Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet op de dierproeven.
- Kenmerk
- W13.02.0197/III
- Datum advies
- 14 juni 2002
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2001/02, 28 503, nr A
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet op de dierproeven.
Bij Kabinetsmissive van 8 mei 2002, no.02.002213, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet op de dierproeven.
Het voorstel behelst een verbod op het houden van dierproeven met mensapen (chimpansees, bonobo’s, orang-oetans en gorilla’s). Overtreding hiervan wordt een misdrijf waarop gevangenisstraf of een geldboete staat. Een uitzondering wordt gemaakt voor een al begonnen onderzoek naar een vaccin voor hepatitis C waarbij gebruik wordt gemaakt van chimpansees.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de toelichting op het punt van de strafbaarstelling.
Artikel I, onder b, bevat een wijziging van artikel 25 van de Wet op de dierproeven. Deze houdt in dat het houden van dierproeven op mensapen een misdrijf wordt dat kan worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
In de toelichting staat niet waarom wordt gekozen voor strafrechtelijke handhaving. Op zichzelf ligt deze keuze voor de hand, omdat ook andere verboden in de Wet op de dierproeven worden gehandhaafd door strafsancties. Het betreft hier wel een nieuw type bepaling, te weten een absoluut verbod op het gebruik van bepaalde diersoorten. De Raad acht dan ook een (korte) verantwoording van de gemaakte keuze noodzakelijk.(zie noot 1)
De Raad adviseert deze in de toelichting te motiveren.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 augustus 2002
De Raad van State adviseert in de memorie van toelichting te motiveren waarom voor strafrechtelijke handhaving is gekozen. Naar aanleiding hiervan is de memorie van toelichting aangevuld met een passage betreffende de handhaving.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie aanwijzing 212, onder d, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
Het voorstel behelst een verbod op het houden van dierproeven met mensapen (chimpansees, bonobo’s, orang-oetans en gorilla’s). Overtreding hiervan wordt een misdrijf waarop gevangenisstraf of een geldboete staat. Een uitzondering wordt gemaakt voor een al begonnen onderzoek naar een vaccin voor hepatitis C waarbij gebruik wordt gemaakt van chimpansees.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de toelichting op het punt van de strafbaarstelling.
Artikel I, onder b, bevat een wijziging van artikel 25 van de Wet op de dierproeven. Deze houdt in dat het houden van dierproeven op mensapen een misdrijf wordt dat kan worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
In de toelichting staat niet waarom wordt gekozen voor strafrechtelijke handhaving. Op zichzelf ligt deze keuze voor de hand, omdat ook andere verboden in de Wet op de dierproeven worden gehandhaafd door strafsancties. Het betreft hier wel een nieuw type bepaling, te weten een absoluut verbod op het gebruik van bepaalde diersoorten. De Raad acht dan ook een (korte) verantwoording van de gemaakte keuze noodzakelijk.(zie noot 1)
De Raad adviseert deze in de toelichting te motiveren.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 augustus 2002
De Raad van State adviseert in de memorie van toelichting te motiveren waarom voor strafrechtelijke handhaving is gekozen. Naar aanleiding hiervan is de memorie van toelichting aangevuld met een passage betreffende de handhaving.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie aanwijzing 212, onder d, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.