Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen.
- Kenmerk
- W13.02.0237/III
- Datum advies
- 16 augustus 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2003, nr 108
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen.
Bij Kabinetsmissive van 5 juni 2002, no.02.002543, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen.
Met het ontwerpbesluit wordt beoogd, meer dan voorheen, te voorkomen dat door instellingen, restaurants en dergelijke maaltijden worden bereid of verstrekt waarin eieren zijn verwerkt die met salmonellabacteriën kunnen zijn besmet. De directe aanleiding wordt gevormd door ziektegevallen met dodelijke afloop in bejaarden- en verzorgingstehuizen. Het wijzigingsbesluit is in verband met actuele ontwikkelingen alleen gericht op het onderwerp eieren en salmonellabesmetting. Aanverwante onderwerpen komen in andere voorstellen aan de orde of zullen in een later stadium tot wijzigingsvoorstellen leiden.
Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot opmerkingen over de reikwijdte van het ontwerpbesluit, over de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht en over één van de voorgestelde kernbegrippen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Afstemming tussen doel en middel
In de brief "Voedselveiligheid" is gekozen voor het uitgangspunt, eieren met salmonellabesmetting zo weinig mogelijk bij de consument te laten komen in de wetenschap dat het besmettingsrisico bij de producent (nog) niet tot nihil kan worden teruggedrongen.(zie noot 1) Bij deze zogeheten nulplusoptie zijn verdergaande maatregelen zoals thans worden voorgesteld passend. In de nota van toelichting valt de nadruk echter vooral op de risico's die zijn verbonden aan het mengen van grote aantallen rauwe eieren waarbij een besmet ei aanwezig kan zijn en wordt meegedeeld dat het infectierisico van het nuttigen van een afzonderlijk besmet ei gering is.(zie noot 2) In de bewoordingen van de voorgestelde maatregelen staat echter niet het mengen van veel rauwe eieren centraal, maar wel het bereiden enz. van minimaal twee maaltijden per dag.(zie noot 3) Het voorstel houdt verder in dat besmette eieren onder andere niet mogen worden verhandeld aan de eindgebruiker.(zie noot 4) Daarbij staat echter niet vast, vooral niet bij het afnemen van één of enkele eieren, dat de eindverbruiker die eieren zal mengen met grote hoeveelheden andere eieren.
Gelet op de risicoanalyse in de toelichting had mogen worden verwacht dat de nadruk wordt gelegd op een voorschrift waarin het wordt verboden gerechten te bereiden, die niet boven een nader aan te duiden temperatuur worden verhit.
Volgens de Raad zou in de toelichting aandacht moeten worden geschonken aan:
a. de onderlinge afstemming van voorstel en nota van toelichting;
b. de verhouding van beide tot de nulplusoptie.
De Raad adviseert de toelichting aldus aan te vullen en zo nodig het voorstel aan te passen.
2. Hygiënecodes
In de nota van toelichting wordt opgemerkt dat, omdat het niet mogelijk is risico’s volledig uit te sluiten, houders van hygiënecodes wordt aangeraden het gebruik van rauwe eieren in producten als bavarois en tiramisu, waarin veel eieren gemengd worden en vervolgens niet meer verhit, zekerheidshalve te verbieden.(zie noot 5) In het bijzonder gaat het daarbij om instellingen in de gezondheidszorg en ouderenzorg, contractcatering en de horeca. Dat aanraden is blijkens de toelichting bovendien niet vrijblijvend; alleen hygiënecodes die hieraan voldoen, zullen worden goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Overtreding van goedgekeurde hygiënecodes is strafbaar. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de verhouding tussen de voorgestelde nieuwe bepalingen en de genoemde codes.
3. Verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht
In paragraaf "Notificatie" van de nota van toelichting wordt uiteengezet dat het ontwerpbesluit geen nieuwe regels in het leven roept voor het binnen Nederlands grondgebied brengen van met Salmonella besmette pluimvee-eieren.(zie noot 6) De enige beperking die wordt aangebracht, is dat voor deze besmette eieren, eenmaal aanwezig in Nederland, dezelfde nieuwe regels gelden als voor pluimvee-eieren die afkomstig zijn uit Nederland. De toelichting schijnt er in zoverre aan voorbij te gaan dat de buitenlandse leverancier zal moeten nagaan of zijn legkoppels met Salmonella zijn besmet; indien dat het geval is zal hij de eieren alleen mogen afleveren aan de inrichtingen voor de bereiding of behandeling van eiproducten die een kiemreducerende behandeling ondergaan, of aan industriële bereiders van levensmiddelen (de zogeheten kanalisatie). Een en ander houdt wel degelijk een beperking van het vrije handelsverkeer in die zal moeten worden gerechtvaardigd op grond van artikel 30 van het EG-verdrag of de "rule of reason".
