Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid en enkele andere besluiten.
- Kenmerk
- W13.02.0153/III
- Datum advies
- 21 juni 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 augustus 2002, nr 153
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid en enkele andere besluiten.
Bij Kabinetsmissive van 8 april 2002, no.02.001713, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid en enkele andere besluiten.
Met het ontwerpbesluit wordt de Keuringsdienst van Waren als onderdeel van het Staatstoezicht voor de volksgezondheid vervangen door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Verder wordt in besluiten waarin wordt verwezen naar de Keuringsdienst van Waren deze verwijzing veranderd in een verwijzing naar de VWA. Omdat ook de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV), voorzover die momenteel belast is met het uitoefenen van toezicht op de naleving van voorschriften inzake waren in de zin van onder meer de Warenwet, wordt opgenomen in de VWA, wordt ook in een aantal besluiten de RVV vervangen door de VWA.
De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een opmerking over het feit dat met het ontwerpbesluit vooruit wordt gelopen op de definitieve instelling van de VWA. Hij is van oordeel dat in verband hiermee over het ontwerpbesluit niet positief kan worden geadviseerd.
1. Met het voorgestelde besluit wordt een aantal gevolgen geregeld van instelling van een VWA. Zo wordt deze autoriteit aangemerkt als onderdeel van het Staatstoezicht voor de volksgezondheid. De VWA zal worden belast met de taken van de Keuringsdienst van Waren en met een deel van de huidige taken van de RVV. De VWA is echter nog niet definitief ingesteld. Bij Besluit van 18 juli 2001 is een Voorlopige Nederlandse Voedselautoriteit ingesteld, die ressorteert onder de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gelet op de thans beoogde verschuiving van taken en verantwoordelijkheden tussen de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is een koninklijk besluit waarin dit wordt vastgelegd een vereiste. De Raad is van oordeel dat de VWA niet eerder als onderdeel van het Staatstoezicht voor de volksgezondheid kan worden aangemerkt dan nadat de autoriteit is ingesteld.
De Raad adviseert om eerst de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de VWA vast te stellen en de onderscheiden regelingen aan te passen.
2. Over de inhoud van het ontwerpbesluit merkt de Raad het volgende op. In artikel 17, eerste lid, van het Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen is geregeld dat de ladingbelanghebbende van de in artikel 17, tweede lid, van richtlijn nr.97/78/EG bedoelde besluiten van de RVV het nader oordeel kan vragen van de controle-ambtenaar van de Keuringsdienst van Waren. De controle-ambtenaar van de Keuringsdienst van Waren neemt dan een besluit welke in de plaats treedt van die van de RVV.(zie noot 1)
Met de voorgestelde wijziging van artikel 14 van het Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen wordt de VWA aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in richtlijn nr.97/78/EG.(zie noot 2) Met de voorgestelde wijziging van artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt de VWA aangewezen als de instantie waar een nader oordeel kan worden gevraagd dat in de plaats treedt van het oorspronkelijke besluit.(zie noot 3)
De VWA is daarmee verantwoordelijk voor zowel het oorspronkelijke besluit als het nader oordeel. De Raad adviseert om artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing te verklaren.
3. De Raad constateert met betrekking tot de datum van inwerkingtreding, dat de toelichting deze datum aanmerkt als een indicatie, omdat de aanpassing van regelingen die ressorteren onder het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij nog niet gereed is.
Ook in verband hiermee is totstandkoming van het onderhavige besluit niet verantwoord.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State heeft mitsdien bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet dienovereenkomstig te besluiten.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 21 juni 2002, no.W13.02.0153/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit produktie en handel van vers vlees "de veterinaire hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren" vervangen door: de veterinaire hoofdinspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit.
- In artikel 6, vierde lid, van het Warenwetbesluit Eiprodukten "genoemde keuringsdienst" vervangen door: genoemde autoriteit.
- Artikel XVI laten vervallen, omdat het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet per 1 maart 2002 is vervallen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 juni 2001
De Raad van State heeft bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet dienovereenkomstig te besluiten. Op de opmerkingen van de Raad zal hieronder puntsgewijs worden ingegaan.
