Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (zelfbinding).
- Kenmerk
- W13.01.0662/III
- Datum advies
- 8 februari 2002
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2001/02, 28 283, nr A
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (zelfbinding).
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2001, no.01.005917, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (zelfbinding).
Het wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De Bopz voorziet in de mogelijkheid om psychiatrische patiënten die een gevaar opleveren voor zichzelf of voor anderen onder dwang op te nemen. Voor psychiatrische patiënten die geen gevaar opleveren wordt in het onderhavige wetsvoorstel het beginsel van zelfbinding geïntroduceerd. Het wetsvoorstel voorziet in een tweetal verklaringen. De eerste verklaring betreft een verklaring tot opneming, verblijf en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis van een patiënt die bij opname geen gevaar zal veroorzaken, maar op basis van die verklaring opgenomen en behandeld kan worden als de in de verklaring voorziene omstandigheden zich voordoen (artikel 34a, eerste lid). Indien de patiënt zich verzet tegen de opname, is voor opname een voorlopige machtiging (de zogenaamde zelfbindingsmachtiging) vereist (artikel 34a, tweede lid). De tweede verklaring is gericht op de behandeling van een patiënt die met een inbewaringstelling of voorlopige machtiging gedwongen is opgenomen, ook al verzet de patiënt zich na opneming tegen de behandeling (artikel 34p). Bij de tweede verklaring gaat het dus om een "behandelingsprotocol".
De Raad van State kan zich met de strekking van het wetsvoorstel verenigen, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
1. De Raad bracht destijds zowel advies uit met betrekking tot het wetsvoorstel betreffende de introductie van de voorlopige machtiging in de Bopz(zie noot 1) als met betrekking tot het op dit wetsvoorstel ingediende amendement(zie noot 2). In het laatstgenoemde advies gaat de Raad in op de vraag of het amendement zich verdraagt met de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad acht het wenselijk om het onderhavige wetsvoorstel aan eenzelfde toets te onderwerpen en komt met de volgende bevindingen.
Het Winterwerp-arrest stelt drie voorwaarden voor een rechtmatige detentie van psychiatrische patiënten:
a. de stoornis van de geestesvermogens moet op grond van betrouwbare en objectieve medische gegevens zijn aangetoond, tenzij sprake is van een noodgeval;
b. de stoornis moet zodanig zijn dat vrijheidsbeneming gerechtvaardigd is;
c. de voortzetting van de vrijheidsbeneming is alleen rechtmatig zolang de stoornis voortduurt.(zie noot 3)
Het Hof herhaalt deze regels in een aantal recentere uitspraken. In de zaak Varbanov tegen Bulgarije werd iemand op last van de openbare aanklager opgenomen in een psychiatrische inrichting om te onderzoeken of dwangbehandeling in verband met een psychiatrische stoornis aangewezen was. Het Hof concludeert in deze zaak dat vrijheidsbeneming van een psychiatrische patiënt alleen gerechtvaardigd kan zijn indien het advies van een medisch expert ingewonnen wordt.(zie noot 4) Het Hof voegt hieraan toe dat de medische verklaring dient te zijn gebaseerd op actuele medische gegevens.(zie noot 5)
Het onderhavige wetsvoorstel voorziet ook in gedwongen opname, namelijk indien de patiënt zich tegen opname op basis van de zelfbindingsverklaring verzet. Dan kan de patiënt met een zelfbindingsmachtiging (artikel 34a, tweede lid) worden gedwongen tot opname, verblijf en behandeling in een psychiatrische inrichting.
Het wetsvoorstel schrijft niet voor dat een actuele medische verklaring beschikbaar moet zijn, maar verklaart artikel 8 van de huidige wet van overeenkomstige toepassing (artikel 34j van het voorstel). In artikel 8 wordt voorzien in voorlichting van de rechter door de instelling of psychiater die de betrokkene behandelt of begeleidt. De Raad adviseert in de toelichting aan te geven dat de overeenkomstige toepassing van artikel 8 voorziet in het vereiste van een actuele medische verklaring. Dat is van belang voor artikel 34g, onderdeel a, maar meer in het bijzonder voor artikel 34g, onderdeel b. Het betreft hier de door betrokkene aangewezen persoon die een afschrift heeft gekregen van de verklaring. De toelichting maakt niet duidelijk wie door betrokkene als zodanig aangewezen kunnen worden. De Raad begrijpt de bepaling aldus, dat ook familieleden en andere bekenden van de betrokkene een dergelijk verzoek kunnen indienen. Deze personen zijn niet bevoegd tot het afleveren van een actuele medische verklaring, zoals het Varbanov-arrest vereist.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 februari 2002, no.W13.01.0662/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de artikelen 34a en 34p "incidentele definities" opnemen volgens de effectieve en efficiënte methode van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet.