Op zich kan het belang van de volksgezondheid dienen als rechtvaardigingsgrond. Er rijzen evenwel vragen over de noodzakelijkheid en evenredigheid van de voorgestelde bepalingen. Wat betreft de noodzakelijkheid kan men zich afvragen of het nodig is om de verhandeling van met salmonella besmette eieren aan instellingen, de detailhandel en de eindverbruiker geheel te verbieden.(zie noot 7) Uit de toelichting kan immers worden opgemaakt dat de risico’s zich voordoen bij het op grote schaal bereiden van gerechten waarbij grote hoeveelheden rauwe eieren worden gemengd of verwerkt(zie noot 8) (zie ook punt 2 hiervoor). De voorgestelde maatregelen hebben evenwel een veel ruimere strekking; zij zien op alle met Salmonella besmette eieren die worden geleverd aan instellingen, de detailhandel en de eindverbruiker.
De evenredigheidseis houdt in dat de handelsbelemmering niet verder mag gaan dan nodig is om het (geoorloofde) doel te bereiken. Hierbij rijzen dezelfde vragen als hiervoor reeds over de noodzakelijkheid van de voorgestelde maatregelen zijn gesteld.
De Raad beveelt aan om aan beide eisen een uitvoeriger beschouwing te wijden dan thans in paragraaf "Notificatie" van de nota van toelichting is opgenomen.
4. Het kernbegrip "Eieren"
Het wijzigingsvoorstel betreft alleen eieren die van pluimvee afkomstig zijn, en dan alleen de eieren van kippen, ganzen, kalkoenen of parelhoenders.(zie noot 9) Enkele regelingen in de sector "Pluimvee en eieren" bevatten een ruimer begrip "eieren".
- In de Instellingswet Productschap voor Pluimvee en Eieren zijn eieren omschreven als "vogeleieren, welke tot menselijk voedsel kunnen dienen".(zie noot 10)
- In het Warenwetbesluit Eiprodukten en in de Warenwetregeling eiprodukten (EEG) is vermeld dat voor de bereiding van eiproducten uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van eieren van kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders of kwartels.(zie noot 11)
De reeds bestaande omschrijvingen roepen de vraag op of het voorgestelde begrip "eieren" voldoende ruim is omschreven. Het college adviseert dit begrip te verruimen.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 16 augustus 2002, no.W13.02.0237/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel I, in artikel 1, onderdeel l, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen met de eerste omschrijving van instellingen volstaan, daar de tweede omschrijving reeds in de eerste omschrijving is begrepen.
In ditzelfde artikelonderdeel "bereid en afgeleverd", daar "afgeleverd" gelet op artikel 1 van de Warenwet slechts één van de mogelijke vormen van "verhandelen" is en omdat voor het beoogde verbod één van beide handelingen kennelijk al voldoende is, wijzigen in: bereid of verhandeld.
Nota van toelichting
- De paragrafen, ten behoeve van het verwijzen naar tekst en het opzoeken van tekstgedeelten, mede gelet op aanwijzing 217, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, nummeren.
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 april 2003
De Raad van State heeft enkele opmerkingen gemaakt.
Voorts is het ontwerpbesluit in het kader van richtlijn 98/34/EG genotificeerd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de lidstaten van de Europese Unie. Naar aanleiding daarvan heeft de Commissie een uitvoerig gemotiveerde mening uitgebracht. Een kopie van deze uitvoerig gemotiveerde mening bied ik u hierbij aan.
De Commissie is van oordeel dat het ontwerpbesluit een kwantitatieve beperking is in de zin van artikel 28 EG, die niet wordt gerechtvaardigd ter bescherming van het belang van de volksgezondheid. Voordat een dergelijke maatregel gerechtvaardigd is moet deze - aldus de Commissie - in verhouding staan tot het beoogde doel en mogen er geen minder beperkende middelen bestaan om dit doel te bereiken. De Commissie meent dat door middel van een passend plan voor de bewaking en de controle op de aanwezigheid van Salmonella’s in legkoppels pluimvee, een Salmonellavrije productie van pluimvee-eieren of ten minste een "virtually free status" kan worden bereikt. Een dergelijke controle, uitgevoerd voor de productie- en de voedseldistributieketen, kan volgens de Commissie natuurlijk worden aangevuld met een beroep op hygiënecodes.
In feite geeft de Commissie Nederland in overweging de eerste pijler van het Nederlandse beleid (maatregelen voor de boerderij) - als uiteengezet in de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit - aan te scherpen dan wel concreet in te vullen op de door de Commissie beschreven wijze. De derde pijler van het Nederlandse beleid, namelijk de voorgestelde wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, zou daarmee overbodig worden.
Gezien het feit dat het risico van een Salmonella-infectie bij de mens ten gevolge van met Salmonella besmette pluimvee-eieren, inmiddels mede door mijn toedoen verder is gereduceerd door de opstelling en goedkeuring van relevante hygiënecodes, deel ik de visie van de Commissie.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad moge ik u, in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en van Economische Zaken, verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport en de hierboven vermelde uitvoerig gemotiveerde mening van de Commissie, tezamen met het advies van de Raad van State, en het ontwerpbesluit en de daarbij behorende toelichting, zoals deze aan de Raad van State zijn voorgelegd, openbaar worden gemaakt.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Brief van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 28 maart 2002; Kamerstukken II 2001/02, 26 991, nr.64, (brief "Voedselveiligheid"), paragraaf 5.
(2) Nota van toelichting, paragraaf "Aanleiding tot wijziging van het BBL".
(3) Ontwerpbesluit, artikel I, onder A.
(4) Ontwerpbesluit, artikel I, onder B.
(5) Nota van toelichting, paragraaf "Hygiënecodes", eerste alinea.
(6) Nota van toelichting, paragraaf "Notificatie", tweede alinea.
(7) Zie de nota van toelichting, paragraaf "Wijziging van het BBL", eerste alinea.
(8) Nota van toelichting, paragraaf "Aanleiding tot wijziging van het BBL", tweede alinea.
(9) Ontwerpbesluit, artikel I, onder A, artikel 1, onderdeel k, van het Warenbesluit levensmiddelen.
(10) Instellingswet Productschap voor Pluimvee en Eieren, artikel 2, tweede lid.
(11) Warenwetbesluit Eiprodukten, artikel 4, eerste lid; Warenwetregeling eiprodukten (EEG), artikel 4, eerste lid.
Met het ontwerpbesluit wordt beoogd, meer dan voorheen, te voorkomen dat door instellingen, restaurants en dergelijke maaltijden worden bereid of verstrekt waarin eieren zijn verwerkt die met salmonellabacteriën kunnen zijn besmet. De directe aanleiding wordt gevormd door ziektegevallen met dodelijke afloop in bejaarden- en verzorgingstehuizen. Het wijzigingsbesluit is in verband met actuele ontwikkelingen alleen gericht op het onderwerp eieren en salmonellabesmetting. Aanverwante onderwerpen komen in andere voorstellen aan de orde of zullen in een later stadium tot wijzigingsvoorstellen leiden.
Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot opmerkingen over de reikwijdte van het ontwerpbesluit, over de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht en over één van de voorgestelde kernbegrippen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Afstemming tussen doel en middel
In de brief "Voedselveiligheid" is gekozen voor het uitgangspunt, eieren met salmonellabesmetting zo weinig mogelijk bij de consument te laten komen in de wetenschap dat het besmettingsrisico bij de producent (nog) niet tot nihil kan worden teruggedrongen.(zie noot 1) Bij deze zogeheten nulplusoptie zijn verdergaande maatregelen zoals thans worden voorgesteld passend. In de nota van toelichting valt de nadruk echter vooral op de risico's die zijn verbonden aan het mengen van grote aantallen rauwe eieren waarbij een besmet ei aanwezig kan zijn en wordt meegedeeld dat het infectierisico van het nuttigen van een afzonderlijk besmet ei gering is.(zie noot 2) In de bewoordingen van de voorgestelde maatregelen staat echter niet het mengen van veel rauwe eieren centraal, maar wel het bereiden enz. van minimaal twee maaltijden per dag.(zie noot 3) Het voorstel houdt verder in dat besmette eieren onder andere niet mogen worden verhandeld aan de eindgebruiker.(zie noot 4) Daarbij staat echter niet vast, vooral niet bij het afnemen van één of enkele eieren, dat de eindverbruiker die eieren zal mengen met grote hoeveelheden andere eieren.
Gelet op de risicoanalyse in de toelichting had mogen worden verwacht dat de nadruk wordt gelegd op een voorschrift waarin het wordt verboden gerechten te bereiden, die niet boven een nader aan te duiden temperatuur worden verhit.
Volgens de Raad zou in de toelichting aandacht moeten worden geschonken aan:
a. de onderlinge afstemming van voorstel en nota van toelichting;
b. de verhouding van beide tot de nulplusoptie.
De Raad adviseert de toelichting aldus aan te vullen en zo nodig het voorstel aan te passen.
2. Hygiënecodes
In de nota van toelichting wordt opgemerkt dat, omdat het niet mogelijk is risico’s volledig uit te sluiten, houders van hygiënecodes wordt aangeraden het gebruik van rauwe eieren in producten als bavarois en tiramisu, waarin veel eieren gemengd worden en vervolgens niet meer verhit, zekerheidshalve te verbieden.(zie noot 5) In het bijzonder gaat het daarbij om instellingen in de gezondheidszorg en ouderenzorg, contractcatering en de horeca. Dat aanraden is blijkens de toelichting bovendien niet vrijblijvend; alleen hygiënecodes die hieraan voldoen, zullen worden goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Overtreding van goedgekeurde hygiënecodes is strafbaar. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de verhouding tussen de voorgestelde nieuwe bepalingen en de genoemde codes.
3. Verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht
In paragraaf "Notificatie" van de nota van toelichting wordt uiteengezet dat het ontwerpbesluit geen nieuwe regels in het leven roept voor het binnen Nederlands grondgebied brengen van met Salmonella besmette pluimvee-eieren.(zie noot 6) De enige beperking die wordt aangebracht, is dat voor deze besmette eieren, eenmaal aanwezig in Nederland, dezelfde nieuwe regels gelden als voor pluimvee-eieren die afkomstig zijn uit Nederland. De toelichting schijnt er in zoverre aan voorbij te gaan dat de buitenlandse leverancier zal moeten nagaan of zijn legkoppels met Salmonella zijn besmet; indien dat het geval is zal hij de eieren alleen mogen afleveren aan de inrichtingen voor de bereiding of behandeling van eiproducten die een kiemreducerende behandeling ondergaan, of aan industriële bereiders van levensmiddelen (de zogeheten kanalisatie). Een en ander houdt wel degelijk een beperking van het vrije handelsverkeer in die zal moeten worden gerechtvaardigd op grond van artikel 30 van het EG-verdrag of de "rule of reason".
Op zich kan het belang van de volksgezondheid dienen als rechtvaardigingsgrond. Er rijzen evenwel vragen over de noodzakelijkheid en evenredigheid van de voorgestelde bepalingen. Wat betreft de noodzakelijkheid kan men zich afvragen of het nodig is om de verhandeling van met salmonella besmette eieren aan instellingen, de detailhandel en de eindverbruiker geheel te verbieden.(zie noot 7) Uit de toelichting kan immers worden opgemaakt dat de risico’s zich voordoen bij het op grote schaal bereiden van gerechten waarbij grote hoeveelheden rauwe eieren worden gemengd of verwerkt(zie noot 8) (zie ook punt 2 hiervoor). De voorgestelde maatregelen hebben evenwel een veel ruimere strekking; zij zien op alle met Salmonella besmette eieren die worden geleverd aan instellingen, de detailhandel en de eindverbruiker.
De evenredigheidseis houdt in dat de handelsbelemmering niet verder mag gaan dan nodig is om het (geoorloofde) doel te bereiken. Hierbij rijzen dezelfde vragen als hiervoor reeds over de noodzakelijkheid van de voorgestelde maatregelen zijn gesteld.
De Raad beveelt aan om aan beide eisen een uitvoeriger beschouwing te wijden dan thans in paragraaf "Notificatie" van de nota van toelichting is opgenomen.
4. Het kernbegrip "Eieren"
Het wijzigingsvoorstel betreft alleen eieren die van pluimvee afkomstig zijn, en dan alleen de eieren van kippen, ganzen, kalkoenen of parelhoenders.(zie noot 9) Enkele regelingen in de sector "Pluimvee en eieren" bevatten een ruimer begrip "eieren".
