Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van diverse besluiten op grond van de Kernenergiewet (Euratom-richtlijn basisnormen).
- Kenmerk
- W08.01.0315/V
- Datum advies
- 7 december 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 januari 2003, nr 9
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van diverse besluiten op grond van de Kernenergiewet (Euratom-richtlijn basisnormen).
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2001, no.01.003398, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van diverse besluiten op grond van de Kernenergiewet (Euratom-richtlijn basisnormen).
Het ontwerpbesluit heeft een aantal verschillende doelstellingen. Allereerst worden het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (hierna: Biudras), het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen en het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 in overeenstemming gebracht met eerdere aanpassingen in de nationale wetgeving ter implementatie van richtlijn nr.96/29/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PbEG L 159). Voorts wordt het Definitiebesluit Kernenergiewet ingetrokken. Ten slotte worden onvolkomenheden in de hiervoor genoemde besluiten en in het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet weggewerkt en wordt het Biudras afgestemd op de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Paragraaf 7 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 vervalt. Daarin is, kort gezegd, bepaald dat een bijdrage verschuldigd is voor het vervoeren van bepaalde stoffen onder rijksgeleide of rijkstoezicht.
In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt als reden genoemd voor het laten vervallen van de paragraaf dat daarin een niet meer bestaand artikel uit de vervoerswetgeving van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Met behulp van dat artikel werd echter slechts het bedrag bepaald dat verschuldigd is voor het vervoeren onder rijksgeleide. Het vervallen van het artikel waarmee het bedrag wordt bepaald biedt onvoldoende motivering om paragraaf 7 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 te laten vervallen. De Raad adviseert het ontwerpbesluit te heroverwegen op dit punt.
2. In de nota van toelichting, bladzijde 1, onderdeel C, wordt gestreefd naar "een zo groot mogelijke uniformiteit van terminologie". Op bladzijde 2, tweede zin, is evenwel vermeld dat het begrip "radioactieve afvalstof" in het Biudras ruimer is dan hetzelfde begrip in het Besluit stralingsbescherming. De Raad adviseert de toelichting op dit punt te verduidelijken.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 7 december 2001, no.W08.01.0315/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 1, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen aanwijzing 123, onderdeel 4, van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- Artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen weglaten en in plaats daarvan aansluiten bij de betekenis die de term heeft in de Kernenergiewet.
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 oktober 2002
1. Het advies van de Raad om het ontwerpbesluit op dit punt te heroverwegen, heeft ertoe geleid dat artikel 11 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 is gehandhaafd. Niet valt uit te sluiten dat aan een dergelijke bepaling in de toekomst behoefte blijft bestaan. De verwijzing naar artikel 52 van het Reglement Gevaarlijke Stoffen, met behulp waarvan het voor vervoer onder rijksgeleide of rijkstoezicht verschuldigde bedrag werd bepaald, is vervangen door het opnemen, in artikel 11 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 zelf, van de verschuldigde bedragen. Voor de inhoud van bedoeld artikel 11 is aansluiting gezocht bij het inmiddels vervallen artikel 52 van het Reglement Gevaarlijke Stoffen. De enige materiële wijziging betreft de aanpassing van de bedragen aan het huidige prijsniveau.
2. Het advies van de Raad om de nota van toelichting op dit punt te verduidelijken, is overgenomen.
3. De eerste redactionele opmerking van de Raad is overgenomen. De tweede redactionele opmerking is niet overgenomen, omdat het niet wenselijk is de inhoud van het begrip "voorhanden hebben" in het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen te beperken tot de betekenis die de term heeft in de Kernenergiewet. Artikel 1, tweede lid, onder b, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen strekt ertoe de ruime betekenis van het begrip "voorhanden hebben" aan te geven, overeenkomstige de wijze waarop dit geschiedt in artikel 1, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het ontwerpbesluit en de ontwerpnota van toelichting op een aantal punten aan te vullen en te verbeteren. Het algemeen deel van de ontwerpnota van toelichting is aangevuld met een passage over het mededelen van het ontwerpbesluit aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ingevolge artikel 33, derde alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Tevens is het algemeen deel van de ontwerpnota van toelichting, voorzover het betreft het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, aangepast aan de stand van zaken met betrekking tot de wijziging van dat besluit. Verder is in artikel 1, tweede lid, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit) de lettering van de definities ongedaan gemaakt, om eenheid met artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming te bereiken. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 127 van het Besluit stralingsbescherming een omissie te herstellen. In de nota van toelichting wordt deze wijziging besproken. Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een omissie te herstellen in het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, zoals dat luidt ingevolge het besluit van 16 juli 2001 tot vaststelling van het Besluit stralingsbescherming. Het herstel betreft het vervangen van enkele nog resterende guldenbedragen door eurobedragen.
Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling op een andere wijze te formuleren, waardoor de inwerkingtreding van de verschillende artikelen eenvoudiger kan worden geregeld. Ten slotte zijn nog enkele redactionele verbeteringen aangebracht in het ontwerpbesluit.