- Opname van een omschrijving van deze "incidentele definities" in artikel 1 van de Wet bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen (Bopz).
- Mede gelet op aanwijzing 78, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving zouden bepalingen waarin veelvuldig naar andere bepalingen in de Bopz worden verwezen, waarin eveneens weer verwijzingen staan, moeten worden herschreven.
- In artikel 34c, onderdeel b, "in de verklaring voorziene" invoegen voor "verblijf" en dezelfde term weghalen voor "behandeling".
- In artikel 34d, tweede lid, een komma invoegen na "artikel 34b".
- In artikel 34d, tweede lid, de term "inspecteur" conform de toelichting vervangen door: hoofdinspecteur.
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 maart 2002
De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen. De Raad van State heeft in zijn advies één opmerking gemaakt. Deze opmerking van de Raad heeft ertoe geleid dat de wettekst (artikel 34h, eerste lid, ) is aangepast, in die zin bij een verzoek op het verkrijgen van een zelfbindingsmachtiging een verklaring moet worden overgelegd van een niet bij de behandeling betrokken psychiater, die de betrokkene kort tevoren heeft onderzocht. De toelichting van dit artikel is eveneens op dit punt aangepast. Daarnaast is aan Hoofdstuk 1 van de memorie van toelichting een paragraaf 1.5 toegevoegd, waarin is ingegaan op de enige grondrechtelijke aspecten van de zelfbinding.
Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht geschonken.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel (artikelen 34i en 34j) in overeenstemming te brengen met de Wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581) die met ingang van 1 januari 2002 in werking is getreden. Dit betreft louter wetstechnische wijzigingen.
Ik moge U, mede namens de Minister van Justitie, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Kamerstukken II 1999/2000, 27 289, B.
(2) Kamerstukken II 2001/02, 27 289, C.
(3) NJ 1980, 114, zie ook het advies van de Raad van State, kamerstukken II 2001/02, 27 289, C, blz.2.
(4) Varbanov tegen Bulgarije, 5 oktober 2000, rechtsoverweging 47.
(5) Varbanov tegen Bulgarije, 5 oktober 2000, rechtsoverweging 47.
Het wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De Bopz voorziet in de mogelijkheid om psychiatrische patiënten die een gevaar opleveren voor zichzelf of voor anderen onder dwang op te nemen. Voor psychiatrische patiënten die geen gevaar opleveren wordt in het onderhavige wetsvoorstel het beginsel van zelfbinding geïntroduceerd. Het wetsvoorstel voorziet in een tweetal verklaringen. De eerste verklaring betreft een verklaring tot opneming, verblijf en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis van een patiënt die bij opname geen gevaar zal veroorzaken, maar op basis van die verklaring opgenomen en behandeld kan worden als de in de verklaring voorziene omstandigheden zich voordoen (artikel 34a, eerste lid). Indien de patiënt zich verzet tegen de opname, is voor opname een voorlopige machtiging (de zogenaamde zelfbindingsmachtiging) vereist (artikel 34a, tweede lid). De tweede verklaring is gericht op de behandeling van een patiënt die met een inbewaringstelling of voorlopige machtiging gedwongen is opgenomen, ook al verzet de patiënt zich na opneming tegen de behandeling (artikel 34p). Bij de tweede verklaring gaat het dus om een "behandelingsprotocol".
De Raad van State kan zich met de strekking van het wetsvoorstel verenigen, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
1. De Raad bracht destijds zowel advies uit met betrekking tot het wetsvoorstel betreffende de introductie van de voorlopige machtiging in de Bopz(zie noot 1) als met betrekking tot het op dit wetsvoorstel ingediende amendement(zie noot 2). In het laatstgenoemde advies gaat de Raad in op de vraag of het amendement zich verdraagt met de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad acht het wenselijk om het onderhavige wetsvoorstel aan eenzelfde toets te onderwerpen en komt met de volgende bevindingen.
