Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.01.0541/IV

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen).

Kenmerk
W12.01.0541/IV
Datum advies
23 november 2001
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 8 januari 2002, nr 5
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen).

Bij Kabinetsmissive van 26 oktober 2001, no.01.005080, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de Staatssecretaris van Sociale Zaken Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen).

In de komende structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI)(zie noot 1) zal het toezicht op de taakuitoefening van de bij SUWI betrokken organisaties worden uitgeoefend door de Inspectie Werk en Inkomen (IWI).(zie noot 2) In de Wet SUWI wordt bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening, de inrichting en het beheer van de IWI en over haar positie binnen de departementale organisatie.(zie noot 3) Het ontwerpbesluit strekt hiertoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen, in het bijzonder over de onafhankelijkheid van de IWI, die naar zijn oordeel aandacht verdienen.

1. De onafhankelijkheid van de IWI
In de Wet SUWI is ervoor gekozen om het toezicht op de uitvoering van de desbetreffende socialeverzekeringswetten door de daarvoor aangewezen uitvoeringsinstanties op te dragen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de toezichtfunctie onder te brengen in het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Tegelijk is uitgangspunt van de Wet SUWI dat, binnen het ministerie, een eigen, voldoende onafhankelijke positie van de te vormen inspectie dient te worden gewaarborgd. Tussen deze twee uitgangspunten bestaat een zekere spanning: wil de minister zijn verantwoordelijkheid op het onderhavige terrein kunnen dragen en waarmaken, dan stelt dit grenzen aan de beoogde onafhankelijkheid van de inspectie; omgekeerd kan deze onafhankelijkheid alleen gestalte krijgen wanneer in de praktijk de ruimte voor de minister om invloed uit te oefenen op het handelen van de inspectie en op de uitkomsten van haar werk,
begrensd is. Deze spanning brengt de noodzaak mee, een evenwicht te vinden tussen de hiervoor bedoelde onafhankelijkheid en de ministeriële verantwoordelijkheid.
Voor de vormgeving van dat evenwicht bieden het rapport "Vertrouwen in onafhankelijkheid" van de commissie-Borghouts en de daarop gebaseerde kabinetsnotitie "Kaderstellende visie op toezicht" (zie noot 4) een aantal criteria, in de vorm van eisen voor functiescheiding indien de toezichthouder wordt gepositioneerd binnen het ministerie. Die eisen betreffen zowel institutionele aspecten - de eigen plaats van de toezichthouder binnen de departementale organisatie - als de taakvervulling van de toezichthouder. Voor het inhoud geven aan de verantwoordelijkheid van de minister voor (het toezicht op) de uitvoering van de socialezekerheidswetten is van belang dat de desbetreffende uitvoeringsinstanties weliswaar alle zijn geplaatst binnen het verband van de overheid, maar dat onder hen in het bijzonder de gemeenten, belast met onder meer de uitvoering van de Algemene bijstandswet, in ons staatsbestel een eigen plaats hebben ten opzichte van de rijksoverheid, en het ministerie in het bijzonder. Deze situatie vraagt prudentie van de kant van de minister bij de inrichting en de uitoefening van de toezichtstaak.
Voor de praktijk van de taakvervulling van de IWI betekent het voorgaande dat de IWI, als toezichthouder, in staat zal moeten worden gesteld om te komen tot een objectieve vaststelling of het handelen van de onder haar toezicht gestelde uitvoeringsinstanties voldoet aan de daarvoor in de wet gestelde eisen. Uitgaande van haar meerjarig toezichtplan en in het bijzonder haar jaarlijkse werkplan zal de IWI vrij moeten zijn in de uitvoering van haar toezichttaak en in de inrichting van het daartoe te verrichten onderzoek, bijvoorbeeld ten aanzien van de intensiteit en de frequentie daarvan. Pas nadat de IWI haar bevindingen heeft geformuleerd en gerapporteerd, is de minister aan de beurt. Het is dan aan hem om zijn beleidsmatige beoordeling te geven en consequenties te verbinden aan de rapportage door de IWI, en om, zoals voorzien, een en ander vervolgens actief openbaar te maken.
De toelichting bij het ontwerpbesluit spreekt van onafhankelijkheid van de IWI "ten opzichte van het beleid, zodat toezichtbevindingen niet worden beïnvloed door politiek-bestuurlijke afwegingen". De toelichting gaat echter niet expliciet in op de toezichtvereisten die in het genoemde rapport en kabinetsstandpunt aan de orde komen. Aldus wordt niet zichtbaar gemaakt hoe elk van deze eisen is verankerd in de Wet SUWI zelf dan wel in het ontwerpbesluit. Het verdient overweging dat dit alsnog gebeurt, met waar nodig aanpassing van het ontwerpbesluit. Daarbij dient tevens te worden verduidelijkt wat precies in dit verband wordt verstaan onder "het beleid", en hoe is gewaarborgd dat de IWI in haar voorgenomen en lopende onderzoek wordt gevrijwaard van een zodanige beïnvloeding door de minister dat deze materieel de voor haar beoogde onafhankelijkheid kan aantasten. Immers, het ontwerpbesluit voorziet wel in functiescheiding binnen de ambtelijke organisatie van het ministerie, maar onvoldoende duidelijk is op welke wijze de vereiste terughoudenheid van de minister is gewaarborgd.