- In de Instellingswet Productschap voor Pluimvee en Eieren zijn eieren omschreven als "vogeleieren, welke tot menselijk voedsel kunnen dienen".(zie noot 10)
- In het Warenwetbesluit Eiprodukten en in de Warenwetregeling eiprodukten (EEG) is vermeld dat voor de bereiding van eiproducten uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van eieren van kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders of kwartels.(zie noot 11)
De reeds bestaande omschrijvingen roepen de vraag op of het voorgestelde begrip "eieren" voldoende ruim is omschreven. Het college adviseert dit begrip te verruimen.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 16 augustus 2002, no.W13.02.0237/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel I, in artikel 1, onderdeel l, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen met de eerste omschrijving van instellingen volstaan, daar de tweede omschrijving reeds in de eerste omschrijving is begrepen.
In ditzelfde artikelonderdeel "bereid en afgeleverd", daar "afgeleverd" gelet op artikel 1 van de Warenwet slechts één van de mogelijke vormen van "verhandelen" is en omdat voor het beoogde verbod één van beide handelingen kennelijk al voldoende is, wijzigen in: bereid of verhandeld.
Nota van toelichting
- De paragrafen, ten behoeve van het verwijzen naar tekst en het opzoeken van tekstgedeelten, mede gelet op aanwijzing 217, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, nummeren.
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 april 2003
De Raad van State heeft enkele opmerkingen gemaakt.
Voorts is het ontwerpbesluit in het kader van richtlijn 98/34/EG genotificeerd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de lidstaten van de Europese Unie. Naar aanleiding daarvan heeft de Commissie een uitvoerig gemotiveerde mening uitgebracht. Een kopie van deze uitvoerig gemotiveerde mening bied ik u hierbij aan.
De Commissie is van oordeel dat het ontwerpbesluit een kwantitatieve beperking is in de zin van artikel 28 EG, die niet wordt gerechtvaardigd ter bescherming van het belang van de volksgezondheid. Voordat een dergelijke maatregel gerechtvaardigd is moet deze - aldus de Commissie - in verhouding staan tot het beoogde doel en mogen er geen minder beperkende middelen bestaan om dit doel te bereiken. De Commissie meent dat door middel van een passend plan voor de bewaking en de controle op de aanwezigheid van Salmonella’s in legkoppels pluimvee, een Salmonellavrije productie van pluimvee-eieren of ten minste een "virtually free status" kan worden bereikt. Een dergelijke controle, uitgevoerd voor de productie- en de voedseldistributieketen, kan volgens de Commissie natuurlijk worden aangevuld met een beroep op hygiënecodes.
In feite geeft de Commissie Nederland in overweging de eerste pijler van het Nederlandse beleid (maatregelen voor de boerderij) - als uiteengezet in de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit - aan te scherpen dan wel concreet in te vullen op de door de Commissie beschreven wijze. De derde pijler van het Nederlandse beleid, namelijk de voorgestelde wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, zou daarmee overbodig worden.
Gezien het feit dat het risico van een Salmonella-infectie bij de mens ten gevolge van met Salmonella besmette pluimvee-eieren, inmiddels mede door mijn toedoen verder is gereduceerd door de opstelling en goedkeuring van relevante hygiënecodes, deel ik de visie van de Commissie.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad moge ik u, in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en van Economische Zaken, verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport en de hierboven vermelde uitvoerig gemotiveerde mening van de Commissie, tezamen met het advies van de Raad van State, en het ontwerpbesluit en de daarbij behorende toelichting, zoals deze aan de Raad van State zijn voorgelegd, openbaar worden gemaakt.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Brief van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 28 maart 2002; Kamerstukken II 2001/02, 26 991, nr.64, (brief "Voedselveiligheid"), paragraaf 5.
(2) Nota van toelichting, paragraaf "Aanleiding tot wijziging van het BBL".
(3) Ontwerpbesluit, artikel I, onder A.
(4) Ontwerpbesluit, artikel I, onder B.
(5) Nota van toelichting, paragraaf "Hygiënecodes", eerste alinea.
(6) Nota van toelichting, paragraaf "Notificatie", tweede alinea.
(7) Zie de nota van toelichting, paragraaf "Wijziging van het BBL", eerste alinea.
(8) Nota van toelichting, paragraaf "Aanleiding tot wijziging van het BBL", tweede alinea.
(9) Ontwerpbesluit, artikel I, onder A, artikel 1, onderdeel k, van het Warenbesluit levensmiddelen.
(10) Instellingswet Productschap voor Pluimvee en Eieren, artikel 2, tweede lid.
(11) Warenwetbesluit Eiprodukten, artikel 4, eerste lid; Warenwetregeling eiprodukten (EEG), artikel 4, eerste lid.