Het Winterwerp-arrest stelt drie voorwaarden voor een rechtmatige detentie van psychiatrische patiënten:
a. de stoornis van de geestesvermogens moet op grond van betrouwbare en objectieve medische gegevens zijn aangetoond, tenzij sprake is van een noodgeval;
b. de stoornis moet zodanig zijn dat vrijheidsbeneming gerechtvaardigd is;
c. de voortzetting van de vrijheidsbeneming is alleen rechtmatig zolang de stoornis voortduurt.(zie noot 3)
Het Hof herhaalt deze regels in een aantal recentere uitspraken. In de zaak Varbanov tegen Bulgarije werd iemand op last van de openbare aanklager opgenomen in een psychiatrische inrichting om te onderzoeken of dwangbehandeling in verband met een psychiatrische stoornis aangewezen was. Het Hof concludeert in deze zaak dat vrijheidsbeneming van een psychiatrische patiënt alleen gerechtvaardigd kan zijn indien het advies van een medisch expert ingewonnen wordt.(zie noot 4) Het Hof voegt hieraan toe dat de medische verklaring dient te zijn gebaseerd op actuele medische gegevens.(zie noot 5)
Het onderhavige wetsvoorstel voorziet ook in gedwongen opname, namelijk indien de patiënt zich tegen opname op basis van de zelfbindingsverklaring verzet. Dan kan de patiënt met een zelfbindingsmachtiging (artikel 34a, tweede lid) worden gedwongen tot opname, verblijf en behandeling in een psychiatrische inrichting.
Het wetsvoorstel schrijft niet voor dat een actuele medische verklaring beschikbaar moet zijn, maar verklaart artikel 8 van de huidige wet van overeenkomstige toepassing (artikel 34j van het voorstel). In artikel 8 wordt voorzien in voorlichting van de rechter door de instelling of psychiater die de betrokkene behandelt of begeleidt. De Raad adviseert in de toelichting aan te geven dat de overeenkomstige toepassing van artikel 8 voorziet in het vereiste van een actuele medische verklaring. Dat is van belang voor artikel 34g, onderdeel a, maar meer in het bijzonder voor artikel 34g, onderdeel b. Het betreft hier de door betrokkene aangewezen persoon die een afschrift heeft gekregen van de verklaring. De toelichting maakt niet duidelijk wie door betrokkene als zodanig aangewezen kunnen worden. De Raad begrijpt de bepaling aldus, dat ook familieleden en andere bekenden van de betrokkene een dergelijk verzoek kunnen indienen. Deze personen zijn niet bevoegd tot het afleveren van een actuele medische verklaring, zoals het Varbanov-arrest vereist.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 februari 2002, no.W13.01.0662/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de artikelen 34a en 34p "incidentele definities" opnemen volgens de effectieve en efficiënte methode van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet.
- Opname van een omschrijving van deze "incidentele definities" in artikel 1 van de Wet bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen (Bopz).
- Mede gelet op aanwijzing 78, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving zouden bepalingen waarin veelvuldig naar andere bepalingen in de Bopz worden verwezen, waarin eveneens weer verwijzingen staan, moeten worden herschreven.
- In artikel 34c, onderdeel b, "in de verklaring voorziene" invoegen voor "verblijf" en dezelfde term weghalen voor "behandeling".
- In artikel 34d, tweede lid, een komma invoegen na "artikel 34b".
- In artikel 34d, tweede lid, de term "inspecteur" conform de toelichting vervangen door: hoofdinspecteur.
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 maart 2002
De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen. De Raad van State heeft in zijn advies één opmerking gemaakt. Deze opmerking van de Raad heeft ertoe geleid dat de wettekst (artikel 34h, eerste lid, ) is aangepast, in die zin bij een verzoek op het verkrijgen van een zelfbindingsmachtiging een verklaring moet worden overgelegd van een niet bij de behandeling betrokken psychiater, die de betrokkene kort tevoren heeft onderzocht. De toelichting van dit artikel is eveneens op dit punt aangepast. Daarnaast is aan Hoofdstuk 1 van de memorie van toelichting een paragraaf 1.5 toegevoegd, waarin is ingegaan op de enige grondrechtelijke aspecten van de zelfbinding.
Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht geschonken.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel (artikelen 34i en 34j) in overeenstemming te brengen met de Wet van 6 december 2001 tot aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (Stb. 581) die met ingang van 1 januari 2002 in werking is getreden. Dit betreft louter wetstechnische wijzigingen.
Ik moge U, mede namens de Minister van Justitie, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Kamerstukken II 1999/2000, 27 289, B.
(2) Kamerstukken II 2001/02, 27 289, C.
(3) NJ 1980, 114, zie ook het advies van de Raad van State, kamerstukken II 2001/02, 27 289, C, blz.2.
(4) Varbanov tegen Bulgarije, 5 oktober 2000, rechtsoverweging 47.
(5) Varbanov tegen Bulgarije, 5 oktober 2000, rechtsoverweging 47.