Ik moge U, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, het gewijzigde ontwerpbesluit en de daarbij gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en u verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Het ontwerpbesluit heeft een aantal verschillende doelstellingen. Allereerst worden het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (hierna: Biudras), het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen en het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 in overeenstemming gebracht met eerdere aanpassingen in de nationale wetgeving ter implementatie van richtlijn nr.96/29/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PbEG L 159). Voorts wordt het Definitiebesluit Kernenergiewet ingetrokken. Ten slotte worden onvolkomenheden in de hiervoor genoemde besluiten en in het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet weggewerkt en wordt het Biudras afgestemd op de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Paragraaf 7 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 vervalt. Daarin is, kort gezegd, bepaald dat een bijdrage verschuldigd is voor het vervoeren van bepaalde stoffen onder rijksgeleide of rijkstoezicht.
In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt als reden genoemd voor het laten vervallen van de paragraaf dat daarin een niet meer bestaand artikel uit de vervoerswetgeving van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Met behulp van dat artikel werd echter slechts het bedrag bepaald dat verschuldigd is voor het vervoeren onder rijksgeleide. Het vervallen van het artikel waarmee het bedrag wordt bepaald biedt onvoldoende motivering om paragraaf 7 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 te laten vervallen. De Raad adviseert het ontwerpbesluit te heroverwegen op dit punt.
2. In de nota van toelichting, bladzijde 1, onderdeel C, wordt gestreefd naar "een zo groot mogelijke uniformiteit van terminologie". Op bladzijde 2, tweede zin, is evenwel vermeld dat het begrip "radioactieve afvalstof" in het Biudras ruimer is dan hetzelfde begrip in het Besluit stralingsbescherming. De Raad adviseert de toelichting op dit punt te verduidelijken.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 7 december 2001, no.W08.01.0315/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 1, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen aanwijzing 123, onderdeel 4, van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- Artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen weglaten en in plaats daarvan aansluiten bij de betekenis die de term heeft in de Kernenergiewet.
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 oktober 2002
1. Het advies van de Raad om het ontwerpbesluit op dit punt te heroverwegen, heeft ertoe geleid dat artikel 11 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 is gehandhaafd. Niet valt uit te sluiten dat aan een dergelijke bepaling in de toekomst behoefte blijft bestaan. De verwijzing naar artikel 52 van het Reglement Gevaarlijke Stoffen, met behulp waarvan het voor vervoer onder rijksgeleide of rijkstoezicht verschuldigde bedrag werd bepaald, is vervangen door het opnemen, in artikel 11 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 zelf, van de verschuldigde bedragen. Voor de inhoud van bedoeld artikel 11 is aansluiting gezocht bij het inmiddels vervallen artikel 52 van het Reglement Gevaarlijke Stoffen. De enige materiële wijziging betreft de aanpassing van de bedragen aan het huidige prijsniveau.
2. Het advies van de Raad om de nota van toelichting op dit punt te verduidelijken, is overgenomen.
3. De eerste redactionele opmerking van de Raad is overgenomen. De tweede redactionele opmerking is niet overgenomen, omdat het niet wenselijk is de inhoud van het begrip "voorhanden hebben" in het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen te beperken tot de betekenis die de term heeft in de Kernenergiewet. Artikel 1, tweede lid, onder b, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen strekt ertoe de ruime betekenis van het begrip "voorhanden hebben" aan te geven, overeenkomstige de wijze waarop dit geschiedt in artikel 1, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het ontwerpbesluit en de ontwerpnota van toelichting op een aantal punten aan te vullen en te verbeteren. Het algemeen deel van de ontwerpnota van toelichting is aangevuld met een passage over het mededelen van het ontwerpbesluit aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ingevolge artikel 33, derde alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Tevens is het algemeen deel van de ontwerpnota van toelichting, voorzover het betreft het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, aangepast aan de stand van zaken met betrekking tot de wijziging van dat besluit. Verder is in artikel 1, tweede lid, van het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen (artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit) de lettering van de definities ongedaan gemaakt, om eenheid met artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming te bereiken. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 127 van het Besluit stralingsbescherming een omissie te herstellen. In de nota van toelichting wordt deze wijziging besproken. Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een omissie te herstellen in het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, zoals dat luidt ingevolge het besluit van 16 juli 2001 tot vaststelling van het Besluit stralingsbescherming. Het herstel betreft het vervangen van enkele nog resterende guldenbedragen door eurobedragen.
Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling op een andere wijze te formuleren, waardoor de inwerkingtreding van de verschillende artikelen eenvoudiger kan worden geregeld. Ten slotte zijn nog enkele redactionele verbeteringen aangebracht in het ontwerpbesluit.
Ik moge U, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, het gewijzigde ontwerpbesluit en de daarbij gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en u verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer