de aanduiding "In artikel 2.1" vervangen door: In artikel 1.2.
- In artikel IV, onder A, de aanduiding "In artikel 2.1" vervangen door: In artikel 1.2.
- In het nieuwe artikel 3.3a, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit "bekend gemaakt" vervangen door: vastgesteld:.
Nota van toelichting
- In paragraaf 6 van de nota van toelichting, de verwijzing naar het verslag van een schriftelijk overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 september 2001, voorzien van de vindplaats: kamerstukken II 2000/01, 27 400, VIII, nr.97.
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2001
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit. Op de kanttekeningen van de Raad ga ik hierna in.
1 tot en met 4. De opmerkingen van de Raad van State hebben met elkaar gemeen dat verheldering van en het geven van nadere informatie in de nota van toelichting wordt aanbevolen.
In alle gevallen leidt dat tot de gesuggereerde verbeteringen van de nota van toelichting.
5. Van de redactionele kanttekeningen van de Raad heb ik goede nota genomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen,
(1) Kamerstukken II 1999/2000, 25 802, nr.22.
(2) Nota van toelichting, paragraaf 2, slotalinea.
(3) Nota van toelichting, paragraaf 2, onder d, en paragraaf 3, slotalinea.
(4) Kamerstukken II 2001/02, 28 024, nrs.1-3 en kamerstukken II 2001/02, 28 088, nrs.1-3.