2. Kwaliteitsmeting en vergelijkingsmateriaal
Ingevolge de SUWI-wetgeving wordt de IWI onder meer belast met het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder begrepen doeltreffendheid, van de uitvoering van de bij of krachtens wettelijke bepalingen aan de SUWI-organisaties opgedragen taken.(zie noot 5) Het belang van het tijdig verkrijgen van betrouwbare en bruikbare referentiepunten voor het meten van prestaties en van de efficiëntie van uitvoeringsorganen in het algemeen is onder meer benadrukt door de Algemene Rekenkamer.(zie noot 6) De desbetreffende ervaringen van de tot nu toe functionerende uitvoeringsorganen sociale zekerheid zullen in dit verband voor de IWI van grote waarde kunnen zijn. De Raad beveelt aan in de toelichting uiteen te zetten hoe zal worden gewaarborgd dat deze ervaringen tijdig voor de IWI beschikbaar komen.

3. Reikwijdte besluit
In het ontwerpbesluit worden bestaande regelingen inzake organisatie en mandaat van toepassing verklaard voorzover daarvan in het (ontwerp)besluit niet wordt afgeweken.(zie noot 7) Om redenen van transparantie verdient het overweging dat in de nota van toelichting wordt aangegeven waar sprake is van de bedoelde afwijkingen, en daarbij de noodzaak van die afwijkingen te motiveren.

4. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 23 november 2001, no.W12.01.0541/IV, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

-In artikel 6, eerste lid, "zijn wettelijke taken" vervangen door: haar wettelijke taken.



Nader rapport (reactie op het advies) van 11 december 2001


De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar vraagt aandacht voor een aantal punten, in het bijzonder met betrekking tot de onafhankelijkheid van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). Daarop wordt onderstaand ingegaan.

1. De onafhankelijkheid van de IWI.
De Raad vraagt aandacht voor de vormgeving van het evenwicht tussen de ministeriële verantwoordelijkheid en de beoogde onafhankelijkheid. De Raad beveelt aan om in de toelichting zichtbaar te maken hoe de toezichtsvereisten, die in het rapport van de Ambtelijke Commissie Toezicht onder leiding van de heer Borghouts en het kabinetsstandpunt daarover aan de orde komen, zijn verankerd in de Wet SUWI dan wel in het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen. Tevens vraagt de Raad om een nadere toelichting wat wordt verstaan onder "beleid", en hoe is gewaarborgd dat de IWI in haar voorgenomen en lopende onderzoek wordt gevrijwaard van een zodanige beïnvloeding door de minister dat deze materieel de voor haar beoogde onafhankelijkheid kan aantasten. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de toelichting op dit punt aangepast.