1. De opvatting van de Raad dat gelet op het besluit van 18 juli 2001 tot instelling van een Voorlopige Nederlandse Voedselautoriteit (NVA) en de beoogde verschuiving van taken en verantwoordelijkheden tussen de twee betrokken ministeries een koninklijk besluit waarin dat wordt vastgelegd een vereiste is, deel ik niet op grond van de navolgende overwegingen.
De VWA zal een ambtelijke dienst vormen, die op grond van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid belast is met de taken die voorheen door de Keuringdienst van Waren (KvW) werden uitgeoefend. De KvW blijft bestaan als onderdeel van de VWA.
De VWA resorteert onder de Minister van VWS. Anders dan de NVA zal deze dienst dus niet onder de Ministers van VWS en LNV gezamenlijk vallen, en is een speciaal instellingsbesluit derhalve niet vereist. De instelling van de VWA geschiedt daarom op dezelfde wijze als destijds bij de KvW is gebeurd: door benoeming daarvan in het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid.
De instelling van de VWA als zodanig heeft overigens geen gevolgen op het gebied van overdracht van ministeriële taken en verantwoordelijkheden van LNV naar VWS. Wel zullen uitvoerende taken die voorheen door de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) werden vervuld op gezag van de minister van LNV, in de toekomst plaatsvinden onder de verantwoordelijkheid van de VWA.
Ook deze wijziging in de toedeling van uitvoerende taken is echter niet van dien aard dat daarvoor een KB vereist is. Wel dienen de in de relevante regelgeving voorkomende verwijzingen naar de RVV vervangen te worden door verwijzingen naar de VWA. Dat zal voor het grootste deel zijn beslag vinden in de door de Minister van LNV door te voeren wijzigingen in diens regelgeving.
De opmerkingen van de Raad van State hebben aanleiding gegeven om de nota van toelichting bij het besluit aan te passen, teneinde één en ander te verhelderen.
De noodzakelijke regelingen zijn inmiddels voorbereid en zullen inwerking treden op hetzelfde tijdstip als het onderhavige besluit. Eén van die regelingen zal bestaan uit de intrekking bij ministeriële regeling van het eerdergenoemde besluit van 18 juli 2001, een intrekking die uitgaat van de Ministers van VWS en LNV gezamenlijk. Een tweede regeling zal zijn een Besluit organisatie VWA, dat uitgaat van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Dit besluit regelt - onverminderd artikel 36 van de Gezondheidswet - de organisatie, taak en werkwijze van de VWA als onderdeel van het Ministerie van VWS.
Er is derhalve geen reden om niet nu al over te gaan tot onderhavige wijziging.
2. Overeenkomstig het advies van de Raad is aan artikel 17 van het Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen een vierde lid toegevoegd, inhoudend dat artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing is. Hiermee wordt zekergesteld dat de afdoening van het in dit artikel geregelde nader oordeel nimmer in handen mag worden gelegd van degene die het eerste oordeel heeft geformuleerd.
3. Zoals onder 1 is aangegeven is de voorbereiding van de noodzakelijke regelingen inmiddels afgerond en is de gelijktijdige inwerkingtreding daarvan met het onderhavige besluit verzekerd. Overigens doet het aan de rechtsgeldigheid van het onderhavige besluit niet af als - onverhoopt - één of meer van de regelingen waar de Raad op doelt niet gereed zouden zijn op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige besluit. Evenmin zou de uitvoering van die regelingen of van het onderhavige besluit daardoor in gevaar komen. Er is derhalve geen reden om de totstandkoming van het onderhavige besluit uit te stellen.
4. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Los van het advies van de Raad is in het ontwerp nog een aanvulling aangebracht en wel in artikel XVI: de oorspronkelijke wijziging van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet is geschrapt, aangezien dat besluit per 1 maart 2002 in zijn geheel is komen te vervallen. Ter aanvulling is op die plaats thans opgenomen dat de Voedsel en Waren Autoriteit eveneens is aangewezen in het kader van het Besluit aanwijzing van ambtenaren als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Vleeskeuringswet. Tevens is de oorspronkelijk beoogde datum van inwerkingtreding (1 juli) door het tijdverloop achterhaald en verschoven naar de dag na die van publicatie in het Staatsblad.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen, artikel 17, derde lid.
(2) Artikel XIII, onderdeel A.
(3) Artikel XII, onderdeel B.