Daarbij is nader toegelicht hoe het gedachtengoed van de genoemde rapporten door het kabinet is benut bij de vormgeving van de Inspectie Werk en Inkomen. In de Wet SUWI en het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen zijn de waarborgen voor onafhankelijk toezicht verankerd. Essentieel is dat gewaarborgd is dat de IWI kan komen tot een objectieve vaststelling van de rechtmatigheid, doelmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van wettelijke taken door de SUWI-organen en dat de minister niet kan treden in de toezichtsbevindingen van de IWI.

2. Kwaliteitsmeting en vergelijkingsmateriaal.
De Raad wijst op het belang van betrouwbare en bruikbare referentieprodukten voor meten van prestaties en van de efficiency van uitvoeringsorganen en beveelt aan in de toelichting in te gaan op de beschikbaarheid van de ervaringen van de huidige uitvoeringsorganen. Het kabinet onderschrijft het belang van betrouwbare en bruikbare referentieprodukten voor het meten van prestaties van uitvoeringsorganen. Op grond van de Wet SUWI krijgt de minister een directere verantwoordelijkheid voor de aansturing van de uitvoeringsorganisaties. De CWI, het UWV en de SVb dienen jaarlijks een jaarplan en een meerjarenbeleidsplan op te stellen. Deze plannen dienen heldere doelstellingen te bevatten ten aanzien van bijvoorbeeld effectiviteit, klantgerichtheid, kwaliteit en doelmatigheid. Waar mogelijk dienen deze doelstellingen meetbaar te worden gemaakt in de vorm van prestatie-indicatoren. Het opstellen van prestatie-indicatoren is een ontwikkelproces. Momenteel worden, in samenwerking met de uitvoeringsorganisaties, prestatie-indicatoren opgesteld waarbij eerder opgedane ervaringen worden benut. De prestatie-indicatoren zullen ook voor de IWI een belangrijk gegeven zijn bij het beoordelen van de prestaties van de uitvoeringsorganisaties in termen van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de toelichting op dit punt aangepast.

3. Reikwijdte besluit.
In het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen wordt het Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit van het Ministerie van SZW van toepassing verklaard voorzover daar in het besluit niet van wordt afgeweken. De Raad stelt dat het om redenen van transparantie overweging verdient in de toelichting te expliciteren waar sprake is van de bedoelde afwijkingen. Het Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit van het Ministerie van SZW zal, mede in verband met de instelling van de IWI, per 1 januari 2002 worden gewijzigd.

Hierbij is zodanig rekening gehouden met het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen dat van afwijkingen geen sprake is. Het betreffende artikel is dan ook met het oog op eventuele wenselijke afwijkingen in de toekomst opgenomen.

4. De redactionele kanttekening van de Raad is overgenomen. Afgezien van het bovenstaande is in de toelichting nog een wijziging aangebracht. Dit betreft het noemen van het Inlichtingenbureau als toezichtsobject van de IWI. Het Inlichtingenbureau wordt bij wetsvoorstel Verzamelwet SZW-wetten 2001 (Kamerstukken II 2001/01, 27 897) opgenomen in de Wet SUWI. Voorts is de inwerkingtredingsbepaling van het besluit (artikel 12) geactuliseerd.

Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



(1) Wetsvoorstel structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI; Kamerstukken I 2000/01, 27 588, nr.339) en wetsvoorstel Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet invoering SUWI; Kamerstukken I 2000/01, 27 665, nr.340).
(2) Zie Wetsvoorstel SUWI, hoofdstuk 7. Kamerstukken I 2000/01, 27 588.
(3) Wetsvoorstel SUWI, artikel 44, tweede lid.
(4) Kamerstukken II, 2000/01, 27 831, nr.1.
(5) Wetsvoorstel SUWI, artikel 37.
(6) Rapport "Efficiëntie van arbeidsbureaus" van 1 maart 2001 van de Algemene Rekenkamer.
(7) Zie in het ontwerpbesluit artikel 2 (het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW) en artikel 6, tweede lid de departementale voorschriften met betrekking tot de apparaatszorg).

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon